home

ONDERSTEBOVEN
Tijdschrift van DISK

DE BOER WIKT EN GOD BESCHIKT
Voorzichtigheid

OndersteBOVEN,
20(2006)2
door
Peter Osendarp

Jaap Burgers is akkerbouwer in het westelijk deel van Noord-Brabant. Hij weet als boer maar al te goed wat het is om prudent, met vooruitziende blik te moeten handelen. Hij plaatst zijn eigen handelen evenwel in het grotere verband van Gods voorzienig handelen.

Om te beginnen vraag ik je een en ander over jezelf te vertellen.

"Ik ben in 1934 geboren op de ouderlijke boerderij in Zevenbergsche Hoek. Ik ben nu 71. Na de Tweede Wereldoorlog heb ik de wederopbouw van de landbouw meegemaakt. Dankzij de Marshallhulp kregen wij onze tractor terug, die de Duitsers hadden gevorderd. Na de lagere school en de Mulo heb ik de christelijke landbouw winterschool in Gorinchem gedaan. Zomers was het op de boerderij te druk voor school. Mijn jongste broer en ik namen thuis de boerderij over. We kochten flink wat grond bij van de buurman. De mechanisatie en chemische onkruidbestrijding betekenden een grondige verandering van de akkerbouw.
Dat was in het begin van de jaren zestig. Mijn vrouw en ik zijn toen ook getrouwd. We hebben twee jongens en een dochter gekregen. De jongste heeft samen met zijn vrouw nog niet zo lang geleden de boerderij van mijn broer en mij overgenomen. Onze oudste zoon is vijf jaar terug overleden.
Vanaf de jaren tachtig heb ik het hele proces van schaalvergroting en intensivering van de akkerbouw meegemaakt, maar ook de omslag van nationale bescherming van de landbouw naar liberalisering en globalisering."

In jullie familie is het gezegde God voorziet een grondwaarde. Kun je daarover wat meer zeggen?

"Voor mij heeft dat te maken met de spreuk: de mens wikt en God beschikt. De schepper van de wereld en de mensheid heeft voor alle mensen op aarde voldoende voedselzekerheid geschapen. Maar de mens moet wikken en wegen om dat al dan niet te realiseren. De mens is in de gelegenheid gesteld om afwegingen te maken en beslissingen te nemen over het bewerken en bewaken van de aarde. Daarmee is de mens aansprakelijk en verantwoordelijk om al dan niet te handelen in de lijn van wat God heeft voorzien en beschikt
Er is in principe genoeg voedsel voor iedereen. Dat is toch eigenlijk wel een wonder. Dat het in de praktijk niet zo is, dat het voedsel zo ongelijk verdeeld is, dat is ons menselijk tekort. Maar op zich is de mens wel in staat om de voedseleconomie anders te organiseren, maar de politieke wil is er kennelijk niet. De lelies op het veld en de vogels in de lucht zijn totaal afhankelijk van Gods voorzienigheid, maar wij als mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid om verstandig en rechtvaardig te werk te gaan.
Zelf heb ik eens de voorzienigheid van God ervaren. Dat was toen onze oudste zoon kwam te overlijden. We maakten ons toen veel zorgen over zijn achterblijvende vrouw en kinderen. Onze zoon zei toen, voordat hij naar het ziekenhuis ging, dat de hand van God haar zou helpen. En dat is ook gebeurd door middel van de gemeenschap die haar en de kinderen bijzonder hebben geholpen. De zorgzame hand van God bleek uit de helpende hand van mensen die zich verantwoordelijk toonden."

Kan je nog wat meer zeggen over je geloofstraditie, je betrokkenheid bij de kerk en bij andere maatschappelijke organisaties?

