home

PROJECTEN

WERKEN AAN EEN GELOOFWAARDIGE ECONOMIE

Trends op het gebied van MVO

Door Trinus Hoekstra

Inleiding

Bij de Rio+20-duurzaamheidstop is al gebleken dat het bedrijfsleven momenteel een belangrijke rol speelt bij verduurzaming van de economie. Dit komt vooral tot uitdrukking in een fenomeen als maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo). Bij mvo zoeken ondernemingen een duurzame balans in de verhouding van de aandacht voor economische (profit), sociale (people) en ecologische (planet) waarden.
In dit artikel om te beginnen een schets van de voornaamste trends die de kennis- en netwerkorganisatie MVO Nederland momenteel waarneemt op het gebied van mvo (zie het trendrapport-2012 op www.mvonederland.nl). Daarna aansluitend bij de internationale trend aandacht voor de nieuwe ISO 26000 richtlijn voor mvo en het nieuwe MVO Referentiekader van het MVO Platform. Tot slot aandacht voor de kritische woorden die John Elkington, de grondlegger van het triple-P concept, sprak over mvo bij de jubileumbijeenkomst van Global Compact, het VN-bedrijveninitiatief op het terrein van mvo.

In 2011 steeg het aantal bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf (mkb) dat aandacht heeft voor mvo tot 60%. Bij grotere bedrijven lag dit percentage nog hoger. Mkb-bedrijven krijgen vooral via vragen van klanten aandacht voor mvo. Daarnaast spelen persoonlijke motieven en kostenbesparingen een belangrijke rol. Een klein deel van de bedrijven zet mvo in om door middel van duurzame innovatie een competitief voordeel te behalen op de concurrentie. Grote bedrijven die meer in de publieke belangstelling staan, zijn vooral gevoelig voor ketenvraagstukken (denk aan toeleveranciers) en imagoschade. Van de commissarissen van grote bedrijven wil 72% mvo daarom opgenomen zien in de lijst van sleutelprestaties. Tot nu toe gebeurt dit nog mondjesmaat. In de industriële en agrarische sector genieten planet-thema’s als milieu en grondstoffenschaarste grote aandacht. In de dienstverlenende sector worden people-thema’s, zoals het nieuwe werken en goed werkgeverschap, meer opgepakt.

omhoog

Crisis en kostenbesparing

Op de bedrijven die intensief met mvo aan de slag zijn, lijkt de economische crisis een minder nadelige invloed te hebben dan op andere bedrijven. Vooralsnog is de crisis dan ook geen aanleiding om mvo-activiteiten te verminderen. De financiële sector is een bijzonder geval. Door de crisis staat de sector in het algemeen in een kwaad daglicht, maar banken met een duidelijk duurzaamheidprofiel profiteren hier juist van. Duurzame banken als de Triodos Bank en ASN Bank groeiden dan ook fors.
Het belangrijkste motief om met mvo te beginnen is kostenbesparing. In 2010 vond 25% van het bedrijfsleven mvo kostenbesparend, in 2011 was dit 40%. Met name op milieugebied (afval, energie en transport) wordt verdergaande groei van mvo-activiteiten verwacht. Daarnaast wordt ook een toename van activiteiten verwacht op people-thema’s zoals het nieuwe werken en goed werkgeverschap. Mvo wordt ook in toenemende mate gezien als een manier om de omzet te verhogen.

omhoog

Mvo-kettingreactie en basisverwachting

In toenemende mate stellen bedrijven mvo-eisen aan elkaar in de keten van toeleveranciers. Zo wil Unilever in 2020 100% van haar landbouwgrondstoffen betrekken uit duurzame landbouw. Bouwbedrijf Strukton wil alleen nog maar zakendoen met leveranciers die zich verantwoordelijk, integer en duurzaam gedragen. Andere grote bedrijven zoals bouwbedrijf BAM, Philips, Akzo Nobel, TNT en Ahold stellen ook in toenemende mate eisen aan bedrijven in hun toeleveringsketen. Het mkb dat levert aan de grote bedrijven en als toeleverancier te maken krijgt met mvo-wensen, stelt vervolgens weer eisen aan de eigen leveranciers. Zo ontstaat er een ‘mvo-kettingreactie’ van internationale proportie.
Het voldoen aan minimale duurzaamheidkenmerken is voor bedrijven niet meer een gat in de markt. De consument heeft als basisverwachting dat producten duurzaam zijn en is niet bereid daar extra voor te betalen. Consumenten houden bedrijven ook primair verantwoordelijk voor vraagstukken als klimaatverandering en milieuvervuiling.
Bij de consument wordt echter ook scepsis aangetroffen over de beweringen van bedrijven over mvo. Een groot percentage, 74%, geeft aan dat er te weinig heldere informatie beschikbaar is over duurzame producten. Het ingaan op deze informatiebehoefte verklaart de groei van het aantal keurmerken en certificaten.

