home

PROJECTEN

ECONOMISCHE CRISIS EN DE KERKEN

Gaat de crisis wel voorbij?

Richard Heinberg: “De fossiele brandstofgestookte groeieconomie heeft zijn grenzen bereikt.”Door Trinus Hoekstra.

Inleiding

Is de huidige crisis van blijvende of van voorbijgaande aard? Berichten aan het begin van het derde kwartaal over de Nederlandse economie waren gematigd positief over de behaalde economische groei. Volgens Richard Heinberg is er echter definitief sprake van een afname van economische groei. Dit artikel beziet de aanhoudende crisissituatie in het licht van zijn boek 'Einde aan de groei'.

Dit jaar medio augustus was er sprake van een gematigd positief bericht over de Nederlandse economie. Ten opzichte van de rest van Europa had Nederland in het tweede kwartaal relatief goed gepresteerd, vooral ten opzichte van Frankrijk en de zuidelijke landen. Een onverwacht sterke export zorgde voor een plusje van 0,2%, terwijl economen en politici juist waren uitgegaan van een kleine krimp. Erg positief waren de berichten overigens niet over de export die 3,6% hoger uitviel dan in 2011. De sterke export had vooral te maken met de lage stand van de euro. Die lage stand maakt producten uit Nederland goedkoper voor landen van buiten eurozone. Tegelijkertijd voelt Nederland juist als exportland sterk de economische malaise in de eurozone. Grofweg tweederde van alle export gaat naar landen in het eurogebied, die uitvoer groeide met slechts 2%. Bovendien had deze stijging vooral te maken met goederen die direct na aankomst weer worden uitgevoerd naar andere landen.
Los van de exportgroei was er weinig reden tot optimisme. De consumptie daalde in een jaar tijd met 1,3%. De woningmarkt stagneert aanhoudend, waardoor de bouwsector met ruim 9% is gekrompen. Voor de totale investeringen van het bedrijfsleven heeft dat geleid tot een daling met 3,2%. Ook de werkloosheid liep verder op. Het aantal banen daalde in vergelijking met een jaar geleden met 55.000. Ook het aantal openstaande vacatures bleef krimpen in het tweede kwartaal tot 109.000, 9.000 minder dan in het eerste kwartaal. Het aantal vacatures bevond zich op de laagste stand sinds 2004. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stelt dat de dynamiek op de arbeidsmarkt steeds verder afneemt. Het Centraal Planbureau (CPB) gaat voor 2012 als geheel nog altijd uit van een krimp van de economie met 0,75%.

omhoog

Recessie of depressie?

Ondanks het bericht van een positief exportcijfer lijkt er toch sprake te zijn van een aanhoudende economische crisis in de Nederlandse economie. Sommigen spreken van de dreiging van een derde dip, een volgende recessie. Anderen spreken van een gecamoufleerde depressie, een krimp die in feite al langer dan een jaar aanhoudt. De crisissituatie in Nederland hangt in ieder geval samen met de crisis in de eurozone en met de wereldwijde crisis.
De Amerikaanse auteur Richard Heinberg schetst een ontnuchterend beeld van de wereldwijde situatie. Zijn stelling is dat de huidige afname van economische groei niet van tijdelijke maar van blijvende aard is. De economische crisis die in 2007-2008 begon, markeert een permanente en fundamentele breuk met de voorafgaande decennia. De algemene trend van de economie zal voortaan, met korte tussenpozen van tijdelijke groei, een stagnerende of dalende lijn vertonen.
Volgens Heinberg is de achtergrond van de aanhoudende crisissituatie dat de fossiele brandstofgestookte groeieconomie zijn grenzen heeft bereikt. De huidige crisissituatie is het resultaat van het aangaan van financiële en ecologische schulden. Goedkope energiebronnen als gemakkelijk winbare aardolie en aardgas raken echter opgebruikt. Daarnaast zit het er niet meer in om extra financiële kredieten aan te gaan om de economie zuurstof te geven. Tot nu toe heeft het absorptievermogen van het ecosysteem ons behoed voor de negatieve effecten van het overgebruik ervan, maar we zijn nu de kantelmomenten aan het bereiken.
Tijdens de laatste twee eeuwen is economische groei, in termen van financieel winstgevende productie, verworden tot de enige factor voor het nationaal welbevinden. Tijdens deze periode nam de wereldbevolking toe van twee miljard in 1900 tot ruim zeven miljard vandaag de dag. We hebben monetaire en financiële systemen in het leven geroepen die de genoemde groei vereisen. Als de economie niet groeit, stroomt er geen nieuw geld terug de economie in en kan de rente op aangegane schulden niet worden afbetaald, met als gevolg dat banen verloren gaan, inkomens kelderen en consumentenuitgaven slinken.

