home

PROJECTEN

DUURZAAMHEID: WAAR GEEF JIJ JE TALENTEN AAN?

"De blijdschap en de zucht"

Klik hier om onderstaande interview als Word-document te downloaden.

René van Bemmel: “Het gaat mij nog steeds niet snel genoeg, maar je ziet wel dat maatschappelijk verantwoord ondernemen een beweging is, waar iedereen het over heeft”Door Anne Pier van der Meulen

René van Bemmel werkt in het onderwijs. Ten tijde van het interview was hij afdelingsleider op het Comenius College in Hilversum, een school voor voortgezet onderwijs. Inmiddels is Van Bemmel conrector voor de onderbouw aan het Sint-Vitus College in Bussum. Een interview in het kader van het DISK project Duurzaamheid: waar geef jij je talenten aan?

Hoe is jouw betrokkenheid bij duurzame thema’s ontstaan?

“Op de middelbare school begin jaren ‘70 heeft de Club van Rome veel indruk op me gemaakt. Ik was toen 14 of 15 en dacht: in wat voor wereld ben ik verzeild geraakt? Wat moet ik hier zelf mee? Het beangstigde me ook, zo’n bedreigend toekomstbeeld. Ik weet nog dat het me heel veel deed. Er hing zo’n sfeer van over 30 jaar gaat de wereld er helemaal aan. Later raakte ik actief en betrokken bij bewegingen, die zich verzetten tegen het opbouwen van een nucleaire kernmacht en het gebruik van kernenergie. Ik ging ook demonstreren. Aan de brede maatschappelijke discussies heb ik indertijd uitvoerig deelgenomen. Ik was wel een democraat in hart en nieren. Ik was geen autonoom. Dus ik geloofde wel in het gesprek, in het protest, in de kracht van de massa en een ander stemgedrag van mensen.
Later toen ik ging studeren raakte ik bij Kerk en Wereld betrokken. Bob Goudzwaard en Harry de Lange spraken daar inspirerend over de economie van het genoeg. Alles kwam samen in een samenhangend concept en ik dacht: daar moeten we naar toe, zo moeten we de wereld inrichten. En daar ga ik mijn steentje aan bijdragen. Ik was toen nog student. Ik dacht het gaat echt veranderen. Ik weigerde indertijd ook dienst.”

omhoog

Hoe is dat nu met dat gevoel van ‘het gaat veranderen’? Is dat ergens nog?

“Dat is weggeëbd. Dat heb ik laten gaan, de tijdgeest werd anders. Ik was wel teleurgesteld in mijn generatie, moet ik je eerlijk zeggen, hoewel ik het inmiddels geaccepteerd heb. Het klinkt een beetje zwaar, maar ik merkte dat mijn vrienden en kennissen met wie ik actief was, na het krijgen van werk en kinderen overgingen tot de orde van de dag. Wij bleven vegetariërs en hebben heel lang geen auto gehad, tot zes jaar geleden, maar het idee dat je consequent was en bleef, ebde weg bij mijn vrienden en kennissen.”

omhoog

Voel je jezelf nu af en toe een eenling?

“Nee. Het wonderlijke is dat er in de tijd toch wel iets verandert, maar het gaat nu anders. Het gaat mij nog steeds niet snel genoeg, maar je ziet wel dat maatschappelijk verantwoord ondernemen een beweging is, waar iedereen het over heeft. En natuurlijk, sommigen doen het om mooi weer te spelen, maar er zijn veel bedrijven die binnen de marge er stevig mee bezig zijn. Het idee van vlees eten wordt toch weer meer en meer een discussie. Ik acht het niet onmogelijk dat het met een jaar of tien net zoals met roken gaat, dat je toch een beetje een outcast wordt. Dus daar zie ik wel beweging in, maar het gaat langzaam. Het idee dat wij verantwoordelijk zijn voor de luchtkwaliteit, dat is wel gegroeid. Dus er zijn wel een hoop ontwikkelingen. Het gaat alleen niet meer via het protest en het stembiljet, maar via de portemonnee. Je gaat niet meer de barricades op, maar je hebt acties via internet.”

omhoog

Je zegt dat het langzaam gaat. Ervaar je tijdnood?

