home

PROJECTEN

BEROEP EN BEZIELING

"Het moeilijke en onbegrijpelijke fascineert mij"

Interview: Katinka broos
Redactie: Esther van der Panne

An Zomer: “Ik ben nooit op zoek geweest naar de bajes, maar de bajes heeft mij gevonden.”An Zomer werkte 32 jaar in het onderwijs. Na een studie theologie werd ze geestelijk verzorger in een huis van bewaring. Ze werkte met heel veel plezier in het onderwijs, maar in het pastoraal werk in de bajes bleek ze helemaal op haar plek. Met mensen omgaan, daar ligt haar hart.

Hoe zou je het gezin typeren waar je uit komt?

“Ik heb een heerlijke jeugd gehad in een groot gezin. Mijn vader was streng maar rechtvaardig. Mijn moeder kon heel goed een groot huishouden aan, ze was een goede organisatrice. Het was een warm nest, wij mochten kind zijn en wij mochten spelen. Er was te eten en te drinken, vriendjes en vriendinnetjes konden altijd binnenkomen.”

Hebben je ouders je ook gestimuleerd met je opleiding of in de keuze ervan?

“Mijn moeder had mij graag thuis gehouden denk ik, voor het vele werk, maar mijn vader zei: ‘Ook zij mag studeren.’ Het ging hem erom dat je onafhankelijk was: je weet nooit wat er in je leven gebeurt, zorg dat jij je eigen geld kan verdienen. En hij zei altijd: ‘Het maakt me niet uit wat je wilt worden, al word je putjesschepper, als je maar een goede putjesschepper wordt.’”

Toen heb jij zelf gekozen voor de kweekschool?

“Nee. Toen ik de ULO af had, wist ik niet wat ik worden wilde. Mijn vader zei: ‘Dan gaan we maar eens op de kweekschool in Amersfoort praten.’ Ik was namelijk áltijd bezig met kinderen uit de buurt – schooltje aan het spelen of spelletjes aan het doen of speurtochten aan het uitzetten. De zuster van de kweekschool vroeg: ‘Houdt ze van kinderen?’ ‘Ja’, zei mijn vader, ‘ze speelt altijd met de hele buurt.’ ‘En denkt u dat ze de opleiding aankan?’ ‘Dat is ook geen probleem’, zei hij. ‘Dan zit ze hier goed’, zei ze. Dus toen zat Annie op de kweekschool.
Toen ik klaar was met de hoofdakte ben ik op een school in Utrecht gaan werken, daarna in De Bilt en toen op de lomschool in Leidschendam.”
 
Wat bracht je ertoe om van het gewone onderwijs naar het speciaal onderwijs te gaan?

“Het moeilijke, het onbegrijpelijke fascineert mij, daar wil ik wat mee. Dat is in mijn hele leven een rode draad. Dus toen ik op de basisschool moeilijke kinderen ontmoette die ik niet begreep, dacht ik: ik wil daar meer van weten. Vanwege het praktisch belang dat je met pedagogiek die onderwijsloopbaan kon voortzetten, heb ik orthopedagogiek MO-A gestudeerd. En toen ik dat gedaan had, dacht ik: nou wil ik er wat mee.
In die tijd ben ik in een leefgroep gaan wonen in Oegstgeest. Op een woensdagmiddag ben ik alle lomscholen in die omgeving af gaan bellen of er in de toekomst misschien een baan was. In Leidschendam kon ik komen en daar heb ik twintig jaar les gegeven.
De laatste acht jaar daarvan heb ik in deeltijd theologie gestudeerd.”

Waarom ben je theologie gaan studeren?

