home

PROJECTEN

WERKEN AAN EEN GELOOFWAARDIGE ECONOMIE

Vrienden met de Mammon

Klik hier om onderstaand artikel te downloaden als Word-bestand.

rienden met de MammonDoor Hub Crijns

De staf van de theologische universiteit van Tilburg heeft het in zich om kritisch te denken over de ontwikkelingen in economie, financiële wereld in relatie tot levensbeschouwing en geestelijke stromingen. Helaas gebeurt dat niet vaak. Bij gelegenheid van het afscheid van Theo Salemink als universitair docent aan wat nu heet de Tilburg School of Theology kwam het er wel van. De collega’s hebben meegewerkt aan een vuistdikke afscheidsbundel ´Vrienden met de Mammon. De levensbeschouwelijke dimensie in de economie´, onder redactie van Paul van Geest, Marcel Poorthuis, Theo Wagenaar en Alette Warringa. Theo Salemink ontving de bundel bij zijn afscheid op 11 april.

Kan je God en Mammon dienen?

Volgens een lange traditie kan een gelovige niet God dienen én de Mammon – het Hebreeuwse woord voor geld én duivel. Toch is juist deze combinatie het uitgangspunt voor de brede waaier van artikelen, die de bundel biedt. Salemink publiceerde over zeer diverse onderwerpen, waaronder de sociale leer van de Kerk: de visie van de Kerk op de economie. Volgens een eerder verschenen boek (1991) is dit honderdjarige kritiek op het kapitalisme en de gevolgen daarvan. Het boek biedt een update van deze studie door Theo Salemink onder de titel Economische crisis en katholieke kritiek. Tegelijk geeft dit artikel een handreiking aan de collega’s voor hun bijdrage.
Het boek behandelt het grensgebied tussen economie en theologie: de spirituele dimensie van economie en economie en theologie als bron van maatschappelijk handelen. Een brede waaier van auteurs: theologen, economen, juristen, filosofen, sociologen en politici dragen hun steentje bij.

omhoog

Vijf delen

Het boek kent vijf delen. Het eerste deel gaat over economie, religie en een gelukkige samenleving. Het bevat de al genoemde bijdrage van Theo Salemink. Theo van de Klundert neemt de lezer(es) mee in het kapitalisme als historisch fenomeen. De bijdrage van Lans Bovenberg over Jezus Christus als econoom maakte tijdens het afscheidssymposium de tongen stevig los: van “een eigenzinnige kijk op economie en Bijbel” tot “blasfemisch om zo te spreken”. Johan Graafland onderzoekt in de geschriften van Adam Smith het begrip ‘eigen belang’ en Gods voorzienigheid en weet er een relatie aan te geven. Harrie Verbon ziet de economie in crisis maar ziet geen aanleiding om vriend met de Mammon te zijn.
Het tweede deel maakt een relatie tussen economie en religieus-sociaal denken. Sylvester Eiffinger en Annemarie Hinten plaatsen het subsidiariteitsbeginsel (kern van het katholiek sociaal denken) in de markteconomie. Paul van Geest vraagt zich af of er een keerzijde aan het humanisme zit, bekeken vanuit de economie. Vefie Poels noemt vrije concurrentie onder leiding van de parochiegeestelijkheid een jezuïtenstreek. Volgens Kees de Groot is Kuifje een katholieke held. En Frank Bosman besluit dat het christendom de anti-utopie is van het aardse paradijs van de filosofe Ayn Rand, die met haar boek De kracht van Atlantis te boek staat als de moeder van het casinokapitalisme.
Het derde deel bevat filosofische reflecties op economie en theologie. Bas de Gaay Fortmann behandelt een aantal ideaaltypische benaderingen rond economie en leven. Theo de Wit ziet democratie als de middenweg tussen dwang en geven. Marcel Poorthuis behandelt met hulp van Maimonides acht gradaties in het geven en tekent zo een andere insteek van economisch handelen. René Munnik onderzoekt de interne en externe geweldsfactoren van geld. Theo Wagenaar verzamelt brokstukken voor een andere kijk op economie.
Het vierde deel verbindt economie met heilige teksten. Elisa Klapheck en Abraham de Wolf gaan in op de betekenis van regels en wetten. Piet van Midden vindt geld niet stinken. Bart Koet onderzoekt de Bijbeltekst ‘Maak vrienden met de Mammon’. Omar Salah onderzoekt zin of onzin van het islamitisch renteverbod. Bram Grandia gaat in op het nú-woord van Jezus in de synagoge.
Wie denkt dat zo’n boek nog is samen te vatten kan meelezen of Stef Hellemans daar in zijn samenvatting, die het vijfde deel vormt, in geslaagd is.

omhoog

Vrienden met de Mammon

De titel van de bundel is ontleend aan Lukas 16: “Ook ik zeg jullie: maak vrienden met behulp van de valse Mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de Mammon er niet meer is.” (Luc. 16:9). Een tekst die intrigeert, want het lijkt alsof Jezus hier het economische principe van het welbegrepen eigenbelang huldigt. Is hier nu een sanctionering van de economie bedoeld of is er een radicale veroordeling bedoeld? Beide soorten uitleg zijn vaker te lezen. Of wijst de evangelische raad nog een derde weg aan: de Mammon is weliswaar een duivelse macht, maar je kunt er wel mee omgaan. En de waardigheid van de mens kan daarbij wel degelijk als hoogste waarde in de economie centraal staan. Wie meer wil weten over een exegetische lezing van deze tekst, kan te rade gaan bij de bijdrage van Bart Koet (pag. 352-373).

