home

PROJECTEN

DUURZAAMHEID: WAAR GEEF JIJ JE TALENTEN AAN?

"Ik begin altijd liefst klein"

Anne-Meta Gerritsen: “Door maatschappelijk te participeren leer je anderen beter kennen en vergroot je tegelijkertijd je eigen wereld.”Klik hier om onderstaande interview als Word-document te downloaden.

Door Gerard van Eck

Anne-Meta Gerritsen studeert theologie; ze combineert dat met tal van betaalde en onbetaalde activiteiten. Zo was ze onder meer klimaatambassadeur voor Fair Climate, het duurzaamheidsprogramma van ICCO en Kerk in Actie. De kerk is voor haar een plek om thema’s die uitstijgen boven het gewoon werken en geld verdienen, met elkaar te bespreken. Maar ze geeft er in haar eigen leven en werken ook concreet handen en voeten aan.

In welke omgeving ben je opgegroeid?

“Ik ben groot geworden in een kerkelijk betrokken gezin. Mijn vader en moeder zijn allebei actief in een protestantse wijkgemeente. Het zit in mijn aard om dat ook te zijn. Een beetje bestuurlijk werk vind ik leuk. Ik was een jaar of 15, 16 toen ik al in de zendingscommissie zat. Later ben ik ook betrokken geraakt bij kindernevendiensten en jeugddiensten. Het naar de kerk gaan heb ik altijd leuk gevonden, zeker toen ik eenmaal wist dat ik theologie zou gaan studeren. Ik zag de kerk als een plek waar ik mensen ontmoette met wie ik ook doordeweeks heel veel leuke dingen meemaakte. Ik kreeg ook de kans om veel verantwoordelijkheid te dragen en mijn talenten te ontplooien. Zo vroeg de zendingscommissie me, of ik met Togetthere (zie tekstkader) drie weken naar Bangladesh wilde. Onze gemeente was in die tijd vacant. Dus wilden ze een project dat de hele gemeente zou aanspreken. Een jaarlang is er in allerlei activiteiten aandacht voor geweest. Ook heeft onze gemeente het voor deelname aan de reis te betalen bedrag bijeengesprokkeld. Zonder dat had ik die overweldigende ervaring nooit kunnen opdoen. Overigens ben ik dat jaar wel blijven zitten. Ook toen deed ik al wat te veel naast school… Maar gelukkig ging het daarna een stuk makkelijker op school. Ik had daardoor ook weer tijd voor andere dingen. Ik ben bijvoorbeeld secretaris geweest van de Jongerenraad Zwolle. Die raad organiseert activiteiten om jongeren meer bij het jeugdbeleid van de gemeente te betrekken. Heel spannend allemaal, maar je ontdekt wel wat je goed kunt en leert jezelf profileren. Van mijn ouders kreeg ik alle vrijheid hiervoor.”

Zonder dat had ik die overwelidgende ervaring nooit kunnen opdoen.

Waarom ben je theologie gaan studeren?

“Ik wist al dat ik in Amsterdam wilde studeren. Ik ben naar voorlichtingsbijeenkomsten van verschillende studies geweest, maar uiteindelijk heb ik voor theologie gekozen, omdat daarin taal, geschiedenis en kunstgeschiedenis – wat ik ook allemaal interessant vind – samenkomen. Door mijn betrokkenheid bij kerkelijke activiteiten wilde ik ook meer over het geloof aan de weet komen. Bovendien vind ik het leuk om dingen te doen die niet zo heel veel mensen doen. De keuze voor theologie was niet vreemd voor me; mijn opa is predikant geweest Het leek me wel leuk om met hem van gedachten te kunnen wisselen, al is nu theologie studeren heel anders dan in zijn tijd. Hij heeft me veel van zijn boeken gegeven.”

Doe je ook wat naast je studie?

