home

ONDERSTEBOVEN
Tijdschrift van DISK

OOG VOOR BREDERE CONTEXT

Joop roebroek, voorzitter DISKOndersteBOVEN, 18(2004)3
door
Gerard van Eck

Joop Roebroek is voorzitter van het bestuur van het landelijk bureau DISK. In zijn dagelijks leven is hij werkzaam bij de Universiteit van Tilburg en Bureau Vertige. Hij doet onderzoek naar de effecten van reïntegratietrajecten op langere termijn. Ook ontwikkelt hij een nieuwe aanpak van reïntegratietrajecten.

Wat vind je in algemene zin van het beleid gericht op reïntegratie naar betaalde arbeid?

"De primaire doelstelling van veel reïntegratietrajecten is een zo snel mogelijk terugkeer naar de arbeidsmarkt. De uitkomst van trajecten wordt voornamelijk afgelezen aan de uitstroom aan het eind van een traject. Het versterken van de bredere leefomgeving van deelnemers en daarmee ook de duurzaamheid van uitkomsten is veelal geen expliciete doelstelling. We leven wat dat betreft in een vreemde samenleving. Enerzijds is er te weinig werk voor mensen die buitenspel staan op de arbeidsmarkt. En toch zijn we volledig gefixeerd geraakt op betaald werken. Het kabinet stelt dat burgers hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Maar ze vult die verantwoordelijkheid uitsluitend in als het zoeken naar een betaalde baan. Ze verliest echter de bredere context waarbinnen van burgers gevraagd wordt verantwoordelijkheid te nemen uit het oog. Wat doen we met onze verdere taken in deze samenleving? Het verrichten van vrijwilligerswerk, het opvoeden van kinderen, het zorgen voor familieleden, zieken en ouderen. Daar is geen tijd meer voor. We doen onszelf en anderen te kort door alleen maar 'werk, werk en nog eens werk' te benadrukken. Ook de bisschoppen wijzen er in hun laatste Vastenbrief op dat miskenning van deze andere taken uiteindelijk schadelijk is voor de samenleving zelf."

omhoog

Je hebt onderzoek gedaan naar de effecten van reïntegratietrajecten in de gemeente Tilburg. Wat waren de uitkomsten?

"Het arbeidsmarktbeleid van de paarse kabinetten was een belangrijke impuls voor gemeenten om de maatschappelijke deelname van hun burgers, bij voorkeur in de vorm van een betaalde baan, te bevorderen. Gemeenten hebben de mogelijkheid gekregen om scholing- en bemiddelingstrajecten in te kopen. Zo heeft de gemeente Tilburg in 1998 en 1999 ongeveer 1560 trajecten in bij Arbeidsvoorziening/KLIQ ingekocht. In opdracht van de gemeente heeft Bureau Vertige onderzocht in welke mate het uitstroomresultaat naar betaalde arbeid na enkele jaren - eind 2001, begin 2002 - behouden gebleven is. Uit het onderzoek bleek dat een groot deel van de cliënten die een reïntegratietraject succesvol hebben afgerond, op de langere termijn nog steeds aan het werk is (72,9%). En omdat van alle in 1998 en 1999 ingekochte trajecten 64,8% succesvol afgerond was, betekent dit dat op lange termijn bekeken 47,2% van de trajecten resulteert in uitstroom naar betaald werk."

omhoog

Welke factoren zijn van invloed op het al dan niet succesvol zijn van trajecten?

"In ons onderzoek hebben we allereerst gekeken naar de invloed van persoonlijke kenmerken van de trajectdeelnemers op de uiteindelijke uitkomst van het resultaat. Daarbij vielen ons drie zaken op. Ten eerste is de kans dat vrouwen weer op een bijstandsuitkering terugvallen groter dan die kans voor mannen is. Ten tweede is de kans dat Turkse en Marokkaanse deelnemers na verloop van tijd nog aan het werk zijn kleiner dan die voor andere deelnemers. En ten derde hebben deelnemers zonder partner of die gescheiden zijn een geringere kans om enige tijd na het traject nog aan het werk te zijn. Waarschijnlijk heeft dit vooral te maken met het éénouderschap.
Verder hebben we de kwaliteit van trajecten zelf bekeken. We zijn nagegaan in hoeverre de beoordeling van trajecten van invloed is op de uitkomsten op middellange termijn. Het onderzoek maakt duidelijk dat die relatie genuanceerder ligt dan vaak wordt aangenomen. Wanneer deelnemers aan een traject op termijn weer terugvallen op een uitkering, kan dat in de helft van de gevallen niet worden toegeschreven aan de kwaliteit van het traject. Omgekeerd, wanneer deelnemers erin slagen hun betaalde baan te houden, kan dit niet altijd worden toegeschreven aan de kwaliteit van het gevolgde traject. In ongeveer 39% van de gevallen zijn de uitkomsten op termijn positief ondanks het traject."

