home

ONDERSTEBOVEN
Tijdschrift van DISK

RUST IS NIET PER BLIK TE KOOP

OndersteBOVEN, 15(2001)1
door Trinus Hoekstra

Inleiding
'Meer geld' of 'meer vrije tijd'?
De paradox van het postmaterialisme
Zonder bezinning geen rust
Grote verzoendag

Tegenover de modieuze leus 'druk, druk, druk' van onze hectische samenleving stelt DISK in dit nummer het adagium: 'rust!'. Aanleidingen voor de keuze van dit thema zijn de biddag voor gewas en arbeid (14 maart 2001) en de zondag van de arbeid (29 april 2001). Aan rust lijkt grote behoefte te zijn, niet alleen als middel tegen de hedendaagse kwalen leefdruk, werkdruk en burn-out, maar juist als de basis, als de grondhouding van ons leven en werken in de samenleving.

Een inspirerend bijbels beeld voor rust als grondhouding treffen we aan in het bijbelboek Leviticus. In de aanhef van de instellingswoorden van het sabbats- en jubeljaar lezen we in hoofdstuk 25 de volgende woorden: Wanneer jullie zullen komen in het land dat ik jullie gegeven heb dan zal het land rusten. Het volk Israël wordt in dit tekstgedeelte een beloftevol perspectief geboden, namelijk dat in het land van de belofte de omgang met de aarde, de planten, de dieren en de mensen - de economie - op gang komt vanuit de rust. Het bewaren van die rust blijft structureel geboden, in de eerste plaats als een door God ingesteld grondrecht van de schepping (rust als waarde in zichzelf) en in de tweede plaats als een maatregel om de schepping haar vruchtbaarheid en veerkracht te doen behouden (rust als voorwaarde). Wat betekent dit beloftevolle perspectief voor de moderne mens die leeft in een wereld waar alles steeds sneller en gejaagder gaat, waar tijd geld en geld heilig zijn? Een wereld ook waarin we misschien nog wel oog hebben voor rust als voorwaarde maar veel minder voor rust als een waarde in zichzelf. Het inzicht dat onthaaste mensen ook productievere mensen zijn, wint tegenwoordig terrein. Maar deze manier van omgaan met rust kan in de woorden van Herman Finkers gekarakteriseerd worden als 'Kalm aan, maar rap een beetje'. Uiteindelijk gaat het ons toch om het productieve resultaat, zeg maar: 'brood op de plank'.

omhoog

'Meer geld' of 'meer vrije tijd'?

Dat er 'brood op de plank' moet, vond begin dit jaar ook de topambtenaar Willem Jan Oosterwijk van het ministerie van economische zaken. In het nieuwjaarsartikel van het economenblad ESB stelt hij dat de Nederlandse economie de laatste tien jaar hard gegroeid is dankzij het inzetten van veel meer werknemers. Maar de grens van deze groei dreigt in zicht te komen. Wil de Nederlandse economie in hetzelfde tempo blijven groeien en willen we hetzelfde welvaartspeil handhaven of zelfs verhogen, dan zijn langere werktijden enerzijds noodzakelijk en anderzijds zouden groepen die nu nog met een uitkering thuis zitten gestimuleerd moeten worden. Volgens Oosterwijk kan er in Nederland ook best langer gewerkt worden, immers van alle westerse industrielanden is het aantal gewerkte uren per werknemer hier veruit het laagst. Langer werken kan volgens hem voor werknemers aantrekkelijk gemaakt worden door ze minder belasting en premies te laten betalen over het extra geld dat ze verdienen.

Wat Oosterwijk over het hoofd ziet, is dat werknemers, ondanks de relatief korte arbeidstijd, die overigens mogelijk is geworden door een relatief hoge arbeidsproductiviteit, een voorkeur hebben voor meer vrije tijd. Ze zijn zelfs bereid daar geld voor in te leveren. Vooral in sectoren waar de werkdruk hoog is, zoals in de zorg en in het onderwijs, is de behoefte groot om even afstand van het werk te nemen. Daarnaast, maar dat speelt ook in andere sectoren, willen Nederlandse werknemers hun werk combineren met de opvoeding van kinderen en/of het verzorgen van naasten. Sinds 1 januari is het wettelijk ook mogelijk om in CAO's af te spreken maximaal 10 procent van het bruto-jaarsalaris te sparen voor een langer verlof.

omhoog

De paradox van het postmaterialisme

Professor Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit Maastricht, stelt dat de behoefte aan vrije tijd, aan rust, samenhangt met de toegenomen welvaart. In onze samenleving is er voldoende 'brood op de plank'. De materiële behoeften (aan voeding, drinken, kleding en onderdak) zijn vervuld. Omdat deze behoeften niet meer centraal staan in de beleving, komt er ruimte voor postmateriële behoeften, zoals rust.

Zou je daarmee kunnen zeggen dat rust gelegenheid en ruimte creëert voor zichzelf? Als je de welvaart maar voldoende opvoert, kom je dan automatisch op een niveau waarop mensen behoefte krijgen aan rust en ook daadwerkelijk rust nemen? Niets blijkt minder waar. De Amerikaanse socioloog Juliet Schor wijst erop dat rust weliswaar een fundamentele postmateriële behoefte is, maar dat het vervullen van deze behoefte gemakkelijk in het gedrang komt wanneer mensen zich richten op het najagen van luxegoederen die de kwaliteit van het bestaan zouden verbeteren: een groot en luxe huis om je behaaglijk te voelen, een pc met internet om met de hele wereld in contact te zijn, een mobiele telefoon om optimaal bereikbaar te zijn, een goed-geoutilleerde keuken om de eigen kookkunst te perfectioneren, een luxe auto om je comfortabel te verplaatsen en verre reizen om er even helemaal uit te zijn.