“ Ja, ik voel tijdnood. Aan de andere kant vind ik dat we ook tijd vrij moeten maken voor levensvragen. Dus het is zoeken, maar de tijd dringt. Zijn we niet al te laat, gaat het wel snel genoeg? Dus ik probeer er positief in te staan, maar soms klemt het nog wel eens. Meestal heb ik vrede mee, ik probeer in mijn eigen leven te kiezen en dat aan mijn kinderen over te dragen. Dat is ook de kring van invloed die ik heb. En ergens is er ook nog een soort basisvertrouwen dat het ooit goed komt.”

omhoog

Wat levert het je zelf op?

“Het gevoel dat ik met de goede dingen bezig ben. Het geeft mij een essentieel gevoel van dat je zin geeft aan je leven; het geeft mij een richting, een doel. Dat is vrij essentieel, dat je weet waarvoor je leeft. Het geeft me ook de drive, maar ik vind het wel moeizaam soms. Ik bedoel het gemak dient de mens, maar daar strijd ik dan weer tegen. Ik moet ook iedere keer van mijzelf op de fiets stappen in plaats van met de auto. Ik bedoel, ik doe dat ook allemaal wel, maar soms, als het met de bakken uit de hemel komt. Mijn drive heeft ook te maken met mijn geloofsvisie. Waarom ik op de aarde gezet ben. Om mens voor je naaste te zijn. Die naaste is er in het verleden, in het heden en in de toekomst. De fundamentele verantwoordelijkheid die je draagt als rentmeester, dat is cruciaal voor mij. Dat maakt dat het mij dus ook wat oplevert, namelijk zin.”

omhoog

Vraagt het soms ook teveel van je?

“Het is maat houden. Ik kan me overal wel voor inzetten, maar ik moet mij wel inperken. Ik bedoel bijvoorbeeld mijn inspanningen om mijn wijk ‘t Groene Sticht op groene stroom te krijgen en over te gaan op zonnepanelen. Mensen zijn het allemaal wel met je eens, maar als je mensen concreet vraagt, wat ga jij eraan doen?, dan blijft het nogal eens stil. Dat is moeite, dat is gedoe, dat is uitzoeken, dan moet je aan de slag. Soms weet je ook niet of je iets goeds doet. Bijvoorbeeld het verzamelen van plastic, het is zeer de vraag of dat wel nut heeft. Er is ook heel veel onzekerheid, onduidelijkheid. Er is ook een deel binnen de discussie rondom duurzaamheid, dat gericht gemanipuleerd wordt. Nou, kies maar uit het goede. Dus het is ook gedoe, alert zijn.
Je kunt ook uitgeput raken. Ik heb een burn-out gehad. Op het eind van mijn kerkenwerk. Dus dat is wel een belangrijk moment. Nu heb ik blijkbaar toch die grens ontwikkeld, zodanig dat ik er beter binnenblijf. Maar ik heb met die drive wel de neiging om tot het gaatje te gaan. Op een hele ontspannen manier overigens, maar waar ik wel last van kan hebben. Ik kan heel veel ontspannenheid uitstralen. Maar ondertussen denk ik, doe ik wel genoeg? Daar begint vaak de aanvechting in mezelf.”

omhoog

We hebben het over je motivatie en drive. Je bent ook betrokken bij ‘t Groene Sticht vertelde je. Wat is dat voor een project?

