home

ONDERSTEBOVEN
Tijdschrift van DISK

DE KERK EN VRIJWILLIGERSWERK

OndersteBOVEN, 18(2004)1
door
Henk Meeuws

Inleiding
Persoonlijk profijt?

Altruïsme?
Kerkgang
Menslievendheid

Inleiding

Op een of andere manier lijken in godsdienstig of kerkelijk verband georganiseerde vrijwilligers over een 'bezieling' te beschikken die elders niet voorhanden is. Maar ook de motivatie van 'kerkelijke' vrijwilligers verandert langzaam maar zeker. Hoe kan de kerk leren de gegroeide kloof tussen geloof en menslievendheid opnieuw te overbruggen?

"Gelovigen zijn goedgeefs, veel meer dan ongelovigen. Ze doen ook aanzienlijk vaker vrijwilligerswerk. Welke godsdienst ze aanhangen, maakt niet uit: als ze maar trouw naar de kerk, sjoel of moskee gaan". Met deze aanhef opende Trouw op 26 november 2003 onder het kopje 'Filantropie' (letterlijk: menslievendheid) een bericht over de uitkomst van een groot demografisch onderzoek van de Amerikaanse hoogleraar Openbaar Bestuur Arthur Brooks onder 30.000 ondervraagden in de VS.
Op een of andere manier lijken in godsdienstig of kerkelijk verband georganiseerde vrijwilligers dus over een 'bezieling' te beschikken die elders niet zo voorhanden is. Deze constatering wordt bevestigd door de bevinding van andere onderzoekers dat er een opmerkelijk verband bestaat tussen religie en de mate van filantropie. Net zoals in de analyse van Brooks wordt bijvoorbeeld in onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau gesignaleerd dat mensen geneigd zijn tot grotere generositeit naarmate zij vaker ter kerke gaan, en dat frequente kerkgangers zich ook beduidend vaker inzetten voor mensen buiten de eigen kring dan rand- en buitenkerkelijken.
Deze bevindingen roepen de vraag op waardoor in kerkelijke verbanden georganiseerde vrijwilligers eigenlijk bezield worden, hoe die bezieling gewekt wordt en op welke manier zij het beste ondersteund kan worden.

omhoog

Persoonlijk profijt?

Vragend naar de bezieling van vrijwilligers ligt het voor de hand allereerst te bezien waardoor zij globaal gezien in feite gemotiveerd worden: wat zeggen zij zelf in het algemeen over hun beweegredenen om zich onverplicht en onbetaald voor anderen of de samenleving in te zetten? Uit onderzoek van Van Daal en Plemper (in: Schuyt, Geven in Nederland, 2003) blijkt dat vrijwilligers verschillende motieven combineren, waarbij het opvallend is dat maatschappelijk of individueel nut aan de ene kant en persoonlijk profijt anderzijds centraal staan. Beweegredenen als verantwoordelijkheid of plicht, betrokkenheid of solidariteit worden niet genoemd.
Deze eerste algemene verkenning van de bezieling van vrijwilligers moet evenwel genuanceerd worden als we kijken naar het onderzoek van Kaski over vrijwilligers in katholieke parochies (Pal voor de kerk, 1998). Daaruit komt een ander beeld naar voren. Ook nu weer kunnen twee clusters van hoofdmotieven onderscheiden worden: een religieus-kerkelijk motief en een instrumenteel motief.
Het eerste hoofdmotief is het belangrijkste: vrijwilligers doen hun werk vooral uit verantwoordelijkheidsgevoel en maatschappelijke betrokkenheid. Zij noemen als motivatie dat zij zich als christen menen te moeten inzetten voor kerk en samenleving, dat zij zich verantwoordelijk voelen voor de parochie en de parochianen, en dat het werk hen de mogelijkheid biedt iets voor de maatschappij te doen.
Het tweede hoofdmotief wordt 'instrumenteel' genoemd omdat daarin wordt aangegeven dat men het vrijwilligerswerk (mede) doet om er zelf plezier en voordeel van te hebben. De belangrijkste motieven vormen hier de de sociale contacten en de waardering die men ervoor krijgt.

omhoog

Altruïsme?

