home

ONDERSTEBOVEN
Tijdschrift van DISK

MVO: ONDERNEMEN IN EEN KRACHTENVELD

OndersteBOVEN / Raderwerk, 17(2003)4
door
Trinus Hoekstra

Inleiding
Richtlijnen of reputatie?
Kracht en zwakte
Samen sterk

De kerk als NGO

Inleiding

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) lijkt op het eerste gezicht iets voor in economisch betere tijden. Toch blijft het in de belangstelling staan. In dit artikel plegen we een verkenning van het maatschappelijke krachtenveld waarin MVO zich afspeelt, en werpen we van daaruit ook een blik in de richting van de vraag wat de betekenis van lokale kerken in verband met MVO zou kunnen zijn.

Volgens een recente publicatie op het terrein van MVO (Rob van Tulder & Alex van der Zwart, Reputaties op het spel, 2003) moeten we MVO begrijpen als een fenomeen van de zogenaamde onderhandelingssamenleving. De maatschappij wordt hierbij voorgesteld als een driehoek. Op de drie hoeken staan de drie actoren: overheid, markt en 'burgerlijke' samenleving (vertaling van het Engelstalige begrip civil society). In deze driehoek zorgt de overheid door wetgeving voor het juridische kader. De marktsector zorgt voor waarde-creatie en welvaart. Tot slot staat de burgerlijke samenleving voor het geheel van maatschappelijke verbanden van burgers, die buiten de politiek en buiten het bedrijfsleven structuur geven aan de maatschappij.
Vanuit de drie hoeken werken drie coördinatiemechanismen in op het maatschappelijk gedrag en op de maatschappelijke interactie: overheidsregulering, marktmechanisme en in de burgerlijke samenleving gedeelde waarden en de daarop gebaseerde normen. In de benadering van Van Tulder en Van der Zwart vindt ondernemen ten allen tijde plaats op het scheidsvlak van meerdere coördinatiemechanismen. Het bedrijfsleven is dus verankerd in de maatschappij via wetgeving, concurrentie en gedeelde waarden en normen.

omhoog

Richtlijnen of reputatie?

In het Nederlandse debat rond MVO is er mede dankzij het advies van de Sociaal Economische Raad in de publicatie De winst van waarden (december 2000), een zekere consensus gegroeid over de betekenis van wetgeving voor de ontwikkeling van MVO. Zo bestaat in het huidige debat rond MVO het idee dat het moeilijk is eenduidige richtlijnen rond MVO in wetgeving vast te leggen. Maatschappelijke verantwoordelijkheid verschilt immers per onderneming, afhankelijk van de branche, omvang, industrie, strategie, locatie, interne cultuur en waarden van het management. Bovendien vreest men dat bedrijven zich zouden gaan richten op het voldoen aan de minimumeisen van richtlijnen of wetgeving en dat ze daarmee geen vernieuwend, maar conformerend beleid zouden ontwikkelen.
Wel ziet men iets in een faciliterende en stimulerende rol van de overheid, waarbij pro-actief ondernemingsbeleid wordt aangemoedigd. Men gaat er vanuit dat ondernemingen zich realiseren dat hun reputatie op het spel staat, en dat ze er daarom geen belang bij hebben om ergens een conflict te laten ontstaan dat die reputatie zou kunnen schaden. We kennen allemaal de voorbeelden van de Brentspar-affaire rondom Shell en van Albert Heijn tijdens de recente affaire rond de exorbitante beloning van de nieuwe Ahold-topman Moberg.
Waar het gevoelige reputaties betreft, valt echter ook te denken aan een meer midden- en kleinbedrijfachtige sector als de agrarische. Deze sector heeft ten gevolge van milieu- en dierwelzijnsvragen een slechte reputatie in de samenleving gekregen. De LTO (de landelijke koepel van de Land- en Tuinbouw Organisaties in Nederland) maakt veel werk van het stimuleren en voorlichten van agrariërs met het oog op MVO-praktijken - juist omdat de LTO zich realiseert dat deze sector, waarin voor de samenleving duidelijk herkenbare producten gemaakt worden, op gevoelige wijze afhankelijk is van een goede reputatie.

