home

PROJECTEN

ECONOMISCHE CRISIS EN DE KERKEN

Crisis en ommekeer

Door Louke van Wensveen

Herman Wijffels: “De enige acceptabele weg is vergroening van de manier waarop wij in ons levensonderhoud voorzien.”Inleiding
Een spannend verhaal
Drie niveaus van kijken naar de crisis

Naar een nieuwe beschaving
Wake-up call

Inleiding

Wie hoopt op restauratie van de oude economie leeft in een illusie. Terugvallen op de vertrouwde formule van verregaande specialisatie-plus-concurrentie is onmogelijk binnen de draagkracht van onze planeet. Meer dan dat: het is onwenselijk. De enige toekomstvatbare optie is een mondiale inzet voor een nieuw economisch systeem op basis van cyclische processen, gericht op de kwaliteit van relaties tussen mensen onderling en tussen mens en aarde.

Met deze verregaande conclusie stuurde Herman Wijffels op 27 oktober 2009 een volle aula luisteraars op pad. 'Crisis en ommekeer. Een respons op globale uitdagingen' was het thema van zijn voordracht, die georganiseerd werd door het Soeterbeeck programma van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn gespreksgenoten waren Eelke de Jong, Evert van der Zweerde en Wil Derkse, die respectievelijk economische, filosofische en theologische kanttekeningen plaatsten.

omhoog

Een spannend verhaal

Het betoog van Wijffels heeft het karakter van een spannende trilogie met een onzekere afloop – ware het niet dat de nuchtere boerenzoon uit Zeeland zijn luisteraars geen moment doet vergeten dat dit verhaal onze enige werkelijkheid betreft. De geschiedenis van de mensheid bevindt zich op een uniek keerpunt, meent Wijffels. Een financieel-economische crisis teistert de wereld. De gangbare beleidsrespons is in werking gezet: meer geld en regulering om de paniek te bezweren. Vanuit een financieel-economisch perspectief lijkt de zaak hiermee afdoende aangepakt. Ondergronds blijft de pervertering van de heersende orde echter onvermoeid doorzetten. Ernstiger instortingen liggen in het verschiet. Zij die oog hebben voor ecologische en cultureel-morele processen, zien de diepere bedreigingen voor het mondiale financieel-economische systeem en herkennen de crisis als een kairos: een beslissend moment in de geschiedenis van de menselijke beschaving.
Hoe valt zo'n boodschap? Wie zegt na afloop thuis tegen zichzelf, onder de vijf-minuten-douche: “Daar ga ik dan aan sleutelen, op mijn niveau, met wat ik kan; Herman, je kunt op mij rekenen.”
Het betoog van Wijffels is het herhalen waard. Wie wil meedenken, heeft baat bij meer dan een samenvatting. Wijffels roept namelijk op tot een mondige respons. Dat vraagt om inzicht in de systemische principes die volgens Wijffels het verhaal van crisis en ommekeer voortdrijven en waarop wij meer of minder adequaat kunnen inspelen.

omhoog

Drie niveaus van kijken naar de crisis

Wijffels vertelt het verhaal van de huidige crisis en de mogelijke ommekeer drie keer; elke ronde vanuit een dieper perspectief. Wat begint op het niveau van een managementpraatje eindigt zoals een sage van kosmische proporties. Uiteindelijk weet de luisteraar: alleen het verhaal dat de kern van deze crisis ontmaskert, kan een adequate respons opleveren.

1.         Financieel-economisch perspectief

De eerste ronde biedt een financieel-economisch perspectief op de crisis. Dit is de meest gangbare manier van kijken. Volgens Wijffels gaat het om een simpel verhaal: bankiers gingen in de fout. Hierdoor ontstond een deflatoire spiraal. Deze had een spillover effect op de economie. Nu zien we een krimp van vijf tot zes procent.
De huidige beleidsrespons is logisch vanuit dit perspectief:

  • Organiseer een reddingsactie door geld te creëren. Dit gaat de deflatoire spiraal tegen en leidt tot het overwinnen van de paniek.
  • Zorg voor meer regulering en toezicht in de financiële sector.
    Dit financieel-economische perspectief berust op de veronderstelling dat het oude economische model gerestaureerd kan worden.

Volgens Wijffels is dat echter een illusie, die zonder enige kans van slagen in stand gehouden wordt. Er blijft tenslotte sprake van een deflatoir klimaat:

  • consumenten zullen behoudend blijven in reactie op het pensioenverlies (vooral in de Verenigde Staten), het vermogensverlies en de daling van huizenprijzen;
  • doordat overheden zich diep in de schulden hebben gestoken, zal er bezuinigd moeten worden, wat ook deflatoir werkt;
  • strengere regulering van het bankwezen zal gepaard gaan met minder geldcreatie als bijwerking van hogere solvabiliteitseisen en het dekken van slechte beleggingen.

