home

PROJECTEN

BEROEP EN BEZIELING

"Het moet gezellig zijn"

Interview: Katinka Broos
Redactie: Esther van der Panne

Anenmarie Romein: "Ik ben steeds één van de eersten die zegt: 'Kom op, we gaan ervoor'"Annemarie Romijn omschrijft zichzelf als een sfeermaker. Ervoor zorgen dat het gezellig is, is haar op het lijf geschreven. Net als verzorgen, mensen helpen. Die passies kan ze goed uitleven in haar werk op een kinderdagverblijf voor kinderen met een verstandelijke beperking.

Hoe zou je het gezin benoemen waar je uit komt?

“Heel vertrouwd, heel warm; iedereen was altijd welkom, en dat is nog steeds zo. Ik had altijd wel een veilig gevoel. Ik had mijn eigen kamertje, want mijn oudere en jongere broer sliepen op één kamer met z’n tweetjes. Ook met mijn opa en oma waren we heel hecht.”

Hebben je ouders invloed gehad op de keuze van je opleiding?

“Toen ik op de mavo zat, wist ik niet zo goed wat ik daarna moest gaan doen. Dat spreek je dan ook uit naar je ouders natuurlijk. Mijn broertje is zeven jaar jonger dan ik en vanaf het moment dat hij geboren is, was ik ook een soort moeder voor hem. Dus mijn ouders zeiden: ‘Je vindt het altijd zo leuk om met kleine kinderen bezig te zijn; misschien moet je daar iets mee doen in je werk.’ Dat vond ik een leuk idee, op een kinderdagverblijf werken met baby’s en peuters, dus ben ik die opleiding gaan doen.”

Je ouders hebben een heel ander beroep, dus je hebt dit niet van hen gezien?

“Nee, mijn moeder heeft bij een bank gewerkt en in zo’n fourniturenzaak waar ze linten, knoopjes en dat soort dingen verkochten. Toen is ze getrouwd en vrij snel daarna gestopt met werken. Mijn vader was drukker in een drukkerij.”

Zou je het werk dat je nu doet, benoemen als een bewuste keuze of ben je erin gerold?

“Van de opleiding moest ik naast een stage op een gewoon kinderdagverblijf ook een stage doen met verstandelijk gehandicapte kinderen of volwassenen. Dat wilde ik eigenlijk niet. Maar goed, ik heb toen stage gelopen op het kinderdagverblijf waar ik nu nog werk, dus ik ben daar eigenlijk nooit meer weggegaan. Blijkbaar was de stage zo goed geweest dat ze dachten: we kunnen jou wel gebruiken in de vakantieperiode. Dus toen heb ik een 0-uren contract gekregen. Na school was ik op zoek naar een vaste baan. Dus ben ik gaan solliciteren op allerlei andere vacatures bij de Stichting Pameijer. Bij een wasserij voor verstandelijk gehandicapte volwassenen kon ik twee dagen in de week een vast baantje krijgen, en op het kinderdagverblijf ook. Uiteindelijk kwamen op het kinderdagverblijf meer uren vrij, dus kon ik daar 36 uur komen werken. Dat vond ik toch veel leuker dan met volwassenen werken.”

De positieve dingen zijn de hele kleine stapjes die je soms ziet.

Hoe kijk je daarop terug, dat je toch gekozen hebt voor het werk met gehandicapte kinderen? Is dat angst, dat je niet wilde in het begin?

“Ik vond het in het begin ook wel een beetje eng misschien, ja. Maar ik merk dat ik verzorgen heel erg leuk vind en dat hebben ze goed gezien, toen ze de stages gingen indelen.
Het is dus heel speciaal wat ik nu heb. Er komt wel steeds meer administratie bij en dat vind ik soms jammer. Wanneer je een potje boter hebt opengemaakt, moet dat worden opgeschreven omdat de keuringsdienst van waren daarover kan struikelen. Het wordt allemaal steeds strenger. Je mag niet meer leuk werkjes van de kinderen aan een touwtje ophangen, want als er brand uitbreekt, valt dat touwtje als eerste op je hoofd… Dat zijn regels die in je eigen belang zijn, maar het brengt heel veel werk met zich mee.”

Hoe gaat dat met zo’n baan, kun je je een beetje aan je uren houden?

