home

PROJECTEN

BEROEP EN BEZIELING

"Hier doe ik er echt toe"

Interview: Katinka Broos
Redactie: Esther van der Panne

Adrian Boogaard: "Ik heb er bewust voor gekozen om drie dagen te werken en dat betekent dat je beperkt bent in je carrièremogelijkheden en waar je kunt werken."Bouwinspecteur, kinderwerker, theologiestudent en studentenwerker: Adrian Boogaard combineert het allemaal. Hij heeft er bewust voor gekozen in deeltijd te werken om tijd te krijgen om zich sociaal in te zetten. "Ik wil laten zien dat dat kan."
Het werk met de kinderen in het Oude Noorden van Rotterdam inspireert hem het meest: "Je merkt dat de kinderen er echt iets aan hebben."

Hoe zou jij het gezin typeren waar je uit komt? Was het een warm nest? Was opleiding belangrijk?

"Achteraf zie ik dat mijn vader me heel vrij heeft gelaten als het om opleiding gaat. Ik ben begonnen met de Lagere Technische School en daarna wilde ik meubelmaker worden. En ik denk niet dat dat zijn eerste keus was geweest. Maar hij heeft me er wel bij geholpen, hij is met mij naar Rotterdam geweest om te laten zien wat voor school het was.
Mijn moeder was zorgzaam. Ze was er gewoon altijd, ook omdat ze toen ik jong was nooit een betaalde baan heeft gehad. Maar ik heb nooit veel gesprekken gehad met mijn moeder. Zij vindt het best moeilijk om te praten over persoonlijke dingen en ik had er ook niet echt behoefte aan. Ik loste mijn eigen dingetjes wel op. Mijn moeder was iemand die altijd klaarstond voor andere mensen - dan zat er weer eens een zwerver in huis die ze een boterham had gegeven, zoiets.
Op zichzelf waren we een warm gezin, maar we trokken niet superveel met elkaar op. Zo hecht was het ook weer niet."

Wat je nu doet, lijkt dat op je achtergrond?

"Ja, dat wel. Mijn vader is provinciaal ambtenaar, mijn broer werkt als ambtenaar en ik ben ook ambtenaar geworden. Dus het is een beetje een ambtenarenfamilie. Al doet mijn vader iets met informatievoorziening en ik met bouwkunde, dus dat is wel heel anders.
Mijn opa was timmerman, die vond het superleuk dat ik dat ook deed. En mijn moeder ook. Mijn broer zat op de universiteit en mijn zus had een opleiding gedaan, dus ze vond het leuk dat iemand dat handwerk ging doen."

Dat handwerk, daar ben jij eigenlijk helemaal uitgegroeid?

"Ja. Toen ik in de bouw werkte, kreeg ik op een gegeven moment behoefte om te gaan studeren. Ik gaf nooit wat om leren, daarom ben ik in eerste instantie naar de lts (lagere technische school, red.) gegaan. Ik kan me niet herinneren dat ik voor mijn zestiende ooit een studieboek heb opengeslagen. En toen was ik achttien en dacht: ik wil eigenlijk wel studeren, niet heel mijn leven blijven timmeren. Dan ga je naar de hts (hogere technische school, red.) en heb je een opleiding waardoor je meer theoretisch bezig bent."

Timmer je nog wel in je vrije tijd?

"Af en toe. Ik zou het wel weer wat meer willen. Ik wil bijvoorbeeld boven de Weerhaan (een inloophuis voor jongeren in het Oude Noorden, red.) gaan wonen en wil dat helemaal zelf gaan opknappen. Dat vind ik erg leuk om weer eventjes lekker met de handen te werken. Ik ben best druk met studeren en werken, en heb veel bestuursfuncties. Dan ben je alleen maar aan het praten, praten, typen, beleid aan het maken."

Had je er op de hts voordeel van dat je in het uitvoerend werk had gezeten?

"Ik denk dat ik in vergelijking met mijn klasgenoten heel weinig heb hoeven leren, omdat ik heel veel vanuit de praktijk wist. De meer theoretische dingen als mechanica, waren natuurlijk nieuw. Maar verder... Je moet veel tekenen, details tekenen, dat soort dingen. Die had ik natuurlijk zelf gemaakt met mijn handen, dus kun je gewoon natekenen hoe het in je hoofd zit. Terwijl anderen dat alleen theoretisch weten. Dan zie je dat ze allerlei fouten maken omdat ze niet precies weten hoe het zit. Dus dat is een voordeel geweest."

Toen je als timmerman werkte, deed je toen nog iets daarnaast?

