home

PROJECTEN

ARME KANT VAN NEDERLAND/EVA

Terugblik op 'Leven in waardigheid'
oecumenische campagne tegen verarming en verrijking gedurende de jaren 2003, 2004 en 2005

Klik hier om het onderstaande artikel te downloaden als Word-bestand (159 kb)

Inleiding
Een korte geschiedenis
Opdrachtgevers
Doelstelling en werkwijze
Samenwerken en netwerken
Bereikte resultaten
Bewustwording rond armoede bevorderen
Netwerk van groepen en activiteiten bevorderen
Bewustwording verbreden
Bevorderen van alternatief sociaal-economisch beleid
Motivering voor nieuwe mandaatperiode

Inleiding

De kerkelijke campagne tegen verarming, verrijking en sociale uitsluiting dateert uit 1987, en is in de jaren tachtig ontstaan vanuit het contact dat kerkelijke diaconale instellingen en het arbeidspastoraat onderhielden met mensen, die door verlies van hun baan, gezondheid of partner in een uitkeringssituatie terecht kwamen. Van baanlozen, arbeidsongeschikten en bijstandsvrouwen met kinderen leerden kerken en het arbeidspastoraat dat in Nederland armoede nooit weg is geweest, alhoewel algemeen de overtuiging leefde dat sinds de invoering van met name de Algemene Bijstandswet in 1965 armoede in Nederland definitief bestreden was. Er zouden slechts nog groepen met maatschappelijke achterstanden bestaan. Dit verhaal opent met een korte geschiedenis vanaf 1987, de opdrachtgevers, doelstelling, werkwijze, en het waarom van samenwerken, gevolgd door een analyse van de behaalde resultaten gerelateerd aan de voornaamste doelstellingen van de laatste drie jaar, en eindigt met een motivering waarom voortzetting van de campagne in een nieuwe mandaatperiode van drie jaar gewenst is.

Een korte geschiedenis

De oecumenische campagne tegen armoede en verrijking bestaat sedert het midden van de jaren tachtig. In de eerste jaren zijn de landelijke werkgroepen 'De arme kant van Nederland' (ontstaan september 1987) en 'Economie, Vrouwen en Armoede' (ontstaan juni 1984 uit de ontmoetingen 'Kerkvrouwen-Bijstandsvrouwen') de trekkers geweest. De twee werkgroepen kennen een verschillende geschiedenis.
De werkgroep 'De Arme Kant van Nederland' bestaat na een eerste initiatiefjaar sinds 29 september 1987, toen onder de verantwoordelijkheid van de Raad van Kerken in Nederland en het Arbeidspastoraat DISK de eerste kerkelijke conferentie tegen verarming in Nederland plaatsvond. De werkgroep is de spil van de kerkelijke anti-armoedebeweging en heeft van daaruit contacten gezocht met andere netwerken, zoals die van zelforganisaties van ervaringsdeskundigen, van de directeuren van sociale diensten, wetenschappers, journalisten en ambtenaren. In de loop van de tijd is naast het proces van verarming ook dat van verrijking sterker in de aandacht komen te staan (1). Het werk van de werkgroep kenmerkt zich door opeenvolgende driejarige campagnes.

1. Zie voor de eerste jaren P. de Bie, H. Crijns, S, Kwarten en H. Noordegraaf, 'Armoede opgelost….? Vergeet het maar! Kerkelijke campagne tegen verarming in Nederland', Arme Kant van Nederland, Leidschendam, 1991.

De werkgroep 'Economie, Vrouwen en Armoede' (EVA) bestaat sinds 1984 en is ontstaan uit de ontmoetingen tussen Kerkvrouwen en Bijstandsvrouwen, zoals gestimuleerd vanuit de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk. Deze ontmoetingen hebben geleid tot bondgenootschap vanuit de kerken in de armoedestrijd van vrouwen. Het EVA-netwerk mikt vooral op het ontwikkelen, verdiepen en verbreden van het model van bondgenootschap met mensen, samen met organisaties die solidair zijn met armgemaakte vrouwen. De betrokkenen doen dit vanuit het genderperspectief rond zorg en arbeid. Er wordt een relatie gelegd tussen huwelijks- en gezinsdenken; het ontbreken van juridische en economische rechten uit zorgarbeid en armoede van vrouwen. Ook deze werkgroep kent de vorm van een kerkelijk project met werkperiodes van drie jaar.
Vanaf 1995 wordt door beide werkgroepen in de oecumenische campagne tegen verarming en verrijking samengewerkt, en sinds 1 januari 1997 zijn ze opgegaan in de werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA. Deze werkgroep verzorgt communicatie en biedt service aan een netwerk van ongeveer 100 groepen: of Arme Kant-groepen, of EVA-groepen of Arme Kant/EVA-groepen. Vertegenwoordigers uit deze groepen (voor elke provincie en grote stad zijn er twee contactpersonen) komen drie keer per jaar bij elkaar in het Regioberaad, dat door de werkgroep wordt geleid. Tevens heeft de werkgroep via de werkorganisaties van de deelnemende kerken in de Raad van Kerken in Nederland werklijnen naar de diaconale groepen en instellingen van de plaatselijke kerken: gemeenten en parochies.
Een telkens terugkerend motto 'Armoede is onrecht' is ontleend aan de openingsrede, die ds. Wim R. van der Zee, algemeen secretaris Raad van Kerken in Nederland hield tijdens de eerste conferentie 'De arme kant van Nederland', 29 september 1987. "En toch is armoede onrecht! Horen en roepen, dat kunnen we doen. Niet meer en niet minder. Daarom zijn we vandaag bij elkaar. Wellicht hebben we geen pasklare antwoorden en oplossingen. Maar we willen uitdrukkelijk de armoede in Nederland opnieuw uit de onzichtbaarheid halen en in beeld brengen. En er ook nog bij zeggen: armoede in Nederland, mensonterend en godgeklaagd." (2)

2. Ploni Robbers-van Berkel, Herman Noordegraaf, Jaap Nijman, Hennie van de Vendel, Peter de Bie en Ab Harrewijn (eindredactie), 'De arme kant van Nederland. Feiten, meningen en het vervolg', Secties Dienst en Sociale Vragen van de Raad van Kerken in Nederland en DISK, Leidschendam, 1988, pag. 22.

