home

JUBILEUM

35 JAAR ARBEIDSPASTORAAT

8 juni 2007, bij het 35-jarig jubileum van landelijk bureau DISK

Klik hier om onderstaand artikel te downloaden als Word-document (38 kb)

Trinus Hoekstra, projectmedewerker bij het team Dienst in de Samenleving van Kerk in Actie en mededirecteur van landelijk bureau DISK

Inleiding
Maatschappijkritisch pastoraat
Arbeidspastoraat
Kerkelijke krimpeconomie

Inleiding

Bij het vieren van het 35-jarig jubileum van DISK, de Dienst in de Industriële Samenleving vanwege de Kerken, blikken we ook even terug op 35 jaar arbeidspastoraat. Want wie DISK zegt, zegt arbeidspastoraat, dat wil zeggen aandacht voor mensen in het krachtenveld van Geloof en Economie, aandacht voor fenomenen als arbeid, zorg en inkomen vanuit het verlangen naar het Messiaanse Rijk van recht en vrede.

omhoog

Politiserende ontwikkeling in de jaren zeventig

35 jaar geleden bestond wat we nu aanduiden als het oecumenische arbeidspastoraat in de vorm van die twee andere gestalten: aan rooms-katholieke zijde het bedrijfsapostolaat en aan protestantse zijde het industriepastoraat. In het begin van de jaren '70 ging deze vorm van pastoraat zijn politiserende fase in. In 1971 was de zogenaamde Open Brief gepubliceerd. Deze brief was geschreven door een twintigtal bedrijfsaalmoezeniers en industriepredikanten. De toon van de brief was dat het in dit pastoraat niet moest gaan om aanpassing van mensen aan een nieuw industrieel klimaat, en niet in de eerste plaats om het troosten van mensen, maar om mensen tot hun recht te laten komen in de arbeidssituatie.
De brief riep een stroom op van uiteenlopende reacties, van grote bijval tot scherpe kritiek. Werkgevers vroegen zich af of de brief niet te idealistisch en te utopisch was. De vakbeweging zag in de brief een welkome ondersteuning. De brief is voor de koers en het imago van het bedrijfsapostolaat en industriepastoraat van groot belang geweest. Ze maakte duidelijk dat bedrijfsapostolaat en industriepastoraat niet konden volstaan met individueel pastoraat, maar dat pastoraat in een industrieel klimaat direct te maken heeft met de maatschappelijke structuren en de sociaaleconomische context waarbinnen mensen leven en werken.
Teleurstellend voor de briefschrijvers was dat de kerken, in feite de eerste geadresseerden van de brief, niet of nauwelijks reageerden. Hiermee was de brief echter tegelijkertijd tekenend voor de relatie tot de kerken zoals die zich ontwikkelde: de maatschappijkritische kopgroep van het bedrijfsapostolaat en industriepastoraat verloor de aansluiting met het grote peloton van de kerken.
In deze jaren bereikten bedrijfsapostolaat en industriepastoraat kwantitatief gezien de hoogste top met aan rooms-katholieke zijde 87 paters, religieuzen en assistenten en aan protestantse zijde 12 industriepredikanten.

omhoog

Maatschappijkritisch pastoraat

Met name in de tweede helft van de jaren '80 begonnen deze getallen terug te lopen. Misschien had het ermee te maken dat bedrijfsapostolaat en industriepastoraat vanaf het begin van de jaren '70 een meer maatschappijkritische toon aansloegen zowel in de richting van het bedrijfsleven als van de kerken. Het bedrijfsleven trok zich gaandeweg terug uit de financiering en de kerken werden steeds meer aarzelend in de overname hiervan.
De maatschappijkritische lijn is kenmerkend gebleven voor het bedrijfsapostolaat en industriepastoraat, ook toen in het begin van de jaren negentig de naam veranderde in arbeidspastoraat. Deze verandering van naam vormde een streep onder een ontwikkeling waarin de aandacht voor arbeid in de strikt industriële sectoren verschoof naar arbeid als een breed thema, zich afspelend in verschillende sectoren en onderscheiden in betaalde en onbetaalde arbeid. Vooral met een thema als armoede kwam rond het midden van de jaren '80 ook sterk de noodzaak op van de onderkenning van de betekenis van het ontbreken van betaalde arbeid in situaties van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid.

