home

PROJECTEN

1 MEI CONFERENTIE 2004
Een initiatief van het Platform Economische Gerechtigheid

Kerken over rijk en arm
sluipende verarming en ontwrichtende verrijking
het is tijd voor een ander beleid!

Lezing van Ineke Bakker, algemeen secretaris Raad van Kerken in Nederland, en in 2004 voorzitter van de Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid t.g.v. de Conferentie 'Ethiek voor rijk en arm' op 28 april 2004 te Amersfoort

Klik hier om deze toespraak te downloaden als Word-document (43kb)

Inleiding
Sluipende verarming
Waarden in de oecumenische sociale ethiek
Ontwrichtende verrijking
Wat kunnen we doen?

Inleiding

1. Allereerst wil ik de organisatoren van deze conferentie hartelijk bedanken voor de uitnodiging om hier vandaag het woord te voeren. Ik zie het, in deze tijd van voortgaande ontkerkelijking, als een erkenning van de inzet van de kerken en hun vrijwillig(st)ers voor een rechtvaardige en humane samenleving, in Nederland en wereldwijd.
Tegelijkertijd wil ik er aan het begin van mijn verhaal geen twijfel over laten bestaan dat de kerken niet de pretentie hebben de enigen te zijn die opkomen voor mensen die arm gemaakt en buitengesloten zijn. Kerken hebben niet het monopolie op humaniteit of solidariteit. De Raad van Kerken is blij met de samenwerking met de vakbeweging van FNV en CNV, het Humanistisch Verbond en Humanitas, en met talloze organisaties van uitkeringsgerechtigden en belangenbehartigers van tal van groepen in de samenleving in de Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid, kortweg Sociale Alliantie, waarvan de Raad dit jaar voorzitter is.

2. Het thema van deze conferentie 'Ethiek voor rijk en arm' is uiterst actueel. Ik kan niet anders dan constateren dat nogal wat grote ondernemers en topmannen - alleen in dit verband ben ik blij dat er nauwelijks topvrouwen zijn in Nederland - de laatste maanden hun uiterste best gedaan hebben om zich in de kijker te spelen met hun exorbitante salarisverhogingen en bonusregelingen. Terwijl bijna alle andere mensen in ons land te maken hebben met de nullijn en velen zelfs met een daling van inkomen, weten deze heren ongekend forse inkomensstijgingen voor elkaar en voor zichzelf te regelen. Van de volkswoede van enkele maanden geleden tegen de honorering van de nieuwe Ahold-topman Moberg heeft men kennelijk niets geleerd. Ik heb een hele stapel knipsels en internetprints met voorbeelden te over: topman Aegon krijgt jaarlijks een duizendste van de nettowinst van het concern met zijn bestaande bonus goed voor 1,2 miljoen, topman ING krijgt 60% meer, topman Randstad kwart meer loon. En het is alleen te danken aan druk van vele kanten dat de KLM-top afziet van een bonus ter gelegenheid van de fusie met Air France. Je vraagt je af hoe ze een dergelijke bonus ooit hebben durven voorstellen in een tijd dat enkele duizenden medewerkers op straat gezet worden. Want voor velen in ons land zijn de tijden zwaar.

3. Ik zal mijn verhaal dan ook beginnen met 1. de sluipende verarming die gaande is, 2. vervolgens zal ik kort enkele waarden uit de oecumenische sociale ethiek belichten, om daarna in de te gaan op 3. de ontwrichtende verrijking. Tenslotte zal ik kort aangeven 4. wat kerken en andere maatschappelijke organisaties kunnen doen, in de verwachting dat Lodewijk de Waal daar ongetwijfeld meer over zal zeggen.

omhoog

Ineke Bakker tijdens haar lezing op de conferentie Ethiek voor rijk en arm4. Sluipende verarming

