home

ONDERSTEBOVEN
Tijdschrift van DISK

KWALITEIT, ZELFS IN HET RUSTEN
Gij zult werken, u vertieren of beide combineren

Overal wordt kwaliteit gevraagd, ook in het sportenOndersteBOVEN, 16(2002)4
door
Hub Crijns

Inleiding
Invloed van het protestantisme
Vier soorten van economisch handelen

Combinatie-ethos

Paradox tussen werk en godsbesef

Inleiding

De mannen en vrouwen van Nederland tussen de twintig en vijftig jaar ontwikkelen in hoog tempo een combinatie-ethos. We willen niet alleen verantwoordelijkheid dragen over het betaalde werk, en productiviteit combineren met kwaliteit, ook in relaties, in de zorg voor kinderen en ouders en in onze ontspanning willen we kwaliteit leveren. Zelfs in het rusten. ‘Het calvinistisch arbeidsethos kalft niet af, het breidt juist uit naar andere domeinen en groeit zo toe naar een soort calvinistisch leefethos.’

Betaald werk is in onze huidige samenleving sinds de jaren negentig van de vorige eeuw een overheer­sende rol gaan spelen. Trots meldde in de maand september jl. het CBS dat van de Nederlanders tussen 18 en 65 jaar 72,4 % participeerde aan betaald werk. Alleen Denemarken doet het beter: 74.2%. Hoewel onbetaalde zorgarbeid, opvoedingsarbeid en vrijwilli­gerswerk ook heel belang­rijk zijn voor die samenleving, worden ze openlijk minder gewaardeerd. Dit komt bijvoorbeeld nadrukkelijk tot uitdrukking in de werkplicht, die bijstandsvrouwen opgelegd krijgen als hun jongste kind vijf jaar is geworden. En waar mensen zich zorgen maken over de sociale samenhang van de samenleving, daar worden scenario’s (zoals bijvoorbeeld het combinatie-scenario) bedacht hoe mensen betaald werk kunnen combineren met de zorg voor kinderen en ouderen, de tijd voor studie en zelfontwikkeling en de ruimte voor vrije tijd.

Betaald werk geeft inkomen, sociale status, structureert de tijd, biedt sociale contacten, persoonlijke ontplooiing en carričreperspectief. De kwaliteit van leven neemt er door toe. En bestaanszekerheid wordt gegarandeerd, onder andere. door de opbouw van rechten in de sociale zekerheid. Wie geen betaalde baan heeft door werkloosheid of ziekte of handicap, die heeft problemen. De bovenstaande kwaliteiten van betaald werk worden dan even zovele soorten van gemis.

Betaald werk, een baan heeft betekenis, maar we denken er erg verschillend over. Denk maar aan de twee meest gestelde vragen bij ontmoetingen tussen mensen. Met 'Wat doe je?' vragen we bij jongere mensen naar die betaalde baan en uit het antwoord lezen we een (beroeps)identiteit af. Met 'Hoe lang nog?' geven we aan, dat betaald werk ook ervaren wordt als knellend en dat we de maatschappelijk erkende weg van vervroegde uittreding en pensionering als een bevrijding ervaren. De geschiedenis van het denken over arbeid vertoont een aantal schommelingen tussen negatieve en positieve waardering: arbeid werd in sommige tijden als een last gezien en in andere tijden als een lust. Deze twee waarderingen vinden we ook terug in verschillende soorten ethos die we er thans - vaak naast elkaar voorkomend - op nahouden: het arbeidsethos, het vrijetijdsethos en het combinatie-ethos.