“De eerste tijd hier heb ik het nog rustig aan gedaan. Maar omdat ik maar twee dagen per week college heb en ik er niet zo goed tegen kan om in de rest van de week geen afspraken te hebben, dacht ik: ik moet weer iets hebben, het maakt niet uit of ik er geld mee verdien. Juist in die tijd las ik in het universiteitsblad dat Don Bosco Jonathan vrijwilligers zocht. In dat project ga je met een dak- of thuisloze jongere of een jonge (aanstaande) moeder leuke dingen ondernemen in de hoop dat hun netwerk zich daardoor verbreedt. Eerst ben ik een half jaar het maatje van een Somalisch meisje geweest. Daarna kwam ik terecht bij een jonge moeder. Twee van haar kinderen waren door de kinderbescherming al uit huis geplaatst. En als haar huis niet netjes opgeruimd was, zou dat ook met haar twee andere kinderen gebeuren. Ik heb toen met de studievereniging van onze faculteit een schoonmaakdag gehouden. Ook daarna heb ik nog enkele maanden contact met haar gehouden. Als maatje heb ik wel even de andere kant van Amsterdam leren kennen!”

Anne-Meta Gerritsen (links) heeft zich met andere klimaatambassadeurs in het Braziliaanse Amazonegebied verdiept in de gevolgen van klimaatverandering.

Anne-Meta Gerritsen (links) heeft zich met andere klimaatambassadeurs in het Braziliaanse Amazonegebied verdiept in de gevolgen van klimaatverandering.

Je woont nu in het Don Bosco Huis

“Ja, tijdens een voortgangsgesprek over het maatjesproject bleek dat er hier een nieuwe leefgroep zou starten. Dat leek me wel wat. Zo ben ik in dit huis terechtgekomen. Daarvoor woonde ik in een studentenflat. We bieden hier tijdelijk opvang aan jongeren met problemen. De leefgroep bestaat uit vier jongeren; zij vormen de kern van het huis. Tot voor kort woonde ook priester Harrie Kanters – een Salesiaan van Don Bosco – hier. Hij was de coördinator. Helaas is hij afgelopen zomer onverwachts overleden. Daarom bieden we – totdat duidelijk is hoe het project verdergaat – even geen opvang.
In de begintijd van mijn studie ben ik ook bij de Willem de Zwijgerkerk terechtgekomen. Ik was uitgenodigd om een kerkdienst bij te wonen. Ik vond het daar gezellig, ik werd meteen aangesproken en ben daarom vaker gegaan. Vervolgens ben ik ook in het tienerwerk gerold. Ik sta immers altijd open voor nieuwe dingen. Na verloop van tijd ben ik voor tien uur per week aangesteld als jongerenwerkster van de Protestantse Gemeente Amsterdam. Heel inspirerend om met andere jongeren in een team te werken! Ook uitdagend omdat jongeren uit zoveel andere activiteiten kunnen kiezen. Dit werk heb ik drie jaar gedaan. Hierdoor is mijn netwerk in Amsterdam flink uitgebreid. Nu doe ik enkel nog voor acht uur per maand tienerwerk. Als ik het niet deed, dreigde het te stoppen.”

Heb je soms nog andere dingen gedaan?

“Ik heb ook nog andere baantjes gehad om wat bij te verdienen. Een jaar of drie heb ik promotiewerk gedaan, met een busje naar allerlei braderieën en daar wc-blokjes aanprijzen. Dat vond ik heel saai werk, maar wel interessant om op al die verschillende plekken terecht te komen.
Vorig jaar heb ik, nadat ik daarvoor een educatieve minor gedaan had, ook nog drie maanden les gegeven op een vmbo-school. Maar daar ben ik nog niet klaar voor. Ik vond het lastig om een groep van 30 leerlingen stil te krijgen en te motiveren.
Ik wilde echter wat in het onderwijs blijven doen. Voor het onderzoekscentrum van de Universiteit van Amsterdam neem ik nu toetsen af in het kader van een onderzoek naar taalontwikkeling bij vmbo-leerlingen. Ik vind het een hele uitdaging om de leerlingen, die nog nooit met zo’n onderzoek hebben meegedaan, duidelijk te maken wat van hen verwacht word. Ze moeten er een uur stil voor zitten! ’t Is een heel ander soort jongeren dan wat ik gewend ben. Ze reageren zo lekker primair. Ik moet er achteraf altijd om lachen.”

