home

PROJECTEN

DUURZAAMHEID: WAAR GEEF JIJ JE TALENTEN AAN?

"Het leven van Jezus als duurzaamheidscampagne"

Klik hier om onderstaande interview als Word-document te downloaden.

Simone Derksen-van der Werf: “Als er armoede heerst, dan kun je weinig aan duurzaamheid doen. Eigenlijk is alles dan alleen maar gericht op overleven en niet op leven.”Door Anne Pier van der Meulen

Simone Derksen-van der Werf uit het Gelderse Angeren werkt in de zorgsector als activiteitenbegeleider en is depothouder van de regionale krant de Gelderlander. Derksen is gevraagd hoe zij binnen haar werk vorm kan geven aan verduurzaming. Een interview in het kader van het project Duurzaamheid: waar geef jij je talenten aan?

Wat houdt jouw werk als activiteitenbegeleider in?

“Het houdt in dat ik zinvolle tijdsbesteding aanbied aan bewoners en bezoekers van een verzorgingstehuis. Een zinvolle dagbesteding kan van alles zijn, als het maar niet enkel bezighouden is, want er moet wel iets meer aan gekoppeld zijn. Dus niet alleen maar: ‘Geweldig dat u er bent, hier heeft u een kopje koffie’, want daar is het restaurant voor. De bedoeling is dat je iets aanbiedt op het gebied van geheugentraining en resocialisatie, misschien een beperkte vorm van fysiotherapie als dat mogelijk is. Alleen ligt de nadruk erop de mensen dit alles niet te laten merken, want zo gauw als ze dat in de gaten hebben, willen ze niet meer.”

omhoog

Het werk heeft dus therapeutische elementen in zich?

“Altijd eigenlijk. Ik heb kortgeleden van lood en kippengaas rozen gemaakt en dat vinden de bewoners geweldig om te doen. Gewoon iets leuks om mee naar huis te nemen. Alleen wat er bij ons achter zat, is dat de ouderen bezig zijn met materiaal dat ze niet dagelijks in handen hebben. Hierdoor gebruiken ze hun fijne motoriek. Ze zijn bezig met knippen, met vouwen en met vormen maken, zodat er een bloem ontstaat. Ondertussen zijn ze aan de slag met het bedenken van: hoe ziet een roos er eigenlijk uit?, hoe moet ik hem dan vormgeven?, hoe wordt het niet een bloemetje maar echt een roos? We doen naast deze activiteiten ook gymnastiekoefeningen met de senioren. Dat is meer gericht op het in beweging houden van de ouderen. Daar kunnen ze zich ook apart voor opgeven. Maar er is altijd een groep die zegt van: ‘Nou, dat doe ik niet echt, daar heb ik geen zin in’. Gelukkig is er dan altijd nog koersbal, waar ze wel aan mee willen doen.
Op het ogenblik zit ik voornamelijk op de dagverzorging. Ik begeleid hier ongeveer vijftien deelnemers. Dat zijn mensen die nog wel zelfstandig wonen, maar die overdag een beetje begeleiding nodig hebben. Die komen dus allemaal vanuit een huissituatie naar de dagopvang. Zij blijven daar vanaf half tien en worden om vier uur weer opgehaald.”

omhoog

Is er in de loop van de tijd veel veranderd rondom de activiteitenbegeleiding in de zorg?

“Ja, er is heel veel veranderd. In het begin van de activiteitenbegeleiding was het echt alleen nog maar het welfarewerk van vroeger: bij mensen langsgaan met een breiwerkje en een haakwerkje en eens een keer een bibliotheekboek brengen en dat was het wel. Nu doet een activiteitenbegeleider therapeutisch gezien veel meer. Maar die omslag kwam al, toen ik de opleiding deed. Wij hebben pedagogiek en psychologie gevolgd. Dat was nuttig. Want het is belangrijk om te weten hoe je iets aanbiedt en vooral ook hoe je iets niet moet aanbieden. Dat is soms nog wel belangrijker dan hoe je het wel moet aanbieden. Als je zegt: ‘Wat zullen we gaan doen?’, dan zeggen bewoners: ‘Laat ons maar kaarten.’ Want dat is veilig en vertrouwd. Dat kunnen ze nog en hierbij maken ze geen fouten. Maar als je zegt: ‘Zullen we eens iets van deze rozen proberen te maken?’, dan willen ze allemaal wel meedoen. Als je zegt: ‘Wat zullen we gaan doen?’, dan willen ze niks.”
Mensen moeten daarnaast er al heel slecht aan toe zijn, voordat ze echt een indicatie krijgen voor dagopvang. Vroeger was de dagopvang er ook voor eenzame mensen. Die mensen krijgen nu helemaal geen indicatie meer. Die moeten zelf maar wat regelen en zelf maar wat doen. Je komt ook steeds meer in aanraking met psychogeriatrische patiënten, met mensen met beginnende dementie bijvoorbeeld. Het komt regelmatig voor dat mensen die nu opgenomen worden drie weken later in de kerk liggen om te worden begraven. Dat komt de extra zorg te laat, puur en alleen, omdat er geen plek is.”

