home

PROJECTEN

BEROEP EN BEZIELING

"Je moet wel je stem laten horen"

OndersteBOVEN,
21(2007)4
door Anne Kooi

Jeannine Verhagen-WiersmaJeannine Verhagen-Wiersma is journalist. Aanvankelijk was ze werkzaam op redacties van kranten. Inmiddels heeft ze al bijna twintig jaar samen met haar man een eigen tekstbureau (zie tekstkader aan het eind van dit artikel). In haar werk staat ze soms voor lastige keuzes. Een gesprek over hoe ze daarmee vanuit datgene wat haar bezield omgaat.

In wat voor gezin ben je opgegroeid?

"Een groot gezin met acht kinderen, vier jongens en vier meisjes. Ik ben de achtste in de rij, een nakomertje. Mijn moeder was 41 toen ik geboren werd. Er is vijf jaar verschil tussen mij en het broertje direct boven mij. En met mijn oudste broer verschil ik ruim 17 jaar. Toen ik bijna vijf was, kreeg mijn oudste zus haar eerste kind. Ik ben dus opgegroeid tussen de kleine kinderen van mijn broers en zussen. Een aantal neefjes en nichtjes woonde ook in de buurt. Er was dus altijd aanloop. Heel gezellig!
Minder prettig was dat ik als kind altijd tussen de jongvolwassenen zat. Het was de tijd van de koude oorlog en daar gingen veel van de discussies over. Ik was ook nog jong toen mijn broers en zussen kort na elkaar het huis uitgegaan zijn. Dus ik heb ook een tijdje alleen met mijn ouders gewoond. Dat beviel me eigenlijk ook wel.
Mijn ouders hebben ons vrij streng christelijk opgevoed. Er was een sterk besef van normen en waarden vanuit het christendom. Ze leefden heel sterk met de bijbel en bij het gebed. Dat was het belangrijkste in hun leven. Ze zorgden ook graag voor andere mensen. Ze hadden een open huis voor iedereen. Dat kwam heel duidelijk voort uit hun geloof. Ze gaven ook veel geld aan goede doelen en aan de kerk."

Wat voor werk deden je ouders?

"Mijn vader is technisch hoofdambtenaar geweest bij de gemeente Haarlem. Hij is begonnen met de ambachtschool. Toen hij al een gezin had, heeft hij nog de MTS en HTS gedaan. Mijn moeder heeft er altijd spijt van gehad, dat ze vanwege het overlijden van haar moeder haar opleiding niet afgemaakt heeft. Ze deed een opleiding voor lerares op de huishoudschool. Toen ik een jaar of 12 was, is ze gaan werken als alfahulp. Ze wilde wat bijverdienen, omdat enkele van mijn broers en zussen een studie deden.
Mijn ouders hebben er altijd op gehamerd, dat ook de meisjes een goede opleiding zouden volgen, zodat ze later economisch zelfstandig konden zijn. Alles wat er in zat, moest de kans krijgen. Dat is niet bij iedereen gelukt. Bij mijn oudste zus in eerste instantie bijvoorbeeld niet. Zij is rond haar veertigste weer gaan studeren. Mijn andere zus heeft ook een Hbo-opleiding gedaan, sociale academie; weer een ander is fysiotherapeute geworden en ik heb Hbo journalistiek gedaan."

In hoeverre is het werk van je ouders van invloed geweest op jouw loopbaan?

"Mijn vader was een echte bèta, terwijl ik meer een alfa ben. Ik had meer met de interesses van mijn moeder. Zij was bijvoorbeeld bezig met literatuur en poëzie. Wel vind ik het leuk verhalen over hem te horen. Hij heeft grote projecten berekend voor de gemeente Haarlem. Wat ik verder bijzonder vind aan mijn vader is, dat hij altijd heeft moeten opboksen tegen zijn oudere broers, die allemaal veel hoger opgeleid waren. Op de lagere school zeiden ze over hem: 'Laat die jongen maar naar de ambachtsschool gaan.' Ik denk dat mijn vader dyslectisch geweest is. Er was iets waardoor ze niet zagen wat er wel in zat. Hij heeft zich daarna gewoon opgewerkt door er steeds bij te studeren. Dat vind ik wel heel knap. Het ergerde hem dat wij het allemaal op onze sloffen konden doen.
We hadden allemaal een goede band met mijn vader, maar het kon soms ook flink botsen. Als hij iets zo zag, dan was het ook zo. Hij was bovendien manisch-depressief en is een aantal keer flink ziek geweest. Dat wij meer naar mijn moeder trokken, had ook daarmee te maken. Later in zijn leven is hij veel milder geworden en kon je goede gesprekken met hem voeren."

