home

PROJECTEN

HANDBOEK DIACONIEWETENSCHAP GOEDE OPSTAP
Barmhartigheid en gerechtigheid

Anita van Steyn

Inleiding
Essentiële vragen
Arbeidspastoraat in beeld

Zonder diaconie geen kerk

Inleiding

Anita van Steyn werkt als arbeidspastor in het bisdom Breda. Vanuit haar dagelijkse werkpraktijk bespreekt ze in 'OndersteBOVEN' (december 2004, pag. 14-15) het recent verschenen handboek diaconiewetenschap Barmhartigheid en gerechtigheid.

Een vrijdagmiddag in september. In de trein van Amersfoort richting Utrecht. Om me heen zie ik verschillende mensen bladeren in een dik, mooi gebonden boek, met aansprekende foto's op de voorkant. Ook ik werp benieuwd een eerste blik in het boek dat die dag feestelijk gepresenteerd is. De titel spreekt me aan: Barmhartigheid en Gerechtigheid. Twee woorden die wezenlijk bij elkaar horen en het sociale werk van de kerk kleuren. Het is een oecumenisch handboek waaraan heel diverse mensen een bijdrage leveren. De diaconale praktijk is in beeld gebracht en het denken over diaconie uitgewerkt.
Kan dit boek mijn werk als arbeidspastor ondersteunen? Het komt in ieder geval precies op een goed moment. Door veranderingen in de organisatie werken we in het bisdom Breda nu als arbeidspastores nauwer samen met pastores voor diaconie en ons werk moet zich meer gaan richten op ondersteuning van parochies. Hoe kunnen plaatselijke geloofsgemeenschappen het ideaal van een diaconale kerk in de dagelijkse praktijk handen en voeten geven? Hoe kan een gesprek over de visie op diaconie gestimuleerd worden? Blijft het thema arbeid en de praktijk van het arbeidspastoraat voldoende in beeld als je vertrekt vanuit een diaconale invalshoek? Dit soort vragen speelt door mijn hoofd als ik het boek ga lezen. Ik ben nieuwsgierig of het handboek diaconiewetenschap een richting wijst.

Essentiële vragen

Het boek begint met concrete voorbeelden van diaconaal werk aan de hand van de 'werken van barmhartigheid'. Zo worden onder andere insteek en aanpak van de Arme Kant/EVA beschreven, de ondersteuning van Exodus aan ex-gedetineerden, de betrokkenheid van kerken bij mantelzorgers, en de inzet van de Sint Egidius gemeenschap voor interreligieuze dialoog en vrede. Uit deze bonte mengeling aan activiteiten worden fundamentele inhoudelijke vragen gehaald die in het diaconale werk steeds opnieuw opduiken. Bijvoorbeeld: wanneer is diaconaal werk geslaagd? Wie beoordelen dat? De geldschieters of direct betrokkenen? Hoe groot is het risico dat ook in diaconale projecten vooral gekeken wordt naar de meetbaarheid van de resultaten, zoals op zoveel plekken in onze westerse samenleving gewoonte is? Ook herken ik de realistische vraag: zijn er grenzen aan diaconale inspanning? Hoe kan het diaconaat zo worden gepresenteerd en vormgegeven dat het leidt tot blijvende en gezonde vormen van betrokkenheid? Deze vragen vormen een goed aanknopingspunt voor een gesprek over diaconie in een werkgroepbijeenkomst of vergadering met pastores.
Alle hoofdstukken uit het eerste deel van het boek zijn gecentreerd rond het 'doen' van barmhartigheid en gerechtigheid en monden uit in essentiële vragen over diaconie. Uit diverse invalshoeken kun je zo kiezen om een gesprek op gang te brengen. Gebruik ik de beschrijvingen van inspirerende en tegendraadse figuren uit de geschiedenis? Of het deel over andere godsdiensten en levensbeschouwelijke stromingen en de manieren waarop zij reageren op nood van mensen?
De schrijvers van het boek geven ook een definitie van diaconaat en diaconie: "…het handelen vanuit en door kerken en andere door het evangelie geïnspireerde groepen en bewegingen dat gericht is op het voorkomen, opheffen, verminderen dan wel mee uithouden van lijden en sociaal-maatschappelijke nood van individuen en van groepen mensen en op het scheppen van rechtvaardige verhoudingen in kerk en samenleving." Vanwege haar compacte vorm biedt ook deze omschrijving een goede opstap voor een gesprek over visie en beleid.

