home

PROJECTEN

BEROEP EN BEZIELING

"Het is een kwestie van aanwezig zijn"

Interview: Hans Boerkamp
Redactie: Esther van der Panne

Annelies JonkerAnnelies Jonker doet haar werk als bemiddelingsmedewerkster bij een gastouderbureau met veel plezier. Sturing geven aan gesprekken, dat kan ze goed en vindt ze leuk. Goed kijken, lichaamstaal zien, aansluiten bij de belevingswereld van de ander. In meditatie, energiewerk en een opleiding tot coach ontwikkelt ze haar communicatieve gave. Maar haar gezin is prioriteit nummer één.

Hoe zou je het gezin typeren waar je uit komt?

“Ik weet zeker dat ik liefdevolle ouders heb gehad, die het beste met mij voorhadden. Er waren heel veel leuke, gezellige dingen. Maar daaronder was ook een stroom van onveiligheid, vanwege onvoorspelbaar gedrag van mijn vader en de strakke regels van mijn moeder. Daardoor krijg je als kind het gevoel dat er iets ergs gebeurt als je iets doet wat buiten dat kader valt. Van thuis heb ik vooral meegekregen: ‘Nee, dat kan jij niet.’
Mijn vader kon heel tiranniek zijn. Dan bepaalde hij de sfeer in huis en dat was erg naar. Hij heeft een hele sterke persoonlijkheid. Daar was ik als kind erg van onder de indruk. Ik was wel degene die het beste in zijn buurt kon zijn als hij zo was. Dan ging hij fietsen en ging ik mee, als kind van acht omdat ik dacht: ‘Ik kan hem weer een beetje tot bedaren brengen.’ Mijn vader is ook een heel gevoelig mens. Dus we hadden vaak aan een half woord genoeg.”

Wat voor werk deden je ouders?

“Mijn vader was organisatieadviseur en mijn moeder was onderwijzeres, in het basisonderwijs en later in het speciaal onderwijs.
Mijn moeder kan goed organiseren en op een rijtje zetten. Dat heb ik ook. Ik ben heel praktijkgericht en praktisch ingesteld. Van mijn vader heb ik meer overgenomen hoe hij in het leven staat: zijn filosofische kant en zijn interesse voor religies. Dat vind ik ook erg leuk. Vooral om in gesprek te zijn met andersdenkenden.”

Je bent begonnen met de opleiding voor verpleegkundige in de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Hoe ben je daartoe gekomen?

“Ik had vakantiewerk gedaan op een vakantieboot voor verstandelijk gehandicapten. Toen dacht ik: ‘Dit is zo leuk.’ Waar ik helemaal gelukkig van word, is de eerlijkheid waarmee verstandelijk gehandicapten jou tegemoet treden. Er is geen dubbele agenda, er zijn geen fatsoensnormen. Dat duidelijke vind ik heerlijk.
Je moet natuurlijk wel bepaalde gedragsregels in acht nemen, anders wordt het een losgeslagen bende. En daar ben jij voor als begeleider, om te zorgen dat er binnen zo’n groep een manier van interactie ontstaat die voor allemaal acceptabel is.”

In 1987 ben je getrouwd. Toen jullie eerste kind, Michiel, geboren was, ben je gestopt met werken.

“Dat wilde ik eigenlijk niet. Ik had het plan om na de geboorte van Michiel dichter bij huis een andere baan te zoeken, maar dat ging gewoon niet. Ik kwam namelijk in een postnatale depressie terecht. Het duurde ruim een jaar tot ik in elk geval het gevoel had dat ik weer in mijn eigen lijf was.
Bij alle drie de kinderen ben ik hevig uit het lood geweest. Dat was een heftige periode. Als ik daar nu op terugkijk, denk ik: ‘Het was voor een groot deel lichamelijk.’ Hormonenhuishouding, daar reageer ik kennelijk heel sterk op. Maar daarnaast heb ik ook heel veel van vroeger op moeten ruimen, omdat ik me dingen eigen had gemaakt die niet bij mij passen. Dat vergt veel werk aan jezelf, om andere manieren te zoeken waardoor je je gelukkiger voelt.”