Annemarie Romein: "Bij mij is het nooit stil. Ik ben niet zo graag alleen. Dat zie je ook in mijn werk terug."“We houden heel goed onze extra uren bij, omdat we allemaal merken dat we over de streep heengaan en dat is niet de bedoeling. We krijgen het niet uitbetaald, we krijgen er ook geen vrij voor, dus daar moet je zelf erg op letten. Officieel werk je van half negen tot half vijf. De kinderen komen om negen uur binnen en gaan om half vier. Je doet wat voorwerk: stoelen klaar zetten en vaak ook nog wat administratieve dingen, en ’s middags hebben we regelmatig vergaderingen. Ik werk met drie collega’s, dus we hebben werkoverleg. Je hebt teamoverleg, kindbesprekingen. Eén keer per jaar bespreek je het persoonlijk ontwikkelingsplan van een kind. Dan zit je met ouders en alle therapeuten bij elkaar om te bespreken hoe het met een kind gaat; thuis maar ook bij ons. Dan ga je kijken welke stappen je nog meer zou kunnen doen met een kind. Je gaat doelen opstellen en dat zijn ook weer verslagen die geschreven en geëvalueerd moeten worden. Ik heb nu negen kinderen op de groep en ik ben de begeleidster, dus ik schrijf alle plannen.
We hebben hele schema’s in het werken met ontwikkelingsmateriaal: de ene keer deed het kind het met hulp, de andere keer deed ie het zónder hulp. Bij ons is het heel speciaal als zo’n kind zo’n stap maakt, dus dat moet opgeschreven worden. Al doet een kind zelf een stukje brood naar z’n mond, dat is soms al fantastisch omdat het kind dat nooit heeft gedaan.
Ik merk de laatste tijd dat 36 uur per week wel veel is. Ik werk met meervoudig gehandicapte kinderen, dus de meesten gebruiken een rolstoel. En ik heb nu een aantal kinderen die 12 zijn en een meisje van 15, die zijn heel erg zwaar. Er is ook een aantal kinderen die moeten leren lopen en aan de hand met jou meelopen, die gebruiken heel veel steun. Dan merk ik dat ik sneller last heb van mijn rug.”

Heeft het werk jou zelf ook veranderd?

“Toen ik de opleiding deed, ben ik al heel erg veranderd. Het is een opleiding waarbij je jezelf leert kennen. Ik was een verlegen meisje dat snel emotioneel kon raken.
En ik was nooit in aanraking gekomen met gehandicapte mensen als ik dit werk niet had gedaan, denk ik. Je gaat daar anders tegenaan kijken. Ik vind het heel erg belangrijk dat de mensen met wie wij werken ook gewoon in de maatschappij te zien zijn. Als iemand zegt ‘geestelijk gehandicapt’, denk ik: nee, verstandelijk beperkt. Ook als je hoort: de AWBZ wordt minder of afgeschaft, dan denk je: waarom moet dat nu zo, die mensen hebben al een hele hoop dingen die heel duur zijn, die ze aan moeten schaffen voor hun kinderen.”

Er komt steeds meer administratie bij. Wanneer je een potje boter hebt opengemaakt, moet dat worden opgeschreven...

Voel je je verantwoordelijk voor die kinderen?

“Ik weet van mezelf, en het wordt ook wel eens tegen me gezegd, dat ik me soms te verantwoordelijk voel en dat ik het moeilijk vind om dingen te delegeren. Ik ben daar wel mee bezig, om te proberen dat meer te doen.
Mijn teamleidster zegt: ‘Jij staat er ook echt’. Als er iemand binnenkomt, ben ik de eerste die diegene een hand geeft; ik wil een praatje, ik wil vertellen wat we doen op de groep. Dat vind ik heel belangrijk en dat merk je aan de reactie van ouders, die zeggen: ‘Ik hoop dat die juf op de groep blíjft, want dat vind ik een fijn iemand.’ Je krijgt dat dus wel terug.”

Hoe vind je dat je werk financieel gewaardeerd wordt?

“Ik vind dat ik niet heel slecht verdien, ik verdien ongeveer 1400 euro per maand. Ik weet dat er baantjes zijn waarin ik meer zou verdienen, maar dan had ik wat anders moeten kiezen. Maar toen ik alleen woonde kon ik toch een autootje hebben, mijn huis betalen en op vakantie. Dus het is niet te weinig.”