Opdrachtgevers

De opdrachtgevers van dit landelijk oecumenisch werk zijn de Raad van Kerken in Nederland en het Arbeidspastoraat DISK. Binnen het gegeven mandaat van de Raad van Kerken in Nederland heet de werkgroep een projectgroep. In periodes van telkens drie jaar wordt er op grond van een beleidsnota een mandaat gegeven, dat uitgewerkt wordt in jaarlijkse werkplannen.
Er zijn sinds 1996 twee campagneperiodes geweest: 'Armoede is onrecht - oecumenische campagne tegen verarming en verrijking' (1997-1999), en 'Om sociale gerechtigheid - oecumenische campagne tegen verarming en verrijking' (2000-2002). Sinds 1998 zijn onder impuls van Arbeidspastoraat DISK activiteiten rond 'Gelijker = Rijker' gegroeid. Een belangrijk onderdeel daarvan zijn activiteiten, gericht op het aanwijzen van de uiteenlopende gevolgen voor rijken en armen van het minder progressief maken van het belastingstelsel in 2001.
Thans loopt de campagne 'Leven in waardigheid - oecumenische campagne tegen verarming en verrijking' (2003-2005). Het beleidsplan is vertaald naar een werkplan voor de drie jaren, dat per jaar weer concreet wordt ingevuld.
Verschillende kerken hebben inhoudelijk en financieel geparticipeerd, evenals verscheidene religieuze instituten, de laatste met name in financiële zin. Zonder deze betrokkenheid van de religieuze instituten zou het landelijk oecumenisch werk waarschijnlijk niet meer bestaan. De afgelopen jaren is ook een belangrijke subsidie ontvangen vanuit een organisatie van katholieke vrouwen. Vanuit deze subsidie zijn de activiteiten rond 'Als je er alleen voor staat' opgezet, die vanaf 2001 in gang zijn gezet. De aandacht is hierbij vooral gericht op de situatie en het toekomstperspectief van jongere alleenstaande moeders met bijstand en oudere alleenstaande vrouwen met een uitkering.
Deze jarenlange aandacht voor de processen van verarming en verrijking in de samenleving hangt samen met het besef, dat deze voortkomt uit de eigen missie, die kerken hebben. Deze inzet binnen de economische wereld komt wezenlijk voort uit de missionaire en diaconale hoofdtaken, die kerken zichzelf stellen. Vanuit het bondgenootschap tussen God, mensen en de schepping is er telkens de vraag om naar elkaar om te kijken en met name aandacht te hebben voor de vraag hoe armen, weduwen en wezen en vreemdelingen kunnen participeren. De evangelische kern van de kerkelijke beweging heeft alles te maken met meedoen en meedelen ofwel de processen van in- en uitsluiting.

Doelstelling en werkwijze

De oecumenische campagne tegen verarming en verrijking heeft in de huidige campagneperiode vier doelen:

  1. bevorderen en intensiveren van bewustwording in kerken en daarbuiten van het bestaan en de achtergronden van verarming en verrijking in Nederland;
  2. bevorderen dat deze bewustwording gedragen wordt door een netwerk van groepen binnen de kerken, gekoppeld aan het ontstaan en toenemen van plaatselijke activiteiten;
  3. verbreden van deze bewustwording door discussies met andere instituten en sectoren buiten de kerken, zoals politieke partijen, werkgevers, werknemers, banken, pers, enzovoorts;
  4. stimuleren tot het ontwikkelen van alternatieve beleidsvisies op sociaal-economisch terrein, op het gebied van arbeid en zorg, bij de ontwikkeling van het stelsel van sociale zekerheid, en de regelgeving voor uitkeringsgerechtigden, enzovoort.

In het verlengde van deze doelen van het beleidsplan 'Leven in waardigheid' wil de oecumenische campagne eraan meewerken, dat het volgende bereikt wordt:

a. op korte termijn:

  • structurele verbetering van het sociaal minimum; behoud van voldoende inkomen voor boeren/boerinnen en andere kleine zelfstandigen;
  • verbetering van de positie van vrouwen door het verlenen van rechten uit zorgarbeid;
  • betere toegankelijkheid van voorzieningen voor mensen met een smalle beurs.

b. op lange termijn:

  • een samenleving, waarin waardigheid, wederkerigheid en verbondenheid de centrale waarden zijn;
  • een economie die uitgaat van een bredere definitie van arbeid en zorg;
  • respect voor ieder mens, ongeacht de wijze waarop hij/zij onbetaald of betaald participeert aan de samenleving;
  • een samenleving, die preventief is ten aanzien van de processen van verarming en verrijking.

De werkzaamheden van de oecumenische campagne zijn in te delen langs drie hoofdlijnen:

  1. De netwerklijn, gericht op het verlenen van service en ondersteuning aan het netwerk van actieve plaatselijke en regionale Arme Kant/EVA groepen.
  2. De kerklijn, gericht op het beïnvloeden van kerken, o.a. door toerusting, ondersteuning en activering.
  3. De politiek-maatschappelijke lijn, gericht op de beïnvloeding van politieke besluitvorming en het maatschappelijke debat.

Door middel van publicaties, conferenties, acties, ontmoetingen, trainingen, overleg met kerken en de politiek geeft de oecumenische campagne tegen verarming en verrijking voortdurend impulsen aan discussies over de tweedeling tussen arm en rijk en organiseert ze gesprekken over een brede visie op arbeid, zorg en inkomen en rechtvaardiger alternatieven (3).

