home

ONDERSTEBOVEN
Tijdschrift van DISK

ZOEKTOCHT NAAR ZIN EN SPIRITUALITEIT

OndersteBOVEN, 18(2004)1
door
Gerard van Eck

Inleiding
De factor mens
Schaarste aan zin

De leer van het geloof

Christelijke spiritualiteit

Klooster- en kluizenaarsleven

Inleiding

'Werken met bezieling' is het thema van de zondag van de arbeid en de biddag voor gewas en arbeid van dit jaar. Een actueel thema dat kan rekenen op de interesse van veel managers en werknemers. Waar komt deze belangstelling vandaan en in hoeverre kunnen christenen hun eigen spirituele tradities hernemen en deze verbinden met werk, leiderschap en organisatie?

Sinds het begin van de jaren negentig bestaat er een ruim aanbod van 'spirituele' trainingen voor managers. Onder de aanbieders bevinden zich naast vele eenmansbedrijfjes ook gerenommeerde opleidingsinstituten en organisatieadviesbureaus. Ze bieden één- of meerdaagse trainingen aan over inspirerend leiderschap, werken met passie en bezielde organisaties. En wie zich niet aan een training wil wagen, kan boeken lezen of conferenties bijwonen over deze onderwerpen. Overigens zijn de trainingen niet langer voorbehouden aan de chef of directeur. Ook werknemers mogen op kosten van de baas werken aan hun persoonlijke ontwikkeling.
Er wordt wel gezegd dat zich in Nederland een nieuw, spiritueel managementdiscours ontwikkelt. Het gebruik van quasi-religieuze termen wijst wel in die richting. Maar wat de woorden precies betekenen, is dikwijls niet erg helder. Wel is duidelijk dat het spirituele aanbod slechts in beperkte mate gebruik maakt van de (spirituele) tradities van bestaande godsdiensten.
Voor zover er sprake is van enige relatie, betreft het vooral nieuwe religieuze bewegingen (New Age, scientology) en oude niet-westerse godsdiensten (boeddhisme, taoïsme, soefisme). Het gebruik beperkt zich in deze gevallen bovendien vaak tot overname van bepaalde technieken (meditatie, ontspanning, visualisatie). Voor de leer van deze godsdiensten is vrijwel geen aandacht. De trainingen zijn immers vooral gericht op de emotionele en spirituele zelfontwikkeling van de dikwijls jonge en hoogopgeleide deelnemers.
Een relatie met de (spirituele) tradities van de christelijke godsdienst ontbreekt vrijwel geheel. Eigenlijk herinneren alleen leegstaande kloosters en parochies, waar een deel van deze trainingen plaatsvindt, aan deze traditie. Eén van de weinige uitzonderingen is het klooster ZIN (www.zininwerk.nl).

omhoog

De factor mens

Waaruit valt de interesse van managers en werknemers voor 'spirituele' trainingen te verklaren? Gaat het slechts om een modieuze trend of is er meer aan de hand? Een mogelijke verklaring vormen de gewijzigde eisen waaraan organisaties moeten voldoen. Om onder snel wijzigende, onberekenbare economische omstandigheden te kunnen overleven, zijn organisaties namelijk steeds meer aangewezen op creativiteit, flexibiliteit en aanpassingsvermogen. Om die te kunnen waarborgen, worden mensen in veel organisaties gezien als de beslissende factor.
Werknemers, vooral degenen die van vitaal belang zijn voor de organisatie, krijgen steeds meer ruimte om zelfstandig te handelen. Managers hebben in dit nieuwe type arbeidsorganisatie de taak medewerkers in staat te stellen hun problemen effectief en efficiënt op te lossen. Omdat organisaties echter steeds meer afhankelijk zijn van zelfstandige werknemers, heeft het management er ook steeds meer belang bij dat zij goed gemotiveerd zijn. Zij moeten hun mogelijkheden niet alleen kunnen, maar ook willen aanwenden. Tegen deze achtergrond valt de interesse voor de 'spirituele' trainingen te begrijpen als een uitdrukking van het streven om werknemers te motiveren hun talenten in te zetten voor de doelstellingen van de organisatie.