Jij staat wel open voor nieuwe uitdagingen?

“Jazeker, in 2008 ben ik ook nog een jaarlang klimaatambassadeur geweest voor Fair Climate. Eerst ben ik met zes andere jongeren opgeleid tot ambassadeur. Nadat we van de toenmalige minister van ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders een diploma ontvangen hadden, zijn we naar Brazilië gegaan om ons daar verder te verdiepen in klimaatverandering. In het Amazonegebied hebben we organisaties bezocht die zich bezighouden met de gevolgen van de ontbossing. De reis heeft veel indruk op me gemaakt. Indianen raken door de ontbossing hun leef- en woongebied kwijt. Na terugkomst zijn we het land ingetrokken. Ik ben vooral naar kerkelijke bijeenkomsten geweest en heb daar over onze ervaringen verteld. Op die bijeenkomsten waren dikwijls veel mensen met een agrarische achtergrond aanwezig. Daardoor kwam al gauw ook de relatie tussen de agrarische sector hier en de ontbossing daar aan de orde. Heel goed natuurlijk. Mij werd echter wel duidelijk dat er veel haken en ogen aan dit vraagstuk zitten. Ik had niet direct een antwoord. Ik ben ook geen bioloog. Ik kon niet veel meer dan zeggen, dan dat ieder een eigen verantwoordelijkheid heeft.”

Logo TogetthereOp reis met Togetthere
Anne-Meta Gerritsen is twee keer op reis geweest met Togetthere, het internationaal jongerenprogramma van ICCO en Kerk in Actie.
In 2005 maakte ze met een groep van negen meiden een reis naar Bangladesh, waar ze verschillende ontwikkelingsprojecten bezocht. De protestantse wijkgemeente in Zwolle waarvan ze toentertijd lid was, was nauw bij de reis betrokken.
In de zomer van 2008 is Anne-Meta met zes andere jongeren naar Brazilië geweest om daar organisaties te bezoeken, die zich bezighouden met de problematiek rondom klimaatverandering. Er was vooral aandacht voor de ontbossing in het Amazonegebied. Ze maakte deze reis als klimaatambassadeur voor Fair Climate, het klimaatprogramma van ICCO en Kerk in Actie. Na afloop van de reis heeft ze haar ervaringen tijdens allerlei bijeenkomsten en manifestaties gedeeld met anderen.
Voor meer info: www.togetthere.nl en www.fairclimate.nl/nl/jongeren

Hoe zie jij je eigen beroepsperspectief?

“Ik weet het nog niet zeker, maar in ieder geval iets met kerk, samenleving en religie. Maar het zou heel goed kunnen, dat ik gemeentepredikant word. Volgend jaar begin ik in ieder geval met de predikantsopleiding. In Zwolle hadden wij een hele leuke dominee. Hij was heel toegankelijk en had een zachte uitstraling. Dat spreekt me aan. Ook werk ik liefst fulltime, omdat ik dan een betere band met de gemeente waar ik werk, kan opbouwen. Misschien is dat niet zo en moet ik mijn mening herzien, maar nu kijk ik daar wel zo tegenaan. Ik ben er ook trots op dat ik deel uitmaak van een instituut, dat een lange traditie heeft op het gebied van er voor mensen zijn, ook voor mensen die buiten de marges van het normale vallen.”

Is het gelukt om een selectie van onderwerpen (zie voor toelichting pagina 22) te maken die je in verband met het brede begrip duurzaamheid interesseren?