3. Vergelijk J. van der Wal, 'Gaat ook gij naar mijn wijngaard en ik zal u geven wat billijk is. Een theologische verkenning van het debat over de verhouding tussen arbeid en inkomen in de kerkelijke tradities 1977-1997', DISK studiereeks 27, landelijk bureau DISK Amsterdam, 1998.

Samenwerken en netwerken

De oecumenische campagne tegen verarming en verrijking werkt samen met tal van andere personen en groepen in kerken, organisaties van uitkeringsgerechtigden en maatschappelijke organisaties; zowel landelijk, regionaal als plaatselijk. In de afgelopen jaren is een netwerk van ongeveer 100 Arme-kant-groepen en EVA-groepen actief gebleven. Ze werken provinciaal, grootstedelijk en plaatselijk. Tussen kerkbetrokken mensen en de mensen uit de armoedebeweging komt hier bondgenootschap tot uitdrukking. Daarnaast zijn er verschillende organisaties, die mede vanuit de kerken landelijk actief zijn op het veld van verarming en verrijking.
De landelijke werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA heeft een belangrijke ondersteunende taak voor deze genoemde groepen. Tevens voorziet de werkgroep deze groepen van relevante informatie en heeft ze een vertalende taak wat betreft de kennis- en beleidsontwikkelingen op het terrein van armoedebestrijding. Naast onderhoud van deze beweging, met aandacht voor de krachtbronnen, is een extra probleem de veroudering van deze beweging en het openstaan voor vernieuwende impulsen. Verder leren analyses dat armoede in Nederland steeds meer etnisch bepaald is, maar dat de kerkelijke beweging nog weinig samenwerking bereikt heeft met die van zwarte (kerk)beweging en bijzondere groepen in het armoedeveld.
Sinds het jaar 2000 bestaat er als resultaat van een gezamenlijke evaluatie van vijf jaar armoedebestrijding in de politiek-maatschappelijke werklijn een samenwerkingsverband in de vorm van een netwerkorganisatie: de Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid. De Alliantie is in 2005 een netwerk van meer dan vijftig organisaties van kerken, vakbeweging, humanisten, allochtonen, gehandicapten en chronisch zieken en uitkeringsgerechtigden. De Alliantie is een voortzetting en uitbreiding van het Armoedeplatform KHV (kerken, humanisten en vakbeweging). De werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA is nauw betrokken bij de Alliantie.

Bereikte resultaten

Bij het terugkijken op de behaalde resultaten in de afgelopen drie jaar (waarbij we op het moment van schrijven nog een kwartaal van 2005 te gaan hebben) volgen we de uitgezette hoofddoelen.

Bewustwording rond armoede bevorderen
Het eerste doel luidt "bevorderen en intensiveren van bewustwording in kerken en daarbuiten van het bestaan en de achtergronden van verarming en verrijking in Nederland."
Binnen de campagne is dit doel terug te vinden in de activiteiten, die te maken hebben met bewustwording. De campagne werkt langs drie lijnen: de kerkelijke lijn, de netwerklijn en de politieke lijn.

De communicatieve middelen die de werkgroep inzet, vormen belangrijke instrument om dit doel te realiseren. Het aantal abonnees van het kwartaaltijdschrift 'Arme Krant van Nederland' vertoont een licht opgaande lijn: van 1600 abonnees in 2003 naar bijna 1700 in 2005. De webstek www.armekant-eva.nl ziet eveneens de aantallen bezoekers toenemen: van 3000 per maand in 2003 naar 4000 per maand in 2004. Na de werkdag 'Helpen onder protest' begin 2005 zijn er in januari en februari rond 7.000 en in maart en april ruim 8000 bezoekers per maand te noteren. Daarna blijft het gemiddelde boven de 5000 bezoekers per maand liggen.

Het werk binnen de kerklijn kan samengevat worden in het realiseren van twee grotere publicaties. Als eerste heeft de werkgroep gestimuleerd dat via onderzoek zichtbaar is geworden, wat kerken doen en hoeveel kerken aan hulp geven aan individuen. Bij het onderzoek zijn de initiatieven van hulp in samenwerkingsverbanden en groepen buiten beeld gebleven. De publicatie van het rapport 'De kerk als vangnet' (4) riep veel reacties in kerken en samenleving op. Het boek is herdrukt in 2004. In 2004 is het onderzoek herhaald binnen de Protestantse Kerk in Nederland en de resultaten daarvan zijn medio 2005 gepubliceerd (5).

4. T. Nederland, H. Noordegraaf en P. de Bie, 'De kerk als vangnet. Verslag van een onderzoek naar financiële hulp door kerken', Arme kant van Nederland/EVA en Kerkinactie PKN 2002; 1000 ex; herdruk 500 ex.
5. 'Armoede in Nederland. Onderzoek naar financiële hulpverlening door diaconieën van de Protestantse Kerk in Nederland', Kerkinactie PKN, mei 2005.

Aansluitend op 'De kerk als vangnet' is het werkboek 'Helpen onder protest' ontwikkeld, dat sinds het verschijnen in september 2004 eveneens veel reacties heeft opgeroepen (6).

6. E. Schwarz, P. de Bie, H. Nordegraaf, M. Punt, H. van IJken, R. van Leeuwen en Pl. Robbers-van Berkel, 'Helpen onder protest. Een handreiking rond kerkelijke, materiële hulpverlening', Arme kant van Nederland/EVA en Kerkinactie PKN 2004, 3750 exemplaren.

Het uitbrengen van deze handreiking voor kerkelijke vrijwilligers vormde de start van een langer lopende campagne.
Ter ondersteuning van deze campagne 'Helpen onder protest' werden ook kaarten uitgegeven die men kan gebruiken om zich tot politici en andere beleidsverantwoordelijken te wenden. Het stimuleren van 'helpen onder protest' binnen de kerken werd verder kracht bijgezet door het organiseren van een grote werkdag op 22 januari 2005, waaraan 200 mensen deelnamen. Het verslagboek 'Verslag werkdag helpen onder protest' is sindsdien digitaal en op papier meer dan 500 keer opgevraagd. Ook deze activiteit roept veel weerklank op, getuige de meer dan 15.000 protestkaarten, die inmiddels uitgezet zijn.