René van Bemmel: “Het is maat houden. Ik kan me overal wel voor inzetten, maar ik moet mij wel inperken.”“’t Groene Sticht is een initiatief van wijlen Ab Harrewijn. Hij was toen Kamerlid van GroenLinks. Daarnaast had hij zijn eigen maatschappelijke bedrijfje. Hij zat daarmee in de wereld van dak- en thuislozen. Ab merkte dat ze niet meer welkom waren in de ‘gewone wijken’, dat ze de wijken uitgeschopt werden. Hij had het idee om in een nieuwbouwwijk waar nog geen structuur was, een sociale buurt te creëren, waar dak- en thuislozen konden gaan wonen en werken. Daarnaast was er het idee, dat er een stel mensen omheen ging wonen, die erbij betrokken wilde zijn en hieraan wilde meedoen; dus dat je het omdraait. Niet op de manier van ‘er is een bestaande buurt en er komt een stel dak- en thuislozen bij en die worden vervolgens de buurt uitgepest’, maar je begint met een voorziening voor dak-, en thuislozen. Dat concept heeft hij ontwikkeld in de nieuwbouwwijk Leidsche Rijn in Utrecht samen met bondgenoten zoals de Emmaus Beweging en de Tussenvoorziening, met een nachtopvang in zelfbeheer. Hij heeft met een organisatie voor gehandicapten een oude boerderij uitgezocht en die een aantal nieuwe functies gegeven. En dat is de naam ‘t Groene Sticht gaan dragen. Sticht heeft betrekking op Utrecht en Groen omdat het een mooie groene plek is waar die boerderij is blijven staan. In het woonhuis is ruimte voor permanent 12 dak- en thuisloze mensen; daar kunnen mensen integreren die de energie en de motivatie hebben om daar te gaan werken en zelfstandig te gaan wonen. Ze worden daarin begeleid. De voormalige silo van de boerderij is vermaakt tot buurtwerkplaats. Meubels worden opgeknapt en fietsen gerepareerd. Het zijn activiteiten waarbij de dak- en thuisloze buurtbewoners weer een vast dagritme krijgen.”

omhoog

Wat voor rol heb jij binnen ’t Groene Sticht?

“Ik ben daar gaan wonen. Omdat ik het een mooie wijk vond en om het concept uit te werken vanuit de bewonerskant. Ik kende Ab uit Amsterdam van mijn diaconale werk. Ik heb contact met hem gehouden en toen kwamen we elkaar weer tegen en zei hij: ‘Is dat niet iets voor jou om daar te gaan wonen?’
Dus toen hebben wij aan de tekentafel vanuit de kant van potentiële bewoners dat hele project verder ontwikkeld en vervolgens is het zeven jaar geleden gerealiseerd. Ab heeft zelf nog net de eerste heipaal geslagen; een maand daarna overleed hij. Mijn functie is om er samen met anderen voor te zorgen, dat vanuit de bewonerskant de integratie tussen dak- en thuislozen en buurtbewoners goed verloopt; dit gaat bijvoorbeeld via buurtfeesten, door het beheren van een gemeenschappelijk tuin, filmavonden, etc. Het gaat erom dat mensen elkaar ontmoeten en ervaren dat mensen van de straat ook mensen zijn zoals jij en ik hier. “

Wat heeft je bijzondere interesse?

Voor het navolgende gedeelte van het interview is gebruikgemaakt van een set van 48 kaartjes. Op ieder kaartje is een aspect van duurzame ontwikkeling vermeld. Omdat duurzame ontwikkeling drie dimensie kent (planet, people, profit), is de set kaartjes opgebouwd uit drie soorten kaartjes. René van Bemmel is gevraagd uit de set vijf kaartjes te kiezen die zijn bijzondere interessse hebben. Hij koos voor uitsluiting, armoedebestrijding, maatschappelijke participatie, productie en consumptie van duurzame energie en nieuwe ondernemingen.

omhoog

Uitsluiting is één van de eerste aspecten die je noemt. Waarom ondermijn je duurzaamheid door mensen uit te sluiten?