Overigens moet hierbij worden opgemerkt dat uit hetzelfde Kaski-onderzoek blijkt dat er ook bij vrijwilligerswerk in kerkelijke verbanden sprake is van verandering in motivatie. Onder jongeren vind het instrumentele motief meer bijval.
Baart ('Aanleren en afleren', in: Markant 2003/3) signaleert: "Onmiskenbaar doet men het werk ook uit plicht, in het algemeen belang of domweg doordat men gevraagd werd. Maar we zien toch ook dat deze van buitenaf komende motieven omgezet worden in meer persoonlijke overwegingen [...] Hoewel deze verschuivingen ook somber gemok ontlokken omdat er 'tegenwoordig' te weinig altruïsten zijn - mensen die zich om niet voor anderen inzetten - betekenen ze ook een belangrijke winst: over het algemeen gaat men ervan uit dat vrijwillig gekozen verplichtingen en lonende structuren, in tegenstelling tot inzet die gebaseerd is op dwang en gewoonte, motieven verdiepen en versterken omdat ze eigengemaakt zijn."
Kort en goed: vrijwilligers die vanuit kerkelijke verbanden maatschappelijk actief zijn, worden net als vrijwilligers in het algemeen door een gamma aan beweegredenen bezield. Maar terwijl bij 'gewone' vrijwilligers enerzijds nut en anderzijds plezier en profijt voorop staan, spelen bij de kerkelijke vrijwilligers verantwoordelijkheid en betrokkenheid de hoofdrol.De religieuze betekenis van hun inzet blijft min of meer impliciet.

omhoog

Kerkgang

Zoals het er nu voor lijkt te staan met de motieven van vrijwilligers die vanuit kerkelijke verbanden maatschappelijk actief zijn, dient zich de vraag aan op welke manier die kerkelijke verbanden hun bezieling kunnen wekken, en hoe zij die het beste kunnen ondersteunen.
Bij nader toezien blijkt uit alle analyses tot dusverre dat daarbij niet de inhoud van het geloof de bepalende factor is, maar de frequentie van de 'kerkgang'. Kerkelijke vrijwilligers verkeren klaarblijkelijk in een sociale context waarin het verrichten van vrijwilligerswerk de gewoonste zaak van de wereld is. Het is - aldus de geleerden - niet zozeer een kwestie van de daad bij het Woord voegen, maar van 'goed voorbeeld doet goed volgen'.
Ik vermoed dat op deze analyse nog wel het een en ander is af te dingen. Het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat inhoudelijke overwegingen zoals religieuze perspectieven uiteindelijk geen rol zouden spelen in beslissingen van mensen om zich hun medemensen te bekommeren. Ik denk dat het verband waarin en van waaruit mensen vrijwillig maatschappelijk actief zijn wel degelijk ook zelf 'bezield' moet zijn om bezieling te kunnen wekken en te kunnen ondersteunen. Het lijkt mij in ieder geval duidelijk dat kerken zich terdege moeten bezinnen op de vraag hoe zij vrijwilligers het beste kunnen bijstaan.

omhoog

Menslievendheid

Dat dit op dit moment niet voldoende gebeurt, bleek uit verschillende rapporten (Kaski, Pal voor de kerk; Van Knippenberg, Mensen voor mensen. Een theologie van de vrijwilliger in de kerk, 2003). In deze laatste studie wordt duidelijk dat de kerk zelf (opnieuw) zal moeten leren de moderne kloof tussen geloof en menslievendheid te overbruggen. Ze kan bij moderne mensen niet meer aankomen met een traditioneel appèl op het christelijk liefdesgebod, de religieuze plicht of de menselijke verantwoordelijkheid. Het is géén goed idee om vrijwilligers vooral te zien en te benaderen als mateloze altruïsten De kerk zal moeten leren oog en oor te hebben voor het zoeken van vrijwilligers naar de eigen maatschappelijke, menselijke, spirituele en religieuze ontplooiing en zelfontplooiing.
En mijns inziens kán de kerk dat in beginsel ook: zij beschikt immers over een lange en gevarieerde traditie van vormen van 'menslievendheid' in alle mogelijke variaties, ze kent vele tradities van 'geestelijke leiding' waarin gezocht is naar mogelijkheden om persoonlijke levensvoering en 'goed leven' met elkaar te combineren. Recente studies hernemen delen van die traditie of openen juist nieuwe perspectieven. Actioma, Instituut voor activering, innovatie en onderzoek zal de komende jaren samen met Civiq, landelijk instituut voor vrijwilligerswerk, een project uitvoeren over de ontwikkeling en ondersteuning van vrijwilligers in- en vanuit kerkelijke verbanden.

Henk Meeuws is onderzoeksmedewerker van Actioma. Meer teksten en informatie over dit onderwerp: www.actioma.nl; tel. 073 6134134, fax 073 6134119, e-mail info@actioma.nl.

omhoog

Klik hier voor het artikel 'Zoektocht naar zin en spiritualiteit'.

Naar andere artikelen OndersteBOVEN

home