omhoog

Fundamentele dwaling

De afgelopen twee eeuwen hebben we een economische groei zien optreden op een schaal en met een snelheid die in de geschiedenis nooit eerder is voorgekomen. De momenteel gangbare economische theorieën zijn opgesteld tijdens deze unieke periode van niet-aflatende groei en gaan uit van een voortzetting ervan. Deze verwachting van een permanente economische groei vertaalde zich de afgelopen decennia in een enorme publieke en private schuldenberg. Dát momenteel de economische groei het laat afweten stelt de economische hoofdstromingen (keynesianen én neoliberalen) voor een raadsel. Beide stromingen zijn de overtuiging toegedaan dat permanente groei voor nationale economieën zowel een rationeel als een haalbaar doel is. Het enige punt van onenigheid is hoe die groei te handhaven. Neoliberalen leggen de nadruk op vrije marktwerking en een terugtredende overheid en keynesianen op een marktwerking die wordt begeleid door overheidsingrijpen, bijvoorbeeld met kapitaalinjecties.
De opvatting dat de economie permanent kan blijven groeien is volgens Heinberg een misvatting die berust op een subtiele maar fundamentele dwaling. De factor grond (als containerbegrip voor alle natuurlijke hulpbronnen) is in de ontwikkeling van de economische wetenschap geleidelijk aan geschrapt uit het rijtje van theoretische hoofdcomponenten: grond, arbeid en kapitaal. Grond werd gedegradeerd tot een subcategorie van de factor kapitaal. Als subcategorie suggereert het een eindeloze berg natuurlijke hulpbronnen die altijd door een andere vorm van kapitaal kan worden vervangen. In werkelijkheid echter kan de menselijke economie alleen bestaan binnen de natuur als ecosysteem en is daar volstrekt afhankelijk van.
Op grond van deze foute aanname van onbeperkte natuurlijke hulpbronnen hebben landen geleerd economische groei te ondersteunen door de geldvoorraad te verruimen. Toename van de geldvoorraad betekent echter tegelijkertijd een toename van schulden. Een buitensporige toename van schulden betekent dat zich een zeepbel vormt, dat wil zeggen: een hoeveelheid krediet die op langere termijn onhoudbaar want niet terug te betalen is. Bij een recessie is er bij uitblijvende investeringen en consumptieve uitgaven sprake van een krimp van de geldvoorraad die zes maanden tot een jaar aanhoudt. De krimp betekent dat geen schulden meer worden aangegaan. Duurt de krimp meerdere jaren, dan spreekt men van een depressie.
Problemen in de geldvoorraad corresponderen met problemen in de aanvoer en beschikbaarheid van energie en grondstoffen: de fysieke basis van productie en consumptie. Wanneer de voorraad aan energie en grondstoffen afneemt bij een gelijkblijvende of zelfs toenemende vraag, dan stijgen de prijzen van die voorraad.
In de paar jaar voor de economische crisis van 2008 vluchtten bij een toenemende krimp investeerders in grondstoffen, dat dreef de prijzen van energie en grondstoffen verder op. Op dat moment stortte de huizenmarkt in de Verenigde Staten in, dat hing samen met een oplopende rente op leningen dat weer verwees naar een tekort in de geldvoorraad.
Als gevolg van de nauw met elkaar verweven, op hypotheken gebaseerde investeringen sloeg de crisis naar een groot deel van de wereld over. De mondiale economie werd plotseling ontmaskerd als een wankel, kwetsbaar stelsel dat vooral in de VS en de Europese Unie onder een grote schuldenlast gebukt ging.