Een paar weken geleden sprak ik met een predikant uit Rotterdam. Hij werkt in een gewone buurt, met flats en rijtjeshuizen, gebouwd in de jaren vijftig en zestig voor gewone mensen. Het is helemaal geen speciale probleembuurt, zoals Rotterdam die ook kent. Hij vertelde hoe in zijn gewone middenklasse gemeente met vele 65-plussers steeds meer mensen echt in de problemen komen. Al doen ze er alles aan om die te verbloemen. Ze bezuinigen op kleding, nieuw tapijt, cadeautjes voor hun kleinkinderen; ze doen de tv-gids en de krant de deur uit en gaan vroeg naar bed om energiekosten te besparen. Vaak komen zij pas na lang aandringen door hun kinderen, vrienden of buren, bij hem of bij de diaconie van de kerk terecht. De predikant vertelde mij van een gesprek met een van zijn gemeenteleden, een vriendelijke bejaarde weduwe met AOW en een klein pensioentje. Ze moest nu echt kiezen: of de kerktelefoon of de krant moet de deur uit. Want door alle recente bezuinigingen, de verlaging van de AOW, van de huursubsidie, de stijging van de gemeentelijke belastingen en energielasten, van de eigen bijdragen voor ziektekosten en thuiszorg, kon ze met al haar inventiviteit de eindjes niet langer aan elkaar knopen. Natuurlijk zei de predikant dat ze de krant vooral moest houden en dat het met de kerktelefoon wel goed zou komen. En hij besloot samen met collega's dit soort ervaringen op papier te zetten en een brief aan het CDA te sturen.

5. Zoals deze Rotterdamse mevrouw zijn er volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau maar liefst 200.000 ouderen in ons land, die op of zelfs onder de armoedegrens leven. Mensen die niet snel naar de sociale dienst gaan, ze komen simpelweg niet op het idee dat die er ook voor hen is; mensen die jarenlang hard gewerkt hebben en voor hun gezin hebben kunnen zorgen. Niet alleen ouderen komen in de problemen, ook chronisch zieken en gehandicapten, alleenstaande ouders, grote gezinnen van allochtonen en autochtonen, ze redden het niet meer. En de beloofde compensaties in de fiscale sfeer? Als ze al komen, komen ze minstens een jaar te laat. Mensen hebben geen enkele reserve. Alle rek is eruit. Zo zakken langzamerhand steeds meer mensen door de bodem van het bestaan. Sommigen zijn er zeer verontwaardigd over, anderen zijn murw en raken hoe langer hoe meer in een isolement. Ze worden eenzaam, hun bestaan verschraalt. Het is een sluipende verarming, steeds ietsje minder, steeds meer alleen….

6. Deze ontwikkeling komt natuurlijk niet uit de lucht vallen, maar is een gevolg van het beleid van het kabinet, dat de mensen in een kwetsbare positie veel harder aanpakt dan mensen aan de bovenkant van, of zelfs boven, het loongebouw. In een reactie op de Troonrede en Miljoenennota 2003 heeft de Raad van Kerken dan ook al gepleit voor meer aandacht voor het draagkrachtbeginsel. Dat is, om het wat huiselijk te formuleren, het beginsel dat 'de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen'. De Raad bevestigde dit nog eens vorige maand door de aanvaarding van een notitie met de titel 'Verantwoordelijkheid in solidariteit'. Daarin wordt gezegd dat "van hen die veel (ook materiele) middelen en mogelijkheden hebben, wordt gevraagd hun rijkdom te delen, opdat de middelen ten goede komen aan hen die in een minder gunstige positie verkeren". Maatregelen in de lijn van dit principe kunnen een krachtig tegenwicht bieden tegen de sluipende verarming.