Ten behoeve van het kerkelijke publiek is na de nodige ontwikkelingstijd gepubliceerd de 'Handreiking liturgie Arm en Rijk' in een oplage van 500 exemplaren. Dit boek is te gebruiken in de eredienst en bij samenkomsten met een bezinnend karakter. Vaak wordt hierbij gebruik gemaakt van het in 2001 in herdruk van 750 ex. verschenen 'Arm en rijk in de bijbel', waarin vijftien uitgeschreven preken en vijftien gedichten rond arm en rijk zijn opgenomen.
Voor bewustwording hoe het is om van een minimuminkomen rond te komen heeft het 'Budgetspel', dat gespeeld wordt in groepen, zijn waarde al bewezen. Het spel is in 2004 geactualiseerd, vernieuwd, voorzien van een herziene 'Handreiking' en het nieuwe spelbord is in een serie van 100 exemplaren gedrukt.

Elke drie jaar geeft de werkgroep het 'Dossier Armoede in Nederland' uit. Dit is een boek waarin rond kernthema's van armoede (o.a. wonen, inkomen, gezondheidszorg, kinderen, onderwijs, arbeidsmarkt) cijfers en gegevens van onderzoeken gecombineerd worden met ervaringsverhalen van mensen. Zo ontstaat voor de kerkelijke achterban en het netwerk van groepen een handzaam boek, dat snel inzicht geeft in de belangrijke ontwikkelingen rond armoede en rijkdom. De nieuwe versie van dit Dossier is in september 2005 verschenen in een oplage van 3000 ex. Het boek roept direct veel respons op.

Netwerk van groepen en activiteiten bevorderen
Het tweede doel omschrijft: "bevorderen dat deze bewustwording gedragen wordt door een netwerk van groepen binnen de kerken, gekoppeld aan het ontstaan en toenemen van plaatselijke activiteiten".

Binnen de levende organisatie van de anti-armoedebeweging hebben kerken een eigen rol en betekenis. Kerken beschikken door hun diaconieën, parochiële caritas instellingen, werkgroepen rond diaconie en armoede over een netwerk, waarin ervaring opdoen en hulp geven gelijk opgaan. Op grond van deze taken zijn de contacten van kerkmensen met ervaringsdeskundigen ook in de afgelopen drie jaar intensief voortgezet. Veel projecten en activiteiten rondom hulp geven, ontstaan in lokale samenwerkingsverbanden. De laatste drie jaar is de armoede in Nederland in omvang toegenomen en in intensiteit verdiept. De overheid vermindert het net van beschermende voorzieningen, waardoor gaten zichtbaar worden. Waar voor drie jaar nog twijfelend gevraagd werd of het wel de taak is van kerken om direct en uitgebreid hulp te verlenen, is in de werkelijkheid inmiddels die vraag volop beantwoord.
In de afgelopen jaren zijn als antwoord vanuit kerken de inloophuizen in Nederland in aantal toegenomen (van 150 naar 300). Er is een toename van het aantal projecten en initiatieven aan te wijzen, die zich bezighouden met hergebruik van huisraad, meubels en kleding. Als derde is de sterk toegenomen opvang bij voeding en eten aan te wijzen: maaltijdprojecten, eetgroepen, minimarestaurants, voedselbanken, en sinds september ook minimawinkels. De schuldenproblematiek is toegenomen en daarmee de situaties van schuldsanering, waar kerkelijke fondsen vaak bij betrokken zijn. Huisuitzettingen zijn een groeiend verschijnsel, waarin armoede zich uit. In de drie voorbije jaren is het jaarlijks aantal gestegen van 4000 naar 5000 en 6000. Kerken werken mee aan noodopvang. Veel kerkelijke groepen zijn ook actief in het hulpverlenen bij het vragen van subsidies, invullen van formulieren, meegaan naar spreekuren (lokethulp), en het houden van spreekuren.

Op vakantie gaan, een tijdje uit de zorgen zijn, is ook voor mensen die tot de arme huishoudens behoren van belang. Het verzorgen van de 'Gids betaalbare vakanties' blijkt gezien de veelheid aan reacties aan deze behoefte tegemoet te komen. De Gids verschijnt in oplages van 10.000 in 2003, 12.000 en een herdruk van 1.000 in 2004 en 12.000 in 2005. Uit de telefonische bestellingen van de Gids komen veel vragen tot pastoraal luisteren en dienstverlening voort. Ook de bestellingen en reacties via de webstek geven op allerlei wijze blijk van de nood waarin mensen zitten.

Het handelen van rooms-katholieke parochies is in de afgelopen periode ondersteund, doordat het Landelijk Katholiek Diaconaal Beraad - mede op initiatief van Hub Crijns - de twee jaargangen 2002 en 2003 van het tijdschrift 'Diaconie & Parochie' heeft ingericht rond de zeven werken van Barmhartigheid. De acht nummers zijn ook geplaatst op de webstekken van arbeidspastoraat DISK (www.disk-arbeidspastoraat.nl) en de Arme Kant van Nederland/EVA (www.armekant-eva.nl). De statistieken leren dat er veel vraag naar is.

Op 13 mei 2002 is Ab Harrewijn overleden. Hij was een van de oprichters van de werkgroep 'De arme kant van Nederland' in 1987 en bleef als arbeidspastor in Amsterdam nog jaren daarna de aanjager van activiteiten tegen het onrecht van armoede. Later zette hij die strijd voort als bestuurder en Kamerlid van GroenLinks. Een jaar na zijn overlijden wordt vanuit de kringen waar Ab Harrewijn actief in is geweest de Ab Harrewijn Prijs opgericht. Met de Ab Harrewijn Prijs worden personen en hun groepen of initiatieven ondersteund, die van onderop actief zijn in de anti-armoedestrijd. Elk jaar vraagt de jury voordrachten op, die leiden tot vijf genomineerden, waaruit de winnaar wordt gekozen. De uitreiking van de Ab Harrewijn Prijs 2003 trekt 220 bezoekers. Die van 2004 en 2005 telkens 150. Het aantal voorgedragen personen en initiatieven stijgt elk jaar. De Ab Harrewijn Prijs wordt bekostigd door een elk jaar stijgend aantal donateurs en door sponsors, waaronder DISK en de Arme Kant van Nederland/EVA. Door deze participatie kon het prijsbedrag, dat aan de genomineerden en aan de winnaar uitgekeerd is, elk jaar stijgen.