omhoog

Kracht en zwakte

Het idee dat men op grond van het belang van een goede reputatie kan vertrouwen op de eigen ontwikkelingskracht van het fenomeen MVO, vooronderstelt evenwel een specifieke maatschappelijke constellatie. In onze maatschappij kan de overheid het zich permitteren om als tegenspeler van de markt meer op de achtergrond te blijven, omdat een andere tegenspeler meer op de voorgrond is getreden. Onder invloed van een groot aantal verschillende non-gouvernementele organisaties (NGO's) is de burgerlijke samenleving in de loop van de jaren negentig een belangrijke tegenspeler van de markt geworden. Een aantal bekende NGO's zijn Greenpeace, de kerkelijke ontwikkelingsorganisatie Icco, Milieudefenisie, Novib en natuurlijk de vakbonden.
NGO's kunnen op grond van hun specifieke expertise en een breed draagvlak in de burgerlijke samenleving de reputaties van ondernemingen maken of breken. De veelheid in getal en diversiteit in expertise van de NGO's verraadt behalve hun kracht tegelijkertijd echter ook hun zwakte. NGO's verschillen in soorten en maten. Daarnaast leggen ze zich veelal toe op afzonderlijke issues, bijvoorbeeld het milieu, de belangen van werknemers of een aspect van de ontwikkelingsproblematiek. Ten gevolge hiervan dreigt de burgerlijke samenleving, gemobiliseerd als ze wordt door afzonderlijke one-issue-NGO's, te gaan lijden aan fragmentatie.

omhoog

Samen sterk

Een initiatief dat deze dreigende fragmentatie probeert tegen te gaan, is het MVO Platform (www.mvo-platform.nl). In de loop van vorig jaar zijn we als landelijk bureau DISK ook hierbij aangeschoven. Dit initiatief, genomen door SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen), draait om de vraag welke gezamenlijke insteek van NGO's ten aanzien van MVO mogelijk is. Het is vooral een poging om enige coördinatie binnen het amalgaam van NGO's aan te brengen. Tevens is het een forum waarop NGO's van elkaars benaderingen kunnen kennisnemen, deskundigheden kunnen uitwisselen en elkaar kunnen informeren.
Vorig jaar is in deze lijn door het MVO Platform ook het MVO Referentiekader opgesteld (opvraagbaar bij het MVO Platform, maar ook bij DISK hebben we nog een aantal exemplaren), dat in het vroege voorjaar van 2003 met veel enthousiasme ontvangen is door de staatssecretaris van Economische Zaken. In dit referentiekader zijn internationaal breed onderschreven verdragen, richtlijnen en instrumenten ten aanzien van MVO geïnventariseerd. Het referentiekader laat het daarmee niet alleen bij het SER-advies dat MVO niet met wetgeving kan worden afgedwongen. Het wil met het referentiekader bevorderen dat er een soort van speelveld (level playing field) ten aanzien van MVO ontstaat, waarop ondernemingen steeds minder slecht zullen kunnen presteren zonder daarbij het risico te lopen om schade te lijden aan hun reputatie.

omhoog

De kerk als NGO

De deelname aan het MVO Platform heeft ons als landelijk bureau DISK aan het denken gezet over de rol van de kerk als NGO. Het heeft ons ook op het spoor gezet van de vraag wat een zinnige en geloofwaardige betrokkenheid van lokale kerken bij MVO zou kunnen zijn.
Bij de vraag naar de rol van de kerk in de huidige burgerlijke samenleving gaat het vooral om de solidariteit met de samenleving in de zoektocht naar een maatschappij met een menswaardige kwaliteit. Op dat punt heeft de lokale kerkgemeenschap niet alleen vanuit haar inhoud, bronnen en traditie iets te bieden, maar ook als de maatschappelijke vrijplaats die zij vormt. De lokale kerkgemeenschap heeft nog steeds het karakter van een plek waar mensen op verschillende maatschappelijke posities en met verschillende rollen en verantwoordelijkheden elkaar kunnen ontmoeten. Deze lokale kerkgemeenschap is via haar leden ook verbonden met tal van organisaties en ondernemingen die in haar directe omgeving een rol spelen. Die eigenheid en kwaliteit moeten we zien te benutten voor de rol van de kerkgemeenschap in de lokale burgerlijke samenleving. Daarbij gaat het er vooral om een gespreks- en mogelijke samenwerkingspartner te zijn voor de diverse lokale en regionale organisaties. Denk hierbij bijvoorbeeld aan afdelingen van werknemers- en werkgeversorganisaties. In agrarische omgevingen kan daarbij ook gedacht worden aan lokale LTO-afdelingen. Voortbordurend op deze lijn is het ook niet ondenkbaar dat de lokale of regionale kerkgemeenschap in de toekomst als NGO zelf een rol zal spelen in een lokaal of regionaal samenwerkingsverband van NGO's zoals we dat nu op landelijk niveau kennen.
Om lokale gemeenten en parochies op het spoor te brengen van de mogelijkheid gespreks- en samenwerkingspartner te zijn in de lokale samenleving, zijn we momenteel een bezinningstraject aan het ontwikkelen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een bezinning op de eigen kerkelijke organisatie. Hoe gaat de kerkgemeenschap om met de middelen en de menskracht die haar ter beschikking staan? Ook gaat het om de vraag welke rol de lokale kerkgemeenschap zou kunnen en willen spelen in de lokale burgerlijke samenleving.

omhoog

Klik hier voor het artikel 'MVO volgens Herman Wijffels'
Klik hier voor het artikel 'De solidariteit van Doekle Terpstra'

Naar andere artikelen OndersteBOVEN

home