omhoog

7. Waarden in de oecumenische sociale ethiek

Het draagkrachtbeginsel is een concrete uitwerking van enkele waarden die in de kerkelijke en oecumenische bezinning van belang zijn: verantwoordelijkheid, solidariteit, gerechtigheid, participatie, duurzaamheid en heelheid van de schepping. Het voert te ver om hier een college te geven over christelijke sociale ethiek vanuit de verschillende christelijke tradities, maar misschien mag ik enkele kerngedachten over sociale ethiek uit de oecumenische traditie naar voren halen. Bij oecumene gaat het om het streven naar eenheid van de christelijke kerken. Dit streven heeft zijn wortels in het begin van de twintigste eeuw. Het is vanaf het begin verbonden met het besef dat het in het Evangelie uiteindelijk gaat om de verkondiging van het hele heil voor de hele wereld: het gaat om lichaam en ziel, heil voor alle volken, zorg voor mens en schepping. Na enkele belangrijke conferenties in de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw werd kort na de Tweede Wereldoorlog de Wereldraad van Kerken opgericht, een verbond van protestantse en later ook orthodoxe kerken, eerst vooral uit Europa en Noord-Amerika, nu van een meerderheid van kerken uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika. De eerste Assemblee werd in Amsterdam gehouden in 1948. In Nederland was in 1946 al de Oecumenische Raad van Kerken opgericht, de voorloper van de huidige Raad van Kerken in Nederland. Binnen de Wereldraad en in zijn verlengde ook de Nederlandse Raad van Kerken, heeft het denken over sociaal-ethische vragen verschillende fasen doorgemaakt. Ik schets ze in vogelvlucht, enerzijds om te laten zien dat de betrokkenheid van de kerken bij dit soort vragen niet nieuw is, anderzijds om - in alle bescheidenheid - iets te laten zien van de rijkdom van de ethische bezinning in de kerken. Dat moet natuurlijk ook wel, het gaat immers om onze core-business.
Het eerste ethische concept dat binnen de Wereldraad gehanteerd wordt is het begrip 'verantwoordelijke samenleving' (Responsible Society). Dit concept is niet bedoeld als een blauwdruk voor een christelijke samenleving, laat staan van het Koninkrijk van God, maar het biedt wel criteria om na te gaan of maatregelen al dan niet bijdragen aan het streven naar een samenleving waar mensen tot hun recht komen. Mensen worden gezien als vrije wezens die verantwoordelijk zijn tegenover God en hun naasten en de verantwoordelijke samenleving wordt geschetst als een samenleving 'waar vrijheid de vrijheid is van mensen om hun verantwoordelijkheid te erkennen voor gerechtigheid en de publieke orde, en waar zij die politiek gezag of economische macht hebben, verantwoordelijk zijn voor de uitoefening ervan tegenover God en de mensen van wie het welzijn erdoor bepaald wordt'. Naast een persoonlijke en relationele dimensie heeft verantwoordelijkheid ook een sociale dimensie. In onze tijd zie je een eenzijdige nadruk op de persoonlijke dimensie van verantwoordelijkheid, die ten koste gaat van de relationele dimensie, het ontmoeten van en omzien naar de medemens, en van de sociale dimensie van verantwoordelijkheid, het behartigen van het algemeen welzijn.

8. Met de toetreding van Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse kerken groeide binnen de Wereldraad een zekere kritiek op het concept van de verantwoordelijke samenleving. Dankzij de toegenomen zorgen over het milieu en de opkomst van bevrijdingstheologie, feministische en zwarte theologie kwam er in de jaren '60 en '70 een nieuw tweede concept op, dat van de Just, Participatory and Sustainable Society (JPSS), een rechtvaardige, participatieve en duurzame samenleving. Centraal staat het bijbelse begrip gerechtigheid (tsedaka) dat meer is dan 'ieder het zijne' en waarbij partij gekozen wordt voor mensen in kwetsbare posities: armen, weduwen en wezen, vluchtelingen en vreemdelingen. Of er sprake is van gerechtigheid wordt vooral afgemeten aan de wijze waarop armen en andere noodlijdenden worden behandeld. Elke samenleving moet getoetst worden aan de vraag of zij prioriteit geeft aan positieverbetering van de armen. Bij armen gaat het niet alleen om materiële armoede, om mensen die niet in staat zijn om in hun dagelijkse behoeften te voorzien, maar ook om mensen die te lijden hebben onder sociale uitsluiting en marginalisering. In de bijbel is sprake van een voorkeursoptie voor de armen. Dankzij de bevrijdingstheologie is dit besef gemeengoed geworden in de protestants-christelijke, de rooms-katholieke en oecumenische sociale ethiek. Juist zij die aan de rand of buiten de samenleving staan - in bijbelse tijden armen, vluchtelingen, melaatsen, vrouwen die zich niet aan de sociale codes houden, in onze tijden nog altijd armen en vluchtelingen, maar ook vele ouderen, chronisch zieken en gehandicapten, WAO'ers en anderen die niet kunnen voldoen aan de eisen van de samenleving -, juist zij worden als eersten uitgenodigd mee te doen, om volwaardig deel uit te maken van de samenleving. Armen zijn geen objecten van hulp of liefdadigheid, maar subjecten, volwaardige mensen met een specifieke deskundigheid en ervaring. Zo is participatie een kernbegrip in de bijbelse opvatting van gerechtigheid. En tenslotte als derde waarde: duurzaamheid: ingegeven door de zorg voor het milieu en voor toekomstige generaties.