Wie deze financieel-economische gegevens onder ogen ziet, kan de illusie van een normaal herstel binnen het bestaande systeem niet meer hoog houden. Wijffels concludeert dan ook dat we ons moeten voorbereiden op een periode van op zijn best zeer langzame groei in de Westerse economieën.
Het financieel-economische verhaal van de crisis, mits eerlijk vertelt, lijkt dus onaangenaam te eindigen. Zo interpreteert Wijffels het echter niet. Hij wijst erop dat er momenteel in ontwikkelingslanden nog wel sprake is van economische groei. "De situatie is zo gek nog niet voor de balans in de wereld", stelt de voormalige bewindvoerder bij de Wereldbank. "We kunnen hier niet al te pessimistisch over zijn.”

2.         Ecologisch perspectief

Er is nog een goede reden om de financieel-economische dynamiek van de crisis niet te pessimistisch te beoordelen. Volgens Wijffels is het namelijk onwenselijk dat de restauratieactiviteiten van de oude economie zullen slagen. Dit oordeel vloeit voort uit zijn tweede verhaalronde, waarin hij een verdiepingsslag maakt en de huidige crisis belicht vanuit een ecologisch perspectief.
Vlak voor de financiële crisis waren de prijzen van grondstoffen als olie en voedsel heel hoog. Ook alle metalen worden schaars, met gemiddeld nog slechts één tot drie decennia voorraad. Hetzelfde geldt voor fosfaat. En op veel fronten leven we al op ecologisch krediet. Het verlies van biodiversiteit is 10-15% hoger dan aanvaardbaar zou zijn. Ontbossing, verwoestijning en erosie van vruchtbare gronden vragen om herbebossing en rehabilitatie van landbouwgronden op korte termijn. En er is sprake van vervuiling op grote schaal door stikstofemissies en chemische verontreiniging van wateren. Peak Oil? Peak everything! In heel veel gevallen is het hoogtepunt al gepasseerd. Al met al leven we op 30-40% ecologisch krediet.
Wijffels stelt dat de financieel-economische crisis mede is veroorzaakt doordat we deze fysieke grenzen bereiken en zelfs overschrijden. In het licht van dit ecologische perspectief is herstel van de oude economie niet alleen onmogelijk, maar zijn pogingen daartoe ook onverantwoord. De enige voor Wijffels acceptabele weg is vergroening van de manier waarop wij in ons levensonderhoud voorzien.

3.         Cultureel-moreel perspectief

Wanneer we de eerste twee verhaalrondes naast elkaar leggen, verschijnt er een patroon. Ons leven op krediet, zowel financieel als ecologisch, blijkt de gezamenlijke grondslag onder de crisis. Je zou op basis hiervan kunnen concluderen, dat een beleidsmix van financiële soberheid met duurzame innovatie een afdoende respons oplevert. Wijffels ziet echter een nog diepere dynamiek, die vraagt om een doortastender respons. Pas na een derde verhaalronde over de crisis verschijnt, voorbij de illusies, een realistische strategie.
"We beleven ook het einde van een methode, van een manier van leven, van een manier van organiseren en van de morele uitgangspunten daarvan", stelt Wijffels. Vooral twee uitgangspunten zijn nu echt verouderd en veroorzaken veel schade: de egocentrische rationaliteit van de homo economicus – “Stuur hem met pensioen!" – en het specialisatiebeginsel dat, via het mechanisme van schaalvergroting, de concurrentie dient. Lang effectief en blindelings verondersteld, lijken deze twee uitgangspunten nog steeds betrouwbaar. "Maar de wereld is veranderd", benadrukt Wijffels.
Er leven inmiddels 6,8 miljard mensen op aarde en in de komende decennia komen er nog twee miljard bij. Ondertussen blijven we vastlopende technologieën gebruiken. Vooral ons leven op fossielen is niet vol te houden. Er is nu een pervertering binnen onze manier van organiseren opgetreden. Het gaan voor het eigenbelang is ongelimiteerd geworden, met een desastreuze uitwerking. In de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, verkochten makelaars hypotheken die mensen niet konden betalen. Dit was mogelijk doordat ze die konden doorverkopen naar investment bankers, een gevolg van de verreikende specialisatie in de financiële sector. Egocentrisch gezien was dit alles heel rationeel, maar het systeem kon het niet aan.
In de derde verhaalronde gaat het uiteindelijk om een systeemtheoretisch perspectief, dat de crisis in een omvattend historisch kader plaatst. Elk cultureel systeem heeft een optimale tijd, legt Wijffels uit, maar ‘dan komt er de mot in’. Er ontstaat pervertering van juist díe uitgangspunten die het systeem tot bloei hebben gebracht. Dan is er geen verdere vooruitgang mogelijk. Of je kunt het oude aan de gang proberen te houden, maar dat is een aflopende zaak, óf je kunt bewust kiezen voor een nieuwe fase met nieuwe ideeën. Dan evolueer je naar een nieuwe cultuur met nieuwe basiswaarden, naar een nieuwe fase in het beschavingsproces van het menselijk leven.

