home

PROJECTEN

DIACONALE STUDIES

HET HART VAN DE DIACONIE

Handboke DiaconiewetenschappenDoor Hub Crijns

Inleiding
Het hart van diaconie
Nieuw diaconaat
Wederkerigheid?
Verzoening
Diaconale praktijkgids
Dienst doen
Helpen - De tien geboden van de wasmachine

Diaconie of diaconaat funderen met de woorden barmhartigheid en gerechtigheid is een standaard. Minder gebruikelijk is om daar de woorden wederkerigheid en verzoening bij te doen.

Inleiding

In het Handboek Diaconiewetenschap Barmhartigheid en gerechtigheid wordt na een boeklange zoektocht de volgende omschrijving van diaconie gegeven: “Onder diaconaat/diaconie verstaan we het handelen vanuit en door kerken en andere door het evangelie geïnspireerde groepen en bewegingen dat gericht is op het voorkómen, opheffen, verminderen dan wel mee uithouden van lijden en maatschappelijke nood van individuen en van groepen mensen en op het scheppen van rechtvaardige verhoudingen in kerk en samenleving”. (Lees verder in: Hub Crijns, W. Elhorst, Pl. Robbers-van Berkel, L. Miedema, H. Noordegraaf, E. van der Panne en S. Stoppels, e.a., Barmhartigheid en Gerechtigheid. handboek diaconiewetenschap, Kok Kampen en DISK Amsterdam, 20052, p. 392-398.)
In deze omschrijving staat handelen voorop. De concrete uitwerking van het diaconale handelen kan ook omschreven worden als: “de christelijke dienst van zorg, presentie, solidariteit en verzet ten behoeve van mensen in nood”. (Lees verder in: Wanneer hebben wij U gezien? Op zoek naar de schatten van de kerk. Beleidsnota over de diaconie in het bisdom Rotterdam, Bisdom Rotterdam, 2000, p. 13.) Deze dienst heeft als doel dat noodlijdenden daadwerkelijk hulp in hun nood ervaren. Zorg, solidariteit, verzet en presentie zijn er wezenlijke aspecten van.
Met ‘zorg’ wordt bedoeld: de acute en blijvende hulpverlening aan mensen in nood.
‘Solidariteit’ houdt in: hun kant kiezen en naast hen blijven staan.
‘Verzet’ staat voor: weerstand bieden tegen elke vorm van onrecht en zich inzetten voor zodanige verandering van situaties en structuren dat mensen tot hun recht kunnen komen.
‘Presentie’ of aanwezig zijn in de nood en het lijden van mensen is een diaconale kwaliteit, evenals het bidden in deze situaties. Lijden kan zo groot of zo onoplosbaar zijn, dat er met zorg, solidariteit en verzet weinig eer te behalen is. Aanwezig zijn om niet in het geloof is dan een haalbare diaconale manier van handelen. (Lees verder in: Andries Baart over diaconaal handelen vanuit de presentie theorie in: Barmhartigheid en Gerechtigheid, Handboek diaconiewetenschap, 2005, p. 282-293).

Diaconie is het geven en ontvangen van de Bijbelse barmhartigheid en gerechtigheid in wederkerigheid en verzoening.

