home

PROJECTEN

DUURZAAMHEID: WAAR GEEF JIJ JE TALENTEN AAN?

Innerlijke betrokkenheid is essentieel

Gerard Verweij: “Wij maken als gemeente graag gebruik van de kennis en kunde die al in de samenleving aanwezig zijn.”Door Gerard van Eck

Start interview Gerard Verweij
Wat heeft je bijzondere interesse?
Loopbaan in het kort
Bussum bewust de toekomst in!

Interview Gerard Verweij

Landelijk bureau DISK is onlangs gestart met het project Duurzaamheid: waar geef jij je talenten aan? (zie pag. 22). In het kader hiervan worden ondermeer gesprekken gevoerd met mensen, die in hun eigen werkomgeving een bijdrage willen leveren aan duurzame ontwikkeling. In dit nummer een interview met Gerard Verweij, beleidsmedewerker milieu bij de gemeente Bussum.

Wat voor werk doe je?

“Ik werk vier dagen per week als beleidsmedewerker milieu voor de gemeente Bussum. Ik maak onderdeel uit van de afdeling Ruimtelijke Inrichting. Dat is de afdeling die zich bezighoudt met bestemmingsplannen, bouwprojecten, riolering, wegen, bodemsanering enzovoorts. Binnen die afdeling maak ik dan weer deel uit van het team Civiel, dat zich bezighoudt met wegen en het riool. Ik ben wel een beetje een vreemde eend binnen die afdeling. Mijn werkzaamheden strekken zich namelijk uit over het hele gemeentelijk apparaat. Ik heb verschillende taken. Als eerste ben ik verantwoordelijk voor de milieucoördinatie. Dat wil zeggen dat ik zorg voor de afstemming tussen de verschillende afdelingen wat betreft beleidsontwikkeling en verslaggeving. Ik onderhoud dus contacten met medewerkers voor wie milieu tot hun taken behoort (geluid, lucht, interne milieuzorg, inkoop en duurzaam bouwen).
Daarnaast zorg ik ervoor dat er rond milieu bewustwordingsprojecten binnen de gemeentelijke organisatie, maar ook daarbuiten tot stand komen. Verder ben ik ook actief betrokken bij de communicatie van het gemeentelijk milieubeleid naar de pers en Bussumers in het algemeen. En sinds kort is daar nog een vierde taak bijgekomen. Ik ben nu ook voor 11 uur per week aangesteld als coördinator van het programma Bussum Bewust, dat zich expliciet richt op duurzame ontwikkeling (zie kader pagina 32). Ik heb een aanstelling voor 29 uur per week, maar in de praktijk werk ik dikwijls wat meer. Over een poosje moeten we mijn taken nog eens tegen het licht houden.
Naast mijn contacten met collega’s van verschillende afdelingen heb ik frequent overleg met mijn teamleider, mijn afdelingshoofd en de programmadirecteur duurzaamheid. Ook met groepen en organisaties buiten het gemeentelijk apparaat heb ik regelmatig contacten.”

Hoe is dat programma Bussum Bewust tot stand gekomen?

“De wethouder voor milieu merkte dat de ambities, die hij bij zijn aantreden geformuleerd had, niet goed uit de verf kwamen. Dat was de reden dat twee jaar geleden de functie die ik nu vervul, gecreëerd is. Tegelijkertijd had de wethouder de ambitie om het milieubeleid te verbreden naar duurzaamheidsbeleid. Daar is hij mee aan de slag gegaan op het moment dat het milieubeleid goed liep. Maar hoe ontwikkel je duurzaamheidsbeleid? De wethouder, de programmadirecteur duurzaamheid en ik hebben toen bedacht om actoren in de Bussumse samenleving naar hun ideeën hierover te vragen. Samen met een bureau dat ik nog kende uit een vroegere werkkring, is toen een drietal duurzaamheidcafés georganiseerd. Hiervoor zijn burgers, maar ook bedrijven en andere organisaties uitgenodigd. Ook voor de politiek en de ambtelijke organisatie zijn aparte cafés georganiseerd. Steeds hebben we gevraagd wat belangrijk is in verband met duurzame ontwikkeling. Op basis van de verkregen antwoorden is vervolgens het visiedocument Bussum bewust de toekomst in geschreven, dat in december vorig jaar door de gemeenteraad als uitgangspunt voor het duurzaamheidsbeleid is vastgesteld.”

