home

BEVRIJDE TIJD
Deelnemen aan een 24-uurseconomie?

"HELAAS TE VEEL TIJD"

Magazine Bevrijde Tijd nr 2, sept. 2000, pag. 7-9.
door Henk Kampert, arbeidspastor in het bisdom Breda

De verdeling van de tijd
Het verzwakte arbeidsethos
Ik ren dus ik ben
Verwerkingssuggesties

Jan van Bergen is 52 jaar, alleenstaand en nu al weer enkele maanden in de ziektewet. Bijna z'n hele leven heeft hij op de administratie en boekhouding van middelgrote bedrijven gewerkt. De laatste jaren was hij ook secretaris van de ondernemingsraad. Ik ken Jan van het Cliëntenplatform Minima. Wanneer ik bel voor een afspraak, antwoordt hij: "Zeg jij het maar, want ik heb helaas te veel tijd."

"Alles ging goed tot het moment dat het laatste bedrijf, waar ik werkte, ging automatiseren. Enkele reorganisaties volgden en tenslotte kwam ik op 1 juli 1996 op straat te staan. Ik werkte tot dan toe met plezier. Ik had prettige collega's . Met name het O.R.-werk beviel me heel goed. Ik wist m'n werk goed af te bakenen door geen werk mee naar huis te nemen. 's Avonds en in het weekend was ik vrij. Ik hield dan m'n huishouden bij. Ook besteedde ik veel tijd aan m'n toenmalige hobby paardrijden, met alles wat daar bij hoort: verzorgen van de dieren, uitmesten van de stallen enzovoorts.

Aan deze periode kwam een abrupt eind op die eerste juli. Ik kwam thuis te zitten. Alle kranten ploos ik na op zoek naar werk. Ook had ik gesprekken met uitzendbureaus en het arbeidsbureau. Vaak kreeg ik te horen: 'Je bent te oud.' Toch lukte het me enkele keren op projectbasis bij een bedrijf aan de slag te raken. Ik was er blij mee en hoopte op een vast dienstverband. Dat lukte niet, maar ik heb de kop niet laten hangen. Dat heb ik van huis uit meegekregen. M'n vader zei altijd: 'Je weet pas dat je iets niet kunt, als je het niet eerst geprobeerd hebt.' Toch duurden de dagen lang. Ik ben toen begonnen met tekenen en aquarelleren. Ook lees ik graag m'n krantje en kijk ik - als het de moeite waard is - tv. Hier en daar doe ik een klusje. Ik bezoek regelmatig m'n moeder, voor wie ik de boodschappen doe.

Nu ik in de ziektewet zit, heb ik echter bijna nergens zin meer in. Ik slaap slecht, overdag ben ik moe en kom ik er niet toe om maar iets te doen. Enkele keren per week moet ik naar de fysiotherapie. Ook moet ik regelmatig voor behandeling naar het ziekenhuis of voor controle naar het GAK. Toch probeer ik ook in deze periode positief te blijven. Ik zoek naar het goede evenwicht tussen veel en weinig hooi op m'n vork nemen. Aan zo-maar-niets-doen heb je niks. Dan glijd je psychisch alleen maar af. Om dat te voorkomen moet je jezelf juist aanpakken. Ik zet me er dan ook toe m'n huishouden bij te houden en wat aan m'n hobby's te doen.

Ik hoop dat aan deze situatie gauw een einde komt, zodat ik weer kan gaan solliciteren en werken. Het moet wel betaald werk zijn, want anders word ik gekort op mijn uitkering. Voor een langere periode op projectbasis. Hopelijk rol ik dan met enig geluk ergens vast in. Maar voorlopig moet ik geduld hebben."

De verdeling van de tijd

Vrije tijd was in het begin van de eeuw een voorrecht van de elite. Voor Jan-met-de-pet waren zestigurige werkweken en geen enkele vakantiedag heel gewoon. De Arbeidswet van 1919 bood pas enige verlichting: een 45-urige werkweek, de achturendag, de vrije zaterdagmiddag en de vrije zondag werden gegarandeerd. Toch werkten de Nederlandse arbeiders tussen 1920 en 1960 gemiddeld het langst van alle geïndustrialiseerde landen. In veertig jaar liep het aantal uren dat ze jaarlijks werkten nauwelijks terug van 2500 in 1920 tot 2330 in 1960. Een vrije tijdswinst van gemiddeld 2,5 uur. Ook de huishoudelijke taken namen in die tijd dagelijks nog vele uren in beslag. De invoering van allerlei huishoudelijke apparaten verliep langzaam. De echte doorbraak kwam pas na 1960: de vrije tijd nam gestaag toe en er ontstond een omvangrijke vrijetijdsindustrie.