Wat heeft je bijzondere interesse?

Voor het navolgende gedeelte van het interview is gebruikgemaakt van een set van 48 kaartjes. Op ieder kaartje is een aspect van duurzame ontwikkeling vermeld. Omdat duurzame ontwikkeling drie dimensie kent (planet, people, profit), is de set kaartjes opgebouwd uit drie soorten kaartjes. Simone Derksen-van der Werf is gevraagd uit de set vijf kaartjes te kiezen die haar bijzondere interesse hebben. Ze koos voor armoedebestrijding, sociale samenhang, omvang van het woningaanbod, kwaliteit en toegankelijkheid gezondheidszorg en lichamelijke en geestelijke gezondheid.

“Als allereerste heb ik voor bestrijding van armoede gekozen. Waarom? Als er armoede heerst, dan kun je weinig aan duurzaamheid doen. Eigenlijk is alles dan alleen maar gericht op overleven en niet op leven. Dus dat is het eerste dat voor mij veranderd zou moeten worden in de wereld om tot een echt goede duurzame samenleving te komen. Daarna komt de sociale samenhang. Dat komt eigenlijk op hetzelfde neer. Als je de armoede hebt aangepakt, dan kun je met de sociale sfeer bezig gaan. Als je jezelf iets beter kunt presenteren, dan ga je ook wat gemakkelijker eens een keer naar de kerk. Je schaamde je voorheen misschien voor hoe je eruit zag. Als je dan een keer in de kerk komt, leer je weer nieuwe mensen kennen. Van hieruit vind je misschien wel een baan of vrijwilligerswerk, waardoor je steeds iets meer uit je put komt.
Simone Derksen-van der Werf: “Ik heb ik het opgegeven om naar de hele wereld te kijken. Ik beperk me tot de mensen die ik tegenkom en als ik die kan helpen, dan ben ik toch ook duurzaam bezig.”Dat hele families bij elkaar in twee kamers zitten, zoals vroeger in de kleine turfhuisjes normaal was, dat vinden wij nu eigenlijk niet meer acceptabel. Voordat je bezig gaat met duurzaam zijn, moet de kwaliteit van wonen dus verbeterd zijn.
Lichamelijk en geestelijk gezond zijn is ook belangrijk. Zit je niet goed in je vel, dan kun je ook niet met anderen bezig zijn, kun je niet met anderen bezig zijn, kun je niet met het milieu bezig zijn, kun je nergens meer mee bezig zijn. Ik merk het aan de ouderen met wie ik werk en aan de ouderen in de kerk. Voor de kerk organiseer ik samen met anderen kerst- en paasvieringen. Er zitten een heleboel ouderen bij die normaal niet meer in de kerk komen, maar die wel bij deze vieringen aanwezig zijn en daar dan stil van genieten. Dat is belangrijk, denk ik. Dat we die mensen niet vergeten. Dat vind ik een stukje duurzaamheid.”

omhoog

Wat vind jij opvallend aan je eigen keuze van duurzame onderwerpen?

“Bij duurzaamheid denk je aan energie, water, luchtkwaliteit, dat soort dingen. Maar ik kom daar helemaal niet op uit. Ik heb de kaartjes allemaal naast elkaar neergelegd en toen gekozen voor wat ik zelf belangrijk vind. Ik wist wel dat ik heel sociaal ingesteld ben. Maar dat ik bij duurzaamheid meer aan sociale activiteiten denk dan aan luchtkwaliteit, dat is verrassend.”

omhoog

We hebben gesproken over jouw werk als activiteitenbegeleider. Wat houdt jouw werk als depothouder in?

“Dit gaat over het aansturen van jongens en meiden die kranten bezorgen. De kranten worden gedropt bij iemand onder een carport die dat keurig allemaal druppelvrij heeft staan. Vandaaruit worden de kranten door de jongens en meiden meegenomen en bezorgd. Zo gauw als er klachten zijn, kom ik in actie. Mijn taak is ervoor zorgen dat er zo weinig mogelijk klachten zijn. Als er iemand stopt met bezorgen, moet ik ervoor zorgen dat er een nieuwe komt. Dit soort dingen. Ik moet ook ontslaan als het nodig is. Je moet altijd de vinger aan de pols houden om te kijken, of de krant wel op tijd bezorgd wordt. Door de manier van aanname van nieuwe mensen, kan ik iets aan duurzaam samenleven doen. Er zijn bijvoorbeeld herintredende vrouwen die dit werk graag willen doen of mensen die dit extra geld echt nodig hebben.”

omhoog

 In welke zin kun jij als werknemer invloed uitoefenen op duurzaamheid in ecologische zin?

