home

BEVRIJDE TIJD
Deelnemen aan een 24-uurseconomie?

EEUWVERGADERING BOND TEGEN DE HAAST

kopeling naar website bond tegen de haastPassie of de klok
Combineren van arbeid en zorg

Broedplaatsen voor bevrijde tijd

Henk-Jan Gosseling en Trinus Hoekstra

Zo’n tachtig mensen bezochten op zaterdag 14 september de Eeuwvergadering van de Bond tegen de Haast in de Janskerk te Utrecht. De Bond was door landelijk bureau DISK opgericht als afsluiting van de campagne ‘Bevrijde Tijd’. Tijdens de manifestatie werd aandacht besteed aan de verschillende tijdspatronen, die men tijdens de campagne op het spoor was gekomen, en aan de mogelijkheden die deze bieden voor zowel individuele mensen, als voor bedrijven, vakbonden en de overheid om bevrijde tijd te stimuleren.

De Eeuwvergadering was opgebouwd rond de thema’s van het Manifest van de Bond tegen de Haast, te weten ankers in de tijd, een goed tempo, en respect voor langzaam. Zie voor de volledige tekst de internetsite www.bondtegendehaast.cjb.net.

omhoog

Passie of de klok

Over ankers in de tijd gingen Marjan van Lier en Wil Derkse met elkaar in gesprek, onder het motto ‘passie of de klok’. Van Lier is directeur van bezinningscentrum Carnac en auteur van o.a. het boek ‘Nooit meer werken’. Derkse is hoogleraar in Nijmegen en auteur van een boek over Benedictijns tijdmanagement.

Wil Derkse hecht aan een vast ritme. Je leert daarbij volgens hem drie dingen. Ten eerste om goed te beginnen. Een duidelijke begintijd leert je om rustig en goed te beginnen; Ten tweede de kunst van het ophouden. Duidelijke tijdstippen om te stoppen brengen je de discipline bij om op tijd op te houden. Dat is beter voor jezelf, je eigen energiehuishouding, maar ook voor de kwaliteit van je werk. Ten derde de juiste houding tussen deze twee. Het leert je te focussen op datgene wat er voor je ligt om in en bij de dingen te zijn die je doet.

Marjan van Lier hecht niet aan een vast ritme. Het gaat haar om het hier en nu. Anders dan Derkse redeneert ze niet vanuit een gemeenschap (de Benedictijnse). Ze werkt veel met individuen. Het gaat haar om de vraag hoe je de rust vindt in de hectiek van iedere dag. "In een gemeenschap is de tijd een afgesproken geheel, maar in de drukke buitenwereld moet je je eigen ritme zoeken. Hoe kun je als individu de tijd met je zelf verbinden?" Zij doet in haar praktijk de ervaring op dat juist jongeren het daar erg moeilijk mee hebben. Zij komt jonge mensen tegen die op hun 24e al een burn-out hebben. Op de vraag waar ze mensen op traint, antwoordt ze: "Laat ze het maar zo druk mogelijk krijgen. Sommigen moeten echt eerst tegen een muur oplopen voordat het tot hun bewustzijn doordringt dat ze moeten veranderen."

Van Lier en Derkse lijken in hun benaderingen uiteen te gaan. Van Lier richt zich op individuen, terwijl Derkse benadrukt dat individuen niet bestaan. Mensen bestaan volgens hem altijd in een sociale context. Beiden hebben het echter wel over personen. Derkse benadrukt daarbij de ondersteunende achtergrond van een gemeenschap, terwijl Van Lier veel met mensen te maken heeft die niet in een gemeenschap ingebed zijn.

Van Lier begint de dag zelf met een yoga-meditatie. Die helpt haar om overdag ook echt in de gesprekken te zijn die ze met mensen voert. Het goed omgaan met tijd komt voor haar neer – en precies dát geeft ze ook door aan anderen – op het maken van goede persoonlijke keuzes in het omgaan met de vraag "hoe ga ik om met de dingen waar ik geen grip op heb zoals de wind".

Uit het publiek komt de opmerking dat het in de discussie wel erg gaat om ‘het gevoel bij de dag’, zijn er juist niet ook heel veel momenten waarbij we ons met een grotere gemeenschap verbonden voelen: de afzonderlijke dagen - we hebben het bijvoorbeeld over een maandaggevoel; de weken, de maanden en seizoenen; en collectieve ankers als koninginnedag en kerstmis?