omhoog

Naar een nieuwe beschaving

De bouw van windmolens biedt de mogelijkheid van decentrale energieproductie.Hoe zou zo'n nieuwe fase eruit kunnen zien? Elke verhaalronde suggereert concrete aanknopingspunten voor heroriëntatie. Hierbij gaat het niet om vrijblijvende alternatieven. Wijffels positioneert stuk voor stuk noodzakelijke, complementaire elementen van een toekomstvatbare ommekeer.

1. Praktische maatregelen in de financiële sector

De financiële sector heeft, als het goed is, een dienende rol in het ondersteunen van bedrijven en hun werknemers. Deze rol dient hersteld te worden, zegt oud-bankier Wijffels. Hiervoor zijn drie maatregelen nodig, die ook in de financiële sector zelf aan draagvlak winnen:

  • Kleinere banken. Het downsizen van financiële conglomeraten tot hanteerbare eenheden is essentieel voor een betere solvabiliteit. Geen enkel instituut mag too big to fail zijn.
  • Geld met wortels. Geldschepping moet weer gekoppeld worden aan eenheden in de reële economie, bijvoorbeeld aan een mandje van grondstoffen. Het mooiste zou zijn om het scheppen van geld te koppelen aan het dragend vermogen van de aarde.
  • Codes plus bankiersdeugden. Voor herstel van een cultuur van dienstbaarheid binnen financiële instellingen zijn betere codes nodig in combinatie met eigen moreel besef onder bankiers.

2. Omslag naar een duurzaam economisch systeem

Bovenstaande maatregelen zijn essentieel, maar bij lange na niet voldoende. Een ecologisch perspectief onderstreept de noodzaak van beleid dat het ontstaan van een duurzame economie effectief bevordert. "Dit is geen kleine transformatie," waarschuwt Wijffels.

  • Cyclische processen. Een duurzame economie is niet gebaseerd op lineaire verwerking van fossiele grondstoffen, maar op cyclische processen. Cradle-to-cradle laat zien wat dit betekent voor het gebruik van materialen. Op energiegebied wijst Wijffels op de mogelijkheid van decentrale energieproductie door particulieren. Wij plaatsen ons in de kosmische cyclus die veel groter is dan ons gebruik. We vangen uit die stroom elke dag op wat we nodig hebben. Dit leidt tot een heel andere energiehuishouding in de economie. Elk huishouden is een vangstation voor kosmische energie. Elk huis is niet alleen consument van energie, maar ook producent van energie.
  • Relocalisering. Een duurzame economie is lokaal stevig verankerd. Dit is niet alleen noodzakelijk vanuit een ecologisch perspectief, maar biedt ook economische voordelen. Volgens Wijffels kunnen we verwachten dat relocalisering groei creëert in de economie, het gat vult in de betalingsbalans dat zal ontstaan bij gebrek aan aardgasexport en werkgelegenheid schept. Als we er bijvoorbeeld voor gaan zorgen dat in de komende 30 jaar het hele land energieneutraal wordt qua huizen en wijken, dan scheppen we heel veel lokaal verankerde banen.
  • Governance. Een duurzame economie is dienstbaar aan de mensheid en de aarde, benadrukt Wijffels. Veel instellingen en landen hebben nog steeds eendimensionale governance, gericht op winst (bedrijven) of bruto nationaal product (landen). Een duurzame economie vergt overschakeling op 3P-governance, gebaseerd op sociale, ecologische en economische waarden (People, Planet, Profit). Hiervoor zijn nieuwe maatstaven nodig, die het mogelijk maken om maatschappelijke ontwikkeling op deze fronten ook daadwerkelijk te meten.
  • Integrale efficiëntie. In de omslag naar een duurzame economie zullen we ook af moeten van specialisatie die leidt tot verkokering, waarschuwt Wijffels. Specialisatie heeft voor veel schaalvergroting gezorgd, maar tegelijkertijd zijn er vaak negatieve bijeffecten, doordat we geen integrale afwegingen maken. Dit zien we bijvoorbeeld in scholen, gemeenten en de gezondheidszorg. Ook het milieu lijdt onder de verkokering.
  • Samenwerking. Concurrentie is belangrijk als prikkel, maar waar samenwerking leidt tot betere resultaten voor het algemeen belang, moet dit mogelijk zijn. Wijffels ontmaskert het huidige, op ongebreidelde concurrentie gebaseerde economische systeem als een product van het sociaal darwinisme. Daar moeten we voorbij willen. We moeten wijs genoeg zijn om het 'prisoner's dilemma' als een vals dilemma te overstijgen.
    “Vanaf het persoonlijke tot en met het mondiale niveau zullen we moeten samenwerken als we deze omslag naar een duurzame economie willen waarmaken”, stelt Wijffels. We moeten dus ook 3P afwegingen maken op persoonlijk niveau, bijvoorbeeld op het gebied van vleesconsumptie, vervoer en aanschaf van kleding. Hetzelfde geldt voor bedrijven.

