home

BEVRIJDE TIJD
Deelnemen aan een 24-uurseconomie?

KRITISCHE VRAGEN BIJ EVALUATIE WINKELTIJDENWET

Magazine Bevrijde Tijd nr 1, febr. 2000, pag. 3-6 en 9
door Esther van der Panne

De consument is koning
Grofvuilafspraak
Korte geschiedenis van winkeltijden in Nederland
Recreatief winkelen
Werknemers
Scholieren in de supermarkt
De kleine zelfstandige: held of verliezer?
Winkeliers in de Amsterdamse Kinkerstraat
De langere termijn
Nee durven zeggen
Winkeltijden in Europa

Suggesties voor gesprek, bezinning of actie

November 1999 sprak de Tweede Kamer over de effecten van de Winkeltijdenwet. De evaluatie leverde nog wel enige discussie op. Een echo van eerdere maatschappelijke protesten bij de invoering van de wet in 1996. Maar voor de regering en het grootste deel van de Kamer is het duidelijk: de winkeltijdenwet voldoet prima, er is geen aanleiding om de wet te wijzigen. Het winkelend publiek is tevreden, er zijn nieuwe banen bijgekomen en ook de kleinere winkels bestaan nog steeds. Deze feiten zijn aangedragen door het KPMG-Bureau voor Economische Argumentatie, dat in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken een onderzoek verrichtte. Toch spreken ze niet helemaal voor zich.

Het rapport Effecten van de winkeltijdenwet is verkrijgbaar bij het Ministerie van Economische Zaken, Afdeling Informatie en Nieuwsvoorziening, telefoon 070-3798820.

omhoog

De consument is koning

Blijkens het KPMG-rapport Effecten van de winkeltijdenwet maken consumenten in Nederland in groten getale gebruik van de verruimde winkelopeningstijden. Bijna 62%, ofwel 7,3 miljoen consumenten, maakt wel eens gebruik van de avondopenstelling van winkels. Ook de koopzondag mag op een grote belangstelling rekenen. Zo'n 4,7 miljoen consumenten bezoeken gemiddeld 3,6 keer per jaar een winkel op zondag. De meerderheid (57,3%) van de consumenten is tevreden tot zeer tevreden over de avondopenstelling van supermarkten, terwijl slechts 5,3% ontevreden of zeer ontevreden is. Ook de koopzondag, hoewel in mindere mate dan de avondopenstelling, wordt positief gewaardeerd. Meer dan de helft van de ondervraagden staat hier vrij neutraal tegenover, terwijl 26,5% tevreden of zeer tevreden is en 15% ontevreden of zeer ontevreden.

Grofvuilafspraak

De consument is koning. Zo niet, dan helpen bedrijven en wetgeving hem wel om zijn nederige houding los te laten en veeleisender te worden. Het is bijvoorbeeld even twee keer kijken, maar inderdaad, in de straat rijden wagens van de gemeentereiniging rond die vanaf hun flanken verkondigen dat het maken van een 'grofvuilafspraak' ook 's avonds kan. Daar kom je als consument niet vanzelf op. Maar zodra het kan, wordt het wel erg handig. En valt het vanzelf weer erg tegen dat een paspoort halen bij diezelfde gemeente in de avonduren nog niet gaat.

Bron: Mirjam Schöttelndreier, Je werk of je leven

Voor de regering zijn in een markteconomie de behoeften van consumenten bepalend. Bedrijfsleven en overheid hebben zich daarnaar te richten. Uit het onderzoek blijkt dat een groot deel van de consumenten gebruik maakt van de nieuwe openingstijden en dat een meerderheid is tevreden. Dús is de verruiming van de openingstijden (en zeker de avondopenstelling) een juiste ontwikkeling.

Critici zijn echter van mening, dat zo de factoren, die van invloed zijn op de behoeften van de consumenten, buiten beeld blijven. Is de keuze van het moment om boodschappen te doen werkelijk een vrije keuze? Volgen bedrijfsleven en overheid enkel de wensen van de klant?