"Van huis hoor ik bij de Hervormde Kerk, nu bij de Protestantse Kerk Nederland. Van jongs af aan ben ik sterk bij de kerk betrokken geweest. Heel lang ben ik kerkvoogd geweest van de kerk in Moerdijk; de laatste tijd heette dat kerkrentmeester. Van jongs af aan heb ik ook veel bestuurlijk werk gedaan in het verenigingsleven. Bijna 30 jaar heb ik in het bestuur van het waterschap gezeten.
Die kerkelijke achtergrond en die bestuurlijke ervaring hebben mij sterk gevormd als het gaat om prudent en rechtvaardig te werk gaan. Ik heb geleerd dat je altijd bereid moet zijn om rekenschap af te leggen, opening van zaken te geven, open kaart te spelen, aan anderen te laten zien hoe je tot een beslissing gekomen bent."

Wat je zegt houdt verband met de deugd van de prudentie of de vooruitziendheid. Deze deugd wordt wel omschreven als datgene wat iemand vaardig maakt om zowel trefzeker als met verstand te handelen in zaken van wisselvallige aard, waarin de omstandigheden veranderlijk zijn en het effect in de toekomst onzeker is. Heeft wat je als akkerbouwer vrijwel dagelijks doet daar ook mee te maken?

"Je hebt als boer te maken met de grilligheden van het weer, maar ook met de wisselvalligheid van politici met hun regelgeving, de onvoorspelbaarheid van de wereldmarkt met vraag en aanbod. Daarin moet je wel een vaardigheid ontwikkelen om met zoveel onzekere factoren toch verstandig te kunnen boeren.
In de dagelijkse praktijk van onze maatschap met mijn broer en mijn zoon overleg je voortdurend om te zien over wat onder de gegeven omstandigheden het beste is. Je moet maatregelen of voorzieningen treffen, je kunt de zaken niet op hun beloop laten. Het doet denken aan de rentmeester die in het evangelie geprezen wordt, omdat hij met overleg te werk ging. Hij had een vooruitziende blik en trof maatregelen en voorzieningen."

Bestaat er ook een verband tussen de deugd van prudentie en wat gezegd wordt over het boerenverstand, de boerenslimheid?

"Met het boerenverstand kun je dikwijl heel ver komen. De geleerdheid van de zogeheten deskundigen staat tegenover boeren met hun praktisch verstand. Prudentie is een deugd van het praktische verstand. Vanuit je lange ervaring weet je wat waarschijnlijk het beste is in bepaalde omstandigheden.
Als akkerbouwer moet je soms slim met de regelgeving omgaan. Bijvoorbeeld als het gaat om gewasbescherming. Wetten worden gemaakt door mensen achter een bureau. Wetgeving over bestrijdingsmiddelen is vaak niet in de praktijk getoetst. Wij noemen dat creatief met de regelgeving omgaan. Zelf vat ik dat op als handelen 'in de geest van de wet'. Maar ambtenaren letten uiteraard meer op 'de letter van de wet'. En dat geeft spanningen of conflicten. Pas als de wetgeving in de praktijk getoetst is ontstaat er jurisprudentie. Dat is de verstandige toepassing van de wet in de praktijk. Als boer sta je vaak tussen ideaal en realiteit. Dan moet je wikken en wegen."

Peter Osendarp is diocesaan medewerker voor leefbaar platteland van het Bisdom Breda

Kardinale deugden

Het themagedeelte van dit nummer van OndersteBoven gaat over de kardinale deugden voorzichtigheid, moed, rechtvaardigheid en gematigdheid. Eerst vertellen vier personen hoe zij in hun leven en werken uitdrukking trachten te geven aan telkens één van deze deugden. Daarna volgt nog een artikel dat de betekenis van kardinale deugden nader verkent.

Klik hier voor het artikel 'Ik vind me helemaal niet moedig'.
Klik hier voor het artikel 'Mensen tot hun recht laten komen'
Klik hier voor het artikel 'Matigheid levert wat op'
Klik hier voor het artikel 'Deugden voor het leven'

omhoog

Naar andere artikelen OndersteBOVEN

home