In 1999 ben je weer aan het werk gegaan. Hoe ging dat?

“Toen Judith, ons derde kind, geboren was, was ik begonnen met een opleiding praktische pedagogische gezinsbegeleiding. Ik wilde niet meer terug in de intramurale maar in de extramurale zorg. Bij gezinnen met een verstandelijk gehandicapt kind thuis kijken wat je voor ondersteuning kunt bieden om zo’n kind zo lang mogelijk in huis te hebben.
Dat diploma heb ik toen niet gehaald. Ik kreeg onvoldoende de theorie met de praktijk in één pot. Een stagebegeleidster - wij lagen elkaar helemaal niet - heeft tot twee keer toe mijn paper afgekeurd. Toen mocht ik geen examen doen. Ik ben inmiddels, 10 jaar later, een nieuwe opleiding gestart. Maar ik heb nog bibberknieën. Zo is het aangekomen dat ik dat toen niet gehaald heb.
Judith was toen drie en een half. Ik dacht: ‘Ik ga eerst een half jaar herstellen. En ik ga genieten van dat laatste half jaar voor ze naar school gaat.’ In die periode ben ik om me heen gaan kijken, want ik wilde wel weer graag aan het werk. En toen dacht ik: ‘Ik ga eens bellen naar een gastouderbureau. Je bent dan tenslotte wel bezig met opvang, begeleiden en gezinnen bezoeken.’ Dus ik belde op en vroeg: hebben jullie wel eens vacatures? Die dag was de sluitingsdatum van een sollicitatieprocedure. Ik heb als een gek een sollicitatiebrief geschreven en diezelfde dag langs gebracht. Toen werd ik uitgenodigd voor een gesprek en ik ben het geworden.
Dat was zo wonderlijk. Totaal niet verwacht. Ik dacht: ‘Het moet zo zijn. Het is kennelijk niet de bedoeling dat ik pedagogisch gezinsbegeleider word.’ Ik sta toch wel in het leven met het idee dat dingen niet voor niks gaan zoals ze gaan. Of dat van bovenaf gestuurd wordt, weet ik niet. Maar in elk geval is elke ervaring weer een leerervaring, een groeimogelijkheid.”

Wat is dat nou, dat je zo de bibbers krijgt omdat je die opleiding niet gehaald hebt?

“Het gevoel dat ik niet goed genoeg ben. Mijn moeder, die zei: ‘Nee dat kan jij niet’. Mijn vader die heel erg opkeek tegen mensen die doorgeleerd hadden. Hij vond zichzelf sowieso een prutser in van alles en nog wat. En dan nog de maatschappelijke tendens: je mocht in mijn tijd niet zeggen dat je ergens goed in was, want dan was je arrogant.
Zo leer je niet voor jezelf te onderkennen dat je ergens goed in bent. En dan krijg je een aantal situaties in je leven waarin dat gevoel bevestigd wordt, met als klap op de vuurpijl dat je wordt afgewezen op wat je gepresteerd hebt. Terwijl je daar echt meer dan je best voor gedaan hebt. Dat kwam aan als een mokerslag.”

Je bent aangenomen bij dat gastouderbureau. Wat gebeurde er toen met je?
“Toen begon pas echt de weg naar mogen zijn wie ik ben. Al was het een positieve ervaring, ik begon die baan nog steeds met het gevoel alsof ik niets kon. Eigenlijk is toen de periode begonnen dat ik mijn grenzen ben gaan onderzoeken.
Ik begon met 12 uur in de week en dat werd uitgebreid naar 16 uur. Daar had ik natuurlijk helemaal de bibbers van: ‘Dat kan ik nooit en dat wordt veel te druk.’ En dan merk je dat het best gaat, als je je maar niet opwindt. De kunst is om de wereld met al zijn hectiek en chaos niet bij jou binnen te laten komen. Maar om te leven vanuit een soort innerlijk station dat je nooit verlaat. Daarmee trek je de wereld in. Dus je draait het als het ware om.
Als je dat doorkrijgt, vind je het ook niet meer zo erg om even niet te voldoen aan de do’s and don’ts van de maatschappij. In het begin is het moeilijk om tegen een kerkelijke organisatie te zeggen: ‘Even niet’. Want o jee, dan draag je niet bij, hè?
Maar als je dingen doet omdat je ze heel graag wilt doen, is er bijna geen grens aan de energie. Dan word je niet uitgezogen door alles wat je moet, maar het wordt een uitwisseling van de energie die je er zelf in steekt en de energie die je ervoor terug krijgt.”