omhoog

Het hart van diaconie

Het hart van diaconie wordt gevormd door het duo barmhartigheid en gerechtigheid met als tweede duo de kernwoorden wederkerigheid en verzoening. Diaconie is het geven en ontvangen van de Bijbelse barmhartigheid en gerechtigheid in wederkerigheid en verzoening. Deze woorden zijn geleefd geloof, niet alleen brood en wijn, maar verwijzend naar Gods Koninkrijk.
Barmhartigheid heeft onder verwijzing naar Mat. 25:31-46 veel navolging gekregen in de Werken van Barmhartigheid: het zorgen voor hongerigen, dorstigen, vreemdelingen, naakten, zieken, gevangenen, doden en nabestaanden. In deze tijd zouden we vrede bewerkstellingen en zorg om het milieu kunnen toevoegen. Het gaat om mensen die nood hebben aan eerste levensbehoeften. Barmhartigheid is de wederzijdse daad tot hulp, die gerechtigheid oproept en bevordert. (Lees meer bijvoorbeeld in Peter van de Kamp, Zevenvoudig diaconaal. De Werken van Barmhartigheid, Kok Kampen 2006.)
Gerechtigheid wil ervoor zorgen dat er vanuit Gods voorkeur voor mensen in een kwetsbare positie een samenleving ontstaat, waarin ieder volop kan meedoen en tot zijn recht kan komen. Gerechtigheid is het zoeken naar manieren, waarop dit voor allen en door allen gerealiseerd kan worden.
Wederkerigheid verwijst naar het Verbond dat God met mens en schepping gesloten heeft, en zoals dat in Jezus Christus vernieuwd is. Het dubbelgebod: heb God lief en de medemens als uzelf (vergelijk bij de evangelist Mc.12:29-31) is de grondwet hiervan. In dit verbond zijn mensen bondgenoten van elkaar, maatjes in geloof en daad.
Verzoening staat in het hart van diaconie. In onze barmhartigheid zullen we immers onvermijdelijk tekort schieten, in onze strijd tegen onrecht bijna onvermijdelijk ook gewelddadig worden. Juist dan kunnen we in en door God verzoening vinden, bij en door Hem die groter is dan ons hart. Het werken aan verzoening tussen mensen is van meet af aan door christenen verstaan als een kernopdracht: voor Christus bestaat er immers geen man of vrouw, geen slaaf of vrije, geen Jood of Griek. In het geloof worden alle mensen gelijk. (Lees verder in: In Gods Naam Doen. Beleidsnota Diaconie aartsbisdom Utrecht, 2005, pag. 35-36.)
De liefde tot de naasten is verankerd in de liefde tot God. De diaconie is een wezenskenmerk van de Kerk, samen met de bediening van de sacramenten en de verkondiging van het woord. (Lees verder in de encycliek van Paus Benedictus XVI Deus caritas est, nummer 25.) Deus Caritas Est is de eerste sociale encycliek, die het woord diaconia noemt en die deze christelijke taak tot wezenskenmerk van de Kerk benoemt. Het is de moeite waard om deze encycliek te lezen en mee te nemen in het diaconale handelen van de geloofsgemeenschap.

In alledaagse situaties is Samaritaans diaconaat gewenst.