Bestaat er binnen de gemeentelijke organisatie draagvlak voor duurzame ontwikkeling?

Gerard Verweij: “De schepping hebben wij als een erfenis van God ontvangen en die dienen wij daarom goed te onderhouden voor de mensen die na ons komen.”“Duurzame ontwikkeling omvat eigenlijk alle beleidsterreinen van de gemeentelijke organisatie. Toch wordt het thema binnen de organisatie nog niet breed gedragen. Door het duurzaamheidscafé voor de eigen medewerkers weten we welke ambtenaren er al in geïnteresseerd zijn en er wat mee willen, maar dat wil nog niet zeggen dat ze er op hun eigen beleidsterrein al mee bezig zijn. Daarom wordt binnenkort een medewerkerbetrokkenheid enquête gehouden. Middels de enquête krijgen we meer zicht op in hoeverre medewerkers zich bij het thema betrokken weten. We hopen dat daardoor ook een verdieping aan de betrokkenheid gegeven wordt. Wij willen niet dat het beleid van bovenaf opgelegd wordt. Natuurlijk is het belangrijk als de directie of de afdelingsleiding zegt dat er iets moet, maar de medewerkers moeten er ook zelf warm voor lopen en er handen en voeten aan willen geven. Daarom wordt aan de medewerkers van de gemeente Bussum – niet alleen op het gebied van duurzame ontwikkeling, maar ook op andere gebieden – steeds ruimte geboden om zelf verantwoordelijkheid te nemen, om zogezegd proactief te handelen.”

En in hoeverre is er binnen de Bussumse samenleving draagvlak aanwezig?

“Ik vermoed dat slechts een heel klein percentage van de gemeente initiatieven op het gebied van duurzame ontwikkeling verwacht. Toch is er wel een draagvlak aanwezig voor onze initiatieven. Zo stimuleren wij bijvoorbeeld mensen om met de fiets boodschappen te doen. Heel wat mensen doen dat al, maar aan zo’n campagne doen toch weer honderden mensen extra mee. Ook heel wat winkeliers doen er aan mee. De kunst is echter om de belangstelling hiervoor vast te houden. Omdat innerlijke betrokkenheid daarbij essentieel is, organiseren we bewust ontmoetingen met burgers, bedrijven en andere organisaties. Door er met elkaar over te praten groeit de betrokkenheid. Bovendien krijgen wij daardoor zicht op de kennis en kunde die al in de samenleving aanwezig zijn. Wij maken daar als gemeente graag gebruik van. Ook bieden ontmoetingen ons de mogelijkheid te laten zien wat de gemeente al doet.”

Binnenkort zijn er gemeenteraadsverkiezingen in Bussum. Verwacht je dat dit grote invloed zal hebben op het ingezette milieu- en duurzaamheidsbeleid?

“Voor beide beleidsterreinen is structureel geld op de begroting gereserveerd. Maar ook de gemeente Bussum zal de komende jaren moeten bezuinigen: vijf miljoen, dat is vijf procent van het totale budget. Waarschijnlijk zal niet de kaasschaafmethode gehanteerd worden. Er zullen gerichte keuzes gemaakt worden. Ik verwacht op grond van hoe de gesprekken hierover tot nu toe verlopen, niet dat er minder geld beschikbaar zal zijn. Maar dat wil niet zeggen dat een nieuw college geen andere keuzes kan maken.”

Wat heeft je bijzondere interesse?

Voor het navolgende gedeelte van het interview is gebruikgemaakt van een set van 48 kaartjes. Op ieder kaartje is een aspect van duurzame ontwikkeling vermeld. Omdat duurzame ontwikkeling drie dimensies (planet, people, profit) kent, is de set kaartjes opgebouwd uit driemaal 16 kaartjes. Aan Gerard Verweij is gevraagd vijf kaartjes te selecteren die in het bijzonder zijn interesse hebben.

omhoog

Welke aspecten van duurzame ontwikkeling hebben jouw bijzondere interesse?