Rene van Bemmel: “Ik hoop dat de mensen die het beter hebben, gaan inzien dat het leefpatroon waar zij aan meedoen, niet haalbaar is.”“Kijk, duurzaamheid is gebaseerd op het feit dat je juist met elkaar verantwoordelijk bent voor die ene aarde. Als je mensen uitsluit dan ontneem je mensen hun natuurlijk bestaansrecht, je neemt de verantwoordelijkheid weg om mee te doen. Duurzaamheid realiseer je met betrokkenheid, samenhang en medeverantwoordelijk zijn. Uitsluiting is dus heel ernstig, want dan raak je ook nooit meer verantwoordelijk voor het geheel. Je gaat je afzetten in plaats van dat je juist samenhang en integratie gaat bevorderen. Je hebt elkaar nodig om duurzaam te leven en te produceren. Het begint dus bij sociale duurzaamheid.
Je hebt dus andere mensen nodig. En je hebt empathie, ambitie en visioenen nodig. Die zitten in mensen, in de hoofden en harten om uiteindelijk ook het klimaat ten dienste te zijn.
Kijk, ik denk dat mensen die het goed hebben hun welvaart baseren op het geven van minder kansen aan andere mensen, bewust of onbewust. Je moet gemotiveerd raken om de ruimte die jij inneemt ook weer te delen met mensen die het minder hebben. Als je die anderen ontmoet, ontdek je dat je zelf ook anders kan leven. Ik hoop dat de mensen die het beter hebben, gaan inzien dat het leefpatroon waar zij aan meedoen, niet haalbaar is. Maar gedragsverandering bij anderen en mijzelf teweegbrengen is erg taai. Ik ben blij wanneer het gebeurt, maar het gebeurt vaak met een zucht. Het gaat nooit vanzelf.”

omhoog

We hebben gesproken over het sociale aspect van duurzaamheid. Je hebt ook ecologische items geselecteerd. Hoe denk je over de relatie tussen productie duurzame energievormen en nieuwe ondernemingen?

“Ik zou het prachtig vinden, als er hele windmolenparken in de Noordzee komen. Het biedt kansen voor nieuwe technologie, voor werkgelegenheid, voor innovatie. Het is een duurzame investering waar je ook met expertise internationaal aan kunt werken. Je hebt ondernemingen nodig die hiermee aan de slag gaan. Met dit kabinet is alle perspectief op een duurzame economie, met investeringen in infrastructuur en in innovatie echter ver weg. Straks moeten we weer allerlei energiebronnen aanboren die je helemaal niet wilt, zoals kernenergie.”

omhoog

Je werkt als afdelingsleider binnen een middelbare school. Hoe geef je daar vorm aan duurzame ontwikkeling?

“Allereerst zit het thema in het lesprogramma. Leerlingen moeten tegenwoordig een maatschappelijke stage doen en als leerkracht kun je ze ondersteunen in hun keuze. Dus als je leerlingen ondersteunt in een microkrediet activiteit, dan geef je vorm aan maatschappelijke betrokkenheid. Leerlingen zamelen in het kader van het project geld in, dat ze zelf ook weer investeren in het project met het idee dat leeftijdgenoten ver weg ook kansen krijgen die ze zelf ook hebben.
Verder gaan wij over op een nieuw schoolgebouw, dat betekent een forse investering. Het gaat dan over vragen als ‘in wat voor soort verwarmings- en watersystemen investeer je? En in welke mate ga je het isoleren? Hoe duurzaam is het?’ Toen we de architect van buiten hebben aangezocht, en er een werkgroep kwam, heb ik hem gewezen op het belang van een duurzame school. Een gesloten ventilatie- en verwarmingssysteem, dat schijnt nu heel duurzaam te zijn. Er zijn heel veel architecten die knowhow hebben op het gebied van duurzame bouw. Op dat spoor heb ik ze gezet. En daar hebben ze een aantal onderdelen van meegenomen.”

omhoog

Hoe worden jouw ideeën ontvangen?