De nieuwe winkeltijden waren vooral bedoeld voor mensen die een baan combineren met zorgtaken. De overheid wil de dagindeling van deze groep meer ontspannen maken en de stress aan het einde van de middag verlichten. Uit het KPMG-onderzoek blijkt echter dat het niet zozeer de tweeverdieners met kinderen en de alleenstaande ouders, maar veeleer de hoger opgeleide alleenstaanden en de tweeverdieners zonder kinderen zijn, dier na een lange werkdag nog gauw even bij de supermarkt binnenlopen. De vraag lijkt dan ook gerechtvaardigd, of de verruiming van de winkeltijden werkelijk voorwaarden schept voor een meer ontspannen dagindeling. En of daardoor meer mensen hun eigen tijd kunnen indelen en op de voor hen gunstigste tijden boodschappen kunnen doen.

Korte geschiedenis van winkeltijden in Nederland

De wetgeving op het gebied van winkeltijden ontstond in de jaren dertig onder invloed van de economische crisis, die tot uiterst scherpe concurrentie leidde. In de oorlogsjaren ontstond de gewoonte om de winkels om zes uur 's avonds te sluiten als gevolg an de schaarste en de avondklok. In 1952 werd wettelijk vastgelegd, dat winkels op zondag en op werkdagen voor vijf s ochtends en na zes uur 's avonds uur gesloten moeten zijn, op enkele uitzonderingen na. Zo mochten gemeentebesturen één vaste, wekelijkse koopavond aanwijzen.

De Winkelsluitingswet uit 1976 borduurde hierop voort. De belangrijkste doelstellingen van deze wet waren:

  • Het bevorderen van eerlijke concurrentieverhoudingen in de detailhandel door het creëren van gelijke uitgangsposities.
  • Het waarborgen van redelijke arbeidstijden voor zelfstandige ondernemers, zodat zij op een aanvaardbare wijze aan het sociaal en maatschappelijkleven kunnen deelnemen.

In de jaren tachtig ontstond een steeds duidelijker roep om verruiming van de winkelopeningstijden. Daarvoor werden als redenen aangevoerd:

  • Gewijzigde leef- en werkpatronen (meer buitenshuis werkende vrouwen, meer eenpersoonshuishoudens).
  • Meer mensen uit andere culturen woonachtig in Nederland.
  • Een gewijzigde beleving van de zondag (niet alleen een rustdag maar ook een dag om evenementen te bezoeken).

Op 1 juni 1996 wordt de nieuwe wet van kracht. Die wet heet Winkeltijdenwet om uitdrukking te geven aan de principes achter deze wet: deregulering, vrijheid voor winkeliers, meer beslissingsbevoegdheid voor het gemeentebestuur. Het is volgens de regering niet meer nodig de ondernemers in de detailhandel wettelijk te beschermen. Evenals ondernemers in andere sectoren zijn zij in staat hun eigen werktijden te bepalen.

De belangrijkste verschillen tussen de Winkeltijdenwet uit 1996 en de Winkelsluitingswet uit 1976 op een rij:

  • Maximale openstelling: 1976: 55 uur per week 1996: geen maximum
  • Toegestane openingstijden op werkdagen: 1976: van 6.00 tot 18.30 1996: van 6.00 tot 22.00. max. 1 koopavond per week
  • Toegestane openingstijden op zaterdag: 1976: van 6.00 tot 18.00 1996 van 6.00 tot 22.00
  • Maximaal aantal koopzondagen: 1976: 8 1996: 12. toeristische gemeenten onbeperkt

Recreatief winkelen

De koopzondag is een verhaal apart. Bij velen bestaat het beeld dat massa's mensen zondags gezellig aan het funshoppen zijn: gezinnen, jongeren en vooral de hardwerkende alleenstaanden en tweeverdieners, die 's zaterdag het huishouden doen en s zondags eens lekker de stad ingaan. Maar volgens de KPMG-cijfers staan echter de meeste mensen er nogal lauw tegenover. Minister Jorritsma benadrukt dat juist het beperkte succes van de koopzondag laat zien, dat er in Nederland helemaal geen sprake is van een 24-uurseconomie en van een bedreiging van de zondag als collectieve rustdag. Veel gemeenten wijzen minder koopzondagen toe dan het maximale aantal van 12. Alleen de grote steden en enkele toeristencentra maken gebruik van de mogelijkheid de winkels in toeristische gebieden elke zondag open te stellen. De minister gelooft dan ook dat de gemeentelijke besluitvorming goed werkt en dat de wet voldoende ruimte biedt aan gemeenten, waar veel bezwaren bestaan tegen openstelling op zondag.