omhoog

Energiebesparing en transparantie

Bovenaan de mvo-agenda van bedrijven staat energiebesparing. Evenals grondstoffenschaarste is het urgent en tastbaar. De komende drie jaar zal 75% van de mkb-bedrijven dit onderwerp oppakken. Het sluit ook aan bij maatschappelijke verwachtingen. De helft van de Nederlanders vindt dat de CO2-uitstoot moet worden verminderd. Daarvan vindt 85% dat bedrijven daar actief mee aan de slag moeten. Ten gevolge van de stijgende energie- en grondstoffenprijzen levert het ook geld op.
De toenemende aandacht voor transparantie is ook een duidelijke trend. Meestal wordt transparantie met verslaglegging en verantwoording achteraf geassocieerd. Transparantie gaat echter over meer dan het voldoen aan richtlijnen en afspraken bij bedrijfsbeslissingen. Het gaat om inzicht geven in de afwegingen die bedrijven maken bij het nemen van beslissingen, het bespreekbaar maken van dilemma’s. De transparantiebenchark (benchmark=maatstaf) is de belangrijkste publicatie op het gebied van de verslaglegging over transparantie. Hieruit blijkt dat het aantal bedrijven dat een dergelijk verslag uitbrengt groeit en dat de verslagen van betere kwaliteit zijn.

omhoog

Arbeidsmarkt en innovatie

Mensgericht ondernemen is een opvallende trend van mvo op het gebied van people. De werknemers krijgen hierbij meer keuzevrijheid en een grotere verantwoordelijkheid toebedeeld. In een breder perspectief gaat het om een ontwikkeling naar nieuwe arbeidsmarktverhoudingen. In de toekomst verwacht men krapte op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd verwacht men dat mensen meer uren per week zullen gaan werken en in hun leven ook langer moeten doorwerken. De toenemende flexibilisering levert daarbij veranderingen op met betrekking tot de gewenste balans van werk en privé en de behoefte aan scholing en ontwikkeling.
Arbeidsmarktinnovatie is een onderdeel van een bredere innovatie die nodig is voor een volledige omslag naar een duurzame economie. Aan de ene kant wordt dit door bedrijven gezien en onderkend, maar aan de andere kant zijn ze nog maar beperkt met die bredere innovatie bezig. Innovatie is ook niet iets dat bedrijven alleen bereiken. Vooral duurzaamheidcoalities met verrassende samenwerkingspartners, waarbij concurrenten zakenpartners en maatschappelijke organisaties kennispartners worden, leveren innovatie op. Een voorbeeld van zo’n coalitie is ‘Zon zoekt dak’, waarbij de Rabobank, de ASN Bank, de ngo Natuur & Milieu en het installatiebedrijf Solar Living hun kapitaal, kennis en expertise samenbrachten om consumenten te stimuleren zonnepanelen aan te schaffen.

omhoog

Internationaal

Doordat bedrijven aan hun toeleveranciers eisen stellen komt een mvo-kettingreactie van internationale proportie op gang.Wereldwijd neemt de aandacht voor mvo toe. Nederlandse ondernemers worden bij het ondernemen in het buitenland steeds vaker aangesproken op hun verantwoordelijkheden. Tegelijkertijd wordt in internationale mvo-richtlijnen concreter verwoord wat van bedrijven wordt verwacht als zij internationaal ondernemen. Zo is met de komst van de VN Principes voor Bedrijfsleven en Mensenrechten voor het eerst concreet verwoord welke verantwoordelijkheden bedrijven hebben ten aanzien van mensenrechten. Om vorm te geven aan de richtlijnen is meer zicht op de hele keten een voorwaarde. Gevolg is dat bedrijven zich bewuster zijn van de rol die zij spelen in een keten. Een daarmee samenhangend gevolg is dat bedrijven consequenties verbinden aan het niet voldoen door leveranciers en samenwerkingspartners aan de richtlijnen.
Een neveneffect van de focus op internationale ketens is dat er steeds meer nadruk komt te liggen op controle en certificering door de hele keten heen. Deze controle en certificering wordt in een auditing door externe partijen uitgevoerd. Volgens critici moeten bij deze ontwikkeling kanttekeningen worden geplaatst. De audits bieden volgens hen schijnzekerheid, omdat het om momentopnames gaat. Daarnaast worden bedrijven op deze wijze gestimuleerd om aan externe eisen te voldoen in plaats van een ambitieuze eigen invulling na te streven. Volgens de critici remt dit neveneffect innovatie juist af.

