home

BEVRIJDE TIJD
Deelnemen aan een 24-uurseconomie?

MINDER OVERWERK VOOR SERVICEMONTEURS
"Dit had al vele jaren eerder moeten gebeuren"

Magazine Bevrijde Tijd nr 4, september 2001
door Gerard van Eck

Gezamenlijke aanpak
Verschoven diensten
Regelingen

‘Overwerk hoorde er gewoon bij. Je was servicemonteur. Dus wist je dat je moest werken op momenten dat anderen dat niet deden. Simpel zat!’ Ook Wolter Bonnema wist niet beter. Met de komst van de nieuwe Arbeidstijdenwet kwam echter een abrupt einde aan de vele overuren die hij maakte. In gezamenlijk overleg werd naar een oplossing gezocht'.

Wolter Bonnema werkt al 23 jaar als servicemonteur voor Feenstra Warmte Totaal Zorg. Een groot bedrijf met zo’n 1200 werknemers. Het servicegebied dekt heel Nederland. Met zo’n 40 collega’s werkt Bonnema voor Feenstra Service Noord. Hij repareert kapotte ketels in een gebied met een straal van zo’n 30 tot 35 kilometer om zijn woonplaats Kollum.

‘Aanvankelijk was er nog geen sprake van werkdruk. Je werkte drie weken in de dagdienst. Je maakte dan dagen van zo’n negen uur, bij elkaar 45 uur per week. En één keer in de vier weken had je weekenddienst. Dan had je de avonden en het weekend erbij. Je was dan één of twee keer weg. Dat viel allemaal wel mee. Langzaam maar zeker is daar verandering in gekomen. Vooral doordat de klanten steeds meer gingen eisen. Feenstra biedt 24-uursservice. Dat wil zeggen: als u een storing meldt, dan hebben wij die binnen 24 uur afgehandeld. Maar voor de meeste klanten betekende 24-uursservice dat wij onmiddellijk moesten komen. Tijdens zo’n weekenddienst was je dan wel eens 12, 13 uur per dag bezig. Soms was je pas elf uur, half twaalf thuis. En de volgende ochtend stond je er weer. Het aantal overuren rees steeds verder de pan uit. In een periode van vier weken draaide je 180 tot 200 uur. Er is zelfs een week geweest dat ik in zeven dagen 104 uren gewerkt heb.’

Gezamenlijke aanpak

Toch viel er nauwelijks enige wanklank te bespeuren. Ook de arbeidsinspectie kwam niet in actie. ‘Die komt pas in beweging als het fout gaat. Maar het ging niet fout. Je had werk. Je kreeg je geld. Je had een auto en een telefoon van de zaak. Kortom: we waren tevreden. Dat veranderde toen er klachten kwamen. Jongeren die van school afkwamen, maar ook monteurs die bij een ander bedrijf hadden gewerkt, vonden dat vele overwerk maar niks. Ze wilden acht uur per dag werken en geen uur meer. Vooral in het westen van het land lieten ze van zich horen. Dat kwam ook de arbeidsinspectie en de bonden ter ore. Toen ook bleek dat er een nieuwe Arbeidstijdenwet was. Die schreef voor dat je in een periode van 13 weken gemiddeld 45 uur per week mag werken. Dat aantal maakten wij echter al in een gewone week. We konden geen kant meer uit.’

De arbeidsinspectie deelde geen boete uit, maar eiste dat Feenstra het werktijdenschema zou aanpassen. ‘Er is toen een Atw-commissie gevormd met daarin vertegenwoordigers van directie, bonden en centrale ondernemingsraad (COR). Die heeft gezocht naar een schema dat tot minder overuren zou leiden. Daar zaten nogal wat haken en ogen aan. Het heeft dan ook een jaar geduurd. Wat niet geregeld was in de cao werd in een apart contract vastgelegd. Vervolgens is het bedachte schema uitgetest in een kleinere divisie.’

In die tijd kwam Wolter Bonnema in de OR (en later in de COR) terecht. Een paar jaar daarvoor was hij lid geworden van het CNV. ‘Ik was fel tegenstander van de Arbeidstijdenwet, want ik moest financieel flink inleveren. We kregen onze overuren in geld uitbetaald. Die wet kostte me vier, vijf bankjes per maand. Ik dacht toen bij mezelf: als ik er nu niets aan doe, wie doet het dan wel?’