De postmaterialistische consument wil zich op deze manier wel richten op zelfverwerkelijking, in zijn feitelijke handelen is hij meer dan ooit georiënteerd op materiële zaken, die hij opvat als vanzelfsprekende voorwaarden voor zelfverwerkelijking. Zo doet zich de paradox voor dat de postmaterialistische consument, daartoe aangezet door de commercie, zich omringt met steeds meer luxegoederen om de kwaliteit van zijn bestaan te verbeteren, en zichzelf toch steeds minder als materialist beschouwt.

In deze ontwikkeling gaat de behoefte aan rust, hoe fundamenteel ook, ten onder in een 'work and spend'-spiraal. Toenemende verlangens naar producten, waarvan de consumptie als vanzelfsprekend wordt beschouwd, vergen een voortdurende groei van het inkomen en daarmee een toenemende noodzaak om tijd te investeren in het verrichten van goed betaald werk. Dit verborgen materialisme van de postmaterialistische samenleving wreekt zich in de toenemende schaarste van de tijd die voor zelfverwerkelijking beschikbaar is.

omhoog

Zonder bezinning geen rust

Het probleem met rust is dat het niet los verkrijgbaar is. Even een blik rust kopen gaat niet. Rust overkomt je nadat je de voorwaarden daarvoor hebt gecreëerd. Het scheppen van deze voorwaarden vraagt om bezinning: hoe sta ik in mijn werk, hoe sta ik in het leven, waar gaat het mij om en waar kies ik voor? In deze bezinning gaat het om het onderscheiden van subjectieve en objectieve elementen en om de vraag in hoeverre de persoonlijke keuzes van mensen zich over deze elementen uitstrekken. Om dit duidelijk te maken licht ik de vraag 'hoe sta ik in mijn werk?' er bij wijze van voorbeeld even uit.

Ten aanzien van werk is het belangrijk hoe je houding is. Wanneer je vanuit een verkrampte houding werkt, bouw je een hoge spanning op. Wanneer je het daarbij dan ook nog eens druk krijgt en op een gejaagde manier gaat werken, is het na het werk bijna onmogelijk om je te ontspannen. De spanning heeft zich dan dankzij je krampachtige houding en je gejaagde manier van werken in je lichaam vastgezet. Je kunt dan na je werk wel een tijd niets doen, maar het is geen rust en het geeft geen rust. Deze werkhouding is enerzijds een subjectief element, een belevingselement waaraan je met behulp van trainingen en therapieën kunt sleutelen. Anderzijds kan een verkrampte werkhouding en een gejaagde manier van werken veroorzaakt worden doordat er bijvoorbeeld een te hoge arbeidsproductiviteit gevraagd wordt. Daarmee komt het objectieve element in beeld: een arbeidssituatie die een verkrampte werkhouding en een gejaagde manier van werken bevordert. Aan deze objectieve kant van het rustprobleem gaat het bijvoorbeeld om het zo efficiënt en rendabel mogelijk inzetten van arbeid. Oorzaken hiervoor zijn bijvoorbeeld een tekort aan middelen bij zorg- of onderwijsinstellingen, of concurrentiedruk dan wel het streven naar nog meer winst in bedrijven.

Misschien zou je kunnen zeggen dat het in deze bezinning op het scheppen van de voorwaarden om tot rust te komen, aankomt op het goed en zindelijk onderscheiden van de persoonlijke en maatschappelijke dimensies. Deze dimensies staan niet los van elkaar maar mogen ook niet tegen elkaar uitgespeeld worden. Je kunt het probleem van het ontbreken van een grondhouding van rust in het omgaan met werk niet alleen bij individuele personen leggen. Het ontbreken van deze grondhouding is ook een maatschappelijk probleem en vraagt daarmee ook om een maatschappelijke bezinning op de economische vanzelfsprekendheden van onze samenleving, zowel in productie als in consumptie.

omhoog

Grote verzoendag

Tot slot keer ik terug naar het begin van dit artikel, naar Leviticus 25, omdat ik het in aansluiting op het voorgaande veelbetekenend vind dat in dit tekstgedeelte het jubeljaar, 'het jaar van de rust', wordt uitgeroepen op Grote Verzoendag, de dag waarop de relatie tussen God en het volk gezuiverd wordt maar tevens ook de dag waarop de relaties tussen mensen onderling, de persoonlijke én maatschappelijke verhoudingen, de relaties tussen mens en natuur, rechtgezet worden. Hieruit blijkt de diepe betekenis van rust in Leviticus 25: de vaste grond van je bestaan als mens en samenleving vinden in het recht dat God verschaft aan natuur en mens, het grondrecht om vanuit rust als waarde in zich te leven. Een grondrecht dat prikkelt tot bezinning en tot het maken van keuzes.

omhoog

Naar andere artikelen OndersteBOVEN

home