9. In de jaren '80 en '90 van de vorige eeuw komt dan een derde concept op; het besef van de onderlinge samenhang van deze waarden groeit uit tot de trits: gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping. De Assemblee van de Wereldraad in Vancouver in 1983 doet de aanbeveling dat alle kerken meedoen in een Conciliair Proces van wederzijdse verplichting aan gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping. De drie hangen samen: zonder gerechtigheid is er geen vrede en heelheid van de schepping, maar zonder vrede is een rechtvaardige en duurzame samenleving ook niet mogelijk. Nergens krijgt dit Conciliair Proces zulke vleugels als in Nederland en in de beide (toen nog gescheiden) Duitslanden. Dit oecumenisch gedachtegoed vindt zijn weg naar de Nederlandse kerken en leidt binnen de Raad van Kerken in Nederland tot tal van activiteiten. Een mijlpaal is de conferentie van 29 september 1987 van de 'arme kant van Nederland', waar toenmalig secretaris Wim van der Zee armoede bestempelt als onrecht en het bijbelse begrip gerechtigheid weergeeft als het rechtzetten van scheve verhoudingen, recht doen aan misdeelde mensen, oprichten wat terneergeslagen is. Daar vindt de recente kerkelijke campagne tegen verarming en verrijking haar oorsprong.

10. Als we met deze waarden in het achterhoofd nu eens kijken naar onze eigen samenleving, dan word ik in elk geval niet vrolijk.
Waarden krijgen sluipenderwijs andere betekenissen. Was 'verantwoordelijkheid' vooral het zich verantwoordelijk weten tegenover God - althans voor christenen en andere gelovigen - en tegenover de medemensen en omzien naar elkaar, wanneer nu gezegd wordt dat de burgers hun verantwoordelijkheid moeten nemen, dan betekent dit dat ze voor zichzelf moeten zorgen, dat ze zichzelf maar moeten zien te redden. Verantwoordelijkheid wordt zoiets als zelfredzaamheid. En als de premier zegt dat de regering haar verantwoordelijkheid neemt, dan bedoelt hij niet dat de regering omziet naar mensen in kwetsbare posities, maar dat de regering daadkrachtig is en harde maatregelen durft door te zetten.
Ook 'rechtvaardigheid' krijgt sluipenderwijs een andere betekenis. Als er nu gesproken wordt over een rechtvaardige verdeling van de lasten, betekent dit dat iedereen er 1% op achteruit gaat. Maar het moge duidelijk zijn dat 1% minder AOW veel ingrijpender is voor het welzijn van mensen dan 1% minder topinkomen. Een rechtvaardige verdeling is niet langer meer een verdeling die recht doet aan ieder. Het begrip wordt uitgehold.
En was 'participatie' het bieden van mogelijkheden aan mensen om op hun eigen wijze en met hun mogelijkheden en talenten mee te doen, nu is het begrip verschraald tot meedoen met betaald werk; wie geen betaald werk kan krijgen vanwege fysieke of psychische beperkingen of zorgverplichtingen, die valt erbuiten. En voor nieuwkomers in onze samenleving betekent participatie dat ze mogen meedoen, ja, maar op 'onze' voorwaarden, ze mogen meedoen mits ze 'onze waarden en normen' respecteren. Dat de invulling van die waarden in recente jaren meer egoïstisch en materialistisch is geworden en dat de Nederlandse samenleving nog wel eens iets zou kunnen leren van de gastvrijheid en hartelijkheid, de gemeenschapszin en solidariteit van mensen uit andere culturen, is wel heel ver uit beeld geraakt.
Zo is er in onze samenleving niet alleen een sluipende verarming gaande, maar ook een sluipende ethische verloedering. En voor alle duidelijkheid: ik bedoel hiermee dus niet het gebrek aan fatsoen waarover veel geklaagd wordt en dat er ook is, maar ik wijs op iets veel ingrijpenders. Belangrijke waarden krijgen sluipenderwijs een nieuwe invulling die bijna haaks staat op wat er oorspronkelijk mee bedoeld werd.