“Ik bedenk als activiteitenbegeleider alle activiteiten zelf. Hierbij probeer ik bijvoorbeeld creatieve activiteiten te verzinnen met materialen die al in de kast liggen. Eerst wil ik het oude materiaal opmaken vóór er weer nieuw materiaal wordt gekocht. Dat is een stukje duurzaamheid natuurlijk. Verder ben ik bewust bezig met het gebruik van lampen. Er zijn overal lampschakelaars, zowel in de materiaalkast, in de groepsruimte, in het keukenblok. Het komt wel eens voor dat ik tussen de middag in de keuken kom en dat alles daar gewoon brandt, terwijl iedereen in het restaurant zit te eten. Het eerste dat ik doe is de lampen uitschakelen. Ik doe ze wel weer aan als de mensen terug zijn. Dat zijn kleine dingetjes, maar zo langzamerhand zie ik, dat als ik kom het licht in ieder geval in de materiaalkast uit is. Dus langzaam dringt het besef wel door.
Verder probeer ik te investeren in mensen. Het komt bestwel eens voor dat ik eerder klaar ben met een activiteit. Dan stap ik altijd het bejaardenhuis even in en ga ik met mensen een praatje maken, die gewoon op hun kamer zitten en zichtbaar vereenzamen. Dan probeer ik om wat dieper met mensen in gesprek te gaan. Dat vind ik een stukje duurzame investering.”

omhoog

Hoe krijgt duurzaamheid bij je thuis vorm?

“Dat is een lastige vraag, want het is zo dubbel. Wij hebben twee auto’s voor de deur staan. Dat is eigenlijk te gek voor woorden. Maar aan de andere kant, ik moet wel naar mijn werk en mijn man ook. Als ik de auto nu weg doe, is dat ook weer belastend voor het milieu, want hij moet gesloopt worden. Mijn auto is 15 of 16 jaar oud, dus die is ook niet meer gemakkelijk te verkopen. Dan houd je hem toch maar. Maar goed, we hebben wel twee auto’s. Dan denk ik: soms ben ik wel een beetje té makkelijk wat dat betreft.”

omhoog

Wanneer denk je van ‘dat heb ik goed gedaan’?

“Ik ben nooit zo gauw tevreden over mezelf. Dat is een negatieve eigenschap. Ik zie ook niet goed wat ik allemaal doe. Ik denk bijvoorbeeld dat ik niets doe voor de kerk. Maar ik zit in de voorbereidingsgroep voor seniorenvieringen en in de beroepingscommissie voor de nieuwe predikant. Dat gaat bij mij allemaal zo automatisch dat ik er niet eens bij stilsta. Ik ben gewoon niet snel tevreden. Ik denk dat je altijd meer kunt doen. Dit heeft met ‘willen’ te maken. Daar mankeert het wel eens aan. Het is heel simpel als het prachtig zonnig weer is om dan op de fiets te gaan. Maar als het heel hard regent, dan is het toch een stuk lastiger om de fiets te pakken. Het is eenvoudiger om als de auto voor de deur staat, toch maar even met de auto de boodschappen te gaan halen. Comfort wint het dan van een duurzame houding.”

omhoog

Denk je dat het gaat lukken met het verduurzamen van de samenleving?

Simone Derksen-van der Werf: “Soms heb ik het gevoel dat alle kleine beetjes helpen. En soms als alles al een beetje tegenzit, denk ik: wat lukt er toch weinig.”“Ik vind dat heel moeilijk. Soms heb ik het gevoel dat alle kleine beetjes helpen. En soms als alles al een beetje tegenzit, denk ik: wat lukt er toch weinig. Wat Duitsland aan vervuiling veroorzaakt, komt bijvoorbeeld ook weer hier naartoe. Daarom heb ik het ook opgegeven om naar de hele wereld te kijken. Ik heb beperk me tot mijn sociale omgeving. Ik kijk naar de mensen die ìk tegenkom en als ik die kan helpen, dan ben ik toch ook duurzaam bezig. Dat is dan die kleine druppel die bijdraagt aan die grote emmer die vol moet. En meer dan die druppel kan ik niet zijn. Iedereen moet zijn eigen druppeltje zijn en dan hoop ik dat ooit een keer die emmer overstroomt en dat het uitspoelt over de hele aarde”.

omhoog

Waarin vind jij binnen de christelijke traditie aanknopingspunten om duurzaam te handelen?

“Ik zie dat terug in het leven van Jezus. Dat was een grote duurzaamheidreclame volgens mij. Hij betrok de armen erbij, gaf iedereen een plaats, kleding, een plek om te praten, hij deelde voedsel uit, hij had aandacht voor iedereen. Jezus zag ten volle om naar de ander: één grote duurzaamheidscampagne”.

Anne Pier van der Meulen is projectmedewerker van Landelijk bureau DISK.

Loopbaan in het kort

Simone Derksen-van der Werf heeft vooral in het welzijnswerk gewerkt. Ze is begonnen als activiteitenbegeleidster bij een psychogeriatrische kliniek. Ze heeft in deze hoedanigheid ook gewerkt in ziekenhuis en verzorgingstehuis. Derksen is vervolgens welzijnswerker geweest voor tieners. Ze deed vooral aan studiebegeleiding. Ook was ze muzieklerares op een middelbare school, manager bij een callcenter en managementassistent. Op dit moment werkt ze weer als activiteitenbegeleidster in een verzorgingstehuis en is ze depothouder van de regionale krant de Gelderlander.

omhoog

Naar openingspagina Duurzaamheid: waar geef jij je talenten aan?

home