Je bent heel betrokken bij de kinderen. Zou je een gebeurtenis kunnen beschrijven die jou erg geraakt heeft, positief of negatief?

“We hebben een jongetje gehad die lopend en pratend bij ons binnenkwam, maar een ziekte had waardoor hij steeds meer zou aftakelen. Op het eind moest hij in een rolstoel en zei hij niets meer. Hij werd ook blind. Dat doet je dan heel veel. Hij had zúlke boze buien soms, want hij wist zelf heel goed dat hij dingen niet meer kon. Dan had ik zoiets van ‘gooi het er maar uit, wees maar boos’ en daarna pakte ik hem even, even kroelen met hem. Hij is 10 geworden, toen is hij overleden. Ik ben toen door mijn collega’s heel goed opgevangen, iedereen heeft in de gaten dat het zoveel impact heeft.
En de andere kant, de positieve dingen, zijn de hele kleine stapjes die je soms ziet. Een meisje dat nog maar pas bij ons is, begint zich thuis te voelen. Ze begint geluidjes te maken, te lachen als je een grapje maakt. Dat zijn dingetjes, daar kun je zo van genieten. Voor zo’n kind is dat een hele grote stap.”

Je moet het goed kunnen vinden met je collega’s?

“Samenwerking is heel belangrijk, want je moet met elkaar hetzelfde doel voor ogen hebben. De dingen die we doen zijn goed uitgedacht en doe je op een bepaalde manier. Je moet dan ook dingen naar elkaar uit kunnen spreken om samen op de juiste manier met de kinderen te kunnen werken. Als iets je niet zint of als het niet lekker loopt, zég het tegen elkaar. Ik merk dat ik dat de laatste tijd steeds makkelijker doe en elke keer valt het erg mee met de reacties van die ander.”

Wat vind jij belangrijke waarden in het leven?

“Ik vind het erg belangrijk om goed met mensen om te kunnen gaan. En om leuk gevonden te worden. Annemarie is het feestbeest en de sfeermaker; het moet gezellig zijn. Afgelopen weekend zijn we gaan kamperen met een paar vrienden en naar een concert geweest op de Brouwersdam. Dan ben ik degene die broodjes meeneemt en drinken. Daar ben ik ook het zorgzame type, want niemand heeft ergens aan gedacht behalve Annemarie.
Bij mij is het nooit stil. Ik ben niet zo graag alleen. Dus dat zie je in mijn werk ook terug, je wilt toch onder de mensen zijn. En gewoon praten over niks, lolletjes maken en gezellig met mekaar.
Ik kan ook heel enthousiast worden om voor mijn werk dingen te organiseren, ik ben steeds een van de eersten die zegt: ‘Kom op, we gaan ervoor’.
Als ik ergens mee bezig ben, ben ik daar ook 100% mee bezig, en zet ik me daarvoor in.
Het kan zijn dat ik ineens iets anders zie en dat oppak; dat is een beetje mijn struikelblok, ik wil soms te veel dingen tegelijk.”

Kun je nog andere waarden noemen die jij belangrijk vindt in je leven?

“Ik vind het ook heel belangrijk om goed contact met naaste familie te hebben, mijn ouders en broers. Al heb je wel je eigen manier van hoe je leeft en hoe je dingen wilt organiseren, dat moet je kunnen zeggen en moeten je ouders kunnen accepteren. Dat kan bij mijn ouders.
Ik heb ook een tijdje alleen gewoond. Zelf een huis gekocht, alles geregeld, de verzekeringen afgesloten. Dat vind ik ook belangrijk, dat je zelf dingen kan regelen, zelfstandig kan zijn. Want je weet niet hoe iets loopt.”

Ik merk de laatste tijd dat 36 uur per week wel veel is.

Zijn er ook mensen die jou motiveren, die jij als voorbeeld hebt?