“Ja, ik heb gekozen voor onderwerpen die me direct aanspreken zonder dat ik daar lang over na hoef te denken. Ik heb een grote stapel kaartjes met onderwerpen waarvoor ik weinig interesse heb, vooral kaartjes die te maken met het aspecten van economie en milieu. Ik voel me daar bijna schuldig over: dat mag helemaal niet, het zijn toch allemaal belangrijke onderwerpen. Als je maar lang genoeg nadenkt, zijn alle onderwerpen interessant. Werkloosheid ligt bijvoorbeeld op die stapel, terwijl mijn vader langere tijd naar een baan heeft moeten zoeken. Misschien heeft het te maken met dat ik niet voor een bedrijf werk en geen hypotheek heb. Ik hoop dat iemand anders er grote interesse voor heeft.”

Welk vijf onderwerpen hebben je bijzondere interesse?

“Ik heb gekozen voor uitsluiting, maatschappelijke participatie, sociale samenhang, omgaan met schaarse ruimte en soortenrijkdom van planten en dieren.”

Wil je je keuze toelichten?

“Uitsluiting heeft voor mij te maken met dat je jezelf de macht toekent om iemand anders op basis van een bepaald vooroordeel bij voorbaat al aan de kant te zetten. Ik moet denken aan wat wij in Bangladesh – nog steeds een heel islamitisch land – hebben meegemaakt. Wij waren daar op pad met een groep die grotendeels uit vrouwen bestond. Als wij ergens aankwamen, dan stonden er meestal alleen stoelen klaar voor onze twee mannelijke begeleiders. Ook moesten wij vrouwen met een hoofddoek over straat. Als ze het me tevoren gevraagd hadden, dan had ik het wel gedaan, maar nu werd er gewoon vanuit gegaan dat we dat zouden doen. Het is in Bangladesh wettelijk verplicht. Dat is niet eens een vooroordeel meer, maar een ideologie die verschil maakt tussen mannen en vrouwen.
Maar hier in Nederland kom je net zo goed uitsluiting tegen. Hier in huis maak ik dat van heel dichtbij mee. De meisjes die wij hier onderdak bieden, zijn vaak door hun familie uit huis gezet, omdat ze als tiener zwanger geraakt zijn. Gelukkig komt het vaak wel weer goed, maar het is wel heel pijnlijk dat ze eerst uit huis gezet worden.
Ik ben er zelf ook op gericht anderen zonder vooroordelen te benaderen. Door priester Harrie ben ik me er goed van bewust geworden dat ook ik niet vrij ben van voordelen. Bijvoorbeeld door hoe hij vragen bleef stellen aan een nieuwe medebewoner. Ik luisterde al niet meer naar diens verhaal over hoe het volgens hem met de wereld ervoor stond. Ik dacht soms dat ik al veel wist van klimaatverandering, omdat ik immers klimaatambassadeur was geweest.”

"De meisjes die wij hier onderdak bieden, zijn vaak door hun familie uit huis gezet."

Je hebt ook maatschappelijke participatie en sociale samenhang uitgekozen.