omhoog

Nieuw diaconaat

Bovenstaande kernwoorden barmhartigheid en gerechtigheid plus wederkerigheid zijn de fundamenten, waarop Lútzen Miedema in opdracht van de Protestantse Kerk in Nederland het boekje Nieuw Diaconaat. Gids voor diakenen en diaconale vrijwilligers (Boekencentrum Zoetermeer 2008) geschreven heeft. Miedema werkt in twee korte teksten deze drie fundamenten uit, daarbij gebruikmakend van de Werken van Barmhartigheid, waar Matteüs 25:31-46 naar verwijst.
“Barmhartigheid stroomt overvloedig, als water in een beek, zeggen rabbijnen uit de tijd van Jezus. Maar, zeggen zij erbij, elke beek heeft een bedding die het water in toom houdt. De bedding van barmhartigheid is volgens hen de gerechtigheid. Hiermee wordt de barmhartigheid nooit oeverloos. Zorgen voor de ander in nood is niet jezelf altijd wegcijferen, alles weggeven, altijd klaarstaan. In extreme situaties – een oorlog, een ramp – kan dat iemands roeping zijn. Maar in alledaagse situaties is ‘Samaritaans diaconaat’ gewenst.
Als de Samaritaan een slachtoffer op straat ziet, wordt hij met ontferming bewogen (Luc. 10:25-37). Het Griekse woord hiervoor lijkt op dat voor baarmoeder of ingewan­den: het gaat hier om de kiem van het bestaan en je hebt pijn in je buik van de ellende. De Samaritaan helpt op voorbeel­dige wijze. Eerst steekt hij de handen uit de mouwen. Dan gaat hij naar de herbergier. Deze professional neemt de zorg over, uiteraard tegen vergoeding en met verantwoording achteraf. Uiteindelijk krijgt het slachtoffer weer de regie over het eigen leven.
Dat de Samaritaan helpt waar dat nodig is én waar hij dat kan, is barmhartigheid. Barmhartigheid is er voor een levensbedreigende situatie. Dat de Samaritaan weet terug te treden is gerechtigheid. Zo komen mensen tot hun recht. Zo kunnen zij waardig leven als beeld van God.
De oude rabbijnen geven de Bijbelse term gerechtigheid een bredere betekenis dan enkel het verschil tussen arm en rijk. De term is bovendien niet hetzelfde als ‘ieder het zijne geven’, of ‘ik geef jou iets opdat jij mij iets terug­geeft’. Dit is de evenwichtige manier van denken van het antieke Romeinse recht, dat echter vooral geldt voor gelijken van dezelfde stand en niet voor hun vrouwen, kinderen en slaven. De Bijbelse term heeft te maken met Gods voorkeur voor wie een kwetsbare positie heeft in de samenleving.
Barmhartigheid + gerechtigheid = diaconaat. Dit draait niet om geld, maar om leven. Leven = overleven + samen leven. Diaconaat is die kant van geloven en kerk-zijn die zich hiervoor onbaatzuchtig inzet. Dat gebeurt op minstens drie manieren: door voor mensen te zorgen die zichzelf niet kunnen verzorgen, door hen in solidariteit nabij te zijn en door hun bondgenoot te zijn in hun strijd of verzet tegen kwaad en onrecht (p. 18-20).

omhoog

Wederkerigheid?

Diaconie of diaconaat funderen met de woorden barmhartigheid en gerechtigheid is een standaard. Minder standaard is om daar het fundament wederkerigheid bij te doen. Lútzen Miedema behandelt dit fundament met een vraagteken. Dat vraagteken komt ook voor in de titel van zijn promotie Wederkerigheid in het diaconaat? (Narratio Gorinchem 2005). Beide vraagtekens geven aan dat er rond wederkerigheid nog veel discussie is.
In Nieuw diaconaat wijst Miedema erop dat diaconaat een wijze is, waarop mensen elkaar tegemoettreden vanuit het geloven. Hij legt wederkerigheid uit op grond van vier geloofswoorden in de Bijbel. Beeld van God is het eerste geloofswoord. Geschapen naar Gods beeld zijn alle mensen, hetgeen leidt tot gelijkwaardigheid, eerbied en respect voor elkaar. Eerbied neemt onzekerheden serieus, ziet niemand als belachelijk of dom en schept vertrouwen om te ontvangen en te geven (in deze volgorde).
Bondgenoten is het tweede geloofswoord. De Bijbel is een geloofsboek waarin allerlei verhalen gebundeld zijn over de ervaring hoe God en de mensen elkaars bondgenoten zijn in het geloven. Dat bondgenootschap is in het diaconaat richtinggevend: gever en ontvanger, hulpverlener en hulpvrager zijn tocht- en bondgenoten.
Genade is het derde geloofswoord, dat het proces van hulp geven en hulp vragen verdiept. Boven het ‘geven opdat mij gegeven wordt’ of ‘ik geef omdat mij gegeven is’ laat genade diaconaat deelhebben in Gods liefde en liefdewerk. Diaconaat is gratis, hetgeen weer een diaconaal woord is voor genade. We leven van de genade van God, van diens liefde. Diaconaat is daarom liefdewerk en pro Deo: voor God.
De vierde geloofsterm heeft te maken met de Tafel van de Heer of de eucharistie. Binnen de gemeenschap die geloof, hoop en liefde deelt is wederkerigheid in de maaltijd des Heren grondtoon. Vanuit deze gemeenschap en dit delen kunnen gaven aan anderen tot stand komen: diaconale collecten, of het delen van goederen en diensten.
Wederkerigheid met een vraagteken ontstaat ook vanuit de praktijk van diaconaat of de praktijk van maatje zijn of bondgenoot zijn. Wie met mensen in nood optrekt ervaart verschillen en grenzen, het anders zijn van elkaar. Binnen het diaconaat moeten mensen zich voor elkaar inspannen: om verschillen te overbruggen, om anderen echt te ontmoeten en tegelijk om zichzelf te blijven. Wederkerigheid kan vanuit beider kanten van anders zijn en kwetsbaarheid ervaren worden als een kracht. Wederkerigheid is niet te organiseren of te programmeren. Het is een gave, door de donor geschonken, door de ontvanger aanvaard. Tegelijk is de ontvanger weer donor van zijn of haar wederkerigheid. Daarom het vraagteken. Het veronderstelt levend geloven en ervaren diaconaal handelen.