“Ik denk dat het belangrijkste was dat ik op mijn zeventiende geraakt ben door het hogere, met de vraag: kom maar in mijn dienst werken. Daar heb ik heel veel mee geworsteld. Ik heb diverse verkeringen gehad om te bewijzen dat het niks voor mij was, dat ik gewoon wilde trouwen. Pas in diepe wanhoop heb ik ervaren dat het een uitnodiging was en geen verplichting. Toen heb ik ja gezegd en ben ik gaan zoeken naar de vorm. Ik kwam de lekeninstituten tegen en dacht: je kunt je als leek toewijden, in de wereld blijven maar vanuit een diepere inspiratie. Zo ben ik lid geworden van het seculier lekeninstituut Laetare.
Later kwam ik tot de ontdekking dat God het goed gezien heeft. Zo’n huwelijk, daar was ik uitgeknapt. Ik heb gewoon veel ruimte nodig.
Dat geloof en die spiritualiteit heeft me in mijn leven veel bezig gehouden. Dus toen een vriendin van mij vertelde dat ze een deeltijdopleiding theologie deed in Amsterdam en dat je dan pastoraal werk kon gaan doen, dacht ik: dat is het ultieme beroep. Om met mensen om te gaan en dan óók nog dat stukje van je geloof daarin te passen, dat leek mij de meest ideale combinatie.
Toen ik theologie ging studeren, wist ik dat ik er iets mee wilde gaan doen, maar wát, dat wist ik niet. Mijn supervisor heeft me het idee aan de hand gedaan om in een bajes te gaan werken. Ik zei: ‘Je hebt een gaatje in je hoofd. Kan ik mijn aandacht, mijn inzet, mijn energie aan die rotzakken gaan geven.’ Toen zei hij: ‘Meissie, als er een boef naast jou zit, zal het jou geen barst interesseren wat hij gedaan heeft, maar dan is het een medemens voor je. Dus dat is jouw plek.’ Twee jaar later liep ik als pastor in de bajes.
Ik heb nog steeds het gevoel: ik ben nooit op zoek geweest naar de bajes, maar de bajes heeft mij gevonden. Ik heb er tien jaar met hart en ziel gewerkt. Het is weer, als je mijn levensloop bekijkt: het niet gewone, het moeilijke daagt mij uit om me ervoor in te zetten.”

Is dat ook waarom je niet in een gewone parochie wilde werken?

“Ja. De mensen die daar in die kerk zitten, redden het toch wel. Hoe is het met de mensen in de marge of die daarbuiten vallen? En ten tweede: ik had niet zo’n zin om elke avond met vergaderingen bezig te zijn, met beleid en toestanden en fusies en weet ik wat allemaal. Ik wil met ménsen aan de slag. Daar ligt mijn hart. Dat was op school al zo. Ze hebben mij een paar keer gevraagd of ik niet hoofd van de school wilde worden. En dat wou ik dus niet. Ik wil het veldwerk.”

Bij dit project wordt bezieling gekoppeld aan beroep. En ik meen te horen, als jij het over bezieling hebt, dat jij meteen aan je bajeswerk denkt.

“Ja, maar ik was daar natuurlijk ook geestelijk verzorger. Dan ligt het heel dichtbij om dat te denken. Alhoewel: als ik niet die stem gehoord had dat ik in zijn dienst moest gaan werken en ik had mijn hele leven in het onderwijs gezeten, dan had ik die bezieling daar ook gehad. Dat komt doordat ik van mensen houd en met name van kinderen. Ik word geboeid door mensen. Waarom doen ze wat ze doen? Wat zit erachter, wat leeft er aan gedachten en gevoelens?”

Kun je een gebeurtenis noemen op school, waarvan je dacht: nu merk ik dat ik iets van mijn bezieling kwijt kan hier?

