home

BEVRIJDE TIJD
Deelnemen aan een 24-uurseconomie?

MEER WERKEN OP ONREGELMATIGE TIJDEN?

Magazine Bevrijde Tijd nr 3, februari 2001, pag. 4-5.
door Gerard van Eck

Inspraak in roosters
Van ophouden weten
Verwerkingssuggesties

Nog niet zo heel lang geleden waren in de meeste bedrijven de begin- en eindtijden voor alle werknemers gelijk. De bedrijfstijden waren dus gelijk aan de arbeidstijden. De meeste loonarbeid werd verricht door werknemers in voltijdbanen. Bij verkorting van de werkweek werd ook de bedrijfstijd verkort. Zo sloten eind jaren vijftig bij de invoering van de vrije zaterdag veel bedrijven op zaterdag hun poorten.

Echter, vanaf de jaren zeventig gaan bedrijfstijden en arbeidstijden steeds meer uiteenlopen. Niet alleen omdat er veel meer deeltijders bijgekomen zijn. Ook de bedrijfstijden zijn veranderd. In 1995 had nog slechts 20 procent van de bedrijven en instellingen een bedrijfstijd, die gelijk is aan de standaardwerkweek. Er laten zich hiervoor drie oorzaken aanwijzen: de verruiming van de winkeltijden, de snellere levertijden en de drukte op de weg. De supermarkten trekken met hun langere openingstijden andere consumentgerichte sectoren in hun kielzog mee. Vanwege snellere levertijden moeten industriële bedrijven hun productie concentreren op de gewenste tijden, waardoor de bedrijven te maken krijgen met meer variatie in drukke en slappe tijden. De verkeerstagnatie betekent dat bedrijven hun werkzaamheden gaan verschuiven naar andere tijdstippen op de dag en in de avond.

Bij langere, verschoven of meer flexibele bedrijfstijden moeten ook de arbeidstijdpatronen worden aangepast. De norm is dan ook niet langer een werkdag van 9 tot 5 uur, maar een werkdag tussen 7 en 7 uur of tussen 7 en 9 uur.

In 1996 zijn de nieuwe Arbeidstijden- en Winkeltijdenwet werking getreden. Deze wetten hebben het werken buiten kantoortijden gemakkelijker gemaakt. Toch hebben ze tot op heden nog niet tot een sterke stijging van onregelmatige werktijden geleid. Het verrichten van arbeid buiten die uren is volgens het SCP slechts licht gestegen. De bulk van het werk (bijna 90%) vindt echter nog steeds door de week binnen kantooruren plaats.

Was in 1995 47,9 procent van de werkenden wel eens buiten de gewone uren aan het werk, in 1998 was dat gestegen naar 49,7 procent. Nadere uitsplitsing leert dat in 1998 14,6 procent van de werkzame bevolking soms of onregelmatig 's nachts werkte. Deze personen werken veelal ook in de avonden en in het weekend. Daarnaast werkte 18,3 procent wel 's avonds (en vaak ook in het weekend) maar niet 's nachts; en nog eens 16,8 procent wel in het weekend, maar niet 's nachts of 's avonds. Wel is het werk in de avonduren gestegen. Het aandeel van arbeid 's nachts en in het weekend is gelijk gebleven.

Overigens verschillen de arbeidspatronen per bedrijfstak. In openbare nutsbedrijven, de bouw en het bank- en verzekeringswezen wordt het meest op regelmatige tijden gewerkt, terwijl in de landbouw en visserij veel onregelmatige arbeid wordt verricht, vooral 's avonds en in het weekend. In transport- en communicatiebedrijven wordt naar verhouding het meest 's avonds gewerkt. Onder beroepschauffeurs in het personenvervoer komen veel gebroken diensten voor, dat wil zeggen twee blokken arbeidstijden op één dag met een lange vrije tijd er tussen. In de detailhandel wordt veel 's avonds en in het weekend gewerkt en in de horeca veel 's avonds en 's nachts. Overigens vindt bijna een kwart van het gespreide werk thuis plaats.

Wie werken vooral op onregelmatige tijden? Volgens het CBS werken mannen vaker 's nachts, terwijl vrouwen vaker 's avonds werken. Ouderen boven de 55 jaar werken beduidend minder vaak 's nachts en in ploegendienst, maar vaker dan gemiddeld in het weekend overdag. Dit laatste geldt ook voor jongeren van 15 tot 24 jaar. Allochtonen werken vaker 's nachts dan autochtonen. Personen met een hogere opleiding werken relatief vaak op regelmatige tijden, personen met een middelbare opleiding werken relatief vaak 's nachts, terwijl lager opgeleiden relatief veel in het weekend overdag werken. De meeste studenten en scholieren werken in hun bijbaantjes vooral 's avonds, maar ook wel 's nachts. Vrouwen die naast hun huishouden werken, doen dit relatief vaak 's avonds.