Waarom ben je de journalistiek ingegaan?

"Ik heb het moeilijk gevonden om een studie te kiezen. Je moet je dan specialiseren in een klein vakgebied. Ik heb mijn beroep dan ook voornamelijk gekozen, omdat ik me juist breed wilde oriënteren. En omdat de maatschappelijke vakken op school mijn warme belangstelling hadden. Maar ook omdat ik heel erg van taal hield en van schrijven. Pas later ben ik gaan zien dat de journalistiek maatschappelijk een heel belangrijke taak vervult."

Wat drijft je nu?

"Zo goed mogelijk mijn werk doen. Dat voorop. En ook dingen aan de kaak stellen soms. Misschien ook wel zo mooi mogelijke verhalen schrijven."

Waarom staat zo goed mogelijk je werk doen voorop?

"Bij ons thuis werd erop gehamerd, dat je moet woekeren met de talenten die je van God gekregen hebt. Je moet laten zien wat er in je zit. Ik ben niet heel erg ambitieus, althans niet in de zin dat ik per se bij de NRC moet werken. Of dat ik een vaste baan moet hebben met dit en dit inkomen. Maar wat ik doe, wil ik wel zo goed mogelijk doen en daar heb ik nog steeds ongelooflijk veel plezier in.
Journalistiek is gewoon een heel boeiend vak. Geen dag, geen verhaal is hetzelfde. En ik ben ook gewoon nieuwsgierig hoe dingen in elkaar zitten. 't Is net alsof je naarmate je ouder wordt, je steeds beter de complexiteit van de maatschappij gaat doorgronden, zonder dat je die echt kan doorgronden. Er zijn nog steeds hele levensgebieden waar ik nauwelijks iets van afweet.
Wat ook heel leuk is aan de journalistiek, is dat je heel veel dingen als eerste weet. Tijdens mijn opleiding was er een beeld: jij ben het mannetje en er staat een grote muur, maar jij staat op de trap en kan over de muur heenkijken. De rest staat beneden en moet van jou horen wat er aan de andere kant gebeurt. Ja, zo is het natuurlijk ook wel; zo voel ik dat tenminste wel."

En wat wil je als journalist aan de kaak stellen?

"Het onrecht in de samenleving, daar moet je je eigenlijk nooit bij neerleggen. Dat is heel moeilijk. Ik besef ook wel, dat je als individu er niet voor kan zorgen, dat grote structuren veranderen. Maar je moet wel je stem laten horen, als er dingen echt faliekant misgaan. Je ziet dingen gewoon misgaan. Zoals dat er veel mensen moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen, terwijl er een economische opleving is. Daar moet iets aan gedaan worden. Of dat mensen in verpleeghuizen amper gewassen kunnen worden, omdat er geen tijd is. Dat in de gezondheidszorg alles wordt afgemeten in cijfers. Sommige sectoren zijn daarvoor gewoon niet geschikt. Aandacht voor mensen kan je niet meten in cijfers. Het kan gewoon niet dat je in 2,5 minuut bij iemand zijn steunkousen aantrekt, zonder dat je een woord wisselt. Dat is zo fout!!
Maar als journalist ben ik niet altijd in de gelegenheid om daarover te schrijven. Ik moet me soms sec bij de feiten houden, omdat ik voor een opdrachtgever werk. Wij zijn geen onderzoeksjournalisten of columnisten. Mensen moeten zich daar dan zelf een mening over vormen."

Waarom heb je je gespecialiseerd in rechtbankverslaggeving?

"Daar ben ik eigenlijk ingerold, omdat Frits dit al heel lang deed. We hebben hier bij de rechtbank natuurlijk ook een aantal grote zaken gehad. Het is bovendien heel boeiend werk. Het verveelt eigenlijk nooit. Want iedere zaak is anders; iedere verdachte is anders. Ik blijf me eigenlijk altijd verbazen. Je hebt natuurlijk zaken van veelplegers die je van tevoren kan uittekenen, maar je hebt ook levens van mensen waarvan je van staat te kijken. Dat je denkt: 'Als ik dit zou hebben meegemaakt, wie zegt dan dat ik niet ook hier gestaan zou hebben?'"