In 1998 voerden de kerken al gezamenlijk actie tegen de winkelopenstelling op zondag. Collectieve rustdagen zijn de groenstroken in onze tijdsbeleving, was een van de stellingen die bij wijze van protest op de deuren van het Binnenhof werden gespijkerd. Evenals de partijen RPF en GPV hoopten ze dat het evaluatiedebat zou leiden tot een beperking van het aantal koopzondagen. In een manifest stellen ze: "Funshoppen is de motivatie voor de koopzondag geworden. Het 'recreatief winkelen'mag, volgens de minister, de concurrentie aangaan met strand- en boswandeling, fietstochten, bezoek aan pretparken en dergelijke. Waarom noemt de minister in dit rijtje dan maar ook niet de kerkgang? Dat er ook nog een rijtje zonderlingen is dat in gewetensnood komt door op zondag te moeten werken, speelt nauwelijks een rol." Voor de opstellers van het manifest bestaat er een principieel verschil tussen recreatief winkelen en andere vormen van vrijetijdsbesteding op zondag: het ene is commercieel, het andere niet. Een nogal vaag onderscheid: een bezoek aan een pretpark is toch ook commercieel?

Daarnaast wijzen de opstellers van het manifest op de invloed, die uitgaat van de winkelactiviteiten op de rust. "En ondertussen gaat de zondagse rust in onze steden naar de knoppen, terwijl zoveel mensen dat betreuren!", zo stellen ze onomwonden vast. Meer winkels open betekent meer mensen op straat, meer lawaai, meer evenementen om klanten te trekken. In Amsterdam staat inmiddels op zondag een kilometers lange file in de binnenstad. In Rotterdam hebben de plannen van de gemeenteraad om de openingstijden van de winkels op zondag te vervroegen naar tien uur al geleid tot een kerkelijk protest. De hervormde Laurenskerk vreest dat de rust in de stad wordt aangetast. De stilte in het koor van de kerk kan hinderlijk worden verstoord. Ook vinden ze dat de vervroeging van de winkelopening een bedreiging vormt voor de schoonheid van de stad, waar die op zondagmorgen verstild is.

Werknemers

De regering houdt het er op dat wie bezwaren heeft, voldoende beschermd is en echt niet gedwongen wordt. Uit enquêtes blijkt dat een groot deel van het winkelpersoneel wel eens, tegen de eigen voorkeur in, op de nieuwe tijden moet werken. Vooral tegen werken op zondag bestaat weerstand. Maar dat valt volgens minister Jorritsma op te lossen met goede afspraken over werkroosters.

De Reformatorisch Maatschappelijke Unie liet onderzoek doen naar de positie van sollicitanten. Hieruit blijkt dat 27% van de (voornamelijk kleinere) bedrijven van sollicitanten eist, dat zij op zondag werken. Nog eens 23% denkt dat in de toekomst werknemers te gaan doen. De RMU vreest dan ook dat als werken op zondag steeds gewoner wordt, het steeds lastiger wordt om te weigeren.

Minister Jorritsma stelt ondertussen tevreden vast, dat de verruiming van de winkeltijden als banenmotor heeft gewerkt. In de detailhandel en grootwinkelbedrijf zijn er 7.000 banen bijgekomen. Bij bedrijven die gebruik maken van de verruimde winkeltijden groeit de werkgelegenheid sneleer dan bij andere winkels. In de meeste gevallen gaat het om kleine part-timebanen en oproepcontracten, die voornamelijk worden ingevuld door herintredende vrouwen, scholieren en studenten. Ben Volkers, ondernemer en lid van de Nijverdalse actiegroep tegen de 24-uurseconomie, constateert cynisch: "Die jongeren zullen het bijltje er niet bij neergooien, want ze verdienen op die manier leuk een paar centen bij. Er bestaat immers nog geen vakbond ter bescherming van de werkdruk voor oproepkrachten."

