home

BEVRIJDE TIJD
Deelnemen aan een 24-uurseconomie?

BASISSCHOOL EN TIJD
"De hele dag kijk je op de klok"

Magazine Bevrijde Tijd nr 1, febr. 2000, pag. 7-9
door Hub Crijns

Heen en weer
Werk en zorg combineren
Tekort aan leraren
School zes dagen open
Verwerkingssuggesties

Het lesrooster van de basisscholen was lange tijd een bron van orde en regelmaat. Half negen gaan de schooldeuren open. Tussen de middag is er een uur tot anderhalf uur pauze. Om drie uur of half vier is de schooldag achter de rug. De woensdagmiddag - en voor de jongste groepen ook de vrijdagmiddag - is vrij. Maar in deze situatie lijkt verandering te komen. Scholen staan onder druk om de vaste tijden los te laten. Ouders willen dat de schooltijden beter aansluiten op hun andere activiteiten. Ondertussen zoeken managers zich suf naar voldoende leerkrachten. Kinderen worden soms noodgedwongen naar huis gestuurd. De basisschool rent zich de longen uit het lijf.

omhoog

Heen en weer

Ouders - en vooral moeders - besteden steeds meer tijd aan hun kinderen: voorlezen, praten, spelletjes, knutselen, halen van en brengen naar school, club en andere activiteiten, helpen bij huiswerk. Op dit punt bestaat er zelfs geen verschil tussen gezinnen met één kostwinner en gezinnen waarvan de beide ouders werken. In de verdeling tussen vaders en moeders is er in de afgelopen twintig daarentegen nog weinig veranderd: moeders steken er (ruim) twee keer zoveel tijd in als vaders (zie tabel).

De meeste heel jonge kinderen gaan nog maar zelden op pad zonder begeleiding. Maar ook oudere basischoolkinderen doen de reis van en naar school nog bijna altijd onder begeleiding. Het gaat dikwijls om kortdurende verplaatsingen, maar ze nemen toch heel wat tijd en aandacht in beslag. Zoals Sandra uit het Westland zegt: 'Alles gaat op tijd, je bent de hele dag op de klok aan het kijken'. Margriet Dekkers, verpleegkundige met twee kinderen, is anders gaan leven: 'Ik was een ma flodder: hierheen, daarheen, leuke dingen doen. 's Ochtends om negen uur een beschuitje met een kopje thee, kind in de kinderstoel, krantje lezen, gezellig. En nu moet je om half negen op school zijn, snel, snel, snel'. Margriet draaide al jaren tot haar tevredenheid nachtdiensten, zeven nachten op, zeven nachten af, maar kon het niet meer volhouden. 'Ik was ineens gebonden aan tijden overdag. Ik moest de kinderen 's ochtends wegbrengen tussen de middag ophalen. Het werd lichamelijk een te zware opgave. Toen ben ik minder gaan werken. Onderzoek wijst uit dat moeders veel meer dan vaders hun arbeidstijden afstemmen op het ritme van het gezin.

Werk en zorg combineren

In steeds meer gezinnen met schoolgaande kinderen werken beide ouders. De tijdsdruk is daardoor aanzienlijk toegenomen. De meeste moeders weten de veranderende tijdseisen in te passen in hun leven. Soms werken werkgevers actief mee. Soms moeten moeders dit bevechten. Columba van Egmond, ziekenverzorgende en gescheiden moeder van drie jonge kinderen, liep zelfs stuk op de onmogelijkheid werk en zorg te combineren. Ze veranderde van beroep vanwege de flexibiliteitseisen in de ziekenverzorging. Ze werd veiligheidsbeambte. Naar tevredenheid, maar ook hier wordt een hoge flexibiliteit gevraagd, die ze niet kan opbrengen. Columba heeft zich ziek gemeld en haar arbeidsovereenkomst laten ontbinden. Ze zit nu weer thuis met een uitkering. 'Het verschil zie ik nu al. De kinderen zijn een stuk vrolijker, op school gaat het beter. Ik ben zelf de stress kwijt van continu rennen en vliegen. En als je dan ziet wat je aan reiskosten en oppaskosten kwijt bent - dan verdiende ik echt drie keer niks. De toekomst is onzeker. Want er is geen werk tussen negen en drie, niet in de beveiliging, niet in de ziekenverzorging.'