Wat houdt je werk voor het gastouderbureau precies in?

Annelies Jonker“Ik bemiddel tussen gastouders en ouders die opvang willen. Ik heb regelmatig contact met een aantal opvangadressen en ik praat met ouders. Over opvoeden. Over de manier waarop ze hun kinderen beleven. Over de manier waarop ze de opvang graag georganiseerd willen zien. Je kijkt welke mensen bij elkaar passen omdat die min of meer dezelfde gedachten hebben over het opvoeden van kinderen.
Ik ben bij de kennismaking en introduceer de mensen bij elkaar. Dan is er een gesprek tussen hen, waar ik niet bij ben, maar eigenlijk weet ik dan al of het klikt. Dat is één van de leuke dingen van het werk. En dat heeft te maken met het kleine kijken wat je ook in de zorg voor verstandelijk gehandicapten nodig hebt. Je moet heel veel weten van lichaamstaal. Of beter: je moet het zien.
Bij coaching en counseling, waar ik nu een opleiding voor doe, speelt hetzelfde. Je moet aansluiten bij de belevingswereld van de ander en op hetzelfde denkniveau proberen te communiceren. En dat is zo leuk, dat is mijn bezieling in dit werk.”

Is het te combineren? De taken binnenshuis en buitenshuis en je hobby’s daarbij?

“Soms vind ik dat een beetje moeilijk, want dan blijft er voor mijzelf niet zoveel over. Hobby kan ik eigenlijk van mijn lijstje schrappen op dit moment. Maar het gezin blijft prioriteit nummer één. Ik kan dit doen omdat het thuis lekker loopt. Op het moment dat daar iets gaat haperen en er echt erge dingen gebeuren, zijn mijn werk en de opleiding de eersten die afvallen. Omdat ik het heel belangrijk vind, maar ook omdat ik er heel erg van geniet dat wij als gezin zo verbondenheid hebben met elkaar. Daar waak ik als een terriër over. Ik vind het zo ontzettend belangrijk om je jeugd op een veilige plek door te brengen. Dat is mijn passie en mijn missie.
We hebben een periode gehad dat we om Judith veel zorgen hadden omdat ze misschien botkanker had. Daar kijk ik, gek genoeg, toch op terug als een hele mooie tijd. Iedereen kon op zijn eigen manier een bijdrage leveren en op zijn eigen manier laten zien wat het met hem deed. Dat die veiligheid er was, dat we er voor elkaar waren. Dat heb ik als fantastisch ervaren.”

Je verdient 800 euro per maand voor 16 uur werken in de week. Vind je dat in verhouding staan tot je werkzaamheden?

“Krap. Je kunt zeggen: ‘Het is geen leidinggevende functie, je bent uitvoerend bezig.’ Dat is voor een deel zo. Maar je moet toch behoorlijk wat vaardigheden in huis hebben, om ouders en gastouders in gesprek te houden bijvoorbeeld. Er komen soms conflicten voorbij die je moet kunnen hanteren. Deskundigheidsbevordering van gastouders is één van mijn taken. Dan moet je ook het een en ander weten over opvoeden en hoe je de visie van het gastouderbureau overdraagt op de gastouder. Dat vind ik verantwoordelijke taken, waar ik eigenlijk van vind dat ik onderbetaald word. Er zijn gastouderbureaus die dit een hbo-functie vinden. Dan zit je in een hogere schaal. Dat is een keuze die deze stichting niet maakt.
Ik heb een tijdje gedacht: zal ik daar echt voor gaan strijden? Maar ik vind het het eigenlijk niet waard. Ik ben niet iemand die gauw de confrontatie aangaat met anderen. Verder weet ik 98% zeker dat ik achter het net ga vissen. Ik heb een erg stevige directeur. En: ik vind het krap, maar ik kan er goed van leven, in combinatie met het salaris van Hans. Ik ben niet zo materialistisch ingesteld.”