Scholieren in de supermarkt: 'Wel een beetje plannen!'

Maarten Knibbe (16) en Hesther Zoutendijk (18) volgen allebei een Mbo-opleiding. Ze maken deel uit van de grote groep scholieren en studenten met een bijbaan in een winkel. Maarten heeft een vast contract bij een supermarkt voor 8 uur per week en kan daarnaast extra worden opgeroepen. Meestal werkt hij op zaterdag, ook wel op donderdag- en vrijdagavond van vijf tot negen uur. Hesther werkt op zaterdag als caissière in een filiaal van Albert Heijn in Amsterdam.

Beiden hebben niet zo bewust gekozen voor een bijbaan, al speelde voor Maarten mee, dat vrienden van hem al in de supermarkt werkten. Voornaamste reden om te gaan werken is geld (bij)verdienen. En supermarkten zitten te springen om jonge hulpkrachten. Hesther vertelt hoe gemakkelijk en snel je aan een baan komt: Ik liep er toevallig binnen. De volgende dag werd ik meteen gebeld voor een sollicitatiegesprek. Ik had meer geld nodig om rond te kunnen komen, om kleren te kunnen kopen bijvoorbeeld. Als het voor het geld niet hoefde, had ik het niet gedaan. De hele week ben je bezig, je hebt bijna geen tijd meer om uit te rusten, je hebt alleen de zondag over. Ik kan op zaterdagavond niet meer uit. Ik werk van negen tot zeven en dan ben ik kapot, dan zie ik alleen nog een kassalade open en dicht gaan. In de vakantie werkte ik vier of vijf dagen. Dat vond ik eigenlijk minder zwaar, dan kom je in een ritme. Op zondag is de winkel dicht. Als ik kon kiezen zou ik misschien wel liever op zondag dan op zaterdag werken. Dan is het gezelliger en minder druk, dan hoef je niet zo achter elkaar door te gaan als op zaterdag. Eerst werkte ik ook op donderdagavond maar dat redde ik niet meer met school. En school gaat wel voor."

Hesther en Maarten hebben geen activiteiten laten schieten, toen ze gingen werken. Hesther: "Het is niet zo dat het werk je leven gaat beheersen. Je maakt op andere plekken van de dag tijd voor sport, voor vrienden." Maarten: "Waar ik werk, werken heel veel jongeren, de meeste naast hun school. Het is goed te combineren. Ik heb niet zoveel huiswerk, dus dat is geen probleem. Je moet wel een beetje plannen. Bijvoorbeeld dat je niet te veel op vrijdag of zaterdag werkt, dan zie je je vrienden niet meer. Mensen laten zich echt niet helemaal door het werk beïnvloeden. Zo van 'school - werken - slapen', dat gebeurt niet, dat valt reuze mee. Je kunt altijd nee zeggen als ze je bellen, dan kijken ze niet boos. Je kunt ook van tevoren zeggen dat je nooit door de week wilt werken."

De kleine zelfstandige: held of verliezer?

Het onderzoek laat zien dat een groot aantal levensmiddelenwinkels gebruik maakt van de mogelijkheid om 's avonds langer open te zijn. Dit geldt met name voor de supermarkten, die de openstellingtijd per week gemiddeld van 55 naar 66 uur hebben verruimd. Speciaalzaken maken relatief weinig gebruik van de nieuwe mogelijkheden. Buiten de levensmiddelenhandel zijn het vooral de bouwmarkten die met avondopenstelling werken. Andere branches houden de winkels veelal 's avonds gesloten, maar maken wel weer vaak gebruik van de mogelijkheid op koopzondagen open te zijn.