“Ik heb gekozen voor hergebruik grondstoffen, energiegebruik bedrijven en burgers, versterking erkende natuur- en cultuurlandschappen, armoede en maatschappelijke participatie.”

Wil je jouw keuze toelichten?

“Heel vormend voor mij zijn de jaren geweest, dat ik vervangende dienstplicht deed bij het Centrum voor Zending en Werelddiaconaat. Ik woonde toen in Wageningen en was daar actief betrokken bij het studentenpastoraat. Met anderen heb ik toen niet alleen veel over dit onderwerp gepraat, maar ook gezocht naar mogelijkheden om zelf concreet wat te doen voor een beter milieu. In die jaren kwam ook het Conciliair Proces voor Vrede, Gerechtigheid en Heelheid van de Schepping op gang. Ik ben me toen bewust geworden van het feit dat de wereld bezig is met het opmaken van eindige grondstoffen en dat daar dringend wat aan gedaan moet worden. De schepping hebben wij als een erfenis van God ontvangen en die dienen wij daarom goed te onderhouden voor de mensen die na ons komen. Vandaar mijn interesse voor het energiegebruik van bedrijven en burgers en het hergebruik van grondstoffen.
Gerard Verweij: “Ik ervaar het dragen van die verantwoordelijkheid beslist niet als een last.”Ook nu nog heeft dat mijn interesse. Majanne en ik maken bijvoorbeeld momenteel deel uit van een groep mensen, die plannen maakt voor de realisering van een duurzaam gebouwd woningproject in de nieuwbouwwijk Vathorst. We kijken daarbij naar mogelijkheden om grondstoffen te hergebruiken en zo weinig mogelijk energie te gebruiken. Er is op dit punt nog heel wat winst te behalen.
Ik heb met de door het Conciliair Proces opgedane inzichten ook in mijn toekomstige werk wat willen doen. Ik wilde kennis overdragen, mensen bewustmaken. Ik heb namelijk ook een lerarenopleiding gevolgd. Zo ben ik terechtgekomen in de wereld van de milieueducatie. Ik heb enkele jaren als beroepskracht in de wereld van natuur- en milieueducatie en later bij een milieuadviesbureau gewerkt. In die tijd is ook mijn interesse voor het groen, voor natuur- en cultuurlandschappen ontstaan. Ik heb toen bijvoorbeeld ook een cursus tot IVN natuurgids gevolgd. Ik had voordien nog niet zoveel oog voor mijn omgeving, terwijl de beleving die dat geeft veel mensen juist motiveert om keuzes te maken die ten goede komen aan Moeder Aarde.”

En waar kom je interesse voor armoede en maatschappelijke participatie vandaan?

“In het Conciliair Proces was daar ook veel aandacht voor. Bijvoorbeeld voor de arme kant van Nederland. Maar die interesse heb ik al van huis uit meegekregen. Vooral ook de samenhang tussen die twee. Mijn ouders hadden in de Tweede Wereldoorlog nog te maken met relatieve armoede. Na de oorlog konden ze zich veel meer veroorloven: een groter huis, een auto, vakanties enzovoorts. Voor mijn ouders was dat allerminst vanzelfsprekend. Ze hebben me daarbij ook altijd gewezen op het belang van maatschappelijke participatie: ‘Je bent er niet alleen maar om thuis te zitten. Je moet ook samen met anderen wat doen. Daardoor ontwikkel je jezelf ook weer.’ Als je met armoede te maken hebt, dan heb je alle tijd nodig om je hoofd boven water te houden. Je hebt dan nauwelijks nog tijd voor maatschappelijke participatie. Daarom is het belangrijk dat je kunt terugvallen op een vangnet. Je hebt dan een basis waardoor je lid kunt zijn van een voetbalvereniging, vrijwilligerswerk of wat dan ook kunt doen. Je krijgt daardoor bovendien meer besef van eigenwaarde.”

In hoeverre ben je in je huidige werk met de door jouw geselecteerde aspecten van duurzame ontwikkeling bezig?

“In mijn functie van beleidsmedewerker milieu ben ik volop bezig met vier van de vijf geselecteerde interesses. Alleen mijn betrokkenheid bij armoede komt daarin niet naar voren. De gemeente Bussum ontwikkelt weliswaar minimabeleid, maar dat maakt geen expliciet deel uit van het programma Bussum Bewust.”

