home

ONDERSTEBOVEN
Tijdschrift van DISK

ARM EN RIJK IN OECUMENISCH PERSPECTIEF

OndersteBOVEN, 18(2004)2
door
Ineke Bakker

Inleiding
De verantwoordelijke samenleving
Voorkeursoptie voor de armen
Arme kant
Uitholling van waarden
Verantwoord genieten

Inleiding

Langzamerhand zakken steeds meer mensen in Nederland door de bodem van het bestaan. De politiek draagt weliswaar de oude waarden van verantwoordelijkheid, gerechtigheid en participatie uit, maar hanteert slechts een zeer beperkte invulling van deze begrippen. De nieuwe invulling staat bijna haaks op wat er oorspronkelijk mee werd bedoeld. De oecumenische traditie kan ons helpen deze waarden in hun volle betekenis te zien en zo een ander perspectief te ontwikkelen op armoede en rijkdom in de samenleving.

Een predikant uit een gewone Rotterdamse buurt vertelde mij onlangs over één van zijn gemeenteleden: een vriendelijke bejaarde weduwe met AOW en een klein pensioentje. Ze moet nu echt kiezen: òf de kerktelefoon òf de krant de deur uit. Door alle recente bezuinigingen - de verlaging van de AOW en huursubsidie, de stijging van de gemeentelijke belastingen, energielasten, eigen bijdragen voor ziektekosten en thuiszorg - kan ze met al haar inventiviteit de eindjes niet meer aan elkaar knopen.
Zoals deze Rotterdamse mevrouw zijn er volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau maar liefst tweehonderdduizend ouderen in ons land die op, of zelfs onder de armoedegrens leven. Niet alleen ouderen komen in de problemen, ook chronisch zieken, gehandicapten, alleenstaande ouders en grote gezinnen redden het niet meer. Langzamerhand zakken steeds meer mensen door de bodem van het bestaan. Het is een sluipende verarming, steeds ietsje minder, steeds meer alleen…
Deze ontwikkeling komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Zij is een gevolg van het beleid van het kabinet, dat de mensen in een kwetsbare positie veel harder aanpakt dan mensen aan de bovenkant van het 'loongebouw'. In een reactie op de Troonrede en Miljoenennota 2003 heeft de Raad van Kerken dan ook gepleit voor meer aandacht voor het draagkrachtbeginsel. Dat is, om het wat huiselijk te formuleren, het beginsel dat 'de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen'. Maatregelen in de lijn van dit principe kunnen een krachtig tegenwicht bieden tegen de sluipende verarming (Zie ook de recente notitie van de Raad: Verantwoordelijkheid in solidariteit).

omhoog

De verantwoordelijke samenleving

Het draagkrachtbeginsel is een concrete uitwerking van enkele waarden die in de kerkelijke en oecumenische bezinning van belang zijn: verantwoordelijkheid, solidariteit, gerechtigheid, participatie, duurzaamheid en heelheid van de schepping. Laat me enkele kerngedachten over sociale ethiek uit de oecumenische traditie naar voren halen.
Het eerste ethische concept binnen de Wereldraad van Kerken is dat van de verantwoordelijke samenleving. Dit concept is geen blauwdruk voor een christelijke samenleving, laat staan van het Koninkrijk van God, maar biedt wel criteria om na te gaan of maatregelen al dan niet bijdragen aan het streven naar een samenleving waar mensen tot hun recht komen. Mensen worden gezien als vrije wezens die verantwoordelijk zijn tegenover God en hun naasten.
De verantwoordelijke samenleving is een samenleving waar vrijheid de vrijheid is van mensen om hun verantwoordelijkheid te erkennen voor gerechtigheid en de publieke orde, en waar zij die politiek gezag of economische macht hebben, verantwoordelijk zijn voor de uitoefening ervan tegenover God en de mensen van wie het welzijn erdoor bepaald wordt. Naast een persoonlijke en relationele dimensie heeft verantwoordelijkheid ook een sociale dimensie. In onze tijd zie je een eenzijdige nadruk op de persoonlijke dimensie van verantwoordelijkheid, hetgeen ten koste gaat van de relationele dimensie, het ontmoeten van en omzien naar de medemens, en van de sociale dimensie van verantwoordelijkheid, het behartigen van het algemeen welzijn.