Van Lier onderkent dit fenomeen. Het is hierbij echter de grotere gemeenschap waar we ons mee verbonden voelen, waarbinnen we toch veel individuele keuzes moeten maken. Derkse wijst daarnaast ook op zoiets als een zondaggevoel en illustreert dat met het gedicht van Ida Gerhard ‘Zondagmorgen’.

Het opvallende aan deze discussie is dat de druk van een economische (‘tijd is geld’) en een technologische dynamiek (‘wat sneller kan, moet ook sneller’) alleen getackeld wordt met een ‘juiste persoonlijke instelling’ en ‘goede persoonlijke keuzes’. De maatschappelijke dimensie raakt daardoor nogal op de achtergrond. Deze dynamieken worden door Van Lier dan ook met een metafoor als ‘de wind’ verbeeld als zaken ‘waar je geen grip op hebt’. Dat zal voor individuen zo zijn, maar we kunnen ons toch ook engageren in iets grotere verbanden als vakbonden, ondernemingsraden en politieke partijen van waaruit we wel iets van invloed uit kunnen oefenen.

omhoog

Combineren van arbeid en zorg

's Middags volgde een debat tussen Lodewijk de Waal, voorzitter van vakcentrale FNV, en cabaretière Hester Macrander, die in haar column op Radio 1 wekelijks verhaalt over haar inspanningen om arbeid en zorg te combineren. Inzet was de vraag of de vakbeweging niet meer kan doen om dit mogelijk te maken, in plaats van te streven naar zoveel mogelijk banen.

Hester Macrander probeerde De Waal uit zijn tent te lokken met de vraag wat het FNV doet aan moeders die in de knel zitten. "Waarom is Nederland zo achterlijk op dit gebied?" Lodewijk de Waal reageerde met de opmerking dat we in Nederland een geschiedenis hebben van steeds minder uren werken. In Nederland heeft heel lang de instelling geheerst dat vrouwen niet betaald hoeven te werken. In 1964 demonstreerde de FNV-vrouwenbond (waarschijnlijk is rond dit jaartal de NVV bedoeld (TH) met de leus ‘mannen moeten zoveel verdienen dat hun vrouwen thuis kunnen blijven’. De 25-urige werkweek waar Macrander voor pleitte vond hij te utopisch. "We hebben nu met veel combinaties te maken, daarbij hebben we de slag gemaakt naar de 36-urige werkweek. We proberen te regelen dat mensen kunnen kiezen wat voor patroon ze willen, bijvoorbeeld 4 dagen werken. Daarnaast speelt nu het traject van het verlofsparen en levensloopregelingen. Al eerder is het calamiteitenverlof gerealiseerd."

Volgens Lisette Thooft komen we er langzaam achter dat we van meer geld niet gelukkiger worden, integendeel meer geld betekent ook meer zorgen. "Ik heb het bovendien vaak zo druk dat ik geen tijd heb om mijn geld uit te geven." Ergens in de jaren ’50 had de vakbeweging volgens haar minder moeten pleiten voor meer geld en meer voor individuele vrijheid. "Het gaat ons nu niet meer om meer geld, maar om immateriële waarden." Macrander sluit daarbij aan met de vraag: "Is er een economie denkbaar waarin het niet meer gaat om groei maar om menswaardigheid?"

Volgens De Waal is een zekere mate van economische groei nodig om uitgaven te kunnen doen, bijvoorbeeld in de zorg. "De vakbeweging is veel meer dan vroeger onderdeel van de economie. We streven niet meer naar een revolutie, we werken binnen de kaders van het marktdenken. We zijn weliswaar de overtuiging toegedaan dat de markt een wild beest is, maar dat beest moet je niet neerschieten maar temmen."

Macrander merkt op dat het haar niet alleen om vrouwen met kinderen gaat, maar gewoon om tijd voor jezelf, wat je dan ook maar wilt doen. Ze rekent wel op solidariteit van vrouwen onderling, ook financiële solidariteit van vrouwen zonder kinderen met vrouwen met kinderen. Maar los van dit alles roept ze uit: "Lodewijk, waar is de utopie? We hebben een vakbeweging nodig die een visie ontwikkelt op de toekomst. Hoe ziet de maatschappij er over 100 jaar uit?" Volgens Lisette Thooft is de economie een beest dat vals is gemáákt. Het moet weer tam gemaakt worden of nog beter de markt moet een mens worden."