Ondertussen zijn de toch al druk bezette ouders nauw betrokken bij de school. Scholen hebben ze zelfs hard nodig. Ouders vervoeren kinderen bij excursies en uitstapjes, organiseren feesten en sportdagen, houden de computers aan de praat, doen de bibliotheek, maken speelgoed, toiletten en klassen schoon, controleren op luizen en fluorspoelen, helpen bij het lezen of extra aandacht voor leerlingen, maken de kledij voor de feestdagen enzovoorts. De lijst van wat ouders voor de school en hun kinderen doen is oeverloos. Je kunt het zo gek niet verzinnen of ouders doen het ergens in Nederland wel voor de school.

Tekort aan leraren

Groep zeven van de Amsterdamse St. Lukasschool zat oktober vorig jaar een week thuis, omdat de school geen vervanger voor een zieke leerkracht kon vinden. Directeur Schonis geeft toe, dat een week lang is. Maar eigenlijk had groep zeven twee weken naar huis gemoeten. Voor de tweede week verdeelde hij de leerlingen toch maar over de andere groepen. De St. Lukasschool telt vooral allochtone leerlingen en zo'n school heeft het moeilijk om kandidaten voor vacatures of vervangers te vinden. Het werk is er zwaarder. Van de zomer zijn vier leerkrachten vertrokken naar 'rustiger oorden'. Behalve personeelsproblemen, grijpen de verhalen van zijn leerlingen de directeur steeds meer aan. Misschien moet hij over enige tijd zelf vervangen worden (Metro 3 november 1999).

Ook basisschool De Kweekvijver in Oostzaan kampt met een lerarentekort. In het schooljaar 1999 besloot de directie al tien keer een groep naar huis te sturen. De klassen zijn om de beurt leeg, zodat niet steeds dezelfde kinderen de dupe worden van de langdurige ziekte van twee leraren. 'Het is paniekvoetbal om vervanging voor leerkrachten te regelen', zegt directeur Jan Gouw. 'Mijn collega's nemen hun adv-dagen niet op als er zieken zijn en de parttimers werken soms op hun vrije dagen.' Leerkracht Monique Delorme vindt dat vervelend: 'Je kiest ervoor parttime te werken. Ik heb zelf ook kinderen en geeft zo'n vrije dag liever niet op.' Gouw: 'Ik hol van incident naar incident. Aan mijn echte werk kom ik niet toe. Ik ga al jaren elke zondag naar school, dat is de enige dag dat ik rustig kan werken'.

Veel ouders reageren laconiek. De meeste moeders zijn in het dorp thuis. Wel maken ze zich zorgen over het ritme. De kinderen raken erdoor van slag. Linda de Boer vindt het maar raar, dat haar dochter steeds naar huis wordt gestuurd. 'Als je eens een lang weekend met de kinderen weg wil met een vrijdag erbij, dan gaan ze moeilijk doen'. De kinderen reageren verschillend. De achtjarige Kelly uit groep 7/8 is al vier keer thuisgekomen: 'Ik vond dat eigenlijk wel leuk, dan hoef je niet te rekenen'. De even oude Kim: "Ik kan niet met de kinderen uit de buurt spelen omdat die allemaal op school zitten' (De Volkskrant 6 oktober 1999).

Ouders nemen het echter niet altijd rustig op. Voorjaar 1999 besloot de bestuurscommissie van de openbare basisscholen in Diemen om de lagere klassen om de twee weken vrijdag vrij te geven. Ouders van de basischool 't Palet kwamen in actie tegen deze maatregel. Niet alleen kregen hun kinderen minder onderwijs, maar veel werkende ouders kwamen door de extra vrije dagen in de problemen. Staatssecretaris Adelmund is het met hen eens: een vijfdaagse schoolweek geeft structuur aan de week van kinderen. Ze gaat met sociale partners en schoolbesturen overleggen hoe zij een vierdaagse schoolweek kan uitbannen.