Arbeidspastoraat in beeld

In verschillende stukken van het handboek herken ik de werkwijze van het arbeidspastoraat. Zoals in de beschrijving van 'helpen onder protest' of in de uitwerking van de presentiemethode. Ideaal en werkwijze worden heel duidelijk verwoord aan het einde van het stuk over Alphons Ariëns. Hierin beschrijft Hub Crijns hoe deze priester zich aan het einde van de negentiende eeuw inzet voor fabrieksarbeiders: "Ariëns zoekt mensen op en luistert naar wat hen bezig houdt en wat hun verlangens zijn. Op grond van die verhalen en persoonlijke kennis brengt hij mensen die hetzelfde willen bij elkaar. Hij voorziet ze van middelen en schuwt niet anderen op hun verantwoordelijkheid aan te spreken. De praktijk van het huidige arbeidspastoraat in Nederland bewijst nog steeds de waarde van die methode."
Maar wat ontbreekt in het boek is een apart hoofdstuk over de werksoort arbeidspastoraat. Ook valt op dat het woord 'arbeidspastoraat' in totaal maar tien keer voorkomt. En in de paragrafen over mantelzorg en zorg wordt geen verband gelegd met de verdeling van betaalde en onbetaalde arbeid. Lukt het om vanuit de invalshoek diaconie de kracht en methode van het arbeidspastoraat en de invalshoek arbeid, economie en geloven boven tafel te houden? Een vraag die ik na het lezen van het boek niet meteen met 'ja' durf te beantwoorden.

Zonder diaconie geen kerk

Diaconie is geen randverschijnsel, maar behoort tot het hart van de kerk: deze visie wordt in het boek op vele manieren uitgewerkt en onderbouwd. Het ideaal van een diaconale kerk wordt breed gedragen. Zo is er afgelopen jaar in het bisdom Breda een veldverkenning gehouden. Via een enquête is een heel diverse groep mensen - beroepskrachten, vrijwilligsters en vrijwilligers - gevraagd naar hun ervaringen met en idealen over de kerk. De stelling 'Als de kerk zich niet inzet voor kwetsbare groeperingen, mag je niet van kerk spreken' wordt door ruim 80 procent van de ondervraagden onderschreven. En 85 procent stemt in met de uitspraak dat ondersteuning op alle vlakken van kerk-zijn (liturgie, catechese en kerkontwikkeling) moet bijdragen aan de opbouw van een diaconale kerk. Deze hoge percentages zijn een positieve verrassing, maar in de praktijk blijkt het moeilijk er handen en voeten aan te geven. En dus blijf ik met de vraag achter: hoe kan ik als arbeidspastor de plaatselijke geloofsgemeenschappen ondersteunen dit ideaal echt vorm te geven? Als ik met deze vraag naar het handboek kijk, biedt het goede voorbeelden en uitgangspunten. Zoals het belang van de werkelijke ontmoeting, omdat het gaat om verhalen en ervaringen van vrouwen en mannen met een naam en een gezicht. En het belang om met maatschappelijke organisaties samen te werken en toch ook ieders eigen insteek en identiteit te behouden.
Voorbeelden, vragen en uitgangspunten staan er volop in het boek. Maar een overzicht met concrete stappen voor diaconaal opbouwwerk ontbreekt. Bijvoorbeeld welke stappen je kunt zetten om te zorgen dat aandacht voor mantelzorgers of agrariërs in de knel niet eenmalig plaatsvindt maar structureel een plek krijgt. Een suggestie voor een volgende editie?

Het handboek kan voor 45,- inclusief portkosten besteld worden bij het landelijk bureau DISK (info@disk-arbeidspastoraat.nl) of per brief met duidelijk naam en adres erbij vermeld).
U kunt ook gebruik maken van het online-bestelformulier. Klik op de knop (zie rubriek 'Diaconie'):
bestelformulier

Terug naar openingspagina handboek diaconiewetenschap

home