"Ik werkte 40 uur in de week en daarnaast werkte ik op zaterdag bij een klusbedrijf. En ik sportte bijna elke avond. Voor de rest deed ik niks.
Voor mijn achttiende geloofde ik ook niet echt. Ik ben wel gelovig opgevoed, maar ik had daar niks mee. Toen ben ik rond mijn twintigste zelf tot de overtuiging gekomen dat God bestaat en heb ik me weer opnieuw aan het geloof gegeven. Sindsdien ben ik gestopt met dat zaterdagbaantje en met sporten en ben ik meer met andere dingen bezig gegaan. Voor mij is dat echt een omslagpunt geweest. Ik ben meer gaan nadenken over alles. En toen ging ik naar Rotterdam naar de hts, dat kwam tegelijkertijd."

Je studeert nu ook theologie, naast je werk als bouwinspecteur?

"Ja, op de Evangelische Theologische Academie. Toen ik aan het afstuderen was op de hts vroegen ze bij IFES, de International Fellowship of Evangelical Students, of ik daar vrijwillig stafwerker wilde worden. Dan moet je ook studieleiders binnen de vereniging trainen of lezingen geven over bepaalde onderwerpen. Ik wilde graag wat meer achtergrondinformatie hebben en dacht: ik ga op de ETA twee jaar Bijbelse theologie doen, dan heb ik een basis voor mijn studentenwerk. Maar toen was ik bezig en vond ik het echt leuk. En toen ging ik naar mijn derde jaar, vierde jaar, vijfde jaar. Ik denk dat ik er uiteindelijk mijn werk van ga maken."

Is dat een beetje te doen, studeren naast werken?

"Voor mij wel, want ik vind het leuk. Je moet een beetje vasthoudend zijn, je heel goed kunnen concentreren. Je hebt wel minder sociale contacten. Ik ben gemiddeld 10 tot 12 uur per week kwijt aan mijn opleiding, dus daar moet je keuzes voor maken. Je moet jezelf ook kunnen motiveren om door te gaan, om al je opdrachten weer af te maken en telkens een nieuw jaar te doen."

Je bent daarnaast ook betrokken bij het kinderwerk in het Oude Noorden. Wat doe je met die kinderen?

Adrian Boogaard: "Als de kinderen uiteindelijk zeggen: 'De kinderclub was leuk, we hebben er een fijne tijd gehad', dan ben ik al blij. Maar het zou nog mooier zijn als ze daarboven echt iets meekregen.""Met de kinderclub doen we altijd een Bijbelverhaal en een verwerking of een toneelstuk of spelletjes, van alles. Elke vakantie, ook de kleine vakanties, gaan we met ze naar de speeltuin of naar het zwembad. En in de zomervakantie gaan we een week met ze op vakantiekamp.
Op dinsdag hebben we een inloop waar de kinderen gewoon binnen kunnen komen voor een kopje thee, om te vertellen hoe het op school was. Ze kunnen heel vaak thuis niet terecht.
Er is ook een meidenclub. Volgend jaar gaan we een jongensclub opstarten en een extra meidenclub, dus we zijn nu op zoek naar meer vrijwilligers. Eigenlijk willen we ook een eetgroep voor oudere buurtbewoners.
Ik doe de inloop en de kinderclub, dus ik ben er twee keer per week."

Wat is jullie doel met het kinderwerk?

"Aan de ene kant willen we er gewoon voor ze zijn, ze aandacht geven en ervoor zorgen dat ze hun verhaal kwijt kunnen. Maar ook dat ze zich een beetje ontwikkelen. We willen ook graag iets van ons geloof meegeven en wat wij belangrijk vinden, laten zien hoe wij als christen in het leven staan. Uiteindelijk hopen we dat we de ouders erbij kunnen betrekken.
Als de kinderen uiteindelijk zeggen: 'De kinderclub was leuk, we hebben er een fijne tijd gehad', dan ben ik al blij. Maar het zou nog mooier zijn als ze daarboven echt iets meekregen."

Het Oude Noorden is een oude stadswijk. Ik neem aan dat veel kinderen die bij jullie komen niet de makkelijkste achtergrond hebben?