omhoog

Acht stappen rond geven

Interessant in het denken over eerlijke economie zijn de acht gradaties in het geven aan de armen, die Marcel Poorthuis tijdens het symposium en in de bundel onderscheidt, in navolging van Maimonides, een Joods geleerde uit de twaalfde eeuw (1135-1204 (pag. 267-281).
De laagste graad is die waarbij iemand met pijn en moeite geeft. Het is geven van mens tot mens volgens zoals het hoort, de arme krijgt wat hij nodig heeft, maar het gaat niet van harte en de arme zal dat merken ook.
Bij de op één na laagste graad betreft degene die minder geeft dan passend is, maar met een opgewekt gezicht geeft. Twee zaken vallen op: je kunt te weinig geven en de gever trekt een opgewekt gezicht. Hij valt de arme niet lastig met een chagrijnig gezicht.
De zesde graad betreft mensen die pas geven als de arme erom vraagt. Ze geven genoeg en met een opgewekt gezicht, maar de arme moet wel bekend maken dat hij of zij zo arm is, dat een gift nodig is.
In de waardering van de hogere graden heeft Maimonides meegenomen, dat de mensen die de gift ontvangen, niet vernederd worden.
De vijfde graad is daarom hoger, omdat arme mensen ondersteuning krijgen zonder dat ze daar om moeten vragen. In de stappen acht tot en met vijf kennen de gever en de ontvanger elkaar.
Bij de vierde graad geldt die bekendheid niet meer. De arme weet van wie hij ontvangt, maar de gever weet niet aan wie hij geeft. Maimonides verwijst naar wijze mensen die munten in een doek op hun rug hingen, zodat armen zichzelf konden helpen zonder zich te hoeven schamen.
Bij de derde graad is de situatie omgekeerd. De gever weet aan wie hij of zij geeft en de ontvanger weet niet van wie. Er ligt bijvoorbeeld een envelop met inhoud op de mat, afzender onbekend.
Bij de tweede graad is er bij gever en ontvanger anonimiteit. Maimonides wees op de liefdadigheidskist die in de kamer der verborgenheid in de tempel stond. Mensen geven omwille van het gebod en zij die het nodig hebben komen in het geheim voor ondersteuning. Vandaag de dag zouden we op de diaconie of de caritas kunnen wijzen en het grote belang van de zwijgplicht en vertrouwelijkheid.
Zo komt de hoogste graad van geven. Deze houdt in dat de gever de medemens in nood steunt door met hem een partnerschap aan te gaan of door hem te helpen om werk te vinden zodat hij niet langer afhankelijk is. Maimonides verwijst daarbij naar het lossingsrecht in het oude Israël. In de ontwikkelingssamenwerking komt hier het verhaal van de boot en hengel in beeld.
In deze opsomming van Maimonides komt een bepaalde ethiek naar voren, die leidend is voor economisch handelen, in dit geval het geven en het ontvangen. Opvallend is hoe wederkerigheid en gelijkwaardigheid worden gecombineerd met onbaatzuchtige verantwoordelijkheid, waardoor de tegenstelling tussen ruilen en geven verdwijnt. Naastenliefde en economisch handelen vallen samen. Mensen kunnen niet God dienen én de Mammon, maar ze kunnen wel God dienen mét de Mammon. En de naaste zal dat merken.

omhoog

Vele interessant artikelen

Maimonides, een Joods geleerde uit de twaalfde eeuw, onderscheidt in het denken over eerlijke economie acht gradaties in het geven aan de armen.Het boek is een schat voor wie wil studeren en denken over de relaties tussen economie, levensbeschouwing, ethiek en handelen. Elke bijdrage heeft een eigen invalshoek en levert verrassende uitzichten op uit vensters, waarvan je eerst wellicht niet wist dat je er door kon kijken. Het valt niet mee om er voor de lezer(es) een uitzicht op te geven. Wel een uitnodiging of een aanrader. Het is zeer de moeite waard om het boek aan te schaffen en er werk van te maken door het te gaan lezen. Je raakt bijgepraat over de debatten en omdat we allemaal geraakt worden door de economische crisis, kun je meedenken in de oplossingen. Mijn meedenken gaat in de richting van hoe een eerlijker, socialer en ecologisch duurzamere economie bereikt kan worden. De auteurs uit deze bundel stellen niet teleur en reiken velerlei antwoorden aan. Stef Hellemans geeft in de slotbeschouwing aan, dat de bijdragen allemaal werken met drie vertaalproblematieken of taalrelaties: de verbinding tussen denken en doen; de verbinding tussen verleden en heden; en de verbinding tussen religie en ethiek en economie. Je kunt allerlei hindernissen opwerpen in die drie relaties en dat wordt ook volop gedaan. Je kunt ook de relatie tot onderwerp nemen en die onderzoeken en verder brengen. Je komt zo terecht op de actuele uitoefening van katholiek sociaal denken. Een traditie die Theo Salemink zeer aan het hart gaat en die met deze bundel een stevige bijdrage krijgt.

Paul van Geest e.a. (red.), Vrienden met de Mammon. De levensbeschouwelijke dimensie in de economie Almere: Parthenon 2013, 465 pag., ISBN/EAN 9789079578511, € 35,-.
De afscheidsrede van Theo Salemink Strovuur der ijdelheden is gepubliceerd in OndersteBoven 2013-3, pag. 13-20.

Hub Crijns is directeur van Landelijk bureau DISK.

omhoog

Terug naar openingspagina Werken aan een geloofwaardige economie

home