“Prima, want je merkt dat de tijdgeest er wel rijp voor is. Er wordt nu veel langer vooruitgekeken dan vroeger. Juist om dit soort lange termijn investeringen mogelijk te maken, en dat viel mij heel erg mee Dat heeft met de tijdgeest te maken. Tien jaar geleden was dat anders. Ik was toen vier jaar op school en vanuit mijn hoedanigheid als bestuurslid bij de stichting Max Havelaar dacht ik: hoe zit dat nu bij ons op school met de koffie. Bleek dat er een contract met Douwe Egberts lag, waarbij ook de koffiezetapparatuur door hen werd aangeleverd. Ik wilde een discussie over Max Havelaarkoffie. Ik zei dat we het niet konden maken om ‘gewone’ koffie te schenken. Ik had een koffietest georganiseerd en het idee was dat de nieuwe koffie goed smaakte, dus alles leek geregeld. Het personeel was bereid om de switch naar Max Havelaarkoffie te maken, en ook de vaste catering, die we gedelegeerd hebben. Alleen wat bleek nu, de apparatuur voor Max Havelaarkoffie die functioneerde niet voldoende. En waarom? De apparaten hadden een veel te lage snelheid van koffie zetten. Wij moeten in de pauzes binnen 10 minuten 100 kopjes kunnen produceren. Douwe Egberts kan dat met hun apparatuur. Maar de apparaten voor Max Havelaar niet. Dus toen hebben ze alles weer teruggedraaid. Zo gaat het dus, hè. Onze eis van consumptie sluit de arme boeren uit. Het past niet in onze haastcultuur. Wat overbleef waren de fair trade theezakjes.”

omhoog

Hoe staan leerlingen volgens jou tegenover verduurzaming?

“Het wordt niet  breed gedragen. Leerlingen willen wel een petitie tekenen voor Milieudefensie of GreenPeace. Dat vinden ze prachtig, dat spreekt tot de verbeelding, die schepen van Greenpeace. Dat is heroïek, dat is confrontatie, het doorsnijden van netten, verhinderen van doorgang van schepen, blokkades opwerpen. Heroïek is in de Domtoren klimmen en een spandoek naar beneden hangen. Dat wil je toch allemaal. Maar dit is eenmalige betrokkenheid, blijvende aandacht is lastig. Want het moet flitsend zijn, het moet gewoon uitdagend zijn, het moet wat brengen!”

omhoog

Je bent zelf actief binnen de plaatselijke PKN-gemeente. Wat is de rol van de kerk bij dit alles?

“Je hebt inspiratie nodig om de taaiheid tegen te gaan. Werken aan duurzaamheid gaat vaak met een zucht en gedoe, zoals ik al zei. Aan rentmeesterschap zit altijd een stuk moeizaamheid. De kerk kan hier inspiratie bieden om het vol te houden. Deze inspiratie ontvang ik bijvoorbeeld in de liturgie, in de liederen. Als het goed is, is de kerk bezig met het bevorderen van het goede leven. En je leert erop vertrouwen dat kleine stappen door enkelingen ‘de Geest kunnen krijgen’ en grote veranderingen tot gevolg kunnen hebben.”

omhoog

Anne Pier van der Meulen is projectmedewerker van Landelijk bureau DISK.

omhoog

Loopbaan in het kort

René van Bemmel is ontwikkelingseconoom. Hij is werkzaam geweest als diaconaal consulent voor de Diaconie van de Hervormde Gemeente te Amsterdam. Hierop volgend werkte hij bij de Generale Diaconale Raad van de Synode van de Hervormde Kerk. Hier hield hij zich ondermeer bezig met het adviseren van de synode aangaande vluchtelingenopvang en de rol van de kerk daarin. Vervolgens heeft Van Bemmel werk gevonden in het onderwijs als docent economie. Hij is afdelingsleider geweest bij het Comenius College in Hilversum voor de bovenbouw van de havo. In deze functie was hij verantwoordelijk voor het personeelsbeleid, de leerlingenbegeleiding en de kwaliteit van het onderwijs. Sinds maart 2011 is Van Bemmel conrector onderbouw aan het Sint-Vitus College in Bussum.
René van Bemmel woont in ’t Groene Sticht (Leidsche Rijn) in Utrecht. Hij is vrijwilliger bij de plaatselijke PKN-wijkgemeente, de voedselbank en ’t Groene Sticht.

omhoog

Naar openingspagina Duurzaamheid: waar geef jij je talenten aan?

home