De beweging van groepen, betrokken bij het netwerk van de campagne, worden ondersteund door een aanbod van ontmoetingsdagen, en beleids- en studiedagen. In de afgelopen drie jaar wordt hierin veel samengewerkt met de Stichting Sjakuus, die elk jaar meerdere regionale dagen houdt. De EVA-ontmoetingsdag van oktober 2003 en februari 2005 richten zich op de vrouwen, omdat armoede vooral vrouwen treft. In de afgelopen vijf jaar is het aantal eenouderhuishoudens met jonge kinderen gestegen van 380.000 naar 440.000. Op beide dagen is het werkboek 'Als je er alleen voor staat' uitgedeeld (7).

7. M. Kuijs, 'Als je er alleen voor staat. Een methodisch werkboek voor EVA-groepen', Arme Kant van Nederland/EVA, maart 2002, 750 exemplaren.

In de afgelopen drie jaar zijn er aparte initiatieven ondernomen rond armoede en kinderen, o.a. in het aanreiken van een denktank Armoede, die een advies heeft uitgebracht aan het kabinet (8). Bij elke bijeenkomst van het regioberaad staat een thema op de agenda, dat tevens vormend en toerustend is voor de vrijwilligers in het netwerk.

8. De denktank armoedebestrijding is in de loop van 2003 geïnstalleerd en op 14 september 2004 is het eindverslag 'Doen en meedoen' aangeboden aan staatssecretaris Van Hoof van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het boekje bevat aanbevelingen om de participatie van kinderen en jongeren uit arme gezinnen te vergroten.

En om aan te geven dat niet alles kommer en kwel is, wordt elk jaar onder auspiciën van de werkgroep het Smartlappenfestival georganiseerd. Spontane koren uit de anti-armoedebeweging bezingen hun situatie met een lach en een traan. In november 2005 viert de werkgroep dat het EVA-koor in de afgelopen vijftien jaar actief is geweest in de vele grote activiteiten van de campagne en tijdens het Smartlappenfestival (9).

9. P. de Bie, H. Crijns, H. Rückert, K. Blanksma en L. Nijland (redactie), 'Smartlappen en Bondgenootschappen.Jubileum uitgave Landelijk EVA-Dienstbodenkoor 1990-2005', Arme Kant van Nederland/EVA, november 2005, 250 ex.

Een belangrijk probleem in de afgelopen drie jaar vormt de vermindering van het aantal betrokken mensen en de veroudering van de actieve mensen (zowel bij kerken als bij ervaringsdeskundigen). Er is een erosie aan te wijzen in de beweging van kerken en in die van zelforganisatiegroepen. De hiermee samenhangende financiële problemen van de kerken verminderen de mogelijkheden tot bondgenootschap, serviceverlening en ondersteuning. Er is bijvoorbeeld binnen de kerken een afname van de regionale infrastructuur van kadermensen aan te wijzen.

Als gevolg hiervan is de frontoffice-functie van de landelijke werkgroep (gecombineerd met het secretariaat van arbeidspastoraat DISK) sterk toegenomen. Het secretariaat vangt alle vragen op en verwijst bij verzoeken om hulp door naar het plaatselijke netwerk in de kerken of naar het lokale maatschappelijke werk. De vraag naar informatie leidt tot veel bestellingen. Journalisten en media, scholen en organisaties vragen voortdurend om informatie. In de afgelopen drie jaar is deze dienstverlening in aantallen sterk toegenomen: van 10.000 keer per jaar in 2003 (of 38 keer per dag) naar 12.000 (46 keer per dag) in 2004 naar 14.000 (53 keer per dag) per jaar in 2005.

De activiteiten om informatie, bewustwording, aanklacht rond de gevolgen van verarming over te brengen in de samenleving zijn meestal succesvol. Conferenties, werkboekjes, boekjes met verhalen van mensen , artikelen, aandacht in de media kennen hun eigen publiek en doorwerking. Al die activiteiten hebben er mede toe bijgedragen dat ook in de afgelopen drie jaar armoede als probleem in Nederland (her)ontdekt is (10).

10. M. van Dodeweerd en E, Schwarz, 'Het keurslijf van de uitkering. Elf vrouwen over perspectieven op betaald werk', Arme kant van Nederland/EVA, februari 2005, 750 ex.

De activiteiten om kerken bij verarming en verrijking te betrekken zijn meestal ook succesvol. Het gaat wat op en neer, maar er is in de activiteiten van alle kerken de afgelopen drie jaar voortdurend aandacht en betrokkenheid voor verarming en sociale uitsluiting aan te treffen. Het uit zich in beleidsmatige uitspraken, geschriften en een toenemende diaconale aandacht.

Mede door de campagne is die aandacht ook verbreed naar de economische kant van het probleem, de milieukant en de derdewereldkant en de kant van de globaliserende economie. De samenwerking met arbeidspastoraat DISK is hier van belang.

Bewustwording verbreden
Het derde doel geeft aan "deze bewustwording te verbreden door discussies met andere instituten en sectoren buiten de kerken, zoals politieke partijen, werkgevers, werknemers, banken, pers, enzovoorts".

