home

PROJECTEN

WERKEN AAN EEN GELOOFWAARDIGE ECONOMIE

Geld en Goed - Lessen voor welwillende kapitalisten

Klik hier om onderstaand artikel te downloaden als Word-bestand.

Geld en goedDoor Hub Crijns

Inleiding

Wat is echt van waarde? Waartoe zijn we er? Hoe organiseren we onze economie zodanig dat niet alleen de winnaars, maar de hele wereld toekomst heeft? De (financiële) crisis stelt ons voor vragen die dieper gaan dan het praktische niveau waarop we onze problemen meestal oplossen.

De vraagstelling voor het boek ontleent journalist en theoloog Arjan Broers aan het Bijbelse verhaal van Mozes, de tien woorden en het vereren van het gouden kalf. Terwijl Mozes van JHWH een gedragscode ontvangt, die het hart van het volk zal uitmaken, zijn de mensen een gouden kalf gaan aanbidden waar ze alle heil van verwachten. De tien woorden geven een grondslag voor het leven en daarom is er een beeldenverbod gemaakt. Maar hoe is het nu in onze samenleving waarin geld en de cultuur van de vrije markt centraal staan? Is dat een afgod, iets of iemand die ons uiteindelijk bedot, beknot of onderwerpt? Of hebben wij nu ook tien woorden paraat, die ons leven gronden, zin geven en richting wijzen?
Arjan Broers gaat te rade bij een rijtje indruk makende economen, filosofen en een theoloog, en spreekt over een cultuur waarin winst de hoogste waarde is geworden en of het anders kan. Het hoofdstuk met de weergave van de oogst van de gesprekken met econome Esther-Mirjam Sent, de voormalig ‘denker des vaderlands’ Hans Achterhuis, duurzaamheidprofeet Herman Wijffels, filosoof Harry Kunneman, ethicus en econoom Edgar Karssing en theoloog Erik Borgman is zeer de moeite waard om te lezen. Dit hoofdstuk is een zoektocht naar waarden en praktijken die kunnen helpen in het anders organiseren van ons denken en doen. Elke lezer(es) die de vragen van Broers deelt kan van dit deel smullen.

omhoog

Op zoek naar anders

Hans Achterhuis bevestigt het fundamentele karakter van de misstanden in de financiële wereld in zijn analyse van de vrije markt als een utopie: een denkbeeldige ideale wereld die het gedrag van velen bepaalt, zonder de werkelijkheid recht te doen.
Esther-Mirjam Sent maakt duidelijk dat deze utopie een mensbeeld hanteert, waarin mensen gereduceerd worden tot homo economicus. Daarin is geen oog voor onze creativiteit, emoties, onzekerheden en kwetsbaarheid, noch voor onze sociale verbanden, de onderlinge zorg en solidariteit, of voor andere waarden dan financiële winst.
Herman Wijffels laat zien dat de gedachte dat de vrije markt voor economische groei zorgt een illusie is: de afgelopen twintig jaar hebben we welvaart opgebouwd op de basis van schuld: financieel, sociaal en ecologisch. Mensen dienen in het economisch handelen intrinsiek gemotiveerd te zijn door waarden, die in relatie staan tot geld en economie. In de woorden van Herman Wijffels: “We hebben andere waarden nodig om de markt zijn plaats te wijzen.”
Ethicus en econoom Edgar Karssing van Nyenrode Business Universiteit stelt dat het nodig is om de waarden opnieuw te verbinden met de organisaties. En ontwikkel en vertel verhalen waar mensen en organisaties erin geslaagd zijn immateriële waarden en de tragiek van het leven te verbinden met materiële winst. Het is vooral belangrijk om de economische rollen die we vervullen, zoals burger, consument, producent, belegger, of pensioenspaarder, te ontdoen van hun vanzelfsprekendheid om alleen maar te letten op winstmaximalisatie.
De filosoof Harry Kunneman vindt de verandering op gang komen bij ‘werk dat deugt en deugd doet’. In werk ontwikkelen mensen hun moreel kapitaal in relatie tot collega’s, de klanten, de omgeving, de eigen familie. In zo’n organisatie kunnen mensen hun kennis en kunde inbrengen en verantwoordelijkheid nemen. De managing stijl kantelt van top-down naar beneden, naar horizontaal en bottum-up. Binnen een bedrijf kunnen mensen ook hun verlangen naar competitie, macht en winst gebruiken en tevens begrenzen.
De theoloog Erik Borgman spreekt graag in paradoxen. Hij pleit ervoor om de diepte te zien in de dingen, de realiteit, het geld. Alles verwijst naar mensen, verantwoordelijkheid, de waarden die een rol spelen, de doelen die bereikt willen worden. Uiteindelijk willen mensen immateriële waarden, die geen constructies zijn, maar voortkomen in de praktijk en het werk. De kunst is om die waarden te onthullen en ze te vieren.

omhoog

Een praktisch alternatief

Als tweede onderdeel onderzoekt Arjan Broers een financiële instelling die het anders doet en een klaarblijkelijk werkend alternatief biedt: Oikocredit leent geld van mensen die er teveel van hebben tegen een lage rente en leent dit door aan organisaties van en voor armen in ontwikkelingsgebieden. Die organisaties zijn vooral coöperaties en microkredietinstellingen. Oikocredit is in 1975 opgericht door de Wereldraad van Kerken. Wat hebben de mensen van deze organisatie geleerd in hun waardenvast werken met geld? Een (in)spannend en tegelijk kritisch verhaal over een praktijk die zich in de loop der jaren bewezen heeft.
Broers start met een overzicht en praat indringend met aandeelhouder Huub Lems (namens de Protestantse Kerk in Nederland), oud-directeur Gert van Maanen, financieel directeur Albert Hofsink, directeur social performance & financial analysis Ging Ledesma en per januari 2013 scheidend managing director Ben Simmes. Dit tweede deel omvat vijftig pagina’s en geeft een kritische inkijk in de wereld van een ideële bank. Arjan Broers vraagt helaas niet naar de beloning van de managers en confronteert de leiders niet met de praktijken van de lokale banken in de Derde Wereld, waar Oikocredit mee samenwerkt, vooral bij microfinanciering. Daar namelijk rekenen die partners met vaak hele hoge rentes richting hun klanten.

omhoog

Hoe nu verder?