Kleine zelfstandige winkeliers zijn voor het overgrote deel geen gebruik van, volgens het KPMG-rapport. Als ze dat wel doen, dan is dat vanuit een concurrentieoverwegingen. Het rapport beschouwt de winkeliers die de nieuwe tijden zien als een uitdaging als succesvolle, innovatieve ondernemers. Dat lijkt ook de houding te zijn die minister Jorritsma prijst. Met genoegen constateert ze dat winkeliers hun openingstijden ontdekt hebben als middel om zich te profileren. Dat is de echte handelsgeest. niet gelukkig met de verruiming en maken er weinig tot

Daar staan tegenover degenen die vinden dat kleine zelfstandigen bescherming verdienen en gelijke kansen moeten krijgen ten opzichte van het grootwinkelbedrijf. Ze vinden dat de overheid tekort schiet als beschermer van zwakken en schepper van gelijke kansen. Leen van Dijke, fractievoorzitter van de RPF in de Tweede Kamer, is bezorgd over de positie van ondernemers die hun zaak 's avonds en vooral op zondag dicht willen houden: "Ze worden helemaal aan hun lot overgelaten. Ze lijden verlies aan inkomsten, in vergelijking met hun concurrenten. Volgens het MKB (Midden- en Kleinbedrijf) worden ondernemers in nieuwe centra geconfronteerd met standaardcontracten waarin de openings- en sluitingstijden vastgelegd zijn. Wie op koopzondagen dicht wil blijven, krijgt geen kans. Winkeliersverenigingen streven naar een openingsregime dat voor alle winkels geldt. Daardoor komen individuele winkeliers in de problemen.

Winkeliers in de Amsterdamse Kinkerstraat

De HEMA: "We hebben een half jaar lang een proef gedaan. De winkel was dan een uur langer open. Dat was geen commercieel succes. Af en toe kwam er een verdwaalde klant. Dat komt omdat we de enige winkel in de buurt waren die 's avonds open was."

De schoenenwinkel: "Door mijn kennis van de buurt overleef ik. Een voorbeeld: om allochtone klanten te trekken moet je handelsgeest hebben. Een beetje flexibel zijn met je prijzen. Vooral de ketenbedrijven krijgen het dan moeilijk.'s Avonds ben ik niet geopend, omdat ik nog een sociaal leven wil hebben. Daarbij is de rest van de straat ook dicht. De zondagopenstelling doe ik uit collegialiteit. De buurt is eigenlijk niet geschikt om op zondag te winkelen. We kunnen niet opboksen tegen de concurrenten uit het centrum. Daar zijn veel toeristen. Hier komen de klanten alleen als er bijvoorbeeld een braderie georganiseerd wordt."

De kantoorboekhandel: "Men heeft geen geld over voor acties. De bereidheid om iets gezamenlijks te organiseren is klein.(...) Ik wil het liefst volledige vrijheid. De ondernemer moet zelf kunnen kiezen wanneer hij open gaat. Ik ben naast een aantal zondagen bijvoorbeeld elke dag een uur langer open. Dit uur begint steeds beter te lopen."

Bron: KPMG, Effecten van de winkeltijdenwet (1998)

De langere termijn

De cijfers waarop de evaluatie van de Winkeltijdenwet berust, zijn vrij snel na invoering van de wet verzameld. De onderzoekers houden in het voorwoord dan ook een slag om de arm: over effecten op de langere termijn valt nauwelijks iets te zeggen. Om die reden blijven nogal wat vragen onbeantwoord. Bijvoorbeeld: is met deze wet soms de beslissende dominosteen gevallen, die ervoor zorgt dat in de toekomst steeds meer dienstverlenende bedrijven hun openingstijden fors zullen moeten verruimen? Leiden de ruimere winkeltijden niet tot verdere schaalvergroting, waarbij supermarkten en grote winkelketens kleinere speciaalzaken verdringen. En als bepaalde groepen mensen vaker 's avonds en 's zondags betaald moeten werken, heeft dat dan gevolgen voor het verrichten van vrijwilligerswerk? En als mensen vaker gaan winkelen op zondag, laten ze dan andere activiteiten achterwege die ze eerst op zondag deden?