“Mijn teamleidster, die eerst op de groep gestaan heeft waar ik nu werk, was ook altijd erg enthousiast en gedreven. In de groep en met grotere activiteiten. Daarin is zij mijn voorbeeld.
Ik merk ook dat ik thuis erg gestimuleerd wordt. Laatst heb ik me opgegeven voor een Pameijer Introductie Team, dat bij scholen langsgaat of op banenmarkten staat om de Pameijer Stichting te introduceren. Dan kan ik uit ervaring vertellen hoe leuk het werk is om te doen. ‘Dat zie ik je helemaal doen’, zei Jan Steven. Ik heb dat nodig, die stimulans van anderen om te horen dat je ergens kunt komen. Eigenlijk weet ik het wel, maar ik ben daarin een beetje te onzeker.”

Kun je je voorstellen dat je heel ander werk gaat doen?

“Niet heel ander werk. Ik heb er ooit wel aan gedacht om naar de reguliere kinderopvang te gaan, omdat de administratieve taken hier heel veel zijn. Dat is ook niet te zwaar voor je rug, je hebt wat meer contact met ouders en als die kinderen weg zijn, kan jij ook weg.
Maar het blijft allemaal in het verzorgende. Met mensen omgaan, mensen moeten helpen, vind ik gewoon heel erg leuk.”

Wat vind je naast je werk leuk of belangrijk om te doen?

“Ik heb een vriendinnenclubje, dat vind ik erg belangrijk om staande te houden. En verder: ik ga wel eens met mijn moeder zwemmen en dan blijf ik bij mijn ouders eten
Zingen vind ik ook erg leuk. Ik heb op verschillende koren gezeten. Nu wil ik op zangles, eens kijken of dat wat voor mij is. Via zangles kan ik dan misschien weer een koortje vinden.
Reizen doe ik ook graag. Ik heb tijden gehad dat ik drie maanden of een half jaar weg was van huis, maar dat vind ik eigenlijk een beetje te lang. Dat kwam ook door mijn vorige partner, die graag langere tijd wilde reizen. Dan moest ik op mijn werk weer vragen of ik met onbetaald verlof mocht. En dan is werk voor mij heel belangrijk, ik wil niet mijn werk verliezen omdat ik zo vaak op vakantie wil. Dat hoeft van mij niet zo.”

Zorgen, een bepaalde sfeer creëren – ik denk niet dat je daar nou per se gelovig voor moet zijn.

Je bent kerkelijk opgevoed. Heb je het idee dat je geloofsopvoeding iets te maken heeft met het werk wat je doet?

“Ik heb niet het gevoel dat ik dit werk doe omdat ik christelijk ben. Nee, het is omdat ik het verzorgende heel erg leuk vind: een beetje knuffelen met kinderen, ze aan het lachen maken, ze stimuleren in hun ontwikkeling. Dat zorgen, een bepaalde sfeer creëren, ik denk niet dat je daar nou per se gelovig voor moet zijn.
De koren waar ik op gezeten heb, waren wel allemaal christelijke koren. Daar kon ik wat meer het christen-zijn in kwijt. Dan ging ik een keertje niet naar de kerk, maar was ik wel naar het koor geweest waar ook een opening was en een sluiting, die je tot nadenken bracht.
Ik heb het er op mijn werk wel eens over dat ik christelijk ben en vertel dat ik naar de kerk geweest ben of dat ik bezig ben een jongerendienst voor te bereiden. En dan maakt het niet uit of ik christelijke collega’s heb of niet.”

Loopbaan in het kort

Annemarie Romijn is geboren in Rotterdam-Zuid, in 1976. Ze volgde een mbo-opleiding voor Agogisch Werk (tegenwoordig Sociaal Pedagogisch Werk) en werkt sinds 1996 bij Stichting Pameijer. Eerst als begeleidster bij een wasserette voor volwassenen met een verstandelijke beperking en als assistent-begeleidster op een kinderdagcentrum (KDC) voor kinderen met een verstandelijke beperking. Op dit moment werkt ze 36 uur per week op het KDC als begeleidster op een groep kinderen met een ernstige beperking.
Annemarie nam drie keer een periode onbetaald verlof op om te kunnen reizen.
Vroeger gaf ze korfbaltraining aan kinderen en ze zong jarenlang in koren; van één koor was ze een periode bestuurslid.
Annemarie is in september 2008 getrouwd met Jan Steven. De huishoudelijke taken delen ze.

Katinka Broos is predikant in het Oude Westenpastoraat. Ook is ze parttime coördinator van de zes wijkpastoraten en gemeentepredikant in Rotterdam.

Terug naar openingspagina Beroep en Bezieling

home