Jij voelt je betrokken bij duurzame ontwikkeling. Maar hoe ver reik jouw verantwoordelijkheid in dezen?

“Als individu leef ik niet alleen op aarde om voor mezelf en mijn gezin te zorgen. In de korte tijdspanne die mij vergeleken met de eeuwigheid hier op aarde gegeven is, draag ik ook verantwoordelijkheid voor anderen. Daarom voel ik me ook verantwoordelijk voor het leveren van een bijdrage aan duurzame ontwikkeling, ook in mijn werk. Ik ervaar het dragen van die verantwoordelijkheid beslist niet als een last. Wij hebben als gezin bijvoorbeeld geen auto. Anderen ervaren dat als zwaar, vooral ook omdat wij kinderen hebben. Maar ik ervaar dat eerder als een uitdaging om creatief na te denken over hoe wij ons van A naar B kunnen verplaatsen.
Ik merk wel dat ik de ene keer makkelijker mijn verantwoordelijkheid neem dan de andere keer. Het hangt er vanaf hoe ik me voel. Als ik moe ben, heb er minder zin in. Verder weet ik van mezelf, dat ik niet alles opzijzet om bezig te zijn met milieu en duurzaamheid. Ik vind het ook heerlijk om thuis te zijn en een beetje aan te lummelen. Ik zie me zelf niet als een profeet, die anderen duidelijk maakt wat ervan hen verwacht wordt. Ik wil vooral door de concrete keuzes die ik maak, laten zien dat duurzaam leven en werken mogelijk is.
Dat besef van verantwoordelijk te zijn moet ik trouwens wel voordurend onderhouden. Daarom ook ga ik naar de kerk. Niet omdat ik heilig geloof dat dat wat er in de Bijbel staat van a tot z waar is. Maar dat boek bevat wel verhalen, die door er met elkaar over van gedachten te wisselen een referentiekader bieden, waartegenover ik verantwoording kan afleggen.”

Levert het verantwoord leven en werken je ook wat op?

“Ha, ha. Ja, een lagere energierekening. En op mijn werk waardering voor hoe ik bezig ben. Dat geeft me een tevreden gevoel. Maar wat ik nog belangrijker vind is de vraag wat het de schepping oplevert. Dat is de reden dat ik de dingen doe die ik doe, ook al is het maar een heel klein druppeltje op een gloeiende plaat. Ik wil met mijn keuzes bijdragen dat Moeder Aarde langer blijft doordraaien. En dat levert niet alleen mijn kinderen, maar ook anderen die na mij komen een leefbaarder wereld op.”

Van welke talenten maak jij in jouw werk gebruik?

“Ik ben nogal praktisch ingesteld. Ik kan handen en voeten geven aan dat wat aan beleid op papier staat. Dat kan ik doordat ik in mijn vorige werkkringen kennis opgedaan heb van allerlei activiteiten op het gebied van bewustwording. Maar belangrijker dan de kennis waarover ik beschik, is de houding van waaruit ik werk. Zo kan ik, denk ik, goed luisteren. Ik durf met andere mensen een echte ontmoeting aan te gaan. Ik sta open voor wat iemand zegt – ook als dat kritisch is – en neem hem of haar serieus. En als dat gevraagd wordt, ben ik ook flexibel genoeg om me aan te passen. Aan de andere kant heb ik voor mezelf ook een beeld voor ogen van de richting waar ik in mijn werk heen wil. Daarin toon ik leiderschap.
Ik krijg van anderen ook dikwijls te horen dat ik andere mensen weet te enthousiasmeren. Zelf vind ik dat een grote uitdaging, omdat ik denk dat dit nog beter kan. Ik wil daarom een cursus coaching gaan volgen. Soms loop ik gewoon tegen een grens aan.”

Ervaar je wel eens weerstand in je werk?