“Ik denk dat het in je houding zit. Ik vond het altijd weer een uitdaging om op een leuke manier les te geven, om die kinderen die moeilijk in hun vel zaten toch een beetje plezier in die school te laten hebben. Ik deed spelletjes met ze en ik deed stoeilessen om ze te leren hoe ver ze konden gaan met hun lichamelijke kracht. En als er eentje woensdagmiddag moest blijven, zei ik bijvoorbeeld: je mag pas naar huis als je van mij gewonnen hebt met tafeltennis. Vervolgens kreeg ik die jongen nooit meer weg op woensdagmiddag.
Als je kinderen zo ver kan krijgen dat ze vanuit een interne motivatie aan het werk gaan, dan had ik lol. Dat gaf mij energie, dus dat gaf mij heel veel terug. Het lukte natuurlijk niet altijd, maar ik vond het gewoon leuk om steeds opnieuw dat spel aan te gaan.”

An Zomer: “Ik wilde niet een mooi glad kruisbeeld om mij te inspireren, maar een werkbeeld om mij steeds wakker te houden dat ik een taak heb hier op aarde.”Bepaalde het werk ook voor een deel je leven?

“Ja, voor een groot deel. Ik ben een dikke vette perfectionist, dus het kan áltijd beter. En als je dan ook nog leuke ideeën krijgt om die kinderen te verrassen met een spel, dan ging ik dat natuurlijk gewoon zitten maken.
Ik heb keihard gewerkt. Zo zelfs dat vrienden zeiden dat ik mijn sociale contacten verwaarloosde en de familie vond dat ik veel te weinig met ze optrok. Vooral omdat ik het werk zo leuk vond of toch vond dat het moest gebeuren. Ze dachten dat het beter zou worden als ik met pensioen ging, maar dat is niet gelukt.”

Maar zag je werk wel als werk?

“Af en toe voelde het gewoon als een uit de hand gelopen hobby en ik werd er nog voor betaald ook. Zo. Je hebt natuurlijk mensen die elke dag met tegenzin naar hun werk moeten, omdat er brood op de plank moet. Nou, dat heb ik nooit gehad. Ik heb wel gehad dat het werk, of eigenlijk alles bij elkaar, als veel te veel aanvoelde. Daardoor ben ik een jaar gevloerd geweest, geestelijk en lichamelijk.”

Is het belangrijk om een grens tussen privé en werk te leggen?

“Ja, scheiding moet er zijn. Aan de andere kant heb ik de laatste jaren gemerkt dat je het niet zo hoeft te scheiden als je het anders aanpakt. Als 150 procent plichtsgetrouw, verantwoordelijk, continue werkend perfectionist moet je werk en privé hartstikke scheiden, want anders word je helemaal gek. Maar op het eind van mijn loopbaan liep dat veel meer door elkaar en heb ik toch relaxter gewerkt. Na mijn ziekte ben ik gaan werken op maandag, woensdag, vrijdag en zondag. Ik zei toen gemakkelijker: ik ga vanmiddag eerder weg, of ik blijf die andere dagen langer of ik kom op mijn vrije dag terug. Het switchte veel meer, terwijl ik natuurlijk best nog ruim over mijn uren heen kwam.
Het was ook relaxter omdat ik het werk anders aanpakte. Aanvankelijk wilde ik twintig dingen op een dag doen en die moesten af. Later dacht ik: dit is mijn lijst, dit zijn mijn prioriteiten en ik zie wel hoe ver ik kom. Dan bleek soms dat ik meer deed dan wanneer ik voor mezelf per se die lijst af moest hebben.”

Je hebt het wel heel lang volgehouden.

“Ja, tot mijn zesenvijftigste. Want toen zei het lijf: ik doe niet meer mee. Dus die houding moest écht veranderen. In een 36-jarige loopbaan ben ik één keer thuisgebleven vanwege een dubbele longontsteking en één keer vanwege een gescheurde spier in mijn heup, verder nooit. Ik had wel griep, maar toen vond ik het de moeite niet waard om thuis te blijven. Tegenwoordig weet ik dat griep wil zeggen: het lijf wil even rust. En daar luister ik naar. Maar sinds ik op 62-jarige leeftijd gestopt ben met werken, heb ik geen griep meer gehad.”