Voor meer informatie: Kea Tijdens, Zeggenschap over arbeidstijden. De samenhang tussen bedrijfstijden, arbeidstijden en flexibilisering van de personeelsbezetting. Uitg. Welboom. Den Haag 1998. ISBN 90-7166-752-9

omhoog

Inspraak in roosters

De FNV brochure Spelen met werktijd bevat 25 voorbeelden van positieve flexibilisering. Voor- en nadelen voor werkgevers en werknemers staan er telkens bij genoemd, evenals voorwaarden om een regeling in te kunnen voeren en strategieën om dat voor elkaar te krijgen.

Eén van de voorbeelden gaat over inspraak van chauffeurs in hun rooster. Bij het busbedrijf NZH (tegenwoordig Connexxion) wordt op iedere vijftig chauffeurs één roostervertegenwoordiger gekozen onder verantwoordelijkheid van de OR. De procedure is als volgt: de roostervertegenwoordiger praat met zijn achterban en de roostermakers. Vervolgens komen de roostermakers met een voorstel. De roostervertegenwoordiger gaat daarmee naar de achterban. Over het algemeen let de vertegenwoordiger vooral op lengte van diensten, zwaarte van ritten en pauzemomenten. Het spreekt voor zich dat de roosters in overeenstemming met de Rijtijdenwet en CAO moeten zijn.

Hebben roostermakers en roostervertegenwoordigers zo hun eisen, de personeelsmanager heeft deze ook:

  • Een nachtblinde chauffeur zal nooit een avond- of nachtrit krijgen.
  • Een dwingende sociale omstandigheid ' bijvoorbeeld een gehandicapt kind ' kan een reden zijn om iemand zoveel mogelijk op een bepaalde tijde te ontlasten.
  • Chauffeurs die 'bewezen' hebben zich regelmatig te verslapen, ook al staat hun huis vol wekkers, krijgen wat minder ochtenddiensten.
  • Verzoeken om bij verjaardagen van familieleden roostervrij te zijn, worden gehonoreerd.
  • Met competitiespelers wordt enigszins rekening gehouden.
  • Ruilen van diensten is altijd mogelijk. Roostermakers kunnen daarbij helpen.

De chauffeurs zijn, zo meldt de OR, redelijk tevreden over de mate waarin met individuele wensen rekening gehouden wordt. De kwaliteit van de diensten laat echter te wensen over. Ze zijn soms te lang, de ritten te saai en de pauzes zo gepland dat je er niet van kunt profiteren.

De brochure Spelen met werktijd is gratis te bestellen bij de FNV, postbus 8456, 1005 AL Amsterdam, tel. 0900-3300300; e-mail: publieksinfo@fnv.nl. Begin maart 2001 verschijnt een volledig herziene uitgave van de brochure.

omhoog


Van ophouden weten

'Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God, dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont.' Zo luidt de arbeidstijdenwet volgens de bijbelse geschriften. Ook Jezus en de eerste christenen hebben zich nog aan deze bepaling gehouden. Wel hielden de eerste christenen hun samenkomsten op de eerste dag van de week, maar de zondag was geen rustdag. Pas in 321 maakte keizer Constantijn de zondag tot een rustdag, enige tijd later gevolgd door het verbod aan christenen om de sabbat te houden. Het gebod voor de zevende dag werd van toepassing geacht op de eerste dag.

De kerk heeft zo eeuwenlang invloed uitgeoefend op het economisch leven. Naast de zondagen stonden nog vele andere vrije dagen op de kerkelijke kalender. Het aantal werkdagen telde niet meer dan zo'n 250 per jaar. Met de invoering van het systeem van fabrieksproductie ontstond een volledig nieuwe tijdsoriëntatie. Grote aantallen werklieden moesten ordelijk onder één dak worden samengebracht. Van arbeiders werd verwacht dat ze hun tijd volledig aanpasten aan het nieuwe fabrieksritme. Ze moesten op tijd komen, werken in het tempo dat werd aangegeven door de machine en op de vastgestelde tijd naar huis gaan. Arbeiders hebben zich met steun van de kerk dikwijls heftig verzet tegen dit nieuwe ritme.

