home

ONDERSTEBOVEN
Tijdschrift van DISK

WERKEN IN DE AKKERBOUW: ZOET OF ZUUR?

OndersteBOVEN,
19(2005)4
door Peter Osendarp


Yvonne Heestermans is boerin en theologe. Met haar man heeft ze een akkerbouwbedrijf in Oud-Vossemeer. Onlangs haalde ze haar doctoraal examen theologie in Tilburg. Ze schreef een scriptie over de betekenis van grond voor akkerbouwers.

In één van de coupletten van het Wilhelmus staat de regel 'Na 't zuur zal ik ontvangen van God, mijn Heer, dat zoet.' Het kabinet Balkende typeert haar beleid met de woorden 'zuur' en 'zoet' uit deze regel. Na harde ingrepen en pijnlijke maatregelen zullen lastenverlichting en positieve resultaten volgen. Geldt dat ook voor akkerbouwers?

YH: "Balkenende heeft met de belofte dat ons iets zoets te wachten staat een aantal zure maatregelen erdoor gekregen. Misschien dat dit geldt voor andere delen van de samenleving, maar als boerin heb ik alleen maar zure maatregelen te horen gekregen. Het komt neer op de volgende boodschap: 'Zie dat je verbreedt, werk aan schaalvergroting, zoek een andere weg of stop met je bedrijf.' Ik denk dat veel akkerbouwers geen zoet in het vooruitzicht hebben."

Om in de beeldspraak te blijven: het lijkt wel of uitgerekend de zoete suikerbiet een zuurkool wordt voor akkerbouwers.

YH: "Het is nu de tijd van het suikerbieten rooien. Als je op ons bedrijf op Tholen komt, zie je vóór, naast en achter de boerderij grote hopen suikerbieten liggen. Veel zoets dus. Het zure is echter dat de CSM suikerfabriek in Breda begin 2005 gesloten is. De suikerbieten moeten nu naar andere plaatsen vervoerd worden. Voor één hectare suikerbieten rijden drie vrachtwagens naar Groningen, heen en terug gemiddeld 8 à 9 uur. Ga eens na wat een extra tijd en geld dat kost. Voor zover ik weet, wijkt men nu uit naar een suikerfabriek in België. Maar die fabriek kan het amper aan. Iedere dag worden verse bieten aangevoerd. Voetbalvelden vol liggen te wachten op verwerking. Een ontzettende verspilling.
Het suikerbeleid is een hot item in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie. De prijs van suikerbieten zal in de toekomst met 30 à 40 procent afnemen. Deze prijsdaling wordt eerst nog gecompenseerd door middel van productierechten. Daarna wordt die 'subsidie' in een aantal jaren afgebouwd. Dus moeten we inleveren. Het citaat waarmee het kabinet Balkenende haar beleid typeert, drukt hoop uit: even door de zure appel heen bijten en dan komt het zoete eraan… Maar dat perspectief ontbreekt voor de akkerbouw."

In je scriptie Grond en zingeving laat je akkerbouwers aan het woord. Waar ligt voor hen het zoet? En waar het zuur?

YH: "Het zure van het akkerbouwbestaan is niet het harde werken of de lange dagen. Het zure komt veel meer van de omgeving: de lage prijzen die de boer krijgt voor zijn producten, terwijl de consument wel het volle pond moet betalen in de supermarkt. Ook de regelgeving van de overheid, maakt dat het boerenbestaan als zwaar ervaren wordt. Het zoete is het werken in de natuur, de enorme vrijheid, de grote betrokkenheid bij de grond die ze bewerken. Akkerbouwers zien wat ze gezaaid hebben ook tot volle wasdom komen. Ze streven allemaal naar een kwalitatief goed voedselproduct. Ze zijn daar terecht trots op. Maar vervolgens worden ze zwaar onderbetaald, dat geeft die zure smaak in de mond. De kloof tussen zoet en zuur wordt zo groot, dat het zuur nu gaat overheersen. Ik vrees dat op den duur de meeste akkerbouwers in die kloof zullen vallen. Het aantal boeren dat per jaar stopt is groot. Inkomsten uit niet-agrarische bronnen, zoals betaald werk buitenshuis van de boerin, maakt dat velen nog volharden en doorgaan."

'Ze maakten hen het leven zuur door hen hard te laten werken in de steenbakkerijen op het land' ( Exodus 1,14). Laat dit bijbelvers over de slavenarbeid van het Joodse volk in Egypte zich toepassen op de akkerbouwers van nu?