Je was heel veel aan het werk en je studeerde ook nog. Heb je daarnaast nog iets gedaan, hobby’s bijvoorbeeld?

“Nee, ik had niet zoveel tijd. Op een gegeven moment stond ik voor de klas en studeerde theologie; ik moest stage lopen en tentamens doen en stageverslagen schrijven en ik moest bij de bestuursvergadering van de parochie zijn, daarnaast allerlei taken voor Laetare uitvoeren... Zat mensen hebben gezegd: ‘Ik weet niet hoe jij dat in die periode allemaal gedaan hebt.’ Dat weet ik zelf ook niet zo goed. Ik deed het gewoon. In die periode was er dus nauwelijks tijd om iets anders te doen. Dan moet je het wel leuk vinden, want anders knap je natuurlijk al veel eerder af.”

Maar als je familie of vrienden zeiden: ‘We zien je nooit’, wat vond je daar dan van?

“Ik weet niet hoe ik het anders moet doen. Mensen hebben mij daar niet in kunnen veranderen. Bij huwelijken en begrafenissen was ik er natuurlijk wel. We hebben nog steeds een hele goede familieband en als het nodig is kunnen we feilloos op elkaar vertrouwen.
Vrienden heb ik zat, in alle soorten en maten en gradaties. Toen ik ziek werd, heb ik tweehonderd mensen een brief gestuurd dat ze even geen initiatief van mij moesten verwachten. Anders voelde ik me schuldig. Ik stuurde tweehonderd verjaardagskaarten per jaar.
Waar ik mijn hele leven mee worstel, is dat ik een heel actief mens ben, maar er is ook een hele stille kant in mij. Die stilte en die rust heb ik nodig om beter te luisteren naar impulsen van binnen. Ik wil heel graag zelf alles in de hand houden, de controle hebben en daar heel actief in zijn, maar ik heb ervaren dat het uit handen geven net zozeer bij het leven hoort.
Er heeft ook altijd een soort prestatiedrang in gezeten en perfectionisme. Het is heel belangrijk om dat stuk los te laten en te zeggen: ‘Vertrouw maar dat een aantal dingen je gegeven worden of gebeuren.’ Je moet niet het idee hebben dat het allemaal van jou afhangt. Je moet doen wat je kunt, maar als dat klaar is moet je niet spastisch gaan forceren. Geef het maar uit handen, dan lost het zich misschien wel op. En anders lost het zich nog niet op, maar oké dan. Dat is best een strijd in mijn leven.”

An Zomer: “Ik wil met ménsen aan de slag. Daar ligt mijn hart.” Ervaar je Laetare, het lekeninstituut waar je lid van bent, ook als een soort thuis?

“Laetare was een middel om vorm te geven aan de manier waarop je wilde leven. Dan hoefde je dat niet in je eentje te doen, want dat is een hele klus.
Het is een stukje herkenning van een levenskeus. Wij wonen overal in Nederland en leven als alleengaande, alleenstaande. Elke maand komen we bij elkaar voor bezinningsbijeenkomsten om het spirituele opnieuw te delen, bij elkaar te stimuleren en te verdiepen. Verder leven we apart, als iedere andere vrijgezelle leek, en zijn verantwoordelijk voor eigen doen en laten; zorgen we voor ons eigen levensonderhoud en ouderdomsvoorziening. Dat is een heel andere formule dan wat religieuzen doen in kloosters.”

Heeft Laetare jou geholpen om je werk geïnspireerd te blijven doen?

“Ik denk wel dat het bijgedragen heeft om aandacht en verdieping van het spirituele bij te houden. Je kunt je voorstellen dat ik met alle activiteiten die ik had niet zomaar een dag spirituele boeken of thema’s ter hand zou nemen om me daarin te verdiepen. En dan is de uitwisseling ook nog een ander verhaal. Je slijpt je meningen aan elkaar.”