Je hebt ook een boekje geschreven over een rechtzaak?

"Ja, ik heb een boekje geschreven over iemand die onschuldig gevangen gezeten heeft. Voor mij was dat een hoogtepunt. Ik kon namelijk schrijven over iets wat ik al langer zie gebeuren. Het mooie is ook dat het een soort steentje is geweest, dat in een vijver viel. Het heeft een hoop publiciteit over misstanden in de rechtspraak gegenereerd, zoals onlangs in een uitzending van Zembla. Het is een hele grote misstand in Nederland, dat de rechters zich niet méér hoeven te verantwoorden dan nu het geval is over waaróm ze tot bepaalde conclusies komen. Dat hen tijdens hun studie al aangeleerd wordt om zo min mogelijk te motiveren, omdat ze daarop kunnen worden afgerekend."

Wat werkt voor jou inspirerend?

"Positieve reacties van mensen over wie je schrijft of van opdrachtgevers zijn het meest inspirerend. Als ik het gevoel heb, dat ik een goed verhaal geschreven heb en dat dit ook gewaardeerd wordt, dan geeft me dat een gevoel van geluk. En als een verhaal iets teweegbrengt, zoals in het geval van dat boekje."

En wat belemmerend?

"Als je zorgen of verdriet aan je hoofd hebt, bijvoorbeeld in periodes van rouw, is het wel eens moeilijk om je goed op je werk te kunnen concentreren. Aan de andere kant geeft het werk dan ook afleiding, wat weer heel prettig is."

Heeft datgene wat je bezielt in je werk ook met je geloof te maken?

"Ja, ik geloof dat je vanuit de bijbel de opdracht hebt om op te staan tegen onrecht. Als journalist word ik erop afgerekend, dat ik goed met mensen en hun verhalen omga. Je moet je dus altijd bewust zijn van wat je met je publicaties kan aanrichten in de levens van mensen. Soms moet je mensen ook tegen zichzelf beschermen. Dit is iets wat ik me echt vanuit mijn geloof wil voorhouden: 'Je mag mensen niet iets aandoen'.
Zo heb ik onlangs met de advocaat van een verdachte overlegd over de publicatie van allerlei gegevens die tijdens een rechtzaak op tafel kwamen. Weliswaar is die man door zijn detentie goed beschermd, maar als de mensen die nog vrij rondlopen lezen wat er in de kranten staat, kan dit het gevaar voor hem opleveren. Het gezin van die man werd ook bedreigd. Wat doe je dan als journalist?
De verdachte was cateringmedewerker op Schiphol en werd ervan beschuldigd in cateringbakken drugs vervoerd te hebben. Hij geeft toe dit gedaan te hebben, maar hij zegt ook door de organisatie van een drugskartel onder druk gezet en bedreigd te zijn. 'Als ik niet mee zou doen was mijn leven in gevaar. Ik kon niet anders.' Zijn voorganger op die baan is ook vermoord. Ik vond het heel schokkend om te horen dat dit gebeurt. Ik vind eigenlijk dat een onderzoeksjournalist hier eens achteraan zou moeten gaan, want haast niemand durft dit werk op Schiphol nog te doen.
Ik heb uiteindelijk het verweer van de advocaat wel gepubliceerd, omdat ik vind dat dit naar buiten moet komen. Het is een afweging waarbij ik niet alleen het belang van de verdachte let, maar ook het maatschappelijke probleem serieus neem. Het blijft heel dubbel. Of ik er later ook nog zo tegen aankijk, weet ik niet."

Welke waarde staat voor jou centraal?

"Respect voor mensen. En niet over de grenzen van mensen gaan die ze zelf aangeven. Oog hebben voor de omstandigheden waarin mensen zich soms bevinden. Als je 'nee' te horen krijgt het er gewoon bij laten zitten en niet proberen tegen beter weten in. Maar het is moeilijk, want soms heb ik te maken met familie van verdachten die überhaupt niet willen dat er iets in de krant komt. En dat kan natuurlijk niet. Het zijn openbare zittingen. Ik probeer dan altijd uit te leggen: 'Ik doe mijn werk, ik probeer dat zo goed mogelijk te doen'. Ik probeer altijd te voorkomen, dat iemand te herkenbaar is. Dat geldt voor daders en slachtoffers. Voor slachtoffers sowieso. Maar ja, soms willen slachtoffers zelf hun verhaal kunnen doen. En wat ik voor een rechtbankverslag ook heel belangrijk vind, is dat je ook de mening van de verdachte zelf naar voren brengt. Dus niet alleen de mening van zijn advocaat, en zeker niet alleen de mening van justitie."