“Ja, die twee onderwerpen zijn nauw met elkaar verbonden. Sociale samenhang is het gevolg van maatschappelijke participatie. Mijn ouders hebben me van jongs af aan bijgebracht, dat als je een bekende tegenkomt dat je die dan groet of er een praatje mee maakt en – als dat nodig is – je voor hem of haar klaarstaat. Ik kan me bijvoorbeeld nog herinneren, dat als ik vroeger met mijn moeder boodschappen ging doen, ik dit heel vervelend vond, omdat we dan de halve kerk tegenkwamen en ze met iedereen een praatje maakte. Op een keer was mijn moeder ziek en deed ik boodschappen voor haar. Toen werd ik ook door iemand uit de kerk gevraagd hoe het ging. Ik vond dat eerst maar vreemd, maar later begreep ik dat dit precies is wat mijn moeder ook altijd deed. Door maatschappelijk te participeren leer je anderen beter kennen en vergroot je tegelijkertijd je eigen wereld. Dat kan door middel van een groot landelijk project, maar ik begin altijd liefst klein. Bijvoorbeeld door je buurvrouw te helpen met boodschappen doen als ze ziek is. Dat is ook wat ik heb gedaan in het maatjesproject en nu doe in de leefgroep. Als ik een lange collegedag achter de rug heb, dan ga ik toch even bij de meisjes zitten. Ik vraag dan hoe hun dag geweest is. Dan weet ik hoe het met hun gaat. Soms vertellen ze je hun hele verhaal. Ik hoop dat zulk soort gesprekjes hen ook wat opvrolijkt. Ze komen hier dikwijls heel depressief binnen.”

Waarom heeft het omgaan met schaarse ruimte jouw interesse?

“Heel concreet heb ik zelf keuzes moeten maken over het omgaan met schaarse ruimte. Zoals gezegd bieden wij vanuit het Don Bosco Huis even geen opvang meer. We wilden dat ook niet, omdat de opvang nogal zwaar is en ons dat zonder Harrie niet goed zou lukken. De enige jongen uit onze groep wilde echter dat er een andere jongen bijkwam. Dat vond ik best lastig. Maar je weet ook dat er in Amsterdam onder studenten grote woningnood is. En wij beschikten over de mogelijkheid om een student tijdelijk aan woonruimte te helpen. Nu woont er dus toch een student bij ons.
Ook tijdens mijn reis als klimaatambassadeur naar Brazilië heb ik gezien hoe moeilijk het is om goede keuzes te maken over de verdeling van een stuk land. Indianen in het Amazonegebied raken daar steeds meer van hun oorspronkelijk woon- en leefgebied kwijt. Maar naast hun belang spelen er dikwijls nog vele andere belangen mee.”

Waar komt jouw interesse uit voort voor de rijkdom aan soorten planten en dieren?

“Ik kan me verwonderen over de geweldige kracht die in de schepping aanwezig is. Wij hebben als mensen door ons verstand macht gekregen over dieren en planten. Maar soms gaat de natuur haar eigen gang. Voor die kracht van de natuur kan je niet anders dan dankbaar zijn. Tot voor kort ging ik wel eens wandelen met een oude meneer. Hij was een bomenexpert en vertelde daar graag over. Hij wees me er bijvoorbeeld op dat in de Beethovenstraat allemaal mannelijke ginkgo’s aangeplant zijn, omdat de vrouwelijke vruchten produceren die op de grond vallen en viezigheid op auto’s achterlaat. Maar naarmate deze bomen ouder werden, bleken ze toch vruchten te gaan dragen. In plaats van tweehuizig werden ze eenhuizig.”

Heeft jouw verwondering hierover ook invloed op je gedrag?

“Ik ben me steeds meer bewust van wat ik eet en welke kleding ik draag. Welke effecten heeft dat voor dieren, planten en de aarde? Soms bepaal ik daar ook anderen bij. Bijvoorbeeld bij een meisje dat ik ken, dat een capuchon met nertsenbont heeft. Ik maak daar dan een grapje over: ‘Wat gezellig dat je je vosje ook weer meegenomen hebt.’ Ze moet verder zelf weten wat ze doet. Ik zal niet tegen haar zeggen dat ze die jas niet mag dragen. Het beestje is inmiddels toch al dood…”

Breng je dit soort onderwerpen ook bewust ter sprake in je kerkelijk werk?

“Jazeker, eigenlijk iedere keer doen we dat. Met de tienergroep eten we altijd eerst met elkaar. Daarna gaan we met elkaar in gesprek over ethische kwesties. Ik vind dat zelf ook leuk. De laatste keer hadden we bijvoorbeeld Time2Turn op bezoek. Dat is een beweging van jongeren die vanuit hun geloof willen kiezen voor een rechtvaardige en duurzame levensstijl. We hebben toen over de isolatie van het kerkgebouw gehad. Het is maar een avondje in de maand, maar ik hoop dat ze er toch iets van meekrijgen.”