omhoog

Voorkeursoptie voor de armen

In de jaren zestig en zeventig groeit met de toetreding van Afrikaanse, Aziatische en Latijnsamerikaanse kerken binnen de Wereldraad een zekere kritiek op het concept van de verantwoordelijke samenleving. Een nieuw, tweede concept komt op: een rechtvaardige, participatieve en duurzame samenleving. Centraal staat het bijbelse begrip gerechtigheid, dat meer is dan 'ieder het zijne' en waarbij partij gekozen wordt voor mensen in kwetsbare posities: armen, weduwen en wezen, vluchtelingen en vreemdelingen. Of er sprake is van gerechtigheid, wordt vooral afgemeten aan de wijze waarop armen en andere noodlijdenden worden behandeld.
Elke samenleving moet getoetst worden aan de vraag of zij prioriteit geeft aan positieverbetering van de armen. Bij armen gaat het niet alleen om materiële armoede, om mensen die niet in staat zijn om in hun dagelijkse behoeften te voorzien, maar ook om mensen die te lijden hebben onder sociale uitsluiting en marginalisering. In de Bijbel is sprake van een "voorkeursoptie voor de armen". Armen zijn daarbij geen objecten van hulp of liefdadigheid, maar subjecten, volwaardige mensen met een specifieke deskundigheid en ervaring. Zo is participatie een kernbegrip in de bijbelse opvatting van gerechtigheid.

omhoog

Arme kant

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw komt een derde concept op; het besef van de onderlinge samenhang van waarden groeit uit tot de trits gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping. Dit oecumenisch gedachtegoed vindt via het Conciliair Proces zijn weg naar de Nederlandse kerken en leidt binnen de Raad van Kerken in Nederland tot tal van activiteiten. Een mijlpaal is de conferentie van 29 september 1987 van de Arme kant van Nederland, waar toenmalig secretaris Wim van der Zee armoede bestempelt als onrecht en het bijbelse begrip gerechtigheid weergeeft als het rechtzetten van scheve verhoudingen, recht doen aan misdeelde mensen, oprichten wat terneergeslagen is. Daar vindt de kerkelijke campagne tegen verarming en verrijking haar oorsprong.
Als we nu naar onze eigen samenleving kijken, dan zien we dat genoemde waarden sluipenderwijs andere betekenissen krijgen. Verantwoordelijkheid betekende vooral het zich verantwoordelijk weten tegenover God - althans voor christenen en andere gelovigen - en tegenover de medemensen, en omzien naar elkaar. Wanneer nu gezegd wordt dat burgers hun verantwoordelijkheid moeten nemen, dan betekent dit dat ze voor zichzelf moeten zorgen, dat ze zichzelf maar moeten zien te redden.

omhoog

Uitholling van waarden

Verantwoordelijkheid wordt zoiets als zelfredzaamheid. En als de premier zegt dat de regering haar verantwoordelijkheid neemt, dan bedoelt hij niet dat de regering omziet naar mensen in kwetsbare posities, maar dat de regering daadkrachtig is en harde maatregelen durft door te zetten.
Ook rechtvaardigheid krijgt sluipenderwijs een andere betekenis. Als er nu gesproken wordt over een rechtvaardige verdeling van de lasten, betekent dit dat iedereen er een procent op achteruit gaat. Maar het moge duidelijk zijn, dat een procent minder AOW veel ingrijpender is voor het welzijn van mensen dan een procent minder topinkomen. Een rechtvaardige verdeling is niet langer meer een verdeling die recht doet aan iedereen. Het begrip wordt uitgehold.
En was participatie ooit het bieden van mogelijkheden aan mensen om op hun eigen wijze en met hun mogelijkheden en talenten mee te doen, nu is het begrip verschraald tot meedoen met betaald werk. Wie geen betaald werk kan krijgen vanwege fysieke of psychische beperkingen of zorgverplichtingen, die valt erbuiten. En voor nieuwkomers in onze samenleving betekent participatie dat ze mogen meedoen, ja, maar op 'onze' voorwaarden.
Zo is er in onze samenleving niet alleen een sluipende verarming gaande, maar ook een sluipende ethische verloedering. En voor alle duidelijkheid: ik bedoel hiermee niet het gebrek aan fatsoen waarover veel geklaagd wordt en dat er ook is. Waar ik op wijs is veel ingrijpender: belangrijke waarden krijgen sluipenderwijs een nieuwe invulling die bijna haaks staat op wat er oorspronkelijk mee bedoeld werd.