Uit het SCP onderzoek Naar andere tijden? blijkt echter dat de tijd die mensen besteden aan zogeheten verplichte activiteiten (betaald werk, studie en huishoudelijk werk, inclusief kinderverzorging) sinds 1975 weer gestaag is toegenomen. Onder de bevolking van 18 tot 65 jaar namen die taken in 1995 gemiddeld 2,5 uur per week meer in beslag dan in 1975. In die periode verminderde hun vrije tijd met bijna twee uur en bezuinigden zij ruim een half uur op slapen, maaltijden en persoonlijke verzorging.

De toegenomen drukte is echter niet gelijk over de bevolking verdeeld. In 1995 zijn de werkende man en vrouw het drukst. Zij besteden resp. 54,2 en 53,4 uur per week aan verplichte bezigheden. Met name onder de hoogopgeleiden in de leeftijd van 35 tot 50 jaar. Zeker wanneer beide partners betaald werk hebben, is de hoeveelheid vrije tijd beperkt. Of zij wel of geen kinderen hebben maakt daarbij weinig uit. Daarentegen hebben werkzoekenden en arbeidsongeschikten (23,9uur), 65+ vrouwen (28,4 uur) en 65+ mannen (20,1 uur) gemiddeld weinig verplichtingen. (Voor meer informatie: www.scp.nl)

De beschikbare hoeveelheid vrije tijd mag dan in honderd jaar met ongeveer 25 uur zijn toegenomen. Toch zijn er nog steeds weinig met mensen een overschot aan tijd. Het grote verschil met een eeuw geleden is echter dat de mensen met veel tijd van boven naar beneden zijn getuimeld in maatschappelijk aanzien. Waren het vroeger de vertegenwoordigers van de betere en rijke standen die over zeeën van tijd beschikten, nu zijn het de werklozen en uitkeringsgerechtigden die buitengesloten zijn van koortsachtig bezig zijn.

Het verzwakte arbeidsethos

Pas in de late Middeleeuwen ontstond een positieve waardering van de arbeid. Voor die tijd werd arbeid gezien als last en als zodanig ondergeschikt aan vita contemplativa, het beschouwende leven. Ter wille van het levensonderhoud moest er lichamelijke arbeid verricht worden, maar deze lag op de schouders van de horige, de boer en ambachtsman. De renaissance en de reformatie brengen de arbeid over de drempel van een nieuwe, moderne tijd. Arbeid wordt roeping en krijgt een waarde in zich. Met zijn arbeid verheerlijkte de mens God: arbeid werd een gewijde bezigheid. Slechts de werkende mens is de echte mens. Nietsdoen en zich vervelen gingen gelden als zonden.

Langzaamaan stierven de religieuze wortels van dit arbeidsethos echter af en ging het een eigen leven leiden. Van mannen, van ongehuwde en nog niet gehuwde vrouwen werd verwacht, dat zij arbeid verrichten, en wel loonvormende arbeid. Voor vrouwen met gezinsverantwoordelijkheid stond (niet loonvormende) arbeid binnen het huishouden centraal. Van haar werd verwacht dat zij deze arbeid uit liefde voor man en kinderen verrichten. Vanaf de industrialisatie (scheiding woon- en werkplaats) werden vrouwen steeds meer gezien als alleen maar huisvrouw. De meeste leden van de samenleving namen deze morele verplichtingen vrijwillig op zich. (Niet alle leden: er was ook verzet!)

Dit arbeidsethos wordt nog steeds door velen gedeeld. Haar motivatie is echter niet alleen gewijzigd, maar ook verzwakt. De voortgaande verkorting van de werkweek en langdurige schaarste op de arbeidsmarkt hebben ertoe geleid dat bezigheden op andere levensterreinen (recreatie, zorg) meer betekenis kregen. Steeds minder mensen zien betaalde arbeid als centraal onderdeel van hun leven en niet-arbeid als ondergeschikt daaraan. Uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt ook dat de morele verplichting tot arbeid bij Nederlanders het minst leeft. Werk moet voor ons vooral interessant zijn, mogelijkheden bieden tot ontplooiing en vooral ook goede sociale contacten bieden. Omgekeerd hechten wij weinig waarde aan de klassieke functies van arbeid als middel tot inkomen of als verlener van status en prestige.