“Ik weet dat niet voor iedereen duurzaamheid zo belangrijk is als het voor mij is. Ik kan en mag dat ook niet verwachten. Toch heb ik de taak om het gesprek aan te gaan. Er doen zich daarbij soms situaties voor, waarin ik kan praten als Brugman, maar waar het uiteindelijk niet gaat zoals ik dat graag zou willen. Ik kan dan een afdelingshoofd erbij betrekken om bijvoorbeeld praktische energiebesparende maatregelen af te dwingen, maar ik kies ervoor om dat niet te doen. Ik wil niet overkomen als een drammer. Ik vind het belangrijk dat medewerkers zelf staan achter dat wat ze doen en het niet doen omdat ik voortdurend aan hun hoofd gezeurd heb. Daarmee bereik ik uiteindelijk het tegenovergestelde.”

Ben je met jezelf of met anderen in gesprek over hoe je in je werk bezig bent?

“Zo nu en dan heb ik het met mijn kamergenoten over mijn persoonlijke betrokkenheid bij mijn werk. Maar dat is meer toevallig. Als ik over mijn werk nadenk, doe ik dat toch vooral samen met mijn vrouw. Bewust georganiseerd gebeurt dat niet. Ik steek bijvoorbeeld niet ’s avonds een kaarsje op om even naar binnen te keren en de dag te bezien. Ik heb er wel eens over nagedacht om dat zo te doen, maar dat zit niet in me. Ik ben meer een doener. De reflectie komt pas als ik daartoe door bepaalde gebeurtenissen uitgedaagd wordt.
Misschien dat het onderzoek naar de medewerkerbetrokkenheid ertoe leidt, dat gesprekken over je motivatie ook onderdeel gaan uitmaken van je werk. Ik vind het namelijk wel belangrijk dat mensen hun werk doen vanuit een innerlijke betrokkenheid. Wat dat betreft ben ik zeer tevreden met de werkplek die ik nu heb. Ik kan er bezig zijn met wat ik in maatschappelijk opzicht belangrijk vind en ik kan er mijn talenten laten zien. Op vroegere werkplekken was dat toch minder het geval.

Wie of wat inspireert je?

“Vooral ontmoetingen met mensen inspireren me. Dat kan thuis zijn, maar ook in de kerk. De zondagse viering, maar ook tijdens andere bijeenkomsten. Ik ben bijvoorbeeld tot voor kort betrokken geweest bij café De Verwondering. Daar wordt in gesprek gegaan met mensen die betrokken zijn bij op duurzaamheid gerichte activiteiten. En eerder heb ik meegedaan aan wandelingen waar de deelnemers met elkaar in gesprek gingen over hun levensstijl. Ik moet in dit verband ook terugdenken aan de uitwisselingen die wij vanuit het Wageningse studentenpastoraat hadden met een studentengemeente in de voormalige DDR. Onder het dak van een kerk ben ik daar ongelooflijk maatschappelijk betrokken en bovendien hoopvol gestemde, vrolijke mensen tegengekomen. Dat inspireert mij eigenlijk nog steeds. Door gewoon met elkaar in gesprek te zijn kom je soms op diepere dingen. En dat scherpt mij ook weer in hoe ik dingen doe.
Wat mij echter het meeste raakt – meer nog dan woorden – is het moment waarop aan het eind van een viering de zegenbede uitgesproken wordt. Dat geeft me het gevoel dat ik er als individu toe doe. De kracht van de golf die over je heen komt, mag je in de week die volgt verder laten spoelen. Ik ben opgegroeid in de traditie van doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Maar de zegenbede geeft me – ook al wordt hij uitgesproken tot alle aanwezigen – juist het besef dat ik me als individu in mijn bijzonderheid mag laten zien.”

Gerard van Eck geeft voor Landelijk bureau DISK uitvoering aan het project Duurzaamheid: waar geef jij je talenten aan?

Loopbaan in het kort

Gerard Verweij (1964) werkt sinds twee jaar als beleidsmedewerker milieu voor de gemeente Bussum. Sinds vorig jaar is hij voor een deel van zijn werktijd ook coördinator van het duurzaamheidsprogramma Bussum Bewust (zie kader pagina 32).
Na het volgen van een opleiding tot leraar aardrijkskunde en geschiedenis vervulde hij zijn vervangende dienstplicht bij het Centrum voor Zending en Werelddiaconaat van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Vervolgens was hij werkzaam als leraar aardrijkskunde, als milieuadviseur bij SME Advies en als projectleider bij IVN Vereniging voor Natuur- en milieueducatie.
Gerard woont met zijn vrouw Majanne en hun twee kinderen in Hoogland. Hij is betrokken bij de oecumenische geloofsgemeenschap Het Brandpunt in Amersfoort-Noord. Verder is hij als vrijwilliger actief bij een voetbal- en een atletiekvereniging. Samen met zijn vrouw maakt hij deel uit van een groep die een duurzaam gebouwd woningproject wil realiseren.

omhoog

Bussum bewust de toekomst in!