Praat je ook met anderen over wat je belangrijk vindt in je werk?

"Frits en ik zijn elkaars belangrijkste klankbord. We praten samen veel over ons vak. Dat is heel prettig. We zijn ook allebei belijdende christenen. Dan kan je samen heel veel delen en sta je er niet alleen voor. Soms trekken we samen een lijn in de zin van: 'Daar lenen we ons niet voor!' Bijvoorbeeld bij het verslag doen over moorden waarbij kinderen betrokken zijn. Ons werd eens gevraagd, of we naar de school van vermoorde kinderen wilden gaan om naar reacties te vragen. We hebben dit toen geweigerd. Die manier van journalistiek staat ons niet aan. We vinden dat je mensen op zo'n moment met rust moet laten. Het was een moeilijke beslissing. Niet dat je dan direct helemaal geen opdrachten meer krijgt, maar je krijgt er wel problemen mee.
Verder heb ik goed contact met enkele oud-studiegenoten en met enkele collega's. Daarmee praten we ook over ons werk en over de dilemma's waar we soms voor komen te staan."

Steunt je geloofsgemeenschap je ook hierbij?

"Dat gevoel heb ik zeker. Iedere week leer ik weer van de verkondiging. En in gesprekken met gemeenteleden is er ook ruimte voor uitwisseling van zaken die me bezighouden."

Anne Kooi is predikant-directeur van het Diaconaal Centrum voor het Gevangenispastoraat te Haarlem. Het boekje van Jeannine Verhagen-Wiersma Onterecht zitten… en dan? Narratio, Gorinchem 2006, isbn 13 978 90 5263 802-7, is voor € 7,50 (inclusief verzendkosten) te bestellen bij DCG, Postbus 2368, 2002 CJ Haarlem, telefoon: 023 - 5262166, e-mail: dcg.haarlem@antenna.nl.

omhoog

Loopbaan in het kort

Jeannine Verhagen-Wiersma is in 1964 geboren in Heemstede. Sinds haar huwelijk met haar man Frits woont ze in Haarlem. Samen hebben ze twee kinderen van resp. 17 en 13 jaar.
Na in 1983 haar Vwo-diploma behaald te hebben heeft Jeannine aan de Evangelische School voor Journalistiek in Amersfoort gestudeerd. Al tijdens haar studie is ze begonnen met het op freelance basis schrijven voor de Heemsteedse Courant. Na haar studie heeft ze eerst op een tijdelijk contract bij de afdeling Public Relations van Martinair gewerkt, waar ze eerder ook al stage gelopen had. Maar na drie maanden kreeg ze al een vaste baan aangeboden bij de Heemsteedse Courant. Van 1986 tot 1988 werkte Jeannine bij dit huis-aan-huisblad als verslaggeefster en eindredacteur. Vervolgens is ze gaan freelancen. Samen met haar man, die ook journalist is, heeft ze een eigen tekstbureau. Tot de geboorte van haar eerste kind in 1990 combineerde Jeannine dit nog met een baan als redactieassistent op de stadsredactie van het Haarlems Dagblad. Als freelancer werkt ze vooral voor de stadsredactie van het Haarlems Dagblad, het Noordhollands Dagblad en het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP). Voor het ANP is ze samen met haar man zowel regiocorrespondent als rechtbankcorrespondent. Incidenteel schrijft ze artikelen voor het christelijke vrouwenblad Eva. Ze werkt gemiddeld 25 uur per week als journalist.
Naast haar betaalde en huishoudelijke werk is Jeannine ook actief als vrijwilliger. Vroeger op de basisschool van haar kinderen. Momenteel is ze ouderling in de Protestantse gemeente Haarlem-Centrum, voordien was ze daar al diaken. Ook is ze betrokken bij het gevangenispastoraat in Haarlem. Zo schreef ze het boekje Onterecht zitten... en dan?, een verhaal over wat er met iemand gebeurt die anderhalf jaar onschuldig gevangen zat. In 2000 had Jeannine als verslaggeefster voor het ANP al over de strafzaak geschreven.

omhoog

Terug naar openingspagina Beroep en Bezieling

home