omhoog

11. Ontwrichtende verrijking

Wanneer we nu kijken naar de positie van de rijken in ons land en wereldwijd, laat mij dan beginnen met te zeggen dat de kerken niets tegen rijken hebben. Het is zeker niet zo dat rijkdom mensen misgund wordt. Sterker nog, in de bijbel staan passages waarin rijkdom als zegen van God gezien wordt, zoals passages over Abraham en Job. Om het Koninkrijk van God, het rijk van vrede en gerechtigheid, te beschrijven worden beelden gebruikt van grote feestmaaltijden met uitgelezen gerechten en belegen wijnen (Jes. 25, 6). En volgens het evangelie van Johannes zegt Jezus: 'Ik ben gekomen opdat zij leven mogen bezitten, en wel in overvloed' (Joh. 10,10) en als om dat te illustreren veranderde hij op een bruiloft in Kana maar liefst zes grote vaten water in wijn. Het imago van het christendom als de religie van louter ascese en karigheid, van droog brood en zelfkastijding is hooguit een deel van het verhaal. Er is zeker ook ruimte voor het genieten van het vele goede van de schepping, voor feestelijkheid en genot. Maar daar moet wel iets bij gezegd worden: dit genieten is bestemd voor iedereen, armen en rijken, voor ouderen en jongeren, voor vrouwen en mannen, iedereen is welkom, niemand wordt buitengesloten. En dit genieten mag geen schade berokkenen aan anderen, aan toekomstige generaties en de schepping.

12. Maar wanneer mensen zich verrijken ten koste van anderen, klinken er heel andere geluiden in de bijbel. En omdat dat vaak voorkomt, wemelt het van teksten waarin gewaarschuwd wordt tegen rijkdom en verrijking. De profeten worden niet moe zich te keren tegen de verrijking van de grootgrondbezitters en Jezus' moeder Maria kan over God zingen: 'machthebbers heeft Hij van hun troon gehaald, vernederden gaf Hij een hoge plaats, hongerigen overlaadde Hij met het beste, rijken heeft Hij met lege handen weggestuurd' (Luc. 1,52-53). En Jezus zelf zal later zeggen: 'Maar wee jullie, rijken, je hebt je troost al binnen' (Luc. 6,24). In de agrarische samenleving van die dagen is het in bezit nemen van grond van verarmde boeren door grootgrondbezitters een belangrijke bron van verrijking voor de een en verarming voor de ander. Daarom is er de bepaling dat de grond elke vijftig jaar opnieuw verdeeld wordt (het Jubeljaar, Leviticus 25). Deze wetgeving richt zich tegen de accumulatie van bezit. De bijbel is zich ervan bewust hoe gemakkelijk mensen komen tot individuele verrijking en als vanzelf in de ban raken van het streven naar meer en meer, zodanig dat dit hun hele leven gaat beheersen. Niet voor niets stelt Jezus de beslissende keuze tussen God en de mammon, de afgod van het geld. Bij rijkdom moet dus steeds de vraag gesteld worden ten koste van wie deze is verkregen en of anderen daardoor in hun bestaan worden beperkt. Bij sommige rijken van onze tijd zie je eenzelfde mechanisme: ze willen altijd maar meer; kennelijk is het nooit genoeg.
Daarmee isoleren deze rijken zich van de bredere mensengemeenschap. De recente Vastenbrief van de rooms-katholieke bisschoppenconferentie zegt het heel duidelijk: 'extreme rijkdom is, net zoals armoede, een aanslag op de fundamentele menselijke waardigheid, omdat men zich daardoor van de mensengemeenschap isoleert'. Ik zou het een zelfverkozen sociale uitsluiting willen noemen. Door hun hebzucht stellen rijken zich buiten de gemeenschap. Ze schaden daarmee niet alleen zichzelf, maar ook de bredere gemeenschap. De sociale cohesie komt onder druk te staan. Grote ondernemers en topmanagers hebben immers, net als politici en topambtenaren, - of ze het nu willen of niet - een voorbeeldfunctie. Als mensen aan de top zich onbeschaamd verrijken, dan wordt het voor anderen moeilijker om in te stemmen met loonmatiging en netjes belasting te betalen. Ik wil maar zeggen: 'de vis begint te rotten bij de kop'. De Raad van Kerken is al veel langer bezorgd over de toenemende private rijkdom enerzijds en de toenemende publieke armoede anderzijds. Hoe kan het dat in de afgelopen jaren enkelingen zich zo hebben kunnen verrijken, terwijl in de publieke sector, in het onderwijs, de gezondheidszorg, de thuiszorg, de jeugdzorg en noem maar op, sprake is van een schrijnende armoede, een rijke samenleving als de onze onwaardig? Onbeheerste verrijking ontwricht de samenleving. Zo is er niet alleen sprake van sluipende verarming, maar ook van ontwrichtende verrijking.