De activiteiten naar bedrijven en overheid laten matig wisselende resultaten zien. In tijden van opgaande conjunctuur verdwijnt de armoede pijlsnel uit het bewustzijn van deze sociaal-economische beleidsmakers. In tijden van neergaande conjunctuur is de armoede weer in beeld, en vooral als kostenpost voor de overheid. Bedrijven ontslaan immers gewoon mensen met als doel weer rendabele cijfers te krijgen. De overheid vangt het beroep op sociale zekerheid en voorzieningen op met grootschalige bezuinigings- en hervormingsoperaties. Het is niet eenvoudig om in dit proces verandering aan te brengen.

De kerkelijke campagne heeft in de afgelopen drie jaren meermalen publieke debatten wakkergeroepen. De accenten liggen in het zichtbaar maken van de hulp die kerken geven en in het stem geven aan de betrokkenen zelf. Vooral in de media (TV, kranten, radio) is een golfbeweging te zien rond items die met armoede te maken hebben. Sommige kranten leggen dossiers aan of geven specials uit. De werkgroep vervult een servicefunctie in deze publiciteit en veel mensen, die in de campagne meedoen, zijn regelmatig te beluisteren, te bezien of te lezen in de media (11).

11. Zie als eerste voorbeeld het boek ‘Tussen recht op inkomen en plicht tot werken. Op zoek naar de achtergronden van de Wet Werk en Bijstand’, Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid, 2003, 1000 exemplaren. Zie als tweede voorbeeld het boek ‘Omwegenom. De strijd gaat voort. De anti-armoedebeweging zoekt antwoorden op de verdunning van het sociale’, Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid, oktober 2005, 1000 ex, met 20 voorbeelden van lokale projecten. In beide boeken hebben leden van de landelijke werkgroep en het netwerk sterk geparticipeerd.

Geslaagd is de netwerkvorming in de anti-armoedebeweging, zoals die vorm heeft gekregen binnen de Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid, waarbij inmiddels meer dan vijftig organisaties zijn aangesloten. Leden van de werkgroep vervullen binnen dit netwerk een aantal functies: het ondersteunen van het kerkelijk deel van het netwerk en het versterken van ideeën en voorstellen uit het netwerk naar kerken en politiek-maatschappelijke organisaties. Daarnaast wordt er hard meegewerkt aan de voorbereiding van het gestructureerd overleg met overheden (ministers, gemeenten en provincies) dat sinds 2002 elk najaar heeft plaatsgevonden. In deze campagneperiode hebben de kabinetten Balkenende I en II een aanzienlijke reorganisatie en bezuiniging van de sociale zekerheid en sociale voorzieningen ingezet. Met name in het beïnvloeden van het wetgevingsproces rond de Wet Werk en Bijstand en rond de Wet Maatschappelijke Ondersteuning is veel werk gestoken. Ook is veel werk gemaakt van het informeren van kerken en de mensen die het betreft . Het samenwerken in een netwerk van politieke lobby blijkt een belangrijke impuls te geven aan het oecumenische kerkelijke werk.

Geslaagd is eveneens de samenwerking binnen het Platform Economische Gerechtvaardigheid (met Justitia et Pax, FNV, Raad van Kerken en elk jaar enkele andere partners), met elk jaar een 1 Mei Conferentie. Van elke Conferentie is een verslag gemaakt, dat nadien aan de deelnemers en binnen de participerende organisaties verspreid is (o.a. ook digitaal). De oplage van deze verslagen is gemiddeld 650 exemplaren. Op de Conferenties van 2003 is het thema 'Waarden en sociale samenhang'. Er doen 250 deelnemers mee en de inleidingen worden nadien gebundeld in het boek 'Waarden en sociale samenhang' . In 2004 is het thema 'Ethiek voor rijk en arm' en er doen 180 mensen mee. In 2005 is het thema 'Arbeid, levensloop en solidariteit tussen jong en oud' en er participeren 130 mensen. Bijzonder is dat op deze Conferentie is samengewerkt met Hogeschool De Horst in Driebergen met het oog op het bereiken van jongeren (12).

12. Maarten Baltussen, Jan Schrauwen, Hub Crijns (redactie), e.a., 'Waarden en sociale samenhang. Een studie in sociale ethiek in vervolg op de 1 Mei Conferentie 2003', DISK Studiereeks 38, landelijk bureau DISK, april 2004, 650 ex.

In de jaren 2003, 2004 en 2005 hebben de kerkelijke groepen ook meegedaan met protest-demonstraties en protestmanifestaties tijdens Prinsjesdag. Elk jaar hebben kerkelijke sprekers hun bezorgdheid geuit over de uitholling van het beschermende vangnet van voorzieningen en de eenzijdig bij de arme kant neergelegde bezuinigingen. De oktoberdemonstratie van de vakbonden in 2004 was ook voor de arme kant een belangrijke actiedag. De werkgroep heeft meegedaan aan de manifestatie van 'Keer het Tij' en reikte een duizendtal folders uit met een kort manifest.

De landelijke overheid heeft in de afgelopen drie jaar veel van de sociale wetgeving en voorzieningen gedecentraliseerd naar de burgerlijke gemeente toe. De afgelopen jaren is werk gemaakt van netwerkvorming, ondersteuning en toerusting van lokale groepen, samen met de Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid. Het streven is ook lokaal Sociale Allianties op te richten. Maar ook door de werkgroep alleen zijn op dit punt activiteiten ondernomen. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 is in november 2005 de handreiking 'Machiavelli en de minima' gepresenteerd, die verschenen is in een oplage van 750 ex.

Bevorderen van alternatief sociaal-economisch beleid
Als vierde doel staat aangegeven "het stimuleren tot het ontwikkelen van alternatieve beleidsvisies op sociaal-economisch terrein, op het gebied van arbeid en zorg, bij de ontwikkeling van het stelsel van sociale zekerheid, en de regelgeving voor uitkeringsgerechtigden, enzovoort."