"Sommigen schrikken ervan als ze horen wat er allemaal bij ons komt. Sowieso zijn er relatief veel kinderen die begeleid worden door een schoolmaatschappelijk werker en sommigen die op van die time-out scholen zitten, die medicijnen krijgen om een beetje rustig te blijven.
Dat vind ik voor mezelf ook wel weer leuk. Je merkt dat de kinderen er echt wat aan hebben. Er is bijvoorbeeld een jongen die 's ochtends om half acht zijn rugzakje krijgt, naar buiten wordt gezet en nog wat door de straten loopt totdat de school begint. Als hij uit school komt, heeft hij niks totdat zijn moeder thuiskomt om zes uur. Zij werkt hele dagen. En dan komt hij bij ons. Je ziet dat hij sociaal niet goed ontwikkeld is, maar na een half jaar begint hij een beetje los te komen en gaat hij wat vertellen. Daar haal ik voldoening uit.
Soms probeer ik studenten mee te nemen met uitjes van de kinderen, om ze te laten zien hoe die kinderen moeten opgroeien en dat die het veel minder getroffen hebben dan zij. Het is wel gemakkelijk van 'iedereen heeft gelijke kansen in Nederland', maar zo'n kind kan waarschijnlijk nooit aan de universiteit studeren, terwijl zij dat allemaal wel vrij makkelijk hebben gekund. Ook omdat ze ouders hebben die hen motiveren en die ervoor betalen, in veel gevallen."

Jouw ervaringen met het kinderwerk, kun je daar op je werk als bouwinspecteur ook iets mee?

"In principe wel. Mijn collega's vinden het bijzonder dat mensen dit doen. Dat je dat vanuit je geloof doet, vinden ze ook allemaal prima. Er is steeds meer openheid voor, dat was een paar jaar terug minder; geloof moest je toen gewoon voor jezelf houden. Terwijl ik nu merk dat mensen er met elkaar over praten. Het is helemaal niet gek als in de pauze collega's vertellen over spirituele ervaringen die ze hebben gehad en dat ze mediteren, zodat er een heel gesprek komt over hoe je in het leven staat."

Wat vind je het leuke aan je werk als bouwinspecteur?

"Ik vind het leuk om iets met de bouw te doen. Maar ik heb er bewust voor gekozen om drie dagen te werken en dat betekent dat je beperkt bent in je carrièremogelijkheden en waar je kunt werken. Het kostte mij wel vijf, zes keer solliciteren voordat ik op parttime basis werd aangenomen.
Nu ben ik inspecteur, werk in de vergunningverlening. Het is leuk, maar voor vijf dagen zou ik het niet uithouden denk ik. Het wordt een beetje productiewerk en het is niet echt moeilijk. Als ik echt zou gaan voor een carrière in de bouw, zou ik eerder projectleiding doen. Dan ben je van A tot Z verantwoordelijk voor één project en als bouwinspecteur ben je alleen maar gericht op vergunningen, dus dan ben je met een heel klein onderdeeltje van heel veel projecten bezig.
Ik zou het leuk vinden als meer christenen ervoor zouden kiezen om in deeltijd te werken en extra tijd krijgen om naast hun werk andere dingen te doen. Om zich socialer in te zetten of voor de kerkelijke gemeenschap. Ik wil laten zien dat dat kan."

Als je timmerman was gebleven, had je niet parttime kunnen werken. Ook vanwege het salaris dat je nodig hebt, denk ik.

"Absoluut, want ik verdien nu in drie dagen wat een timmerman in vijf dagen verdient. Ik zeg ook niet: 'je mag niet vijf dagen werken.' Mijn diensthoofd is ook christelijk; die werkt zeventig uur en doet dat ook vanuit zijn geloof. Hij probeert op een sociale, goede manier met de medewerkers om te gaan, dat vind ik ook prima.
Als mensen zeggen: 'ik wil wat maatschappelijks ernaast doen', dan wil ik doorgeven: dan moet je in deeltijd proberen te werken en niet zo hard trekken aan je carrière. Je kunt niet allebei.
Het is soms ook best moeilijk. Collega's gaan drie of vier keer per jaar op vakantie en rijden allemaal een dikke auto, dat kan ik dus niet. Ik heb een huurhuisje, collega's wonen soms op hun dertigste al in een mooie vrijstaande villa in een vinexwijk. Dat zou ik niet willen, maar ik snap dat dat trekt aan jonge studenten.
Als ik niet meedoe, word ik niet gewaardeerd in het bedrijf waar ik werk, dat speelt ook mee natuurlijk."

Hoe ligt dat dan in jouw bedrijf?

"Binnen de ambtenarij is het veel normaler dat je in deeltijd werkt dan in het bedrijfsleven. Drie dagen is wel extreem, maar ik doe mijn werk goed, heb ik het idee. Ze hebben me zelfs gevraagd of ik vervangend teamleider wilde worden. Dus dan denk ik: zie je, als je gewoon je werk goed doet, kun je ook met drie dagen carrière maken.
Ze trekken wel eens aan me, maar ik ben ook een beetje dwars. Ik wil geen hogere functie hebben, want ik wil niet te veel die druk hebben om toch maar weer over te werken en even een dagje extra te gaan werken. Dus vragen ze het niet meer. Nu zijn ze al blij dat ik die drie dagen nog werk. Dat is ook een luxepositie: in de bouw zijn ontzettend veel vacatures, het is bijna niet te doen om mensen binnen te krijgen. Als je in een vakgebied werkt waar een overschot aan mensen is, kun je niet zo makkelijk de keuzes maken die ik maak."