omhoog

Invloed van het protestantisme

Veel onderzoekers hebben aangetoond dat er een verband bestaat tussen de protestantse rechtvaardigheidsleer en het arbeidsethos. Uit de vruchten van de arbeid is niet zondermeer de zegening van God af te leiden. Maar een relatie is wel afleidbaar. Zie ook Prediker 2,26: "Aan iemand die Hem bevalt, schenkt God wijsheid, kennis en blijdschap. Maar een zondaar laat Hij moeizaam sparen en vergaren om het dan over te dragen aan iemand die Hem bevalt. Ook dat is ijdel en grijpen naar wind." Ook de zegeningen van Abraham geven aanleiding om zo'n relatie te leggen: "Jahweh heeft mijn meester overvloedig gezegend zodat hij rijk is. Hij heeft hem schapen en runderen, zilver en goud, slaven en slavinnen, kamelen en ezels geschonken" (Gen. 24, 35). Ook de test die Job doorstaan heeft geeft grond aan dit christelijke arbeidsethos: "En aan Job gaf Jahweh al zijn bezittingen weer terug: omdat hij gebeden had voor zijn vrienden. Zelfs het dubbele van zijn vroegere bezit schonk Hij hem" (Job 42, 10 en de volgende verzen 42, 11-17)  Hoe groter de vruchten van de arbeid zijn, des te groter is de kans dat deze mens een rechtvaardige is.

Uit deze opvatting is het traditionele christelijke arbeids­ethos ontstaan met een nadruk op plicht, accuraatheid, lange duur van werken en hard werken. De vruchten van de arbeid zijn er niet om op te maken, maar om opnieuw te investeren. Soberheid, matigheid en regelmaat van leven ondersteunen dit ethos.

Onderzoeken van o.a. de Katholieke Universiteit Brabant geven aan dat tussen 1977 en 1985 dit arbeids­ethos in ons land afneemt van 76 procent naar 63 procent van de beroepsbevolking ten gunste van een vrijetijds­ethos. Hetgeen voor en na het betaalde werk gebeurt vinden mensen belangrijker met een nadruk op vrijheid, ontspanning en zelfontplooiing. Veel maatschappij filosofen schilderen, dat door o.a. de automatisering de mensen steeds minder betaald hoeven te werken en dat ze steeds meer vorm kunnen geven aan de vrijetijdssamenleving. De theorie van het basisinkomen voor iedereen wordt ontwikkeld.

In de periode van de grote economische crisis tussen 1985 en 1990 zijn zowel opwaartse (15 procent) als neerwaartse (24 procent) bewegingen merkbaar en daalt het arbeidsethos gemiddeld tot 55 procent. Met name onder de vele werklozen, arbeidsongeschikten en bijstandsgerechtigden, maar ook onder oudere werknemers stijgt het vrije tijdsethos. In deze jaren groeit de vrijetijdsindustrie en het massale op vakantie gaan en deze trend zet zich door naar onze tijd toe. Zeker voor de betaald werkenden geldt dat hun werk en arbeidsethos beloond mogen worden met rust, luxe, ontspanning, en verwennerij: ‘Wie werkt, mag ook luieren’.

Vanaf 1990 tot 2000 neemt het arbeids­ethos weer sterk toe van 55 procent tot 85 procent van de beroepsbevolking. Een oorzaak is dat alle maatschappelijke en politieke instellingen fors hebben ingezet om Nederland weer aan de betaalde baan te krijgen. Met de verantwoordelijkheid tot economische zelfstandigheid en de plicht tot werken, o.a. met de 1990-Maatregel voor allen, die 18 jaar werden na 1990. Daardoor is vooral de instroom van jonge vrouwen naar de arbeidsmarkt op gang gekomen. Peter Ester, hoogleraar-directeur van de aan de KUB gelieerde Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA), bestrijdt in 2000 de suggestie dat er iets schort aan het Nederlandse arbeidsethos. "Dit ethos is zeker niet gemankeerd. Men loopt hier absoluut niet te lummelen, dat blijkt wel uit de relatief zeer hoge werkdruk in Nederland."
In de cijfers zitten voorts merkbare verschillen. Tweeverdieners en jonge vrouwen blijken thans de sterkste ondersteuners van het arbeids­ethos. Alleenstaande vrouwen met kinderen en oudere mannen boven de 55 jaar zijn de sterkste ondersteuners van het vrijetijdsethos. Daarom lijkt het me erg gewaagd om te stellen, dat we nu door deze toename van het arbeidsethos met zijn allen religieuzer zouden zijn geworden. We zijn eerder drukker geworden. Om een boek van Esther van der Panne aan te halen: ‘Ik ren, dus ik ben
.