Zijn er in jouw arbeidsloopbaan bijzondere dingen gebeurd die je negatief of positief hebben beïnvloed?

“De zorg voor verstandelijk gehandicapten heeft mij heel positief beïnvloed, omdat ik bij een wereld van mezelf terechtkwam die ik nog niet had onderzocht. En die start bij het gastouderbureau: dat ik ging ervaren dat ik meer in mijn mars had dan ik dacht.
Wat ik ook heel positief vind: als ik merk dat gesprekken bijna als vanzelf wat dieper komen dan alleen maar kennismaken. En dat ik daar sturing aan geef. Dat vind ik erg leuk.
Negatief is dat ik niet goed kan functioneren in een vrouwenteam. Het heeft te maken met duidelijke communicatie. Vrouwen kunnen zo zeuren en zo communiceren vanuit hun eigen gevoel, bijna zonder te controleren of het wel klopt wat ze zeggen. Ze zijn ook heel goed in het bepalen van: dáárom zal ze wel zus of zo doen. Dan krijg je hele onzuivere dingen. Mannen zijn veel duidelijker. Die gaan minder de diepte in, maar als je een keer woorden met ze gehad hebt, spreek je dat uit en dan is het klaar. Dat kan ik beter en vind ik prettiger.”

Waarom ben je een opleiding in coaching en counseling gaan doen?

“Ik heb altijd veel plezier beleefd aan religie, filosofie en verdieping in het leven. Een jaar of drie, vier geleden ben ik begonnen met mediteren. Ik merkte dat ik ervaringen kreeg die je paranormaal zou kunnen noemen. Dat was in het begin spannend. ‘Wat krijgen we nou?’, dacht ik. Maar het gaf ook een gevoel van thuiskomen. Ik begon te begrijpen waarom ik als kind steeds botste in contact met mensen. Want ik zei soms dingen waar mensen niet blij mee waren. Omdat het te confronterend was of omdat ik iets zei wat eigenlijk niet kon. Dat kon ik niet zien, voelen of horen. Dat was onzin.
Door mijn ouders werd het niet gestimuleerd en door mijn moeder echt afgewezen. Dus dat leer je af. Je leert ook dat het niet gewoon is wat je beleeft en voelt, dat je niet helemaal in orde bent. Ik had heel vaak lichamelijke klachten die vanzelf weer over gingen. Mijn ouders hebben altijd gedacht dat het kwam omdat ik dingen in het leven niet aankon. In feite was dat ook zo. Van nature ben ik iemand die zich heel graag verbindt, maar als je dat helemaal onbeschermd doet, word je er doodmoe van. Ik verbond me zo ver met mensen dat ik hun hoofdpijn had en hun gevoelens ook voelde.
Na die meditatiecursus ben ik op cursus gegaan bij een medium. Daar leerde ik over werken met energie. Het was alsof ik mijn leven lang op een spoor gereden had met mijn wielen een beetje scheef en nu kwamen mijn wielen opeens recht op het spoor. Als een gek ging ik vooruit. Voor het eerst dacht ik: nu weet ik waarom ik hier gekomen ben, in dit leven op aarde. Mijn diepe verlangen is dat ik mensen kan laten zien dat het iets natuurlijks is wat we met elkaar hebben. Dat het werken met energie en je op een veilige manier met elkaar verbinden, ons gezamenlijk naar een bron brengt.
Dat hele verhaal past niet op een bordje bij mijn voordeur. Ik leef in een maatschappij waarin mensen graag duidelijk willen hebben: Wie ben jij? Welke opleidingen heb je gevolgd? Hoe kan ik zien dat jij geen kwakzalver bent? Toen dacht ik: ‘Het is een ingang om een opleiding tot coach te doen. Dan is het voor iedereen helder: als je levensvragen hebt of problemen in relaties of noem maar op, kun je bij mij terecht want ik heb een opleiding tot coach gedaan. Ik weet veel van gespreksvaardigheden, van relationele verwikkelingen. En ik maak daarbij gebruik van mijn contacten met de andere wereld en mijn energiewerk, als je dat wilt. Wil je dat niet, dan kunnen we gewoon op coachingsniveau aan de gang.’”