omhoog

Tijd winnen

Tijd is nodig om een infrastructuur op te tuigen die functioneert in het aanstaande tijdperk van slinkende energie- en grondstoffenstromen.Het economische systeem loopt op schuld, maar loopt op dit moment dus ook vast in schuld. Schulden zullen in groten getale afgestempeld moeten worden. Op de korte termijn kunnen overheden deze vloed aan schuldvernietiging stelpen door zelf schulden aan te gaan, maar ze kunnen hier niet eeuwig mee door gaan. In antwoord op de crisis troffen overheden en centrale banken een reeks buitengewone en spectaculaire maatregelen. De reddingsoperaties slaagden erin een onmiddellijke meltdown van de nationale systemen en het wereldwijde financiële systeem te voorkomen. Ze slaagden er echter niet in de bedrijfscultuur in de financiële wereld en de kredietwaardigheid van de banken wezenlijk te veranderen. Voor de korte termijn lijken de VS en de Europese Unie een voorlopig en pijnlijk evenwicht te hebben gevonden. Op de langere duur zullen de ingezette middelen echter onhoudbaar blijken door hoge werkloosheid, dalende inkomens en politieke onrust.
Zowel in de VS als in Europa wordt het beleid om de crisis aan te pakken gekenmerkt door een verwarrende mengeling van neoliberale en keynesiaanse maatregelen. Op de publieke sector wordt op neoliberale wijze bezuinigd, terwijl om erger te voorkomen op keynesiaanse wijze geld in de economie en in Europa vooral in Zuid-Europese landen wordt gepompt. Beide benaderingswijzen hopen op een snelle terugkeer van een gestage economische groei en lage werkloosheid. De hoop van beiden is ijdel. De keynesiaanse remedie zal de kwaal van een op te grote schulden gebaseerde economie niet verhelpen, terwijl de neoliberale remedie fatale bijwerkingen heeft voor de levensvatbaarheid van economieën.
Het enige wat overheden op dit moment kunnen doen is tijd winnen, indien nodig door hun begrotingstekorten verder op te laten lopen. Deze tijd moet benut worden om een infrastructuur op te tuigen die functioneert in het aanstaande tijdperk van slinkende energie- en grondstoffenstromen. Voor de urgentie daarvan moet bedacht worden, dat er op het moment nog geen geloofwaardig scenario bestaat, waarin alternatieve energiebronnen het geleidelijk wegvallen van fossiele brandstoffen op termijn geheel kunnen compenseren. De periode van gemakkelijke economische groei op grond van gemakkelijk toegankelijke en dus goedkope fossiele brandstoffen hebben we niet benut voor het zoeken naar een andere energievoorziening. Tegelijkertijd moeten we een manier vinden om ons te ontworstelen aan de schuldenberg en een economie te ontwerpen die in alle opzichten duurzaam is. Een economie die niet gebaseerd is op het aangaan van schulden in financieel, ecologisch en sociaal opzicht, maar op het scheppen van menselijke mogelijkheden tot ontplooiing binnen de grenzen en draagkracht van het ecosysteem.

In OndersteBoven nummer 2012-3 stond een recensie van Richard Heinbergs boek Einde aan de groei (2011).
Trinus Hoekstra is mededirecteur van Landelijk bureau DISK en projectmanager binnenlands diaconaat bij de Protestantse Kerk in Nederland.

omhoog

Terug naar openingspagina economische crisis en de kerken

home