YH: "Het 'ze' zou ik in de tegenwoordige context in verband brengen met de overheid, de landbouwministers en het landbouwbeleid binnen de EU. Ze maken het leven van de akkerbouwers zuur, niet zozeer door hen hard te laten werken op het land, maar door hen regels op te leggen, die zeker niet in alle gevallen gerechtvaardigd zijn. Akkerbouwers voelen zich onvoldoende gesteund door de overheid. Mensen het leven moeilijk of lastig maken staat haaks op zorgen voor een verantwoordelijk beleid. Deze overheid voelt zich niet medeverantwoordelijk voor de inkomensproblemen van boerengezinnen. Het sociale gezicht van de regering ontbreekt volledig in het landbouwbeleid, zeker wanneer het gaat om de wijkers."

Een ander bijbelvers luidt: 'De vaders hebben zure druiven gegeten en hun kinderen krijgen er stroeve tanden van' (Ezechiël 18, 2). Wie zijn nu de zure druiveneters en wie krijgen er nu stroeve tanden?

YH: "Je raakt hiermee aan de kern van mijn scriptie. Voor akkerbouwers is het van generatie op generatie boeren op hun familiebedrijf zeer wezenlijk. Bedrijven zijn door vorige generaties met bloed, zweet en tranen opgebouwd met als bestemming: het doorgeven van grond en boerderij aan de eigen kinderen. Grond en bedrijf zijn nooit het hoogstpersoonlijke eigendom of bezit, maar maken deel uit van een keten. De kinderen die stroeve tanden krijgen zijn wij, de huidige generatie, waar ik ook mijzelf toe reken. Ze hebben een verantwoordelijkheidsbesef naar de vorige geslachten om het bedrijf in stand te houden. Ze zien echter aankomen dat hun dat niet meer gaat lukken. Er is daardoor niet alleen een schuldgevoel naar de vorige, maar ook naar de volgende generatie."

Wanneer is die verzuring in gang gezet? Wat is er misgegaan?

YH: "Het landbouwbeleid van na de Tweede Wereldoorlog had als motto 'Nooit meer honger.' Dat leidde tot schaalvergroting van bedrijven, voortdurende productieverhoging, zelfs tot overproductie van voedsel. De overheid heeft dit krachtig gestimuleerd. Ook landbouwers en hun organisaties hebben constructief daaraan meegewerkt. Het bracht wederopbouw en welvaart. Maar het landbouwbeleid verkeert nu in zijn tegendeel. In plaats van 'steeds meer' is het motto nu 'steeds minder': afbouwen van landbouw tot uiteindelijk het perspectief van verdwijning van landbouw uit Nederland. Soms lijkt het in de publiciteit dat met name de akkerbouw een geldverslindende, bijna misdadige sector is, die de samenleving benadeelt en dus hard moet worden aangepakt. Bij een dergelijke benadering voelt de akkerbouw zich in de steek gelaten door diezelfde overheid. Daar zit de verzuring."

In de bijbel heeft zuur, met name zuurdesem, ook een positieve betekenis, als gist in het deeg. Leidt de verzuring bij akkerbouwers tot gisting?

YH: "De Nederlandse Akkerbouw Vakbond zie ik als gisting in het agrarische deeg. De NAV ontstond uit verzet tegen de gevestigde land- en tuinbouworganisaties, die helemaal meegingen met het Nederlandse landbouwbeleid. De NAV is een kleine groepering van boeren die kritisch nadenkt en een heel andere visie ontwikkelt op de toekomst van de landbouw. Wat mij aanspreekt - en wat ik eigenlijk wel bijbels vind - is dat de NAV niet alleen denkt aan het belang van Nederlandse boeren. De NAV is ook solidair met kleine boeren in andere continenten. Die solidariteit is kenmerkend, samen met het verzet tegen het dominante model van landbouwpolitiek. Bij deze NAV gist het omdat er sprake is van strijd voor rechtvaardigheid."

Peter Osendarp is arbeidspastor voor agrarische arbeid en plattelandsontwikkeling in het bisdom Breda. Voor meer informatie over de scriptie Grond en zingeving van Yvonne Heestermans: mts.heestermans@hetnet.nl.

Klik hier voor het artikel 'Een spiritualiteit van smaak en smaakmakers'.

omhoog

Naar andere artikelen OndersteBOVEN

home