En hoe wil je dat gaan doen in je toekomstige beroep?

“Als ik predikant wordt, dan zie ik het zeker als mijn taak om thema’s bespreekbaar te maken, die uitstijgen boven gewoon werken en geld verdienen. De kerk is een plek waar je even stil kunt worden en samen na kunt denken over de dingen die je doet. Dat zal niet altijd makkelijk gaan. Er zijn zoveel zaken die aan mensen trekken, dat de kerk vaak een bijzaak geworden is.”

Wat zie je als jouw grootste talenten?

“Van anderen krijg ik te horen dat ik makkelijk te motiveren ben. En dat als ik ergens voor ga, ik daar dan ook helemaal voor ga, tenminste zolang het de goede kant opgaat. Verder kan ik goed organiseren. Maar ik hoop ook dat ik goed kan luisteren. Ik vind dat voor een predikant wel belangrijk.”

Ben je met jezelf en met anderen in gesprek over je eigen inzet voor duurzaamheid?

“Ik moet vaak eerst ergens tegen aanlopen voordat ik over iets ga nadenken. Ik ben soms nogal impulsief. Soms neem ik daardoor dingen op me waar ik uiteindelijk toch niet zo gemotiveerd voor ben. Ik moet dingen doen die goed bij me passen. Of ik ben met teveel dingen tegelijk bezig. Met mijn ouders en mijn vriend praat ik er dan over of ik met iets moet doorgaan of niet.”

Tenslotte: wie inspireren je?

“Ik heb vooral veel respect voor gewone mensen die in geschiedenis van de kerk in de bres gesprongen zijn. Een voorbeeld daarvan is Don Bosco. Hij heeft zich als priester in de 19e eeuw ingezet voor straatjongeren in Italië. Bijzonder vind ik dat daar de grootste katholieke religieuze beweging uit ontstaan is. Dat ik daar deel vanuit maak vind ik iets heel groots.”

Gerard van Eck is eindredacteur van OndersteBoven en geeft mede uitvoering aan het DISK project Duurzaamheid: waar geef jij je talenten aan?

Loopbaan in het kort
Anne-Meta Gerritsen (24) is opgegroeid in Zwolle. Daar volgde ze een gymnasiumopleiding. Naast haar middelbare school was ze kerkelijk en maatschappelijk actief. Momenteel studeert ze theologie (masterfase) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In de loop van dit jaar begint ze met de predikantsopleiding aan de Protestantse Theologische Universiteit.
Naast haar studie ontplooit Anne-Meta tal van betaalde en onbetaalde activiteiten. Zo is ze enkele jaren in deeltijd werkzaam geweest als jongerenwerkster voor de Protestantse Gemeente Amsterdam. Nu is ze nog als tienerwerkster voor de Willem de Zwijgerkerk actief.
Om wat geld bij te verdienen heeft ze in een schoenenwinkel gewerkt, promotiewerk gedaan en lesgegeven op een vmbo. Momenteel werkt ze als studentassistent voor het onderwijscentrum van de Universiteit van Amsterdam.
Als vrijwilliger is ze actief geweest voor het maatjesproject Don Bosco Jonathan voor dak- en thuisloze jongeren en (aanstaande) jonge moeders. Sinds twee jaar maakt ze deel uit van de leefgroep Don Bosco Huis. Het huis biedt tijdelijke opvang aan jongeren met problemen.
In 2008 was ze een jaar lang klimaatambassadeur voor Fair Climate, het klimaatprogramma van ICCO en Kerk in Actie.

omhoog

Naar openingspagina Duurzaamheid: waar geef jij je talenten aan?

home