Arbeid vervult echter nog steeds een centrale functie in onze samenleving. Het hebben van een baan is voorwaarde geworden tot participatie aan de samenleving. Wie zelf geen inkomen uit arbeid verdient heeft minder kansen op een goed leven. Mede om die reden hebben steeds meer vrouwen een betaalde baan. Zij ontlenen hun sociale identiteit nu niet meer aan hun man, maar aan hun werk. Daarnaast is er een periode van arbeidskrapte aangebroken. Het valt dan ook te betwijfelen, of het aloude arbeidsethos zal verdwijnen.

Ik ren dus ik ben

Esther van der Panne, stafmedewerkster van het landelijk bureau DISK, schreef de toerustingsbrochure 'Ík ren dus ik ben' over tijd, arbeid en relaties in een 24-uurseconomie. Ze laat ons nadenken over de verschillende invloeden die wij in ons leven ondergaan als gevolg van de 24-uurseconomie. Ze bepaalt ons bij onze individuele keuzemogelijkheden. De brochure bevat gespreksvragen en andere verwerkingsmogelijkheden.

Te bestellen bij Toerusting, Postbus 29, 2700 AA Zoetermeer. Of bedrag overmaken op giro 363400 t.n.v. Boekencentrum BV Zoetermeer, o.v.v. bestelnr. 566. Prijs: ƒ 10,50 (excl. portokosten).

Magazine Bevrijde Tijd nr 3, februari 2001, pag. 3-4.


Verwerkingssuggesties
Het goede leven: hoe ziet het eruit?

Een deel van onze tijd gaat op aan noodzakelijke activiteiten zoals slapen en eten. Een ander deel besteden we aan verplichte bezigheden zoals huishoudelijk en betaald werk. En dan blijft er hopelijk nog een deel over voor eigen activiteiten zoals vrijwilligerswerk en recreatie. De wijze waarop wij onze uren invullen verschilt aanmerkelijk. Zijn wij tevreden? Of staat ons een andere invulling voor ogen?

Enkele suggesties voor groepswerk:

  • Vraag deelnemers op een groot vel papier hun 'gemiddelde' weekagenda op te schrijven. Liefst op het kwartier precies geven ze aan welke activiteiten ze van zondag tot en met zaterdag verrichten. Wissel vervolgens de agenda's uit. Stel vragen: Is de week een gemiddelde week? Hoeveel tijd is besteed aan resp. noodzakelijke, verplichte en vrijwillige activiteiten (Gebruik een heldere indeling!). Hoe zijn de verschillende activiteiten verdeeld over de doordeweekse dagen, zaterdag en zondag? Welke factoren zijn verantwoordelijk voor de weekinvulling? Hoeveel invloed heeft u op de invulling van uw tijd? Bent u tevreden met de huidige tijdsbesteding? Hoe zou u het anders willen?
  • Nodig deelnemers uit een collage te maken over 'beelden van het goede leven', dat wil zeggen: beelden van een leven dat voor hen de moeite waard is. Vraag ze van tevoren in de collage goed uit te laten komen wat meer en minder belangrijk is. Vervolgens bekijken de deelnemers de collages en stellen ze elkaar vragen ter verduidelijking. Het nagesprek gaat over de consequenties van de beelden voor de verdeling van de tijdsbesteding. Ook kan gevraagd worden in welke levenssfeer de beelden van het goede leven thuishoren. Tenslotte: zien de deelnemers verbindingen tussen de beelden van het goede leven en (bijbelse) beelden van leven met God?
  • In het artikel Terug in het ritme van de boerderij vertelt Paul Bos over zijn herontdekking van de boerderij als beeld van het goede leven. Als ondernemende boerenzoon is hij zijn tijd anders gaan indelen. Bespreek het artikel. Wat spreekt aan? En wat niet? Waarover zou u meer willen weten? Heeft u zelf wel eens zo'n ommezwaai gemaakt? Of: zou u dat willen? Wat weerhoudt u?
  • De tijdsbesteding is maatschappelijk ongelijk verdeeld. Jan van Bergen zegt dat hij helaas te veel tijd heeft. Bespreek het artikel. Betrek hierbij Het verzwakte arbeidsethos. Zet uitroeptekens en vraagtekens. Herkent u datgene wat hij vertelt? Wat vindt u van zijn situatie? Wat zou u doen in zijn geval? Zou een arbeidsbestel dat maatschappelijk participatie minder afhankelijk maakt van het hebben van een betaalde baan (bijvoorbeeld basisinkomen) perspectief bieden? Of biedt het huidige arbeidsbestel voldoende perspectief?

omhoog

home