De gemeente Bussum is een gemeente met circa 32.000 inwoners. Het gemeentebestuur bestaat uit de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad van Bussum telt 23 raadsleden. De zetels zijn na de verkiezingen van maart 2006 als volgt verdeeld: VVD 7 zetels, PvdA 5 zetels, GroenLinks 4 zetels, CDA 4 zetels, D’66 2 zetels en ChristenUnie 1 zetel. Bij de Tweede Kamer ligt een voorstel om Bussum te laten fuseren met Weesp, Muiden en Naarden, maar dit is na de val van het kabinet controversieel verklaard. Om die reden wordt dit najaar weer een nieuwe gemeenteraad gekozen. Het Bussumse college bestaat uit een burgemeester en drie wethouders.
Ambtenaren bereiden besluiten voor en/of voeren ze uit. De ambtelijke organisatie van de gemeente Bussum heeft de volgende afdelingen: burgerzaken, sociale zaken, samenlevingszaken, vergunning en handhaving, wijkbeheer, ruimtelijke inrichting, belastingen, facilitair beheer en informatievoorzieningen, bestuurs- en managementondersteuning en financiën. De gemeentesecretaris heeft de leiding over de ambtenaren en vormt de verbinding tussen het college van B&W en de ambtelijke organisatie. Bij de ambtelijke organisatie werken ruim 250 mensen.

Zoals andere gemeenten heeft ook de gemeente Bussum de afgelopen jaren ingezet op de verbreding van milieubeleid naar duurzaamheidbeleid. Er gebeurt al het een en ander, maar dat is veelal ondergebracht in de verschillende beleidsvelden en niet in samenhang zichtbaar. Om die reden is door het college het plan opgevat om te komen tot een door de  Bussumse gemeenschap breed gedragen visie op het leveren van een actieve bijdrage aan duurzame ontwikkeling. Om dat te realiseren is in 2009 een aantal duurzaamheidcafés georganiseerd voor inwoners, ondernemers en organisaties. Tijdens deze cafés hebben de deelnemers van gedachten gewisseld over tal van onderwerpen die met duurzame ontwikkeling te maken hebben. Ook is hen gevraagd hoe zij hieraan zelf invulling geven, nu en in de toekomst.
Een en ander heeft geresulteerd in het visiedocument Bussum bewust de toekomst in – Visie op duurzame ontwikkeling 2010-2014. (Te downloaden van de site). In het document wordt een toekomstbeeld geschetst van Bussum als een klimaatbewuste stad, met een vitale, betrokken samenleving, een gezonde leefomgeving en duurzame bedrijvigheid van mensen en organisatie. Vervolgens is dit beeld vertaald naar ambities voor de komende jaren en wordt invulling gegeven aan de taak van de gemeente in dit verband. Er wordt prioriteit gegeven aan zes inhoudelijke thema’s:
- Verminderen van CO2 uitstoot en gebruik van duurzame energie.
- Duurzaam en multifunctioneel bouwen.
- Duurzame mobiliteit.
- Versterken van maatschappelijke betrokkenheid.
- Duurzame inkoop en bedrijfsvoering.
- Kwaliteit van ruimte en groen.
Centraal uitgangspunt is de versterking van de dynamiek en de onderlinge samenwerking. Dit betreft niet alleen het gemeentelijk beleid, maar ook de initiatieven en projecten van anderen in Bussum. Er wordt naar gestreefd om een beweging in de gemeente op gang te brengen, waarbij ieder zich vaker afvraagt: “Wat voegt deze keuze toe aan een duurzame toekomst?”

omhoog

Naar openingspagina Duurzaamheid: waar geef jij je talenten aan?

home