Door de leeftijd van veel mensen bij Laetare heb jij daar een praktische rol gekregen.

“Op mijn schouders ligt nu wel veel zorg, want ik ben de jongste en de groep wordt kleiner omdat er een heleboel overleden zijn. Ik ben met veel tegelijk bezig: huizen, banken en verzekeringen en toestanden. Daar moet ik orde in scheppen en dat zijn niet de leukste taken. Maar daar ben ik de verantwoordelijke voor, dus dat moet ik gewoon doen. Ik ben liever met mensen bezig. Ik begeleid ook een paar ex-gedetineerden. Daar ligt mijn hart. Die hebben mij weer gevonden. Nou ja, de ene, de ander is nooit weggeweest. Die heb ik uit de bajes meegenomen, naar zijn huis gebracht en die begeleid ik nog steeds. Die noemt mij zijn tweede moeder.
Daar krijg ik ook weer energie en inspiratie uit, dat heb ik altijd gehad in het omgaan met mensen. De roepstem van God is een religieuze spirituele bron, maar er zijn ook heel veel seculiere bronnen, in ontmoetingen met mensen.
Bronnen van inspiratie kunnen voor mij ook boeken zijn. En zoveel meer. Ik houd ook ontzettend van een beetje grasduinen in het boeddhisme en het hindoeïsme. Daar put ik dus ook uit.
Dit is mijn spirituele werkbeeld (zie afbeelding pagina 22). Ik wilde niet een mooi glad kruisbeeld om mij te inspireren, maar een werkbeeld om mij steeds wakker te houden dat ik een taak heb hier op aarde. Daar ben ik over gaan praten met Omer Gielliet, een priester en kunstenaar in Breskens, die toen dit beeld voor mij gemaakt heeft. Hij zegt: ‘Dit is het gezicht van Christus. Het is hier een beetje gebarsten. Wij zijn in het leven ook getekend, dus dat hoort erbij, het is niet alleen maar glans.’ De ogen, verbeeld in een zonnetje en een regendruppel, wat staat voor het leven ‘als een lach en een traan’. Maar wat ik het mooiste vind: je ziet hier twee mensfiguren die het lichaam, het gezicht van Christus dragen. Omer zegt ook: ‘Als wij op aarde Christus niet verder dragen, bestaat hij niet. Als je dat weghaalt, valt alles uit elkaar.’ Dus het moet op aarde gebeuren. En zie je hoe zorgvuldig en teder dat gebeurt? Maar je mag er ook wel bij vloeken hoor. Dat vond ik een ontdekking. Mooi hè?”

Loopbaan in het kort

An Zomer werd geboren in Oudenrijn op 11 januari 1944, als oudste dochter na vier zoons. Na An volgden nog twee zoons en een dochter.
An volgde de Kweekschool en haalde de hoofdakte. Ze werkte van 1964 tot 1976 in het basisonderwijs, daarna tot 1996 in het speciaal basisonderwijs. Naast haar werk in het onderwijs volgde ze (in deeltijd) de MO-A studie orthopedagogiek en later de opleiding tot pastoraal werker. Van 1996 tot 2006 werkte ze als pastoraal werker/geestelijk verzorger in het huis van bewaring in Scheveningen. Sinds 1 juni 2006 is zij gestopt met de betaalde arbeid.
Op dit moment is An als vrijwilliger gemiddeld drie dagen per week actief voor Laetare, een  seculier instituut van leken, die in hun leven het evangelie als leidraad willen nemen. Daarnaast begeleidt ze enkele ex-gedetineerden.
An is (bewust) alleenstaand en alleengaand.

Interviewer Katinka Broos is predikant in het Oude Westenpastoraat. Ook is ze parttime coördinator van de zes wijkpastoraten en gemeentepredikant in Rotterdam.

Terug naar openingspagina Beroep en Bezieling

home