omhoog

ISO 26000 zelfonderzoek

Het kwalijke neveneffect waarvan melding werd gemaakt bij de laatste trend – mvo louter als het voldoen aan externe eisen – wordt vermeden bij de nieuwe ISO 26000 richtlijn voor mvo (www.nen.nl/iso26000). Wie een beetje bekend is met de International Organization for Standardization (ISO) zou anders vermoeden. Meestal gaat het vanuit de ISO om certificeerbare normen, we spreken dan ook van ISO normen. De ISO 26000 richtlijn geeft echter handvatten om organisaties te helpen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid zelf en ‘op maat’ in te vullen. De richtlijn dient zo vooral het zelfonderzoek door bedrijven op het terrein van mvo.
ISO 26000 omvat zeven kernthema’s: behoorlijk bestuur, arbeidsomstandigheden, milieu, eerlijk zaken doen, consumentenaangelegenheden en betrokkenheid bij de gemeenschap. Als organisatie bepaal je zelf welke thema’s voor jou het meest relevant zijn. ISO 26000 is dus niet bedoeld voor certificatie, maar willen organisaties toch erkenning voor het toepassen van de richtlijn, dan kan een zelfverklaring daarvoor gebruikt worden.
Met behulp van de zelfverklaring kan een organisatie vrijwillig verantwoording afleggen over de wijze waarop zij haar maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt, hoe zij ISO 26000 toepast en wat de resultaten zijn. De persoon die het zelfonderzoek uitvoert, kan de mvo-manager zijn. Om de valkuil te vermijden van de slager die zijn eigen vlees keurt, kunnen er een aantal maatregelen genomen worden. De resultaten van het onderzoek worden gerapporteerd aan een tweede persoon in de organisatie, de beoordelaar. De directeur of bestuurder, als derde persoon, ondertekent namens de organisatie de zelfverklaring. Voor de geloofwaardigheid van het mvo-beleid van de organisatie kan het goed zijn om de uitkomsten van het zelfonderzoek ook te laten toetsen door stakeholders, een brede kring van belanghebbenden bij de organisatie. De actualiteit van de zelfverklaring kan gewaarborgd worden, door het zelfonderzoek periodiek (bijvoorbeeld om het jaar) te herhalen.

omhoog

MVO referentiekader

In 2012 publiceerde het MVO Platform een nieuwe versie van het MVO Referentiekader
(http://mvoplatform.nl/). Het MVO Platform is een netwerk van maatschappelijke organisaties die actief zijn op het terrein van mvo. Het MVO Platform is opgericht om de samenwerking tussen maatschappelijke organisaties te versterken en om een gezamenlijke stem te laten horen richting politiek en bedrijfsleven. Landelijk bureau DISK en Kerk in Actie maken ook al een aantal jaren deel uit van het MVO Platform. De gezamenlijke missie van de organisaties die deelnemen aan het MVO Platform is dat bedrijven over de hele keten verantwoordelijkheid nemen voor de effecten van hun activiteiten op sociaal, ecologisch en economisch gebied.
De vernieuwde versie van het Referentiekader maakt, net zoals eerdere versies uit 2002 en 2007, duidelijk wat het MVO Platform precies onder mvo verstaat. Het gaat daarbij niet zozeer om een definitie (zoals die hierboven in de missie tot uitdrukking komt), als wel om een inventarisatie van internationale normen voor mvo en van principes om mvo te operationaliseren. De aanleiding voor deze nieuwe editie van het Referentiekader was dan ook de totstandkoming van nieuwe internationale richtlijnen zoals ISO 26000, de VN Principes voor Bedrijfsleven en Mensenrechten en de in 2011 herziene OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen. In de opeenvolgende edities van het Referentiekader gaat het ook om een voortgaande inventarisatie van internationale normen en operationele principes.
In aansluiting bij de laatstgenoemde trend uit het trendrapport van MVO Nederland legt het MVO Platform de nadruk op de internationale betekenis van MVO. Het pleit daarbij voor juridisch bindende instrumenten die de maatschappelijke verantwoordelijkheden van het bedrijfsleven zoveel mogelijk op internationaal niveau vastleggen. Bij die instrumenten horen volgens het MVO Platform ook toezicht en sanctionering.