omhoog

Waaraan is de kwaliteit van trajecten vooral af te lezen?

"Wij hebben in onze analyse gekeken naar vijf aspecten: de activiteiten, de communicatie, de begeleiding, de soort cliënt en de ervaringen op het werk. Uit het onderzoek wordt duidelijk dat het succesvol zijn of fout lopen van trajecten in hoofdzaak is gelegen in de communicatie tussen consulent en cliënt. In de beleving van cliënten staat de bejegening voorop. 'In hoeverre word ik serieus genomen, worden mijn ideeën en wensen serieus genomen? Is er persoonlijke aandacht? Word ik met respect behandeld?' En van de kant van de consulent gaat het voor alles om de inzet en de motivatie van de cliënt. 'Neemt hij voldoende eigen verantwoordelijkheid voor zijn of haar traject? Worden afspraken nagekomen?'
Verder is goede begeleiding tijdens en ook na het traject - op de werkvloer - een belangrijke voorwaarde voor het vasthouden van uitstroomresultaten op middellange termijn. Regelmatig geven deelnemers aan dat ze te weinig of geen begeleiding hebben gehad op momenten dat zij dat nodig achten."

omhoog

Hoe kunnen reïntegratietrajecten beter aangepakt worden?

"In 2000 is Bureau Vertige een pilotproject gestart voor oudere werknemers uit de onderwijssector met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt. Hetzij op basis van werkloosheid, hetzij op basis van arbeidsongeschiktheid. In dit project gaat het erom de deelnemers uit te dagen en te ondersteunen om hun deelname aan de samenleving te versterken en weer nieuwe activiteiten op te pakken. We maken daarbij gebruik van een nieuwe activeringsmethodiek. Om te beginnen wordt een groepsgerichte benadering gehanteerd. Deze wijze van werken biedt deelnemers onder meer de mogelijkheid hun eigen situatie te spiegelen aan die van andere deelnemers, hun ervaringen te delen met anderen, het bespreken en becommentariëren van elkaars doelen, elkaar te steunen en te bemoedigen bij het zetten van stappen in hun individuele trajecten en om te leren gaan met kritische reacties. Daarnaast is de regie van en de verantwoordelijkheid voor het te volgen traject geheel in handen van de deelnemers gelegd. Ze formuleren hun eigen doelstelling, hun eigen stappenplan en bewaken zelf de voortgang. Daarbij wel kritisch bevraagd door de begeleiders van het project en de groep waarbinnen ze functioneren.

omhoog

Wat zijn de resultaten van dit project?

Opvallend is dat de resultaten na anderhalf jaar beter zijn dan direct na afloop van het project. Anderhalf jaar later waren meer deelnemers betaald aan het werk. Je kan dus zeggen dat de inzet op eigen verantwoordelijkheid pas na langere tijd zichtbaar wordt. Reïntegratie, zeker reïntegratie van 'moeilijke' doelgroepen vraagt om tijd. Niet alleen vanwege het belang van het ontwikkelen van 'eigen beweging', maar ook vanwege de noodzaak om het complexe geheel van de leefsituatie te doorgronden en van dynamiek te voorzien. Wij kiezen namelijk voor een integrale benadering van deelnemers. Dat betekent naast aandacht voor hun individuele mogelijkheden en beperkingen ook oog hebben voor hun gezinssituatie, hun sociale netwerk, hun woonsituatie en hun gezondheid."

omhoog

Klik hier voor het artikel 'Bescheiden resultaten reïntegratiebeleid'.

Naar andere artikelen OndersteBOVEN

home