Welk succes heeft de arme kant van Nederland en de kerkelijke campagne geboekt in het mainstream sociaal-economisch beleid? De kerkelijke campagne hanteert al jaren als tegenwicht tegenover de heersende visie van participatie in de samenleving door 'Werk, werk, werk' het uitgangspunt dat mensen burgers zijn in Nederland en dat participatie aan de samenleving meer betekent dan alleen betaald werk doen. Opvoeden, zorgen voor je familie, vrijwilligerswerk doen, mantelzorgen, verbindend werk doen tussen mensen in de buurt is net zo belangrijke participatie als betaald werk. Feitelijk maakt dit 'schaduwwerk' de formele economie mogelijk. Vanuit hetgeen mensen zelf aangeven als hun verwachtingen, dromen, mogelijkheden en vaardigheden zijn steeds alternatieven aangedragen. In de kerkelijke inbreng in het publieke debat rond armoede is als belangrijke toonzetting steeds te horen de extra aandacht voor onbetaald werk, zorg, vrijwilligerswerk, mantelzorg, en is nagedacht hoe dit beloond kan worden via een basisinkomen, participatie-inkomen, vrijwilligersinkomen, zorginkomen, enzovoort (13).

13. H. Crijns, 'Visies op participatie in arbeid, zorg en inkomen', in: jubileumnummer 'Beschouwingen over het democratische gehalte van de samenleving' van Tijdschrift voor Arbeid en Participatie (TAP), Jan van Arkel Utrecht, 2003, pag. 21-48.

Er is weinig succes geboekt in het in gang zetten van een alternatief sociaal-economisch beleid rond onbetaalde arbeid, zorg en vrijwilligerswerk, alhoewel daar wel vaker door de politiek naar geluisterd is: eind jaren tachtig, medio negentig, medio tweeduizend. In de sociale zekerheid is wel een succes aan te wijzen. In de Wet Werk en Bijstand zit voor burgerlijke gemeenten beleidsruimte ingebouwd om met de uitgeslotenen van betaald werk andere afspraken te maken rond onbetaald werk, zorgwerk en vrijwilligerswerk. Sinds de hernieuwde belastingwetgeving van 2001 zitten elementen van een categoriaal basisinkomen in het systeem ingebouwd.

De armen zelf dragen in het mainstream-beleid ook bij aan economische resultaten, maar dan wel voor anderen dan henzelf, vooral door middel van de grootschalige reorganisaties van sociale zekerheid en gezondheidszorg. Door de behaalde bezuinigingen dragen de armen bij aan lagere kosten in de collectieve sector, het stoppen van de economische neergang en een herstel van de economisch groeicijfers. De armen dragen ook bij aan resultaten doordat ze ingezet wordt als arbeidsreserve en daarmee als ademveld rond de op- en neergang van het economisch proces.

Motivering voor nieuwe mandaatperiode

Op 1 januari 2006 start de nieuwe mandaatperiode van de werkgroep, onder de titel 'Waardigheid in solidariteit'. Deze campagneperiode strekt zich uit over de jaren 2006, 2007 en 2008. De werkgroep meent dat er goede redenen zijn voor deze voortgezette en geïntensiveerde inzet vanuit de kerken tegen verarming en verrijking.

De afgelopen jaren is de armoede in Nederland toegenomen en geïntensiveerd. Nieuwe landelijke cijfers over armoede zijn niet voorhanden (14), maar de slechte economie van de laatste jaren is een slechte voorbode. Het Sociaal Cultureel Planbureau raamt dat in 2004 het aantal mensen met een laag inkomen weer gestegen is tot 11% van de bevolking (15).

14. Het SCP brengt om de 2 jaar een armoedemonitor uit en in tussenliggende jaren een armoedebericht. Hierin staan de laatste cijfers over armoede in Nederland. In 2004 is het armoedebericht echter niet verschenen. Eind november 2005 is verschenen de 'Armoedemonitor 2005'.
15. Thijssen en Wildeboer Schut, 'Armoede in hoofdlijnen', in: C. Vrooman, H.-J. Dirven, S. Hoff, G. Linden, 'Armoedemonitor 2003', SCP, Den Haag, 2003, pag. 9-28.

Gemeentelijke onderzoeken naar armoede bevestigen dat beeld. In Amsterdam steeg het aantal huishoudens onder de armoedegrens (minder dan 105% van het wettelijk sociaal minimum) in 2003 met 0,4% tot 17,7% (16). Hetzelfde verhaal in Utrecht. In 2003 bedroeg de stijging daar 0,5% (17). Het aantal armen blijkt weer toe te nemen.

16. Sociale Dienst Amsterdam, 'Om arm Amsterdam. Amsterdamse armoedemonitor', gemeente Amsterdam, 2004, p. 7.
17. Bestuursinformatie gemeente Utrecht, 'Armoede monitor Utrecht 2003. Doelgroep, bereik en effectiviteit van het Utrechtse minimabeleid', Gemeente Utrecht, 2003, p. 14.

De ervaringen opgedaan binnen de oecumenische kerkelijke campagne tegen verarming bevestigen dit beeld. Waar enkele jaren nog volop gediscussieerd werd over helpen en het waarom van helpen - waarbij vooral de beschermende taak van de overheid voor armen en kwetsbaren werd belicht - is die fase nu voorbij. Er is zoveel aanwijsbare nood, zoveel zichtbare kwetsbaarheid, dat er - met een verwijzing naar de parabel van de barmhartige Samaritaan - niet aan voorbij gelopen kan worden. Tegelijk heeft de landelijke campagne in de afgelopen drie jaar vooral gestimuleerd dat naast het helpen, het doen van barmhartigheid, het protest opklinkt, waardoor gerechtigheid bereikt kan worden. Geen eenvoudige opgave voor kerken, waar zich een eigen cultuur en werkhouding heeft ontwikkeld van in stilte het goede doen.

