home

PROJECTEN

ARBEIDSPASTORAAT, KERK EN LANDBOUW

Q-koorts en de intensieve veehouderij

Door Trinus Hoekstra

Tijdens de varkenspest in 1997 moesten twee miljoen varkens worden geruimd. Het Rijk kocht daarnaast nog eens acht miljoen varkens op om ook die preventief te doden.Inleiding
Maatregelen
Ruimingen
Intensieve veehouderij
Keerpunt?
Risico
Gespreksvragen

Inleiding

De Q-koorts onder geiten (en schapen) is in de eerste helft van december 2009, toen besloten werd om drachtige geiten op besmette bedrijven te ruimen, grootscheeps in het nieuws gekomen. De Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii. Deze bacterie komt in grote hoeveelheden vrij bij een besmette geit die bevalt of een miskraam heeft. Het bijzondere aan deze dierziekte is dat mensen er behoorlijk ziek van kunnen worden. Het heeft de discussie over de intensieve veehouderij op scherp gezet.

In 2007was het Noord-Brabantse Herpen het eerste dorp waar inwoners massaal Q-koorts kregen. De Q-koorts maakte sinds 2007 bijna vierduizend mensen ziek, honderden belandden in het ziekenhuis, ook zijn er mensen aan overleden. Meer dan de helft van de mensen met Q-koorts heeft nagenoeg geen klachten, maar van de mensen die er wel last van hebben, is dat bij de helft zeer ernstig. Met name het risico dat deze dierziekte voor de volksgezondheid heeft en het feit dat de geitenhouderij in korte tijd een intensief karakter heeft gekregen, heeft de discussie over de intensieve veehouderij in ons land op scherp gezet.

omhoog

Maatregelen

Er worden door de overheid al een tijd maatregelen getroffen tegen de Q-koorts. Zo zijn melkgeitenhouders al langere tijd verplicht om iedere twee maanden een melkmonster te laten testen op Q-koorts. Heerst er op een bedrijf Q-koorts, dan krijgt het bedrijf een tijdelijk uitmestverbod en mogen er geen levende dieren worden vervoerd naar andere bedrijven. Besmette bedrijven mogen geen bezoekers toelaten tot de stal. Op 1 februari 2009 zijn in het hele land voor bedrijven met melkgeiten hygiënemaatregelen wettelijk verplicht gesteld. Vanaf 2008 zijn melkgeiten vrijwillig gevaccineerd. In 2009 was de vaccinatie al verplicht in het zuiden; vanaf 1 januari 2010 geldt de verplichte vaccinatie in het hele land. Medio december kondigde Minister Gerda Verburg van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aan, dat het ruimen van alle drachtige dieren op besmette bedrijven vóór de lammerperiode, de enige manier was om de verspreiding van de Q-koorts-bacterie fors in te dammen.