omhoog

Schaarste aan zin

Er is echter nog een andere mogelijke verklaring voor de toegenomen interesse in spiritualiteit. Deze houdt verband met de ingrijpende culturele veranderingen in de voorbije eeuw. Bij mensen bestaat vandaag de dag grote behoefte aan individuele zingeving, ook in verband met hun betaalde werk. De tijd dat loon het enige motief was om te werken, is grotendeels voorbij.
Mensen willen ervaren dat hun werk in zichzelf zinvol is. Daarbij zijn ze steeds minder geneigd zich te laten leiden door vormen van collectieve zingeving. Ze laten zich niet door een religieuze, politieke of economische elite voorschrijven dat hun arbeid een religieuze plicht is, of in sociaal en economisch opzicht nuttig.
De behoefte aan individuele zingeving doet zich met name gelden wanneer mensen stuiten op grenzen. Dat kan zijn in hun relaties met directe collega's, maar even goed in contacten met gebruikers van de door de organisatie geproduceerde of geleverde diensten (cliënten, patiënten, leerlingen, consumenten). Ook gebeurtenissen die niet direct met werk te maken hebben, kunnen aanleiding zijn om te vragen naar de zin van werk. Denk bijvoorbeeld aan gebeurtenissen en ontwikkelingen in hun privé-situatie of in de wijde wereld om hen heen.
Het komt erop neer dat mensen zich op vele momenten in hun leven voor de opgave zien gesteld hun werk zin te geven. Tegen deze achtergrond valt de interesse voor 'spirituele' trainingen te begrijpen als een uitdrukking van het verlangen van werknemers en managers dat hun werk zin heeft. Spiritualiteit, of wat daar voor doorgaat, zien ze daarbij als een mogelijke bron van individuele zingeving.Waarschijnlijk zijn beide genoemde verklaringen tegelijkertijd aan de orde.

omhoog

De leer van het geloof

De interesse voor zingeving en spiritualiteit is ook een uitdaging voor de christelijke godsdienst, al was het maar vanwege het feit dat ze zich al eeuwenlang op dit terrein beweegt. Het zal echter niet makkelijk zijn om deze uitdaging aan te gaan.
Een eerste reden is de beperkte reikwijdte van de christelijke godsdienst in de hedendaagse samenleving. De wereld is uiteengevallen in verschillende deelwerelden. Geloven wordt vooral in verband gebracht met gebeurtenissen in de privé-wereld en nog nauwelijks met de publieke wereld, waartoe ook de wereld van de arbeid behoort. Geloven doe je thuis of in de kerk, maar niet op het werk. In de wereld van de arbeid gelden - ook voor gelovigen - andere, economische waarden.
Een tweede, belangrijker reden is dat de christelijke godsdienst dikwijls een beperkte opvatting heeft van spiritualiteit (protestanten gebruiken de termen 'geloofsbeleving' of 'vroomheid'). De geschiedenis van deze godsdienst in het westelijk deel van Europa heeft zich vanaf de middeleeuwen tot ver in de vorige eeuw gekenmerkt door een sterke nadruk op de geloofsleer. In de vorm van een leer bood het kerkelijke gezag de 'gewone' gelovigen een alles en iedereen omvattende zingeving.