Evenzo, en bijna paradoxaal, is de verrijking in Nederland in de afgelopen jaren toegenomen. In Nederland nemen sinds 1990 de inkomensverschillen sterk toe. Vooral als gevolg van het steeds verder uit elkaar lopen van lonen en uitkeringen. Ook de inkomensverschillen tussen werkenden zijn groot. Twintig jaar geleden verdiende de gemiddelde bedrijfsdirecteur zeven minimumlonen. Dat zijn er nu twaalf. Bij zestig Nederlandse bedrijven ontvangen de directeuren gemiddeld meer dan een miljoen euro jaarsalaris. Tien jaar geleden was dit het geval bij 12 bedrijven. De directies van bedrijven zijn de laatste tien jaar in salaris vooruit gegaan met sprongen van 6 tot 30% per jaar, gemiddeld zo'n 13%. De rijkste 5% van de Nederlandse bevolking bezit thans 56% van het totale privé-vermogen terwijl de armste 75% slechts 11% bezit. De rijkste 1% bezit 25% van de vermogens. Deze verdeling wordt elk jaar onevenwichtiger (18).

18. Hub Crijns, 'Inleiding seminar 'Sociale uitsluiting, verarming en verrijking in Nederland' op het Nederlands Sociaal Forum, Amsterdam, 27 november 2004.

In de kerkelijke wereld en bij de beweging van arme mensen zijn voortdurend wisselingen gaande. Actieve mensen gaan, bijvoorbeeld in diaconieën en werkgroepen, en nieuwe mensen treden aan. Het inwerken van deze actieve mensen, het overdragen van kennis en geschiedenis, het blijven volharden in ondersteuning geven aan de kerken en het netwerk is een voortgaande taak. Een bijzonderheid vormt het gegeven dat door de mindere aantallen leden van kerken ook hun eigen economie terugloopt. Op de diaconale en missionaire infrastructuur is de laatste drie jaar stevig bezuinigd. Ook binnen het netwerk van arbeidspastoraat DISK. Er is een noodzaak om vanuit een landelijk punt ondersteuning te kunnen bieden.

Bezuinigingen van de overheid op het sociale middenveld hebben eveneens bressen geslagen in het netwerk van bondgenoten en samenwerkingspartners. De gegroeide Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid verliest daardoor in 2006 een tiental organisaties. Ook dit is een noodzaak om binnen de kerken een eigen ondersteuningspunt te hebben.
De landelijke werkgroep Arme kant van Nederland/EVA en het landelijk bureau DISK hebben een bekendheid opgebouwd, die zich uit op twee punten. De vele publicaties en uitgaven zijn na enige tijd allemaal verspreid in het land (er blijven geen stapels papier over). De afgelopen jaren is de vraag- en servicefunctie sterk toegenomen. Je kunt daarin niet afhaken.

En tenslotte is er het theologische argument. Van oudsher hebben kerken vanuit het dubbelgebod van God en de naaste liefhebben een opdracht gekregen naar de medemens om te zien. Vooral de medemens in nood. Alle boeken van de Bijbel vertellen over hoe de Joodse stammen en de eerste christengemeenten aan die opdracht gevolg hebben gegeven. In de diaconale geschiedenis van de kerken zijn telkens inspirerende voorgangers en vernieuwingsbewegingen te zien, die aan het gebod tot naastenliefde nieuwe invulling geven. Met name en vooral als de kerk zich te zeer heeft verbonden met de bezittende klasse en macht. Als de sociale nood groeit in eigen land, als zowel verarming als verrijking toenemen, dan blijft het christenplicht om hiermee bezig te zijn (19).

19. H. Crijns, W. Elhorst, Pl. Robbers-van Berkel, L. Miedema, H. Nordegraaf, H. van Well en E. van der Panne (eindredactie), 'Barmhartigheid en gerechtigheid. Handboek Diaconiewetenschap', Kok Kampen en landelijk bureau DISK, maart 2005-2, met name hoofdstuk vier 'Tegendraads: markante mensen met mededogen'.

De Nederlandse Bisschoppenconferentie zegt dit aldus: "In de strijd tegen uitsluiting en armoede moeten onze inspanningen erop gericht zijn dat iedereen naar vermogen deel kan nemen aan de samenleving. Het realiseren van die participatie vraagt dat we bereid zijn om de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen. De katholieke sociale leer spreekt hier van het beginsel van de subsidiariteit. Dat behelst enerzijds dat iedere mens en organisatie de mogelijkheid moeten hebben verantwoordelijkheid voor zichzelf en het algemeen welzijn te nemen. Anderzijds houdt dit in dat waar mensen of groepen die verantwoordelijkheid niet waar kunnen maken, anderen - personen, groepen of overheden - geroepen zijn tot solidariteit." (20)

20. De Nederlandse Bisschoppenconferentie, 'Van uitsluiting en armoede naar solidariteit en gerechtigheid', Vastenbrief 2004, Utrecht, pag. 3.

De projectgroep ziet een duidelijke meerwaarde in het samenwerken in oecumenisch verband, zoals dat steeds gebeurd is via de opdrachtgevers Raad van Kerken in Nederland en Arbeidspastoraat DISK. Een gebundelde inzet in een breed kerkelijk verband is effectiever dan versnippering van activiteiten in de verschillende kerken.

Met deze wetenschap en gegeven de resultaten van de voorbije drie jaar heeft het bestuur van Arbeidspastoraat DISK besloten tot een nieuw mandaat voor drie jaar. Ook de Raad van Kerken in Nederland geeft mandaat voor het beleidsplan 'Waardigheid in solidariteit', voorlopig voor het jaar 2006 - lopende de discussie over koers en toekomst van de Raad zelf - met een principe-bereidheid het mandaat ook voor 2007 en 2008 te verlengen (21).

21. 'Beleidsplan 2006-2008. Waardigheid in solidariteit. Oecumenische campagne tegen verarming en verrijking', Werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA, juli 2005. De Raad van Kerken heeft in november ingestemd met het nieuwe beleidsplan en evenals het bestuur van DISK een mandaat verleend voor een nieuwe periode van drie jaar.

Klik hier om het beleidsplan 'Waardigheid in solidariteit' te downloaden (pdf-bestand van 420 kb).

Werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA en Hub Crijns
's-Hertogenbosch, 20 oktober 2005.

home