Diaconaat is die kant van geloven en kerk-zijn die zich onbaatzuchtig inzet voor het leven.

omhoog

Verzoening

Nieuw diaconaat - gids voor diakenen en diaconale vrijwilligersHet vierde kernwoord verzoening is in het boekje Nieuw diaconaat pas op pagina 87 terug te vinden. Helaas niet in de bijlagen met diaconale Bijbelwoorden en diaconale gemeentewoorden. Dat is een gemis in dit handzame gebruiksboek. Eerder kwam In Gods Naam Doen (Beleidsnota Diaconie aartsbisdom Utrecht) ter sprake, waar diaconie benoemd wordt als drievoudige dienst: barmhartigheid, gerechtigheid en verzoening. Deze drie diensten worden geënt in het Onze Vader: zorg en barmhartigheid op de bede ‘Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben’; gerechtigheid op de bede ‘En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad’; en verzoening en vergeving op de bede ‘Vergeef ons onze schulden, zoals wij hebben vergeven die ons iets schuldig was’.
De dienst van verzoening is allereerst van belang voor christenen zelf, die diaconaal handelen. Want in zorg voor anderen zullen we onvermijdelijk tekortschieten, onze armen blijken bij het barmhartig zijn steeds weer te kort, en in de inzet voor gerechtigheid is het bijna onmogelijk geen enkele vorm van geweld te gebruiken. We zijn aangewezen op vergeving om diaconaal actief en blijmoedig te zijn. Vergeving geeft slachtoffers kansen om in het reine te komen met daders en andersom. Het Onze Vader maakt verbindingen tussen vergeving door God en vergeving aan en in elkaar. Onszelf vergeven is vaak het moeilijkst. In het klein is de dienst van verzoening belangrijk in families en buurten, in het groot tussen bevolkingsgroepen en religieuze groeperingen. Verzoening schept banden en bondgenootschappen, overstijgt het verschil en de grens tussen ‘wij en zij’, maakt ruimte voor het ‘wij’.
Volgens Miedema “spreekt Paulus eenmaal van bijzonder diaconaat: ‘het diaconaat van de verzoening’ (2 Kor. 5,18). Dit diaconaat berust op, gaat uit van en beoogt wederkerigheid. Het verbindt de verzoening met God en de verzoening met elkaar. Hierin ervaren wij de diepe betekenis van het woord diaconaat voor ons geloof. Tegelijk wordt hiermee de betekenis van het diaconaat voor de praktijk zichtbaar. In de praktijk is onze samenle­ving een vat vol conflicten. Arm staat tegenover rijk, er is verschil in cultuur, sekse en seksuele voorkeur. Er bestaan verschillen in geloof en levensbeschouwing. Verschillen in maatschappelijke positie en culturele bagage leiden niet zel­den tot een conflict. Midden in deze conflicten zoekt het diaconaat naar ver­zoening in kerk én samenleving. Daarom zoekt het altijd de wederkerigheid. Deze wederkerigheid kan helpen tot ver­zoening te komen tussen mensen en met God. De diaconale werkwijze hierbij is die van de bemiddeling (mediation)” (p. 87).

