home

ONDERSTEBOVEN
Tijdschrift van DISK

DE KRACHT VAN VERHALEN

OndersteBOVEN / Raderwerk, 17(2003)3
door
Gerard van Eck

Inleiding
Zinvolle samenhang
Vertellen om te verklaren
Verhalen in communicatie
Morele richtlijnen
Narratief arbeidspastoraat

Inleiding

Arbeidspastores werken met verhalen. Er zijn verschillende soorten verhalen, die om verschillende redenen verteld kunnen worden. Een verhaal kan iemand helpen om gebeurtenissen uit zijn leven te verklaren, of om meer inzicht te krijgen in zijn eigen identiteit. Dit artikel geeft een aanzet tot het definiëren van het begrip 'verhaal' en beschrijft het werk van de arbeidspastores in narratieve termen.

Wanneer een verhaal verteld wordt, is altijd sprake van iemand (verteller) die iets (verhaal) vertelt aan iemand (publiek) over iets (een echte of denkbeeldige wereld). Het maakt geen verschil of het om een gesproken, geschreven of verbeeld verhaal gaat. Een verhaal vertelt niet zichzelf, maar heeft altijd een verteller, ook al laat deze zich niet altijd makkelijk aanwijzen. Soms is niet meer dan een naam bekend. Ook zijn er breed gedeelde verhalen die niet door een individu, maar door een gemeenschap verteld worden. Wanneer de verteller bekend is, valt iets te zeggen over zijn bedoelingen. Wilde hij zijn hart eens luchten? Of wilde hij zijn publiek vermaken? Ook kan duidelijk worden vanuit welk perspectief hij zijn verhaal vertelt. Sociale, culturele en religieuze verschillen tussen mensen zijn van grote invloed op hun vertelperspectief. Maar ook binnen mensen is sprake van verschillende, vaak wisselende posities die doorwerken in de verhalen die ze aan zichzelf en aan anderen vertellen. Het kan aanzienlijk verschil uitmaken, of iemand iets vertelt vanuit zijn rol als partner of vanuit zijn rol als werknemer. Verschillen tussen en binnen mensen zijn bovendien vaak machtsverschillen. Niet iedereen heeft evenveel macht om iets te vertellen.
Een verhaal wordt verteld aan een publiek. Dat kan bestaan uit toehoorders, lezers of kijkers. Maar aangezien het publiek nu eenmaal naar een verhaal luistert vanuit een eigen perspectief, zijn er dus eigenlijk twee verhalen: het verhaal van de verteller én het verhaal van het publiek.
Naast het feitelijke publiek vertelt een verteller zijn verhaal ook nog aan een ander publiek. Ieder mens heeft een aantal belangrijke anderen tegenover wie hij zijn doen en laten wil rechtvaardigen. Een verteller zal dan ook een verhaal willen vertellen, dat zijn morele gehoor tevreden stelt. Zo kan een werknemer een verzoek van zijn chef om over te werken weigeren, omdat hij vindt dat hij dat niet kan maken tegenover zijn partner en kinderen.

omhoog

Zinvolle samenhang

Verhalen verwijzen altijd naar gebeurtenissen die zich in een echte of denkbeeldige wereld voordoen. Verwijzen: er blijft dus een onderscheid tussen het geleefde leven en het vertelde leven. Tot de wereld waarnaar verhalen verwijzen, behoren altijd handelende personen die met elkaar in gebeurtenissen verwikkeld zijn. Dat kunnen menselijke personen zijn, maar ook onpersoonlijke krachten (bijvoorbeeld God). Wanneer iemand ook zichzelf een rol toebedeelt in een verhaal is sprake van een zelfverhaal. Dit verwijzende aspect geldt met name voor verhalen, die er aanspraak op maken werkelijk gebeurd te zijn. Minder is dat het geval bij fictionele verhalen die worden verteld alsof het echt gebeurd is.
Een verhaal doet iets met de wereld waarnaar ze verwijst. Naast een beschrijving biedt het een interpretatie van gebeurtenissen. Ze doet dat door tenminste twee of meer gebeurtenissen in een bepaalde tijdsvolgorde te plaatsen. (Kinderen gebruiken daarvoor een simpele lineaire structuur: 'En toen…, en toen…, en toen…'.) Door een verhaal te vertellen staan gebeurtenissen niet langer los naast elkaar, maar valt er een zekere lijn in te ontdekken. Overigens staan gebeurtenissen altijd open voor herinterpretatie. Er kan dus een nieuwe lijn in worden ontdekt.

omhoog

Vertellen om te verklaren

Mensen vertellen vooral verhalen in situaties waarin de zin van gebeurtenissen hen dreigt te ontgaan (bijvoorbeeld ontslag, arbeidsongeschiktheid, inkomensverlies, pensioen, reorganisatie) De aanvankelijke samenhang vraagt in nieuwe, onbekende situaties om bevestiging. Wanneer deze samenhang niet langer valt te ervaren, moet een nieuwe of bijgestelde versie geconstrueerd worden. Kortom: een verhaal maakt het mensen mogelijk om gebeurtenissen te begrijpen én ondanks deze (niet zelden tragische) gebeurtenissen verder te leven. Ze krijgen er een bepaald soort praktisch inzicht door in hun concrete, dikwijls ingewikkelde bestaan.
Deze humaniserende werking hadden mythen ('mythos' betekent in het Grieks 'verhaal') al voor gemeenschappen in de oudheid. Ook bijbelverhalen laten zich lezen als pogingen om te leren omgaan met de tragische dimensies van het menselijk bestaan. In de hedendaagse, sterk gefragmenteerde samenleving kunnen dergelijke breed gedeelde verhalen echter steeds minder deze functie vervullen. Zelfverhalen hebben de functie overgenomen aangezien mensen niet meer met één groot, allesoverkoepelend verhaal leven, maar te midden van vele kleine verhalen. Overigens maken ze bij het vertellen van hun eigen verhaal nog veelvuldig gebruik van verhaalstructuren, die ontleend zijn aan grote verhalen.