omhoog

Vier soorten van economisch handelen

Tussen werk en ethos bestaat dus een sterker wordende relatie. Niet alleen bij betaald werk, maar ook bij de andere soorten van werk. De arbeid, die we doen, gebeurt volgens de anthropoloog en econoom Henk Tieleman en de ontwikkelingseconome Irene van Staveren in vier economische deelsystemen. In het deelsysteem van de wederkerigheid zetten we vooral onbetaalde arbeid om: opvoeden, zorg voor elkaar, vriendendiensten, vrijwilligerswerk, mantelzorg, zorg voor zieken en ouderen. In het deelsysteem van herverdeling helpen we elkaar. Met name de overheid regelt dit systeem en maakt werk mogelijk, dat voor ons allen belangrijk is: onderwijs, gezondheidszorg, zorg om de openbare ruimte en veiligheid, infra­structuur. In deze vormen van arbeid staan persoonsgerichte waarden centraal. Het werk gebeurt tussen en door mensen. Verbond en dienst, zorg en beheer, gift en liefde zijn woorden, die in deze arbeid veel klinken. In het arbeidesthos staat het woord roeping centraal. Deze arbeid is ook minder geseculari­seerd of van God los. We kunnen hier (nog) een band met God maken of ons bekleden met de nieuwe mens (Kol. 3,10).

In het deelsysteem van de markt ruilen we arbeid voor inkomen. En in het deelsysteem van de beurs willen we met geld nog meer geld maken. In deze vormen van arbeid staan product- en winstgerichte waarden centraal. Contract, tijd, efficiency, snelheid en opbrengst zijn woorden, die hier veel klinken. Het arbeidsethos is meer geseculariseerd en de deugden worden met economische prikkelmotieven ingevuld. Het economisch ruilsysteem neemt de hele wereld in beslag en de wetten van globalisering en mondialisering domineren volk, natie en grond. Het beurssysteem flitst langs de digitale snelweg over de hele wereld, en is geheel los van volk, natie en grond. Deze arbeid is sterk geseculariseerd en van God los. We bekleden ons hier letter­lijk met de Mammon (Luc. 16,13).

omhoog

Het juiste evenwicht - de opkomst van het combinatie-ethosCombinatie-ethos

Ondanks deze nadruk op betaald werk is het aantal betaalde werk­uren per jaar volgens de gemiddelde CAO lager dan waar ook ter wereld. Tegenover de 1460 uur die de gemiddelde Nederlandse werknemer maakt, staat in Vlaanderen 1660 uur, in Japan 1859 uur en de Amerikaanse werknemer maakt al sneer tegenover dat de Nedl 1900 uur. Daar staat dan weerlandse werkne­mers tot vorig jaar een productiviteit hebben, die de hoogste ter wereld is. Die productiviteit is dan weer de bron van welvaart en rijkdom.

De cijfers van de arbeidsmarkt leren dat vrouwen steeds meer, vaak parttime betaald werk verrichten, dit geldt met name voor jongere vrouwen. Huishoudens bestaande uit tweeverdieners hebben al in 2000 de huishoudens van de eenverdieners ingehaald. Het grootste deel van de bevolking combineert betaald werk, het huishouden, de opvoeding of zorg voor anderen, de studie, de ontspanning en de beschikbare tijd voor rust en slapen.

De mannen en vrouwen van Nederland tussen de twintig en vijftig jaar ontwikkelen versneld een combinatie-ethos. We willen niet alleen over het betaalde werk verantwoordelijkheid dragen en productiviteit combineren met kwaliteit. Ook in relaties, in de zorg voor kinderen en ouders, en in onze ontspanning willen we kwaliteit leveren. Zelfs in het rusten. Tegelijk wordt ook overal kwaliteit gevraagd. In vrijwilligerswerk, opvoeden, mantelzorg, bloemschikken of sporten: overal moet je eerst jezelf (bij)scholen om volop mee te kunnen doen. Op al deze gebieden hebben we hoge idealen en eisen we dat iedereen aan die idealen zal meewerken. Nogmaals Peter Ester: "Naast een goede werknemer, moet je tegenwoordig liefst ook een ideale partner, liefhebbende ouder en actieve sporter zijn. Hierdoor wordt de totale prestatiedruk heel groot. Het calvinistische arbeidsethos kalft niet af, het breidt zich juist uit naar andere domeinen en groeit zo toe naar een soort calvinistisch leefethos."