School zes dagen open

Staatssecretaris Verstand van Emancipatie vroeg de stuurgroep Dagindeling om creatieve oplossingen voor de problemen die ontstaan bij een eventuele vierdaagse werkweek. De stuurgroep noemt in haar advies aan de staatssecretaris een zesdaagse werkweek het antwoord op de vierdaagse. Die zesde dag zou benut kunnen worden voor opvang- en vrijetijdsactiviteiten. Volgens de stuurgroep zijn de openingstijden van basisscholen nu nog te zeer afgestemd op de volledige beschikbaarheid van moeders. Opvang voor de kinderen moeten ouders zelf regelen. De overblijfregeling heeft zich niet ontwikkeld tot een gangbare schoolvoorziening. Ook al blijft eenderde van alle basisschoolleerlingen wel eens over.

Dat ouders behoefte hebben aan een school die langer open is dan normaal, bewijst het succes van de kantorenurenschool De Kring in Haarlem. In 1994 begon die met 165 kinderen, nu gaat het leerlingenaantal richting 400. De school is elke werkdag van half acht tot zes uur open en biedt naast basisonderwijs ook cursussen en kinderopvang. Ook elders wordt gezocht naar voorzieningen om tegemoet te komen aan de behoeften van werkende en studerende ouders aan opvang van hun kinderen, ook buiten de reguliere schooltijden: opvang voor de school begint (ontbijtverstrekking), overblijfregelingen, naschoolse opvang en buitenschoolse opvang, bijvoorbeeld in de vakanties. Daarbij wordt aan de basisschool steeds meer functies toebedacht ('brede school').

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van het Jaarboek Emancipatie 1999.

Aantal uren die (gehuwd) samenwonende ouders besteden aan begeleiding van hun kinderen

1975

1985

1995

leeftijd
kinderen

moeder

vader

moeder

vader

moeder

vader

0-5 jaar

5,4

2,6

7,1

3,4

9,4

4,4

6-14 jaar

2,7

1,3

3,4

1,2

4,3

1,9

Bron: Sociale atlas van de vrouw


Verwerkingssuggesties

Het artikel Basisschool en tijd vraagt enerzijds aandacht voor de invloed die de school heeft op de tijdsbesteding van ouders met schoolgaande kinderen. Anderzijds maakt het artikel duidelijk dat de wensen van ouders en leerkrachten van invloed kunnen zijn op de school- en lestijden. Een en ander leidt niet zelden tot moeilijkheden. Om niet elke ouder of ouderpaar afzonderlijk daarmee te laten worstelen is gezamenlijke bezinning nodig.

Een groepje ouders zou kunnen kijken naar waar knelpunten liggen en hoe gezamenlijk aan een oplossing gewerkt kan worden. Hoe doe je dat? Het meest voor de hand ligt, dat de school een bijeenkomst organiseert. Bijvoorbeeld met een groepje ouders dat in dezelfde straat of buurt woont. Ook is het mogelijk dat een buurthuis of een kerk het gesprek organiseert.

In een eerste gesprek zou als volgt opgezet kunnen zijn:

  • Elke deelnemer wordt gevraagd te vertellen welke knelpunten zich in haar/zijn situatie voordoen. Dat kan zijn rondom het halen en brengen van kinderen, het onverwacht naar huis sturen bij ziekte van een leerkracht of een ander punt.
  • Daarna maakt de groep een overzicht van de gesignaleerde knelpunten en geeft aan wat welk knelpunt het meest urgent is.
  • Vervolgens wisselt de groep van gedachten over de vraag van wie een oplossing kan/mag worden verwacht ten aanzien van een bepaald knelpunt: de school, de ouders zelf of een andere instantie?
  • Daarna bedenkt de groep of er gezamenlijke initiatieven mogelijk zijn. Dat kan zijn door over een knelpunt met de schoolleiding te gaan praten. Het kan ook door praktische oplossingen te bedenken. Zo zouden enkele ouders de afspraak kunnen maken, dat zij om de beurt de kinderen van school halen. Of dat enkele kinderen de ene week tussen bij gezin A eten en de volgende week bij gezin B.
  • Tenslotte worden er concrete afspraken gemaakt. (HC)

Naar andere artikelen Bevrijde tijd

home