Nee durven zeggen

Eric en Tineke Horst uit Zwolle hebben een onderneming waarin ze verhuisbedrijf en woninginrichting combineren. Vijf mensen werken in vaste dienst, tien op afroep in de stoffering. Hoe gaan zij om met arbeidstijden en winkeltijden? Eric Horst: "Natuurlijk is er het probleem bij een groeiend bedrijf dat je te veel gaat werken. We hebben dat opgelost door onze verhuizers zodanig op te leiden, dat ze ook in de showroom kunnen staan, acquisitie verzorgen en offertebezoeken kunnen brengen. Daarmee is een 'ploegendienst' gecreëerd en kan dus bij toerbeurt worden gewerkt en komt eens per veertien dagen ook de zaterdag of de maandag als vrije dag beschikbaar. Zo blijft het werk leuk en is er ruimte voor sociale contacten."

Bovendien, zo vult Tineke Horst aan, blijft de winkel op zondag dicht. "We kijken echt niet op een uurtje meer of minder, maar het is beslist niet nodig mee te hollen met de oprukkende 24-uurseconomie. Zelfs als je de zondag niet als rustdag respecteert vanuit je principe, dan nog is die rustdag een goede instelling. Je moet nee durven zeggen. Mensen zijn geen machines."

Bron: Magazine Stichting Maatschappelijk Ondernemen Midden- en Kleinbedrijf, nr. 4, september 1998

Winkeltijden in Europa

  • In 1997 mogen in zeven Europese landen de winkels op werkdagen tussen 8 en 24 uur open zijn. Dat is 96 uur per week. Nederland komt op hetzelfde aantal uren uit, maar dan tussen 6 en 22 uur. Zes landen hebben een meer beperkende wetgeving, waaronder Duitsland, België en Luxemburg. In Frankrijk en Spanje mogen winkeliers hun openingstijden helemaal vrij bepalen, ook op zondag.
  • De feitelijke openingstijden lopen in Europa niet zo sterk uiteen. Dat komt mede doordat een aantal landen strenge beperkingen kent ten aanzien van het maximaal aantal toegestane werkuren per week.
  • De tendens in Nederland naar ruimere openingstijden is niet uniek. Twee voorbeelden. De winkeltijdenwetgeving in Duitsland is in 1996 versoepeld. Winkels mogen op zaterdag open zijn van 6 tot 16 uur (was 14 uur), de rest van de week van 6 tot 20 uur (was 18.30 uur). Op zondag zijn de winkels gesloten, op enkele uitzonderingen na. Een van de uitzonderingen is 'de verkoop van toeristische artikelen'. Grotere winkels in Oost Duitsland maken van deze bepaling gebruik om op zondag hun deuren te openen. Vakbonden, politici, schrijvers en kerken verzetten zich daartegen.Het publiek stroomde echter toe. Net als in Nederland woeden in Duitsland felle discussies over de status van de zondag.
  • Het Verenigd Koninkrijk kreeg in 1994 een nieuwe 'Shops Act' die het winkels mogelijk maakt 24 uur per etmaal open te zijn, van maandag tot zaterdag. Op zondag geldt een maximum van zes uur, voor de grotere winkels. Avondsupermarkten zijn normaal geworden. Vele zijn open tot 22 uur en op vrijdag de hele nacht door.

Suggesties voor gesprek, bezinning of actie

Het artikel Is de beslissende steen gevallen? stelt kritische vragen bij verschillende aspecten van de verruimde winkeltijdenwet. Daarbij blijkt dat mensen in verschillende hoedanigheden met de verruimde winkeltijden te maken hebben. Wanneer u naar aanleiding van dit artikel een activiteit wilt organiseren, dient u dan ook van tevoren duidelijke antwoorden te geven op de volgende vragen:

  • Wat willen we bereiken? Informatie verzamelen? Zich een mening vormen? Actie voeren?
  • Met en voor wie willen we een activiteit organiseren? Met een kring van bekenden? Voor leden van onze gemeente of parochie? Met mensen uit de omgeving?
  • Waarover willen we het hebben? De avond- en nachtopenstelling? De zondagopenstelling? De rol van consumenten? De positie van werknemers?