omhoog

Ruimingen

De ruimingen van de met Q-koorts besmette bedrijven zijn op maandag 21 december begonnen in Noord-Brabant waar de concentratie van geitenhouderijen en ook het aantal besmette bedrijven met ruim 30 het grootst was. In totaal zijn 45.000 dieren op 77 bedrijven geruimd (zie voor de meest recente informatie de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – www.rivm.nl en van het ministerie van LNV www.minlnv.nl).
De ruimingen verliepen in het belang van de dieren en de betrokken veehouders zo ‘fatsoenlijk’ mogelijk. Dat betekende inspraak van de veehouder over hoe de ruiming zou verlopen en een verdoving om de geiten ‘in slaap te brengen’. Na de dodelijke injectie werden ze respectvol weggedragen. In vloeistofdichte containers gingen de kadavers naar een destructiebedrijf.
Voor veehouders, dierenartsen en medewerkers van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) die door de ruimingen psychische klachten hadden, was er op verzoek psychosociale opvang. De overheid heeft met deze zorgvuldige aanpak duidelijk geleerd van vorige crises met dierziekten. Het naargeestige beeld van enkele jaren geleden van dode koeien en varkens die met grijpers in een container werden gelost, was nu bij het ruimen niet te zien.
De veehouders krijgen per gedode geit een vergoeding die afhangt van leeftijd, fokwaarde en melkproductie. In de sector vindt men de vergoeding ‘acceptabel’, maar wordt er ook op gewezen dat de gevolgschade veel groter is. Behalve de ruiming geldt er voor de overgebleven geiten een fokverbod. De melkproductie valt uit. Bovendien zijn de geiten die ze later weer zullen opkopen veel duurder, omdat ze schaarser worden.
De laatste keer dat een agrarische ramp zich voordeed, was ten tijde van de vogelgriep in 2003. 30 Miljoen kippen, kalkoenen en eenden zijn toen geruimd op 1349 bedrijven. Daarvoor kostte de mond- en klauwzeerepidemie in 2001 260.000 evenhoevigen het leven op ongeveer 2500 bedrijven. Tijdens de varkenspest in 1997 werden circa 1700 bedrijven getroffen waar twee miljoen varkens moesten worden geruimd. Het Rijk kocht toen nog eens acht miljoen varkens op om ook die preventief te doden. Vergeleken met de vorige agrarische rampen lijken de 45.000 dieren die nu het leven moesten laten ‘klein leed’. Voor de betrokken bedrijven is het leed echter beslist niet kleiner. Voor de wijze waarop vanuit lokale kerken pastoraal en diaconaal aandacht gegeven kan worden aan dit leed, verwijzen wij naar het artikel over suggesties voor pastoraat en diaconaat elders in dit nummer.

omhoog

Intensieve veehouderij

De geitenhouderij was tot aan de uitbraak van Q-koorts een relatief klein en onbekend onderdeel van de intensieve veehouderij in ons land. In Nederland is de geitenhouderij in korte tijd een relatief omvangrijke sector geworden. Grote concentraties van bedrijven bevinden zich in de provincie Noord-Brabant en het noorden van de provincie Limburg. De sector is de afgelopen tien jaar extreem hard gegroeid en heeft zich in de richting van de intensieve veehouderij ontwikkeld. Geiten worden met name gehouden om de melkproductie. Een bijproduct als geitenvlees wordt vooral geëxporteerd naar Noord-Afrika, Spanje en Rusland. Na de ‘gekke koeienziekte’ (BSE) en de varkenspest stapten boeren die koeien en varkens hadden gehouden over op geiten. In België werd in 2009 op geitenhouderijen ook Q-koorts geconstateerd. Daar is het probleem echter veel kleiner, omdat er veel minder geitenhouderijen en vooral veel minder grote bedrijven zijn. Volgens een telling van het CBS waren er in december 2009 zo’n 274.000 geiten in Nederland. Een gemiddeld bedrijf heeft meer dan 1.000 dieren. Nergens anders ter wereld grijpt de Q-koorts dan ook zo sterk om zich heen als in Nederland.
Het burgerinitiatief ‘Megastallen Nee’ in Brabant heeft in het voorjaar van 2010 de Q-koorts aangegrepen om een stop op vergunningen voor intensieve veehouderij te eisen tot meer duidelijk is over de risico’s voor de volksgezondheid. Waren tot voor kort stank- en verkeersloverlast de gangbare wapens tegen de intensieve veehouderij, de Q-koorts heeft een belangrijk wapen aan het arsenaal toegevoegd. Het CDA dat in het verleden terughoudend was met eisen aan boeren, gaf tijdens een debat op 19 maart over dit burgerinitiatief toe dat ze in het verleden onvoldoende oog had gehad voor wat intensieve veehouderij betekent. Samen met PvdA en VVD steunde men vervolgens het voorstel om geen nieuwe veehouderijen toe te staan op nu nog ongebruikte grond.

omhoog

Keerpunt?