omhoog

Arbeidspastoraat

In de loop van de jaren negentig werd de systematiek van de wijze van werken in het arbeidspastoraat doordacht en op formule gebracht. De woorden presentie, reflectie en presentatie vormden de kern hiervan. Presentie stond hierbij voor de wijze waarop arbeidspastores aanwezig waren in de wereld van de arbeid, mensen opzochten op hun werkplek, stage liepen, contacten legden met vakbonden en ondernemingsraad en bedrijven van onderop verkenden, van productievloer tot directiekamer. Deze plekken in de wereld van de arbeid konden heel divers zijn. Het kon gaan om een industrieel productiebedrijf, een agrarisch bedrijf, een inloophuis, een ontmoetingsplek voor arbeidsongeschikten, maar het kon ook een zorginstelling zijn. In de reflectie ging het om de wijze waarop een arbeidspastor reflecteerde op de ervaringen uit zijn of haar ontmoetingen en door middel van studie tot verdieping kwam. Presentatie stond voor de wijze waarop een arbeidspastor de resultaten uit de momenten van presentie en reflectie inzette in ondersteuning en toerusting van parochies en kerkelijke gemeenten en in deelname aan het publieke debat.
Aan het eind van de jaren negentig vond in deze drieslag een forse verschuiving plaats in de richting van het moment van de presentatie. Zowel aan rooms-katholieke als aan protestantse zijde werd het arbeidspastoraat steeds meer ingericht en ingezet als dienstverlening aan de parochie en de plaatselijke kerkelijke gemeente. Arbeidspastores bleven hun werk weliswaar onder woorden brengen binnen de drieslag in hun werk van presentie, reflectie en presentatie, maar de kern van het werk verschoof van presentie naar presentatie.
In deze periode ontstond voor arbeidspastores gemakkelijk een lastig spanningsveld wanneer kerkelijke opdrachtgevers de nadruk legden op presentatie, met name op het element vorming en toerusting van de parochie of lokale kerkelijke gemeente, terwijl voor de arbeidspastores zelf de nadruk evenzeer lag op het presentiewerk met zijn pastorale en missionaire aspecten. In dit presentiewerk zagen zij zichzelf als pastor volop aanwezig in de seculiere wereld van de arbeid om daar de kerk op missionaire wijze te vertegenwoordigen met hun aandacht voor de vraag wat mensen voor zin en onzin, vreugde en moeite beleefden aan hun werk. Bovendien was de eigen ervaring van de arbeidspastores dat hun presentiewerk hen juist meer in staat stelde om op een adequate wijze parochies en kerkelijke gemeenten toe te rusten in hun betrokkenheid op arbeid. Hun kennis van de wereld van de arbeid was immers in de presentie gebaseerd op ontmoetingen in plaats van alleen op studie.

omhoog

Kerkelijke krimpeconomie

Vanaf het einde van de jaren '90 tot nu, anno 2007, heeft zich een drastische afname van het aantal arbeidspastores voltrokken. In deze periode werden de resterende arbeidspastores als arbeidspastorale en diaconale werkers ondergebracht in missionair-diaconale dienstverlening aan parochies en kerkelijke gemeenten. De zelfstandige stichtingen voor arbeidspastoraat werden ontmanteld en hun werk werd hier en daar onder gebracht in de regionale en landelijke kerkelijke dienstenorganisaties.
Toen we vorig jaar het Handboek Arbeid en Kerk - Arbeid, Zin en Geloof publiceerden, heb ik dit handboek in een artikel geduid als de papieren arbeidspastor. Dit handboek lijkt immers aan kerkelijke kant de grotendeels verdwenen arbeidspastores te moeten vervangen. Kerkelijke gemeenten, parochies, predikanten en pastores, moeten nu vooral zelf aandacht geven aan wat mensen aan hun betaalde en onbetaalde arbeid beleven en hoe ze deze ervaringen in verband brengen met hun geloof, met hun verlangen naar het Messiaanse Rijk van recht en vrede. Het nieuwe handboek wijst de kerken daarbij de weg van pastoraat, diaconaat en liturgie tot catechese.
Het arbeidspastoraat zoals we het de afgelopen 35 jaar hebben gekend lijkt momenteel getransformeerd of op Hegeliaanse wijze 'opgeheven' in de manier waarop landelijk bureau DISK met de ontwikkeling van tal van materiaal kerken ondersteunt in hun aandacht voor thema's in het krachtenveld van Geloof en Economie. Het materiaal bestrijkt een breed scala aan thema's van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en duurzaamheid tot verarming en verrijking. Voor wat de geschiedenis en verdere activiteiten van dit bureau betreft is het woord nu aan mijn collega Hub Crijns.

Terug naar openingspagina jubileum

omhoog

home