omhoog

Vrijblijvendheid

Deze inzet op juridisch bindende instrumenten wordt vanuit het MVO Platform niet zozeer gepleegd om het bedrijfsleven te dwingen om te voldoen aan externe eisen, als wel om de vrijblijvendheid op het gebied van mvo tegen te gaan. De normatieve en operationele instrumenten moeten een ondergrens van het speelveld van mvo bepalen, daarboven kunnen bedrijven dan blijven concurreren wat hun mvo-ambities betreft.
Hiermee hangt ook samen de wijze waarop het MVO Platform zich in het Referentiekader keert tegen de mogelijke begripsvervuiling van mvo met een fenomeen als maatschappelijk betrokken ondernemen. In deze maatschappelijke betrokkenheid van ondernemingen gaat het om activiteiten of investeringen in een (lokale) omgeving of voor specifieke doelgroepen of maatschappelijke doelen, die echter niet direct samenhangen met de kernactiviteiten van de onderneming. Wanneer bijvoorbeeld een chemisch bedrijf een manege voor gehandicapte kinderen ondersteunt, toont het bedrijf daarmee maatschappelijke betrokkenheid, maar het zegt nog niets over de maatschappelijk verantwoorde kwaliteit van de bedrijfsvoering. Maatschappelijke betrokkenheid kan volgens het Referentiekader een belangrijke aanvulling zijn op mvo, maar het mag er geen vervanging van zijn. Want dan zou het af kunnen leiden van de aandacht voor de maatschappelijk verantwoorde kwaliteit van de kernactiviteiten van het bedrijf.

omhoog

Urgentie

John Elkington: “Er is sprake van een grote kloof tussen de urgentie van de situatie, de noodzaak om te verduurzamen, en de effectiviteit waarmee bedrijven te werk gaan.”Wie de bovenbeschreven trends en ontwikkelingen overziet, kan tot de slotsom komen dat er veel gebeurt op het terrein van mvo. Volgens John Elkington, die 15 jaar geleden met zijn Cannibals with forks het triple-P concept introduceerde, is het echter allemaal niet genoeg en gaat het niet snel genoeg. Zijn besef van urgentie lijkt aan te sluiten bij de vrijblijvendheid waar het MVO Platform tegen ageert.
Elkington sprak eind april in Arnhem op de jubileumbijeenkomst van het bedrijveninitiatief van de VN, Global Compact. Dit initiatief bestaat dit jaar vijf jaar. Tevens stond de bijeenkomst in het teken van de voorbereiding op de duurzaamheidstop Rio+20. Wat het streven naar duurzame ontwikkeling betreft zei Elkington het hoopvol te vinden, dat het overgrote deel van de managers van grote ondernemingen het belangrijk vindt dat ondernemingen bezig zijn met mvo. Wat hem grote zorgen baart, is dat bijna een evenzo groot deel van deze managers vindt dat mvo voldoende is ingebed in hun ondernemingen.
Mvo levert volgens Elkington te weinig op en het gaat ook te langzaam. Er is sprake van een grote kloof tussen de urgentie van de situatie, de noodzaak om te verduurzamen, en de effectiviteit waarmee bedrijven te werk gaan. De wijze waarop er verslag van wordt gelegd is volgens hem tekenend. We bevinden ons daarmee, afgemeten aan de ontwikkeling die we af moeten leggen, nog niet eens in het stenen tijdperk. Wie gebruikt deze verslagen. Ze lijken volgens hem vooral een beeldvormende betekenis te hebben. Daarmee samenhangend is er sprake van een implementatiekloof wat mvo betreft, de toepassing ervan gaat te traag. Daarmee gaat ook de transformatie naar een duurzame economie te traag. Zoals we in de jaren ’50 door de geluidsbarrière braken, moeten we nu door de duurzaamheidbarrière heen breken. We hebben een doorbraak in het kapitalisme nodig die problemen als CO2-uitstoot, verspilling, vervuiling en armoede tot nul (zero) reduceert. Zijn nieuwste boek heet dan ook The Zeronauts.
Het is niet de bedoeling van Elkington om een doemverhaal af te steken, wel wil hij een kritische impuls afgeven. Hij gelooft ook dat we ons in een onvermijdelijke paradigmawisseling bevinden. Er is een transformatie naar een duurzame economie gaande, maar dat proces heeft vanwege de nodige versnelling een besef van urgentie nodig.

Trinus Hoekstra is mededirecteur van Landelijk bureau DISK en projectmanager binnenlands diaconaat bij de Protestantse Kerk in Nederland

omhoog

Terug naar openingspagina Werken aan een geloofwaardige economie

home