omhoog

Diaconale praktijkgids

Het boekje Nieuw Diaconaat geeft antwoord op wat het belooft te zijn: een handreiking voor de praktijk. Als werkvelden worden eenzamen, zorg, (nieuw) armen en migranten aangewezen. In de beschrijving van elk werkveld worden motivaties, achtergronden en praktische tips verweven. Die tips krijgen ondersteuning met acht bijlagen, waarin diaconale Bijbelwoorden, diaconale gemeente, sociale kaart en beleidsplan de belangrijkste zijn.
Wat meer inhoudelijk zijn de teksten, die ingaan op de instelling diaconie en het ambt van diaken. Hierin komt ook de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland aan bod. Lezenswaard is de tekst over diaconaal geld, waarin in ieder geval de economie van de geloofsgemeenschap aan bod komt. Het gaat niet alleen om geld in deze economie, maar ook om mensen en tijd, goederen en diensten. Het boekje loopt uit in een interessante beschouwing over missionair diaconaat (82-88). Gespreksvragen na elk hoofdstuk duiden erop dat de teksten besproken willen worden binnen diaconie en geloofsgemeenschap.

Wederkerigheid is niet te organiseren of te programmeren. Het is een gave, door de donor geschonken, door de ontvanger aanvaard.

omhoog

Dienst doen

Dienst doen - Pratijkboek voor diakenenHerman van Well is 25 jaar diaconaal consulent van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland geweest. Na zijn emeritaat heeft hij de inhoud van een grote consultatieronde aan alle diaconieën omgewerkt in Dienst doen. Praktijkboek voor diakenen, Kok Kampen 2008. Dit boek is opgezet vanuit diaconale leesteksten, die elk een diaconaal trefwoord aanreiken, dat voorzien wordt van een beschouwing. In deze beschouwingen zijn vragen, reflecties, antwoorden van gereformeerde diakenen verwerkt, met een nadruk op ‘hoe’. Een rode draad in het boek vormt de opmerkelijke stelling dat de orthodoxie van het Woord is losgekoppeld geraakt van de orthopraxie van de Daad. Daardoor zijn diakenen en het diaconaal marginaal geworden. Binnen het boek worden ook lijnen getrokken naar beleid maken en komt de fundamentele positie van de diaken rond avondmaal, voorbede en collecte ter sprake. De auteur raadt aan om elke week een Bijbeltekst en een stukje tekst te lezen, “dan ben je er in een jaar doorheen.” Dit Bijbelleesrooster door het jaar heen met als rode draad de diaconale gemeente is als een bijlage opgenomen achter in het boek. Met het oog op gesprekken tussen diakenen zijn gespreksvragen toegevoegd.
Barmhartigheid en gerechtigheid zijn ook in dit praktijkboek twee sleutelwoorden, die diaconaat en de praktijk van diakenen grondvesten (p. 88-89). In de omschrijving van deze twee kernwoorden duikt de term ‘wederkerigheid’ zelf niet op, maar wijst het begrip ‘rechte relaties’ hier wel naar. “Van even grote betekenis zijn de rechte relaties. Rechte relaties met God en mens.” En als vanzelf komt het woord ‘verzoening’ erbij: “Daarin gaat het om vrede en verzoening en om heel de mens naar lichaam en ziel.”
Binnen het boekje is er een grote nadruk op het doen, het handelen. De schetsen over de Barmhartige Samaritaan, de collecten voor Jeruzalem, de Werken van Barmhartigheid, de eerste diakenen, de diaken Laurentius, diakens in de Reformatie en de grote diaconale mensen in de 19de eeuw Ottho Gerhard Heldring en Willem van den Bergh zijn de concrete uitwerkingen van de eerder genoemde diaconale kernwoorden. In het Nederlandse taalgebied is er de laatste jaren niet een publicatie verschenen, die de diaconale teksten uit het Nieuwe testament zo op een rijtje zet.
Het doe-gerichte van het boekje blijkt ook uit de teksten rond taken in werkwoorden, vertrouwen en tijd winnen, en vergaderen. De tekst Helpen – de tien geboden van de wasmachine komt hieronder in beeld (zie tekstkader). Goede doelen en meedoen daaraan vanuit de diaconie komt in drie teksten aan de orde: principes, praktijk en project. Over geld, geld geven en schuldhulpverlening komen praktische adviezen in beeld. Het boekje is een aanrader, ook voor gebruik binnen rooms-katholieke kring of in de praktijk van andere protestantse kerken.

omhoog

Helpen - De tien geboden van de wasmachine

Lezen Deuteronomium 24:14,15,17 en18.
Uitgangspunt is een telefoontje: “Ik bel u op, want mijn wasmachine is kapot...”