Je hebt die gave, het coachingstraject, je werk, je gezin. Hoe combineer je dat allemaal met elkaar?

“Eigenlijk is het heel simpel. Als ik op mijn werk ben, ben ik daar helemaal aanwezig. Als ik thuis ben, ben ik thuis. Het is een kwestie van aanwezig zijn. Focussen.
En het moet niet heel veel moeite kosten. Dat is een van de lekkere dingen van mijn werk. Dat doe ik uit de losse pols, dus ik gooi daar de deur dicht en dan is het klaar. Het zou voor mij veel moeilijker zijn als ik met dingen van mijn werk thuis rondliep. Of andersom, dat ik me enorme zorgen maak over één van de kinderen en toch aan het werk moest. Dat stoort. Dat kost zoveel energie.
Ik doe mijn werk met plezier, maar in het prioriteitenlijstje komt het toch echt onderaan. Ik wil ook niet meer uren gaan werken. In mijn vrije dagen kan ik zoveel leuke dingen doen.
Er is natuurlijk ook een andere kant. We doen al 20 jaar met badkamerkastjes waar de deurtjes zijn uitgevallen... Als je vindt dat je huis er goed uit moet zien en dat je twee keer per jaar op vakantie moet, dan kan dit niet. Onze jongens vinden dat wel eens moeilijk. Hun klasgenootjes gaan in de kerstvakantie naar Egypte. Ik zeg dan: ‘Je moet ook nog iets te dromen overhouden. Het is mijn manier van leven niet. Ik heb liever gewoon met elkaar thuis een leuke week. Het leven hoeft niet alleen uit heftige ervaringen te bestaan.’”

Annelies JonkerLoopbaan in het kort

Annelies Jonker is geboren in Amsterdam in 1965. Na de mavo volgde ze de opleiding tot Z-verpleegkundige, gericht op de verzorging en begeleiding van verstandelijk gehandicapten. Op haar 19e begon ze als Z-verpleegkundige op een groep van dubbelgehandicapte, laag niveau-bewoners, zoals dat toen nog heette. Dit werk deed ze zeven jaar, tot 1990.
Daarna kregen Annelies en haar man drie kinderen. Ze is toen acht jaar thuis aan het werk geweest, waar ze het grootste deel van de zorgtaken voor de kinderen en het huishouden deed. Ze combineerde dit met een post-hbo-opleiding praktische pedagogische gezinsbegeleiding, met vrijwilligerswerk op school en in de kerk, en met gastmoederschap voor kinderen van wie de ouders buitenshuis werkten.
Sinds 1999 werkt Annelies weer betaald, 16 uur per week, als bemiddelingsmedewerkster bij een gastouderbureau. Op dit moment volgt ze een opleiding tot coach/counselor.
Annelies is een fervent lezer van boeken over filosofie, psychologie, religie en spiritualiteit; ze mediteert regelmatig en beleeft er veel plezier aan om zich op spiritueel vlak te ontwikkelen. Daarnaast fotografeert ze graag, kookt en organiseert etentjes, en houdt van skaten in de polder.

Interviewer Hans Boerkamp is als dienstverlener kerkelijk opbouwwerk verbonden aan het dekenaat Utrecht.

Terug naar openingspagina Beroep en Bezieling

home