3. Mindshift naar relationele waarden

Al deze elementen van een toekomstvatbare ommekeer horen bij elkaar en vergen een nog fundamentelere transitie. Een cultureel-moreel perspectief op de crisis geeft aan dat we vooral een beter ethisch kader nodig hebben voor ons handelen. Als we het egocentrisme, de verkokerde specialisatie en de op hol geslagen concurrentiedrift van de homo economicus achter ons willen laten, vraagt Wijffels, welke basiswaarden kunnen ons dan verder helpen?
Volgens Wijffels is de volgende stap in de menselijke ontwikkeling – de enige levensvatbare optie – dat we naar een beschaving evolueren waarin de kwaliteit van relaties voorop staat, tussen mensen onderling en tussen mens en aarde. Wijffels vindt hiervoor houvast in de Rooms-katholieke sociale leer die leven in persoonlijke waardigheid en een common good centraal stelt. De pauselijke encycliek Centesimus annus vertaalt dit ethische kader concreet naar de notie van een dienstbare economie.
In de recente encycliek Caritas in veritate wordt de dienstbaarheid van de economie expliciet verbonden met ecologische waarden. "Dit is een zeer gewenste actualisering van de katholieke sociale leer", aldus Wijffels. Met name noemt hij de aanpassing van ‘het zondenlijstje’, waarin milieuvervuiling nu ook is opgenomen. De encycliek grijpt ook terug op de oorspronkelijke, ecologisch ingebedde betekenis van het begrip ‘naaste’. "Heb je naaste lief als jezelf" betekende in de context van een nomadensamenleving: "Laat de weidegronden achter zoals je ze zelf zou willen aantreffen."

omhoog

Wake-up call

Herman Wijffels: “We moeten ook 3P afwegingen maken op persoonlijk niveau, bijvoorbeeld op het gebied van vleesconsumptie, vervoer en aanschaf van kleding.”Na drie verhaalrondes met bijpassende ijkpunten voor heroriëntatie legde Herman Wijffels de bal ten slotte in het kamp van zijn publiek. Hij sloot af met een appel in de geest van het Soeterbeeck Programma: Willen we weg uit Platland? Willen we onszelf weer plaatsen in het perspectief van de Schepping? Welke plaats kan spiritualiteit innemen in wat er in de komende periode nodig is?
De crisis is een wake-up call voor heroriëntatie, aldus Wijffels. Als mensheid moeten we hier samen aan werken. Voor het eerst in de geschiedenis is het ook absoluut noodzakelijk dat we mondiaal inzetten op een nieuwe koers. De technologie is al aanwezig voor een duurzaam economische systeem. Met behulp van IT, nanotech en biotech kunnen we overstappen op cyclische processen. Het komt nu aan op de wil en het organisatorisch vermogen om dat waar te maken.

Dr. Herman Wijffels is econoom en per 1 oktober 2009 hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering aan de Universiteit Utrecht. Voorheen was hij onder meer directievoorzitter van de Rabobank, voorzitter van de SER en Nederlands bewindvoerder bij de Wereldbank. Ook was hij informateur bij de kabinetsformatie van 2006.
Dr. Louke van Wensveen is ethica en werkzaam bij Stichting Oikos. Voorheen was zij Associate Professor of Theological Ethics aan Loyola Marymount University in Los Angeles. Ook was zij duurzaamheidsadviseur voor de chemische industrie in de Verenigde Staten.

omhoog

Terug naar openingspagina economische crisis en de kerken

home