Diaconale hulp kan alleen gegeven worden als er aandacht is voor de mens.

  1. Luister, luister, luister... Een wijs mens heeft eens gezegd: “God heeft ons twee oren gegeven en maar één mond. We moeten dus twee keer zoveel luisteren als praten.” Laat de ander uitpraten; vul niet voor de ander in; je vult in als je na bovenstaande opmerking zegt: wilt u dat ik zorg dat hij gemaakt wordt? Laat de ander zelf een vraag stellen; als de ander zwijgt na deze mededeling, vraag dan wat hij/zij van jou verwacht. Zorg dat de impliciete boodschap expliciet gemaakt wordt. Juist in vervelende situaties communiceren mensen vaak im­pliciet.
  2. Zorg dat je de situatie van de ander kent. Vraag bijvoor­beeld bezoekzuster, predikant, wijkouderling of andere dia­kenen om informatie.
  3. Ga naar hen toe en bid. Vragen om hulp is altijd moeilijk. Laat de ander daarom een ‘thuiswedstrijd’ spelen. Leg, zo mogelijk, samen het probleem aan God voor. Bid in elk geval zelf thuis als je op bezoek gaat.

    Diaconale hulp is attent op de zaak.

  4. Zorg voor een goede probleemstelling. Het probleem zoals iemand dat schetst hoeft niet het enige of echte probleem te zijn. Is het probleem dat de persoon de wasmachine niet zelf kan maken? Of is het probleem dat de ander de reparatie door derden niet kan betalen? En als dat zo is, hoe komt dat dan? Is het probleem dat de ander slecht met geld kan omgaan? Of onvoldoende inkomen heeft?
  5. Ken de wettelijke regelingen. Zorg dat je als diaconie de sociale wetgeving, ook die ter plaatse kent en/of regelmatig contact hebt met een ambtenaar van de sociale dienst.

    Diaconale hulp kijkt verder in beleid.

  6. Breng het probleem op de diaconie. Stel dit op een zakelijke en broederlijke wijze aan de orde. Zorg dat je de afspraken, die er over dit soort zaken binnen de diaconie bestaan, kent. Het meest praktisch is als ze op papier staan.
  7. Wees gul. De diaken is verantwoordelijk voor de hulp die hij verleent. Dat betekende vroeger vaak dat hij in de pan en de kast keek. Verantwoordelijkheid betekent echter niet 'pottenkijkerij' en zeker niet krenterigheid.
  8. Geef goederen. Geef een goede nieuwe wasmachine. Als mensen het moeilijk vinden met geld om te gaan, is het soms beter goederen te geven. Of de rekening van een bedrijf te betalen. Als je geld geeft, is het verstandig een kwitantie te laten tekenen.
  9. Blijf contact onderhouden. Als het probleem is opgelost, is de relatie niet geëindigd. Meeleven en meebidden blijft van belang. Geholpen worden (van genade leven!) is moeilijk is. Daarom is dit ook een moment om te vragen wat deze mens te geven heeft. Immers ieder heeft gaven ontvangen.
  10. Verantwoord in bescheiden mate. Zorgvuldigheid en be­scherming van de privacy vereisen dat niet alle details boven tafel komen. De diaken(en) die contact hebben, hoeven niet alles te vertellen aan diaconie en kerkenraad.
Gespreksvraag: welk van de '10 geboden' is bij u sterk en welk zwak?

omhoog

Terug naar openingspagina diaconale studie

home