Misschien zijn vanuit de toegenomen druk van arbeidsethos en combinatie-ethos stress en burn-out de begrippen die vooral naar voren komen als je kijkt naar ziekteverzuim- en WAO-cijfers. Het ver­schijnen van deze begrippen wijst erop dat er meer aan de hand is. Er zijn bedrijven waar standaard meer dan 13% ziekteverzuim is, met name in het onderwijs en de gezondheidszorg. Het aantal arbeidsongeschikten nadert het miljoen. Betaalde arbeid blijkt volksziekte nummer één te zijn. We kunnen blijkbaar nog steeds met Prediker verzuchten: "De mens zijn leven is één lijdensweg, zijn werk een bron van ellende. Zelfs 's nachts vindt hij geen rust. Ook dat is ijdel." (2,22).

omhoog

Paradox tussen werk en godsbesef

In het arbeidspastoraat zoeken we vaak naar verbindingen tussen die belangrijke betekenis die betaald en onbetaald werk heeft voor mens en samenleving en – omdat we geloven – voor de band met God. Veel bijbelteksten getuigen er van hoe het Joodse volk de wereld, het samenleven en het eigen leven beleefde als voortkomend uit het Verbond met God. Ook de evangelisten laten ons dit horen: werkelijk leven ontstaat in Christus. We zijn er nieuwe mensen door geworden, aan elkaar gelijk, zonder onderscheid (Kol. 3,11). We kunnen dan voluit bidden: "Geef Gij het werk onzer handen bestand, ja, bestendig het werk onzer handen." (Ps. 90-17).

We merken dagelijks, dat onze samenleving sterk geseculariseerd is. Zeker in de werelden van het betaalde werk is de religieuze betekenisgeving nauwelijks te zien. Reeds in de jaren vijftig schreef arbeidspastor van Iersel, dat "hij op zoek ging naar Gods aanwezigheid in de fabriek en daar Gods afwezigheid vond". Ook de recente onderzoeken van godsdienstsociologen van de universiteit van Nijmegen geven herhaaldelijk aan, dat er tussen arbeid en godsdienst geen directe banden meer aan te wijzen zijn. Je zou kunnen zeggen, dat mensen bij binnenkomst in de betaalde werkwereld hun religieuze hoed afzetten, en deze bij vertrek weer opvragen. "IJl en ijdel, zegt Prediker, ijl en ijdel, alles is ijdel" (1,2). We leven in verschillende werelden, kennen verschillende rollen, maken onderscheid tussen profaan en sacraal, tussen leven van alledag en heilig leven. In de ene wereld zijn we thuis, in de andere oefenen we een beroep uit, in de derde van de vrije tijd hebben we hobby’s en doen we aan kunst en muziek en in de vierde zijn we christengelovigen. Wellicht zijn we daarom ook zelf zo actief in het ontwikkelen van een combinatie-ethos.

Tegelijk nemen arbeidspastores als pendelaars tussen kerk en werk nog een andere tendens waar. We merken hoe bedrijven steeds spiritueler worden, de IT-sector voorop. Managers dragen de tien geboden als een vorm van catechismus bij zich om de missie van het bedrijf zo goed mogelijk uit te dragen. Bedrijfskleding neemt vormen van de vroegere kleding van de religieuze instituten aan met herkenbare codes voor de rangen en standen. Het is erg in om je bij te scholen rond spiritueel management. Er wordt volop gezocht naar betekenis en zin van werken en leven of anders gezegd van levend werken of werkend leven. Met trainingen op dit terrein kun je flink geld verdienen. We zien vanuit de werkwereld een nijver zoeken om de kern van het vrijetijdsethos te combineren met die van het arbeidsethos.
Een paradoxale ontwikkeling.

omhoog

Naar andere artikelen OndersteBOVEN

home