Arjan Broers probeert met zijn zoektocht een invulling te geven in wat hij noemt ‘een gat in de taal’. Als we winst en vrije markt niet meer als doel invullen, waartoe zijn wij (banken, aandeelhouders, ondernemers, professionals) dan op aarde? Welke waarden vormen dan de kern die ons gedrag vormen, die we kunnen uitspreken, delen, beleven, inoefenen, opnieuw onthullen en vieren? Arjan Broers destilleert uit de gesprekken met deskundigen en zijn onderzoek binnen Oikocredit zes ijkpunten voor een economisch handelen dat anders werkt. Zes eyeopeners zijn het, zes waarden of zes duo’s die anders denken en doen richting kunnen geven: risico en vertrouwen; klant- en partnerrelaties; aandeelhouders en stakeholders; groei en schuld; ideaal en praktijk; schaarste en overvloed.
Uit het handelen van Oikocredit komt naar voren dat een bankier bepaalde risico’s kan nemen als er vertrouwen is in de klant. Vertrouwen wordt dan een immaterieel onderpand in een transactie of onderneming, waarbij de financier ervan uitgaat dat de klant betrouwbaar is in het terugbetalen van de lening. In de plaats van een materieel onderpand of een doorverzekerd onderpand is er een relatie en vertrouwen in de mens en het project.
Daarmee verandert ook de relatie van inhoud. Niet meer een anonieme calculator en klant vormen een duo, maar twee partners die geloven in de levensvatbaarheid, de waarden en ontwikkeling van het project, waar ze geld, werk en energie in steken. Daarmee verandert ook de relatie: er wordt gebouwd aan stevigheid en duurzaamheid, aan een gezamenlijk verhaal met twee kanten.
Oikocredit leert ook dat aandeelhouders en stakeholders anders gaan functioneren. In de geldeconomie zijn aandeelhouders vooral geldvermeerderaars. In coöperatieve ondernemingen zijn aandeelhouders vooral morele partners, die meer letten op vermeerdering van waarden dan van het geld. Niet meer winst is belangrijk, maar de doelen die met het geld bereikt kunnen worden: sociale, ecologische en economische. Die uitbreiding van de doelen levert ook een ander tempo op: naast korte is middellange en lange termijn belangrijk.
Als we winst en vrije markt niet meer als doel invullen, waartoe zijn wij dan op aarde?Rond groei en schuld zijn andere economische indicatoren nodig dan nu in het rekenmodel gestopt zijn. Herman Wijffels benoemt vooral de schuldkant van groei: in geld, in sociale uitbuiting, in ecologische roof. Het gaat niet alleen om geldgroei, maar ook om sociale winst en het behoud van ruimteschip aarde. Het koninkrijk Bhutan is een voorbeeld van een andere manier van berekenen van het bruto nationaal product. Vier pijlers zijn belangrijk: het welzijn en de welvaart van de bevolking; billijke en duurzame sociaal-economische ontwikkeling; behoud van het natuurlijk milieu; en goed bestuur van ondernemingen en staat. Met deze pijlers ingevoerd in alle economische organisaties kom je tot een heel ander economisch handelen.
Rond ideaal en praktijk kennen we een geschiedenis die gaat van een ideaaltypisch gestuurd handelen (vanuit religie, levensbeschouwing of ideologie) naar op wetenschap en rekenmodellen gebaseerd gestuurd handelen. De uitkomst leert dat er zowel idealisten als managers nodig zijn: idealisten die de doelen kunnen aangeven en managers die de weg ernaartoe kunnen vormgeven. Leiding geven heeft het nodig de energie van mensen mee te organiseren, vertrouwen te geven in de praktische kennis van realisten en kansen te geven aan goede ideeën en plannen.
Rond schaarste en overvloed wijst Arjan Broers aan dat we steeds meer moeten gaan werken met het besef van materiële schaarste (geld, mensen, aarde) en immateriële overvloed (veiligheid, relaties, spirituele waarden, geluk). Materie dient duurzaam beheerd te worden om de immateriële doelen voor velen bereikbaar te maken.

omhoog

Een ‘must have’ boek

Arjan Broers is er in geslaagd een uitdagend werkstuk te maken. Het is geen eenvoudig boekje, want het veronderstelt een meegaan en meedenken in de ondernomen zoektocht. Als geld niet het hoogste goed is, wat dan? In de gesprekken met de deskundigen komen telkens andere aspecten naar voren, die getoetst worden in de praktijk van de ideële financieringsorganisatie Oikocredit. Zo ontstaan antwoorden die in het slothoofdstuk als zes lessen voor welwillende kapitalisten uitgeschreven worden. Ik hoop dat velen deze lessen in hun economisch handelen willen invoeren.

Arjan Broers, Geld en Goed. Lessen voor welwillende kapitalisten, uitgeverij Skandalon, Vught, 2013, ISBN 978-94-90708-73-3, gebonden in linnen met goudopdruk, 152 pag., € 16,50.

Hub Crijns is directeur van Landelijk bureau DISK.

omhoog

Terug naar openingspagina Werken aan een geloofwaardige economie

home