Sindsdien zijn de omstandigheden aanzienlijk gewijzigd, maar het conflict tussen werkgever en werknemer bestaat in feite nog steeds. Bedrijven streven onder de huidige economische verhoudingen op nationale en internationale markten naar een zo flexibel mogelijke inzet van de factor arbeid. De arbeidstijden staan dan ook onder druk. Nog steeds werken de meeste mensen door de week overdag. Maar de angst bestaat dat een zich uitbreidende 24-uurseconomie (bepaalde groepen) werknemers steeds meer zal dwingen tot werken op ongewenste tijdstippen. Niet geheel ten onrechte: het economisch leven kent nu eenmaal zijn eigen tijdslogica, welke niet noodzakelijk overeenstemt met de tijdswensen van werknemers. Kenmerk van die logica is dat ze van geen ophouden weet. Weliswaar wordt er gezocht naar zogeheten win-win-situaties. Maar dat sluit niet uit dat er zich ondanks allerlei beschermende maatregelen situaties (zullen) voordoen, waarbij de objectieve bedrijfsomstandigheden werknemers dwingen een verslechtering van hun arbeidstijden te accepteren.

Juist in zulk soort situaties kan de actuele betekenis van het sabbatsgebod blijken. Het stelt een grens aan activiteiten die in principe eindeloos zijn. Echter, niet als een voor eens en altijd geldende regel. Immers: 'De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat. Alzo is de Zoon des mensen heer over de sabbat''(Marcus 2:27-28). De ethische betekenis van het gebod komt pas aan het licht, wanneer het gezien wordt als antwoord op een voorafgaand gebeuren. Dat komt duidelijk tot uitdrukking in de motivering van het gebod.

Exodus 20:11 legt de verbinding met de schepping: 'Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag: daarom zegende de HERE de sabbatsdag en heiligde die.' De mens mag een voorbeeld nemen aan zijn schepper, hij is als beelddrager ook navolger van zijn God, die rustte na Zijn werk volbracht te hebben. Zijn rust is een heilsgoed dat aan de mens vergund is en waartoe hij bestemd is.

Elders, in Deuteronomium 5:15 wordt het gebod in verband gebracht met de bevrijding uit het slavenbestaan: 'Want gij zult gedenken dat gij dienstknechten in het land Egypte geweest zijt, en dat de HERE, uw God, u vandaar heeft uitgeleid met een sterke hand en met uitgestrekte arm; daarom heeft de HERE, uw God, u geboden de sabbatdag te houden.' Als slaaf verlang je naar vrijheid, naar eigen tijd. Gun dat dan ook anderen nu je vrij bent. Vandaar dat in het gebod van de sabbat de zonen en dochters, de slaven en slavinnen, de vreemdeling en zelfs het vee zijn ingesloten.

Verwerkingssuggesties
Arbeidstijden: wie mag het zeggen?

Het meeste werk vindt plaats tussen 6 uur 's ochtend en 7 uur 's avonds van maandag tot en met vrijdag. Toch werken heel wat mensen op tijdstippen die daarbuiten vallen, dus in de avond en nacht en op zaterdag en zondag. Bedrijven willen een nog verdere flexibilisering van de arbeidstijden. Maar ook werknemers hebben zo hun tijdswensen. Wie heeft het uiteindelijk voor het zeggen? Enkele suggesties voor een groepsgesprek:

  • In het interview De rust is uit het werk verdwenen vertelt buschauffeur Theun Veenstra over zijn arbeidstijden. Wat zijn uw eigen ervaringen? Hoe ziet uw werkrooster eruit? Werkt u op onregelmatige tijden? Heeft u gebroken diensten? Hebt u te maken met aanwezigheidsdiensten? Hoe staat het met de rust- en pauzeregeling? Bent u tevreden met uw werkrooster?
  • De teksten Marktwerking en arbeidstijden en Meer werken op onregelmatige werktijden noemen enkele oorzaken die de arbeidstijden onder druk hebben gezet. In hoeverre heeft u hiermee te maken? En: in hoeverre heeft de nieuwe Arbeidstijdenwet van 1996 uw arbeidstijden veranderd?
  • In het interview vertelt Veenstra hoe zijn jaarrooster tot stand komt. De chauffeurs kunnen wijzigingsvoorstellen indienen, maar maken vrijwel geen gebruik van die mogelijkheid. Wat vindt u daarvan? Heeft u zelf inspraak in uw rooster? Kunt u uw individuele wensen naar voren brengen? Welke voor- en nadelen ziet u aan inspraak in roosters? Onder welke voorwaarden heeft inspraak kans van slagen? Moet de Arbeidstijdenwet meer mogelijkheden bieden voor de zeggenschap van individuele werknemers?
  • Het artikel Van ophouden weten wijst op de ethische betekenis van het sabbatsgebod. Kunt u zich vinden in de geboden uitleg? Heeft u zelf de zegenende werking van rust ervaren? En: bent u bekend met de ervaringen van moderne tijdslaven? Welke ethische consequenties heeft een en ander voor u?

Naar andere artikelen Bevrijde tijd

home