De klant is koning

De hieronder genoemde activiteiten hebben betrekking op de verwachtingen en het gedrag van consumenten. Zo zou u in een eerste bijeenkomst uw eigen verwachtingen en gedrag in kaart kunnen brengen. Dat kan in kleine groepen aan de hand van de volgende vragen:

  • Welke verwachtingen heeft u ten aanzien van openingstijden van winkels? Zijn die verwachtingen ten aanzien van alle winkels dezelfde? Welke verwachtingen heeft u ten aanzien van dienstverlenende instellingen (gemeentelijke diensten, banken, postkantoor, apotheek, huisarts e.d.)? Welke overwegingen bepalen uw verwachtingen?
  • Waar en wanneer doet u (of iemands anders uit uw huishouden) de dagelijkse boodschappen? En waar en wanneer de speciale inkopen? Welke overwegingen spelen mee bij de keuze van plaats en tijdstip?

Tijdens een volgende bijeenkomst zou u uw eigen verwachtingen en gedrag kunnen confronteren met de ervaringen van direct betrokkenen. Nodig hiervoor enkele gasten uit. Vraag bijvoorbeeld zelfstandigen, filiaalmanagers of werknemers te vertellen over hun ervaringen met de verwachtingen en het gedrag van klanten. Nadat zij hun ervaringen hebben verteld, volgt een gesprek hierover. Tijdens dat gesprek kunnen vragen gebruikt worden die het artikel Is de beslissende steen gevallen? stelt, zoals:

  • Vindt u dat de behoeften van consumenten de leidraad moeten zijn bij het vaststellen van openingstijden?
  • Vindt u dat winkeliers winkeltijden mogen gebruiken om zich te profileren? Wat vindt u in dit verband van het idee van de Dienstenbond CNV om winkels, die op zondag gesloten blijven, van een sticker te voorzien?
  • Bestaat er voor u een principieel verschil tussen openstelling op zondag van winkels en andere voorzieningen (bibliotheek, museum, bioscoop, pretpark, restaurant)? En tussen 'recreatief winkelen' en andere vrije tijdsactiviteiten op zondag?

Het gesprek wordt in ieder geval afgesloten met de vraag, of de verhalen van de gasten van invloed zijn op uw eigen verwachtingen en gedrag?

Rustbeleving

De navolgende activiteiten betreffen de effecten van de nieuwe winkeltijden op de rustbeleving. Mogelijke vragen voor een gesprek zijn:

  • Op welke momenten ervaart u rust? Waaruit bestaat die rust?
  • Maakt het voor uw verschil of u die rust alleen of gezamenlijk beleeft?
  • Moeten gezamenlijke momenten van rust in wetgeving of andere vormen van regelgeving worden vastgelegd?
  • Wat bedoelen de kerken in hun manifest volgens u met 'collectieve rust'?
  • In plaats van een gesprek zou u ook eens kunnen beginnen met het doen van onderzoekjes. Zo zou een gemeente of parochie haar leden kunnen vragen op een A4-tje duidelijk te maken - in woord en beeld - hoe zij hun zondag doorbrengen. En hoe ze dat beleven. Hang de resultaten op in de kerkruimte. Gebruik ze als aanleiding voor een gesprek of verwerk ze in een liturgie.

Een onderzoekje kan zich ook richten op de omgeving. Welke wensen hebben anderen ten aanzien van de zondagopenstelling? Komt dat overeen met het beleid van winkels en overheden? Wiens wensen dienen prioriteit te hebben?

Een mogelijkheid om actie te voeren is het meedoen aan de landelijke autoloze zondag. In 2000 valt deze op 24 september (zie rubriek Bij de tijd blijven elders in dit nummer). Deze dag kan aanleiding zijn voor een bezinning op de vraag 'Wat is collectieve rust'? Heeft dat te maken met stilte? Met niet actief zijn? Of juist niet? Wat was er leuk aan die 'saaie, stille zondag'?

Ook kan besloten worden tot het steunen van bepaalde (groepen van) winkeliers en/of werknemers. Zo zouden de ervaringen van winkeliers die hun deuren op zondag gesloten houden of die van werknemers met gewetensbezwaren onder de aandacht gebracht kunnen worden. (EvdP)

Naar andere artikelen Bevrijde tijd

home