De Waal geeft toe dat visie belangrijk is, maar geeft tegelijk aan dat de vakbeweging in de eerste plaats een vereniging is om belangen te vertegenwoordigen. "Wat dat betreft zijn we heel praktisch gericht."

Het debat was naar mijn indruk levendig en dus aardig, maar bewoog zich wel langs de randen van het thema en daardoor bleef het debat nogal tam. Het leek erop of De Waal met zijn gedachten elders was, namelijk bij de voornemens van het kabinet-Balkenende inzake loonontwikkeling en verlofregelingen. De dagen rondom de Eeuwvergadering was hij vooral bezig met de vraag hoe de vakbonden op de kabinetsplannen moeten reageren. Van de ideeën van Macrander en van Lisette Thooft, die als getuige-deskundige aan het debat deelnam, leek hij niet onder de indruk.

omhoog

Broedplaatsen voor bevrijde tijd

Naast centrale programma-onderdelen waren er tijdens de Eeuwvergadering ook workshops, onder het motto ‘broedplaatsen voor bevrijde tijd.’ Veel belangstelling was er voor een ‘stiltewandeling’ onder leiding van Claar de Roy van de Nicola-communiteit. Zij ging met de deelnemers meditatief lopend op weg naar de Domkerk. Het gezelschap, dat onderweg nogal verbaasde blikken van het winkelend publiek in de Utrechtse binnenstad kreeg toegeworpen, nam vervolgens deel aan het middaggebed in de Domkerk.

De workshop ‘cultuurkrakers’ was geïnspireerd door de Canadese activist Kalle Lasn, die nep-advertenties gebruikt als middel om kritiek te uiten op de consumptiemaatschappij. Deelnemers aan deze workshop bewerkten een advertentie met de tekst: ‘zoals het thuis tikt tikt het nergens’ zodanig, dat het tikken niet meer verwees naar de voordelen van thuisarbeid, maar naar een tijdbom als gevolg van teveel werken op de pc thuis. Er was een workshop over het beleid van de gemeente Amersfoort om openingstijden van voorzieningen beter af te stemmen op de behoeften van werkende inwoners. Tenslotte konden de bezoekers kennismaken met ritmes van dans, deelnemen aan het ‘Alles-heeft-zijn-tijd-spel’, of discussiëren naar aanleiding van een videoband over tijdspatronen in arbeidsorganisaties.

In de laatste plenaire sessie ging Peter Dullaert in op de vraag ‘Hoe verder met de Bond tegen de Haast?’ De bond is een gelegenheidsbond, en de campagne ‘Bevrijde Tijd’ loopt af. Maar dat betekent niet dat het doel is bereikt. Het maatschappelijk debat over tijd gaat door, en de bezoekers van de Eeuwvergadering kunnen daaraan een bijdrage leveren, bijvoorbeeld door een Loesje-poster van de internetsite te halen en deze op te hangen, een Manifest naar een kamerlid of andere bestuurder op te sturen, of de schouders te zetten onder een mogelijke voortzetting van de Bond tegen de Haast.

De dag werd afgesloten door Thérèse Heyne. Zij had speciaal voor de Eeuwvergadering een verhaal geschreven, om mensen aan te moedigen op zoek te gaan naar hun agenda van verlangen. De luisteraars werden meegenomen in het leven van Rien, die als jongen erg op zichzelf was en vooral plezier had in het opnemen en later beluisteren van geluiden uit de natuur. Nog maar nauwelijks volwassen, en eerder dan hij eraan toe was werd van hem verwacht de zaak van zijn vader over te nemen. Dat betekende een leven van hard werken en weinig vrije tijd, met als gevolg dat Rien al voor zijn veertigste met een hartaanval in het ziekenhuis belandde. Tijdens zijn herstelperiode werd hij gedwongen zich te bezinnen. Hij herinnerde zich weer de geluiden uit de natuur waar hij zich als jongen zoveel mee had beziggehouden. Mede geïnspireerd door zijn buurvrouw, een kunstenares, besloot Rien met die geluiden iets te gaan doen in zijn werk, dat er anders zou gaan uitzien dan voorheen. Daardoor werd hij geholpen niet meer geleefd te worden, maar te leven volgens het motto ‘de tijd-aan-mezelf’.

omhoog

Naar andere artikelen Bevrijde tijd

home