omhoog

Verhalen in communicatie

Arbeidspastores maken veelvuldig gebruik van verhalen. Hun werk wordt wel gezien als een vorm van narratief pastoraat ('narrare' is het Latijnse woord voor 'vertellen'). Dat gaat wellicht wat ver, maar dat een narratieve aanpak tot de kern van het werk van arbeidspastores behoort, valt niet te ontkennen.
Mijns inziens gebruiken arbeidspastores verhalen in drie soorten situaties. Allereerst in situaties waarin deelnemers met elkaar communiceren over objectieve inzichten. Verhalen dienen dan als bron van feitelijke informatie. Met name ervaringsverhalen maken aanspraak op het vertellen van waar gebeurde feiten. Op grond hiervan kan een verklarende theorie worden opgesteld, of de objectieve geldigheid van een uitspraak worden ontkracht. Het verhaal van een werkzoekende bijvoorbeeld, die vertelt dat hij ondanks vele sollicitaties nog altijd geen betaald werk heeft, weerlegt de uitspraak dat iedereen die wil werken, ook kan werken.

omhoog

Morele richtlijnen

In de tweede plaats worden verhalen gebruikt als bron van richtlijnen voor het handelen in situaties waarin deelnemers gericht zijn op het verwerven van praktisch-ethische inzichten. De manier waarop de personen in een verhaal handelen wordt als moreel juist voorgesteld. Dat handelen verdient navolging in vergelijkbare situaties. Met name bijbelverhalen worden op deze wijze aangewend. Maar met ervaringsverhalen doen arbeidspastores dikwijls ook een appèl op hun hoorders zich moreel te verplichten aan bepaalde personen.
Tenslotte worden verhalen - en daar ligt mijns inziens hun grootste kracht - gebruikt als bron van zelfinterpretatie in situaties, waarin deelnemers gericht zijn op het vinden van identiteit. Een verhaal brengt een rolverdeling aan tussen handelende personen. Verteller en hoorder kunnen in deze verhaalrollen zichzelf en anderen herkennen. Langs de omweg van het verhaal ontdekken ze wie ze als persoon in werkelijkheid (willen) zijn. Met name zelfverhalen, waarin de verteller dus zelf een rol heeft, bieden deze mogelijkheid. Maar ook fictionele verhalen (waaronder bijbelverhalen) helpen mensen om zichzelf te leren kennen en te experimenteren met alternatieve identiteiten.
Mijn indruk is dat arbeidspastores verhalen met name gebruiken in de twee eerstgenoemde situaties. Arbeidspastores hebben zich in het verleden dikwijls als functionarissen van de objectieve waarheid en/of het ethisch appèl gemanifesteerd. De aandacht voor het vormen van identiteit door middel van verhalen is minder sterk ontwikkeld. Overigens staan de drie genoemde vormen van communicatie niet los van elkaar.

omhoog

Narratief arbeidspastoraat

Het geschetste begrippenkader biedt goede aanknopingspunten om het werk van arbeidspastores in narratieve termen te beschrijven. Zo zijn activiteiten op het veld van de presentie gericht op het laten vertellen van het zelfverhaal. Het arbeidspastoraat richt zich daarbij met name op (groepen van) mensen die vrijwel permanent in een economisch marginale positie verkeren. Naar hun verhalen wordt door vrijwel niemand geluisterd waardoor hun zelfbeeld dikwijls negatief is. Door present te zijn en te luisteren naar hun verhaal geeft de arbeidspastor te kennen dat hun ervaringen en interpretaties er toe doen. Daarnaast is het arbeidspastoraat aanwezig bij mensen die door bijzondere gebeurtenissen een breuk ervaren in hun zelfverhaal en zoeken naar een nieuwe zinvolle samenhang.
Een narratieve aanpak op het veld van de presentie vraagt om reflectie. Arbeidspastores zijn vooral luisterend aanwezig. Maar ze luisteren hoe dan ook vanuit een eigen perspectief. Ze moeten zich derhalve voortdurend oefenen in het onderkennen van de grenzen van dat eigen perspectief. Dat maakt ze vrijer om te luisteren naar verhalen van anderen. Ook moeten ze zorg dragen voor hun eigen geloofsverhaal. Dat verhaal is vanwege de kerkelijke inbedding van het arbeidspastoraat onvermijdelijk verbonden met de verhalen uit de christelijk geloofstraditie. Arbeidspastores denken na over hoe deze oude en nieuwe verhalen zich laten verbinden. Ze lezen de verhalen van mensen als mogelijk nieuwe vindplaatsen van geloof.
Tenslotte zijn arbeidspastores actief op het veld van de presentatie. Gehoorde verhalen worden - al dan niet bewerkt - doorverteld aan mensen in andere contexten (kerk, bedrijf, maatschappelijke organisaties, politiek, media). Aan de toehoorders worden andermans verhalen aangeboden om hun eigen verhaal scherper te krijgen. Verhalen kunnen werken als een spiegel. Maar of ze ook daadwerkelijk zo werken, valt niet te voorspellen. Het (door)vertellen van verhalen is en blijft een tamelijk weerloze bezigheid.

omhoog

Naar andere artikelen OndersteBOVEN

home