Vanuit de sector zelf is in december tijdens de ruimingen ook al aangegeven dat de Q-koorts aantoont dat de intensieve veehouderij op een keerpunt is beland. De meeste bedrijven staan in Noord-Brabant in een relatief dicht bevolkt gebied. Veel dieren bij elkaar zetten in een dichtbevolkt gebied beschouwt men nu als vragen om problemen. Zweden wordt genoemd als een voorbeeld van hoe het anders kan. Daar geldt per bedrijf een maximum aantal dieren. Wie wil uitbreiden moet een ander bedrijf kopen. Overigens wijst men er ook op dat geitenhouders niet te verwijten valt dat ze hun bedrijf uitbreiden. Het is bittere noodzaak om de stijgende kosten en de dalende melkprijs bij te houden. In 1995 kon een bedrijf toe met 300 geiten. Nu heeft datzelfde bedrijf bijna vijf keer zoveel geiten nodig om hetzelfde inkomen te genereren.
De lage melkprijzen worden veroorzaakt door een overschot op de markt. Zelfs na de uitval van de Nederlandse productie zijn de prijzen nog gedaald. Dat overschot van geitenmelk wordt versterkt doordat importerende landen zelf ook meer geitenmelk zijn gaan produceren. Bovendien speelt op het moment mee dat consumenten voorzichtiger zijn geworden met het consumeren van geitenmelk en -kaas. Door de ruimingen produceert Nederland momenteel 20% minder, dat scheelt op Europees niveau één procent, terwijl er toch nog wel vier of vijf procent minder geproduceerd moet worden om de prijzen te doen stijgen.

omhoog

Risico

Is de consument bereid om de flink hogere kosten van milieu- en diervriendelijk geproduceerd vlees te betalen? Een alternatief voor de schaalvergroting op het platteland, maar dat ligt volgens de sector niet goed bij de publieke opinie, zijn agroparken op bedrijventerreinen en in havengebieden. Er is ruimte beschikbaar, want van de 35.000 bedrijventerreinen in Nederland kampt 15% in deze economische crisis met leegstand. Agroparken zijn grootschalige intensieve veehouderijbedrijven waar productie en verwerking op één locatie zijn samengebracht om zo efficiënt mogelijk te produceren.
Deskundigen op het gebied van die zogeheten agroparken zien een groot risico in de huidige versterkte weerstand tegen de intensieve veehouderij in Nederland. Volgens deze deskundigen zijn dierenwelzijn, veterinair beleid en de zorg voor het milieu nergens zo goed geregeld als in Nederland. Die regels zijn mede zo goed dankzij de maatschappelijke discussie over de intensieve veehouderij. Volgens de deskundigen moet vanuit de sector sterker het publieke debat aangegaan worden. Weinig mensen hebben volgens de deskundigen in de gaten hoe grootschalig met name de vleesproductie in Nederland onder de huidige regelgeving nu al is. Het kennisniveau van het publiek over de vleesproductie moet volgens de deskundigen opgekrikt worden. Tegelijkertijd moet volgens dezelfde deskundigen in alle openheid de vraag gesteld worden, waar we voor kiezen. Willen we investeren in een qua dierenwelzijn en milieubelasting duurzame schaalvergroting, zoals in agroparken? Of staan we toe dat vlees onder meer dubieuze omstandigheden wordt geproduceerd in Oost-Europese landen, Brazilië of Thailand?
Een ander alternatief is dat de Nederlandse veehouderij de productie voor de export vermindert of stopt, inkrimpt en meer extensief voor de eigen markt produceert op een milieu- en diervriendelijke wijze. De flink hogere kosten van dit vlees moet de consument dan wel bereid zijn te betalen. Tevens heeft dit alternatief ook alleen effect wanneer consumenten massaal kiezen voor dit inheems geproduceerde vlees en niet kiezen voor geïmporteerd vlees dat in het buitenland onder dubieuze omstandigheden geproduceerd is.

Trinus Hoekstra is mededirecteur van Landelijk bureau DISK en projectmanager binnenlands diaconaat bij de Protestantse Kerk in Nederland.

Gespreksvragen

1. Bent u op de een of andere manier geconfronteerd met de Q-koorts en heeft het uw mening over de intensieve veehouderij beïnvloed?
2. Herkent u het risico dat voorstanders van agroparken zien in de versterkte weerstand tegen de intensieve veehouderij?
3. Welk alternatief heeft uw voorkeur?

Terug naar openingspagina arbeidspastoraat, kerken en landbouw

home