Maar heb jij niet altijd keuzes gemaakt? Je hebt bijvoorbeeld je baan opgegeven toen je bouwkunde ging studeren.

"Ja, toen heb ik mijn auto verkocht en alles wat ik had. Het zit misschien ook in mijn karakter dat ik heel graag nieuwe dingen doe.
En ik houd er ook niet van als ik me moet voegen binnen een bestaande organisatie. Als ik van theologie mijn baan wil maken, wil ik echt mijn eigen ding doen of iets experimenteels. Dinsdag was hier een man, die in de Schilderswijk in Den Haag is gaan wonen met zijn vrouw. Hij heeft de buurtbewoners uitgenodigd om bij hem te komen eten. Uiteindelijk is daaruit ook een viering gekomen op zondagmorgen met mensen die vroeger helemaal niet naar de kerk gingen.
Dat is onze droom ook met de kinderclub: dat het wordt uitgebouwd tot een breed iets. Dat we kinderen binnen krijgen op hun vierde en dat ze pas op hun dertigste weer gaan."

Wat inspireert jou om dit allemaal te doen?

"Ten diepste is dat mijn geloof. Dat is de drijvende kracht, dat je elke keer weer onder de indruk raakt van hoe Jezus in het leven stond. Hij had het zo goed en is toch vanuit een missie, een soort bewogenheid, naar deze aarde gekomen om voor de mensen het goede te zoeken. Hij inspireert mij en roept ons op om hem na te volgen. En dat mis ik heel vaak bij christenen. Je moet ook je kruis opnemen en soms keuzes maken die niet altijd even leuk zijn. Niet alleen maar gaan voor geld en voor grote doelen, maar juist ook de zwakken en zieken opzoeken. Dat voorbeeld inspireert mij enorm en geeft mij elke keer weer de kracht om dit te doen."

Op welke momenten voel jij die kracht?

"Vooral in het Oude Noorden als ik daar aan het werk ben. Dan heb ik het idee: hier doe ik er echt toe - bij mensen die soms met heel weinig rond moeten komen, die al blij zijn met het contact wat je hebt; bij de kinderen als je met ze praat en dingen doet. Tegelijkertijd wil ik dat dan weer omzetten naar studenten en als ik moet spreken in de gemeente."

Waar gaat het voor jou om bij die navolging?

"Voor mij is het persoonlijk geloven in Jezus als verlosser het allerbelangrijkste. Ik geloof ook echt dat het nodig is voor mensen dat ze Jezus leren kennen. Maar ik vind niet dat je daar buitensporig op moet concentreren, je mag het best breder trekken. Bijvoorbeeld in christelijke politiek: dat je gewoon in het algemeen het goede zoekt. Bij alles in mijn dagelijks leven probeer ik mijn geloof mee te nemen. Al gaat het maar om: hoe ga ik met klanten om? Of: hoe ga ik met mijn collega's om?"

Loopbaan in het kort

Adrian Boogaard is geboren op 1 juni 1980 te Middelburg. Hij voltooide de lts-opleiding bouwtechniek en de opleiding voor meubelmaker. Van 1998 tot 2001 werkte hij als timmerman bij een bouwbedrijf. Tegelijkertijd haalde hij diploma's Timmeren en Doorstroom Assistent Uitvoerder, en deed de avondopleiding voor het vak wiskunde op havo-niveau.
In 2001 stopte Adrian met zijn betaalde werk om bouwkunde te gaan studeren aan de hts in Rotterdam. Na zijn afstuderen, in 2005, werd hij junior bouwinspecteur bij de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Gouda. Inmiddels is hij daar allround bouwinspecteur en vervangend teamleider van de afdeling vergunningen.
Daarnaast is Adrian sinds 2005 als vrijwilliger actief bij IFES (International Fellowship of Evangelical Students, www.ifes.nl) en bij Kingswork, christelijk kinder- en jongerenwerk in het Oude Noorden van Rotterdam (www.kingswork.nl). Hij verricht ook diverse taken in zijn kerkelijke gemeente. Sinds 2004 studeert hij theologie aan de Evangelische Theologische Academie.
Adrian is getrouwd met Carla, sinds mei 2006.

Katinka Broos is predikant in het Oude Westenpastoraat. Ook is ze parttime coördinator van de zes wijkpastoraten en gemeentepredikant in Rotterdam.

Terug naar openingspagina Beroep en Bezieling

home