Verschoven diensten

Na de geslaagde proef werd het nieuwe schema ook bij andere divisies ingevoerd. De servicemonteurs werd eerst naar hun mening gevraagd. Als er niet voldoende draagvlak was, dan zou het overgaan. Begin dit jaar is het nieuwe schema ook bij de divisie Noord ingevoerd. ‘We zijn in de winterperiode teruggegaan naar vier dagen per week, negenhalf uur per dag. Dat is 38 uur per week. Een werkdag begint om half acht. Maar wie weekenddienst heeft, begint pas om half één. ‘s Ochtend heb je vrij. Ook werk je maar acht en half uur. Maar je bent dan wel tot kwart over tien, half elf aanwezig. We kennen nu dus een vierweekse cyclus van 160 uur. In principe zouden we in het weekend nog 20 overuren mogen maken. En dan komen we precies uit op de wettelijke toegestane 180 uur. Echt grandioos! In de zomer- en vakantieperiode werken we met een normaal rooster. Maar in die perioden zijn er ook minder storingen. Mocht de directie het rooster in de toekomst willen wijzigen, dan zal ze daarvoor toestemming moeten vragen aan de OR.’

Bonnema heeft zich in de divisie Noord intensief bemoeid met de invoering van het nieuwe schema. ‘Met andere CNV-leden heb ik me sterk gemaakt voor een duidelijke regeling voor werknemers ouder dan 55 jaar. Die kunnen nu wanneer ze lichamelijke klachten hebben een beroep doen op de cao-bepaling, dat ze geen overwerk meer hoeven te verrichten. Ook hebben we als OR de servicemanager al voor de invoering kunnen overtuigen, dat de donderdag geen geschikte roostervrije dag was. De vrijdag was een betere dag. Daardoor heb je één keer in de vier weken een lekker lang weekend. En meer draagvlak bij je collega’s.’

Wolter Bonnema is zeer positief over de wijzigingen in het werktijdenschema. ‘We zijn wel wat in inkomen achteruitgegaan. Daar staat echter de nodige werkdrukverlichting tegenover. Bovendien kunnen we overuren nu ook in tijd uitgekeerd krijgen. Het had - zeg ik achteraf - al vele jaren eerder moeten gebeuren. Het draagvlak is na de invoering nog verder gegroeid. Een probleem blijft echter het vinden van voldoende servicemonteurs, die bereid zijn ‘s avonds en in het weekend te werken. Daar staat of valt ook dit nieuwe schema mee. Maar andere bedrijven kunnen zeker hun voordeel doen met de kennis die we bij Feenstra hebben opgedaan met het terugdringen van overwerk.’

Regelingen

Overwerk is werk dat wordt verricht buiten de wettelijke grenzen voor de arbeidsduur per dag of per week. Van de wet mag dit alleen af en toe bij onvoorziene omstandigheden, of als het soort werk hier af en toe om vraagt. Omdat te lang achter elkaar werken gezondheidsklachten kan opleveren, stelt de Arbeidstijdenwet grenzen aan het aantal uren dat iemand in een bepaalde periode mag overwerken. Net als voor de normale arbeidstijden zijn er ook voor overwerk standaard- en overlegnormen. Volgens de Arbeidstijdenwet mag een werknemer overwerk niet weigeren tenzij hij al 54 uur in die week heeft gewerkt. Valt een bedrijf onder een cao of zijn afspraken gemaakt met de ondernemingsraad dan kan dit oplopen tot maximaal 60 uur per week.

Standaardregeling (incl. overwerk):

  • 11 uur per dienst
  • 54 uur per week
  • 585 per 13 weken (= gemiddeld 45 uur per week)

Overlegregeling (incl. overwerk)

  • 12 uur per dienst
  • 60 uur per week
  • 624 uur per 13 weken (= gemiddeld 48 uur per week)

Overwerk mag je niet zomaar weigeren. De wet zegt namelijk dat de werknemer zich ‘redelijk’ moet opstellen, zeker als het bedrijfsbelang in het geding is. In veel cao’s worden oudere werknemers vrijgesteld van de verplichting tot overwerk.

Een wettelijk recht op vergoeding van overwerkuren is er niet. Wel bevatten de meeste cao’s afspraken over toeslagen (extra salaris of extra vrije tijd) voor overwerk. De hoogte van de toeslagen varieert tussen 25 en 50 procent van het normale salaris. Werknemers met een hoger salaris zijn meestal uitgesloten van de overwerkvergoeding. Bij deeltijders is er vaak pas sprake van overwerk als ze meer uren werken dan de normale arbeidsduur in het bedrijf.


omhoog

home