omhoog

Verantwoord genieten

Wanneer we vervolgens kijken naar de positie van de rijken in ons land en wereldwijd, laat mij dan beginnen met te zeggen dat de kerken niets tegen rijken hebben. Het is zeker niet zo dat mensen rijkdom wordt misgund. Sterker nog, in de Bijbel staan passages waarin rijkdom als zegen van God wordt gezien. Om het Koninkrijk van God, het rijk van vrede en gerechtigheid, te beschrijven worden beelden gebruikt van grote feestmaaltijden met uitgelezen gerechten en belegen wijnen. Er is zeker ook ruimte voor het genieten van het goede van de schepping. Maar daar moet wel iets bij gezegd worden: dit genieten is bestemd voor iedereen, armen en rijken, voor ouderen en jongeren, voor vrouwen en mannen, iedereen is welkom, niemand wordt buitengesloten. En dit genieten mag geen schade berokkenen aan anderen, aan toekomstige generaties en aan de schepping.
Wanneer mensen zich verrijken ten koste van anderen, klinken er heel andere geluiden in de Bijbel. En omdat dat vaak voorkomt, wemelt het van teksten waarin gewaarschuwd wordt tegen rijkdom en verrijking. De Bijbel is zich ervan bewust hoe gemakkelijk mensen komen tot individuele verrijking en als vanzelf in de ban raken van het streven naar meer en meer, zodanig dat dit hun hele leven gaat beheersen. Bij rijkdom wordt dus steeds de vraag gesteld ten koste van wie deze verkregen is en of anderen daardoor in hun bestaan beperkt worden.
Bij sommige rijken van onze tijd zie je eenzelfde mechanisme: ze willen altijd maar meer; kennelijk is het nooit genoeg. De recente Vastenbrief van de Rooms-katholieke Bisschoppenconferentie zegt het heel duidelijk: "Extreme rijkdom is, net zoals armoede, een aanslag op de fundamentele menselijke waardigheid, omdat men zich daardoor van de mensengemeenschap isoleert". Ik zou het een zelfverkozen sociale uitsluiting willen noemen. Hierdoor komt de sociale cohesie onder druk te staan. Als mensen aan de top zich onbeschaamd verrijken, dan wordt het voor anderen moeilijker om in te stemmen met loonmatiging en netjes belasting betalen. Ik wil maar zeggen: de vis begint te rotten bij de kop.
De Raad van Kerken is al veel langer bezorgd over de toenemende private rijkdom enerzijds en de toenemende publieke armoede anderzijds. Hoe kan het dat in de afgelopen jaren enkelingen zich zo hebben kunnen verrijken, terwijl in de publieke sector, het onderwijs, de gezondheidszorg, de thuiszorg, de jeugdzorg en noem maar op, sprake is van een schrijnende armoede, een rijke samenleving als de onze onwaardig? Onbeheerste verrijking ontwricht de samenleving.

Bovenstaande tekst is een ingekorte versie van de lezing die Ineke Bakker, algemeen secretaris van de Raad van Kerken in Nederland hield tijdens de 1 Mei Conferentie Ethiek voor rijk en arm op 28 april 2004 te Amersfoort.

omhoog

Klik hier voor het artikel 'De markt, het visioen en minister De Geus '.

Naar andere artikelen OndersteBOVEN

home