omhoog

13. Wat kunnen we doen?

Dat brengt ons bij het laatste deel. Wat kunnen kerken en maatschappelijke organisaties doen? Laat ik mij beperken tot de kerken. Overal in ons land zijn lokale kerkgemeenschappen actief en zij doen vooral drie dingen:
a. Pastoraat: ze geven persoonlijke aandacht en tijd aan mensen; ze zien mensen in kwetsbare posities als waardevolle medemensen en kiezen voor een bondgenootschap met hen; de tijd van de liefdadigheid is voorbij; bij dit pastoraat gaat het om omzien naar elkaar; het verwarmt de samenleving en houdt mensen uit een isolement.
b. Diaconale hulp: kerkgemeenschappen geven hulp waar dat nodig en gewenst is, zowel aan individuele mensen en gezinnen, als aan meer collectieve projecten, als inloophuizen, opvang van vluchtelingen, oudewijkenpastoraat, arbeidspastoraat en coöperaties van boeren, in binnen- en buitenland;
c. Signaleren en helpen onder protest: kerken signaleren de nood en helpen onder protest, omdat de samenleving rijk genoeg is en voldoende middelen heeft om deze armoede te voorkomen; de kerken spreken de overheid en politiek aan op het gevoerde beleid en pleiten - samen met anderen - voor ander beleid, zowel in Nederland als mondiaal.

14. Hoe moet dat andere beleid eruitzien? Kerken zijn geen politieke partijen en geen vakbonden. Over de precieze details van het beleid gaan we - gelukkig - niet. Maar kerken kunnen wel suggesties doen voor de richting waarin oplossingen gezocht kunnen worden. In de al genoemde notitie 'Verantwoordelijkheid in solidariteit' volgt de Raad van Kerken suggesties van zijn projectgroep Arme Kant van Nederland/EVA. Die gaan uit van het draagkrachtbeginsel en proberen daar concrete voorstellen voor te doen. Ik noem enkele suggesties:
a. er zou niet alleen discussie over een rechtvaardige ondergrens gevoerd moeten worden, maar ook over een rechtvaardige bovengrens;
b. een inkomensherverdeling via fiscale maatregelen is mogelijk, bijvoorbeeld het sterker progressief maken van het belastingsysteem, het kiezen voor meer inkomensafhankelijke premies voor volksverzekeringen en de ziektekostenverzekeringen;
c. een rechtvaardiger voorzieningenbeleid is denkbaar: je kunt je afvragen waarom de huursubsidie gekort wordt, terwijl de hypotheekrenteaftrek zonder maximum blijft.
En ik zou daaraan willen toevoegen:
d. maatregelen om de positie van Derde Wereldlanden te versterken, bijv. door het afschaffen van importheffingen in de rijke landen en het steunen van civil society organisaties in ontwikkelingslanden, door het verschaffen van goedkope aidsmedicijnen, en het werken aan gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor vluchtelingen en migranten;
Er valt veel meer over te zeggen, maar deze voorbeelden geven de richting aan waarin binnen de Raad van Kerken gedacht wordt.

15. Tenslotte, als u dit allemaal zo aanhoort, kan ik mij voorstellen dat de gedachte bij u opkomt waarom de kerken zich eigenlijk zo druk maken over dit soort zaken. Zouden ze er niet beter aan doen zich te houden bij het spreken over en bidden tot God? Nu zal ik de laatste zijn om het belang daarvan te ontkennen, maar het is juist God zelf, zoals Hij zich volgens vele christenen heeft doen kennen in Jezus Christus, die maakt dat christenen niet anders kunnen dan - samen met anderen - zoeken naar en werken aan een humane en rechtvaardige samenleving, voor de Rotterdamse mevrouw en haar lotgenoten, en voor de topman van ING en zijn collega's; een samenleving waar zij allen tot hun recht komen.

Zie ook de website van de Raad van Kerken in Nederland: www.raadvankerken.nl

Klik hier voor een impressie van de conferentie.
Klik hier voor een achtergrondartikel van Hub Crijns over de 1 Mei Conferentie 2004.
Klik hier voor de inleiding van Bisschop Van Luijn tijdens de 1 Mei Conferentie 2004.

omhoog

Terug naaar openingspagina 1 mei conferentie

home