omhoog

Christelijke spiritualiteit

Geloven heeft door deze ontwikkeling het karakter gekregen van het op gezag van de kerk of de bijbel voor waar aannemen van onveranderlijke inzichten. Geloven was vooral een zaak van het verstand. De term 'spiritualiteit' werd gereserveerd voor het belevings- en handelingsaspect, maar dan altijd als aan de geloofsleer getoetste aspecten van geloven. Van deze culturele erfenis kan de christelijke godsdienst zich maar moeilijk bevrijden.
Wanneer de christelijke godsdienst echter ook in de toekomst van betekenis wil zijn voor (post)moderne mensen die zoeken naar individuele zin, dan is een bredere opvatting van spiritualiteit nodig. Spiritualiteit kan beter worden geduid als een vorm van zingeving. Een bruikbare omschrijving luidt als volgt: "Overal waar de mens met bewuste bedoelingen en op min of meer methodische wijze bezig is zijn leven te doen beantwoorden aan een transcendente zingeving." (Aalders, Spiritualiteit. Geestelijk leven vroeger en nu).
In deze omschrijving valt op dat de verwijzing naar godsdienst ontbreekt. De verbinding tussen zingeving en spiritualiteit wordt gevormd door het woord 'transcendent', dat zoveel betekent als 'overstijgend'. Dit woord verwijst naar een onderdeel van het proces van zingeving: zin geven is namelijk onlosmakelijk verbonden met zin ontvangen. En dat zin ontvangen heeft op een of andere wijze altijd te maken met iets dat de mens als individu overstijgt. Pas een aan de mens transcendente zinervaring stelt hem in staat toegewijd te handelen.
Een brede opvatting van spiritualiteit verwijst naar dit aspect van menselijke zingevingsarbeid, namelijk naar het zich bewust openstellen voor en betrokken zijn op ervaringen die hem in zijn leven op een beslissende wijze zin schenken. Bestaande godsdiensten - ook de christelijke - zijn hierbij in zoverre van betekenis dat ze mogelijkheden aanreiken om gestalte te geven aan openheid voor en betrokkenheid op een transcendente zin.
Overigens laten ervaringen van uiteindelijke zin zich niet inperken tot een bij voorbaat van de rest afgezonderd, sacraal deel van de werkelijkheid. God - om in de taal van de christelijke godsdienst te spreken - laat zich vinden in heel de werkelijkheid, ook in de wereld van de arbeid. Bovendien is deze zinervaring niet bij voorbaat voorbehouden aan bepaalde personen. De Geest van God waait waarheen hij wil.

omhoog

Klooster- en kluizenaarsleven

Een breed spiritualiteitsbegrip biedt de christelijke godsdienst ruimte om ook haar eigen spirituele tradities zodanig te hernemen dat ze werknemers en managers mogelijkheden aanreikt bij het gestalte geven aan hun zoektocht naar individuele zin. Een rijke bron, die ondanks de historische nadruk op de geloofsleer nog niet is verdwenen, vormen de regels van het klooster- en kluizenaarsleven. Deze berusten op psychologische inzichten over de wijze waarop gezocht kan worden naar zin, naar God. Daarbij komt dat ze ieder ook hun eigen 'werkspiritualiteit' hebben. Want vrijwel zonder uitzondering benadrukken de christelijke spirituele tradities de waarde van het verrichten van arbeid ('bid en werk').
Het arbeidspastoraat is altijd sterk beïnvloed door de werkspiritualiteit van de zogenaamde bedelmonniken. Deze religieuze beweging is opgekomen ten tijde van de opkomst van de steden in de dertiende eeuw. Binnen de steden was sprake van een diepe kloof tussen armen en rijken. Bedelmonniken - Franciscus en Dominicus waren hun voortrekkers - bewoonden geen grote abdijen met uitgestrekt landerijen, maar trokken rond zonder vaste woonplaats en zonder enig bezit. Naar binnen toe probeerden ze broeders voor elkaar te zijn; naar buiten toe kozen ze voor de minsten.
Deze werkspiritualiteit kan ook in de huidige, door tegenstellingen verscheurde wereld van betekenis zijn voor mensen die in hun werk zoeken naar zin. Niet door oude regels ongewijzigd over te nemen, maar door deze op eigen, persoonlijke wijze opnieuw tot uitvoering te brengen. Een goed voorbeeld van eigentijds hernemen, biedt Een levensregel voor beginners. Auteur Wil Derkse vertelt in dit boekje over de wijze waarop hij in zijn dagelijks leven en werken gestalte geeft aan de benedictijnse spiritualiteit. Hij vertaalt de regels van het kloosterleven naar het leidinggeven en het omgaan met tijd in moderne arbeidsorganisaties.

omhoog

Klik hier voor het artikel 'De kerk en vrijwilligerswerk'.

Naar andere artikelen OndersteBOVEN

home