home

ONDERSTEBOVEN
Tijdschrift van DISK

IK VIND ME HELEMAAL NIET MOEDIG
Moed

OndersteBOVEN,
20(2006)2
door
Irmgard Busch

Arie Oliehoek is theoloog en werkt als kerkelijk opbouwwerker in het dekenaat Delflanden. Hij heeft veel veranderingen, fusies en reorganisaties meegemaakt en begeleid. Behalve zijn deskundigheid als procesbegeleider heeft hij een speurneus voor geschiedenis.

Waar moet je het eerst aan denken als ik vraag: wat is moedig?

"Mijn eerste simpele associatie gaat naar zoiets als 'met gevaar voor eigen leven een hele goede daad verrichten' of 'een zware ziekte en lijden doorstaan', maar ik weet niet of dat als ik erop doordenk standhoudt."

Ken jij moed uit eigen ervaring?

"Ik vind mezelf normaal gesproken - zeg maar in het alledaagse leven - helemaal niet moedig, eerder een angsthaas. Dus ervaringen van moed hebben wat mij betreft dan al gauw betrekking op mensen die ik goed ken, uit mijn leefomgeving, of dierbaren, mijn vrouw bijvoorbeeld. Zo gauw ze iets ziet, waarin ze onrecht ervaart - in de buurt waar we wonen of in het openbaar vervoer -, stapt ze erop af. Ze denkt beslist niet aan haar eigen hachje (terwijl je haar zo omver kan blazen), maar springt meteen in de bres voor degene aan wie dat onrecht aangedaan wordt."

Soms wordt iets moedig genoemd wat volgens mij niets met moed te maken heeft. Ik denk bijvoorbeeld aan roekeloosheid of iets doen en niet gehinderd worden door enige kennis van zaken. Heb je daar ervaring mee?

"Je vraagt verschillende dingen tegelijk. Ik kom wel eens van die overassertieve mensen tegen die de wereld wel heel erg benaderen vanuit hun eigen behoeften en belangen en die zonder enige gêne anderen ter verantwoording roepen als ze het gevoel hebben tekort te worden gedaan. En dat gevoel hebben ze nogal vaak. Dat is een soort moed dat inderdaad niet veel met de deugd moed te maken heeft. Soms is het zelfs het tegenovergestelde en heeft het meer trekken van lafheid.
De andere dingen die je noemt (roekeloosheid, niet gehinderd worden door kennis van zaken) vind ik van een andere orde. Ze hebben wellicht een connotatie met die andere deugd: voorzichtigheid, verstandigheid. Als supervisor heb ik diverse pastores begeleid en dan was dat nogal eens een item. Er zijn pastores die moeite hebben met reflecteren en abstraheren. Een bijverschijnsel kan zijn dat ze zich door de pastorale praktijk overvallen voelen, alles is bij wijze van spreken een appèl om aan de slag te gaan. Dat zou je een vorm van 'beroepsroekeloosheid' kunnen noemen. Maar dat houd je niet lang vol, en dan komen er beschermingsmechanismen in werking als overspannenheid en burn-out."

Jij hebt heel wat processen van verandering begeleid. Lijkt me heel lastig, want enerzijds ben je zelf betrokken bij de verandering, anderzijds moet je vanuit een zekere distantie anderen in dit proces begeleiden. Hoe ga je hiermee om? Is daar soms ook moed voor nodig?

"Ik zei in het begin dat ik mezelf meer een angsthaas voel. Als je moed definieert als geen angst kennen, dan ben ik zeker niet moedig. De praktijk van mijn werk roept vrees of een vorm van angst op als er situaties zijn, waarin ik als procesbegeleider moet benoemen wat er aan de hand is: weerstanden, conflicten, onbegrip. Ik moet mezelf overwinnen om te duiden wat er aan de hand is: van nature ben ik bang voor boze mensen. Maar ik heb langzamerhand geleerd daar mee om te gaan. En dat heeft inderdaad te maken met de paradox van betrokkenheid en distantie. Als je jezelf heel goed inprent dat je 'maar' begeleider bent, ontstaat er een distantie waarin je tegelijkertijd heel betrokken bent. Je wil namelijk dat degenen die je begeleidt er samen goed uitkomen, dat ze er plezier aan beleven, dat ze het genoegen van het succes smaken. En dat prevaleert boven wat ik eventueel zelf vind of denk over het onderwerp. Ik help de groep haar taak te vinden, daaraan te werken, en daarover goed te communiceren. In dat licht overwin ik mijn vrees."

Je druk maken om iets van waarde, morele verontwaardiging is dat moedig? Zeuren, alles maar niks vinden kan een gevolg zijn van gebrek aan moed. Wat vind je van deze stelling?

"Dat ben ik wel met je eens. Morele verontwaardiging heeft betrekking op een edel doel om het zo maar eens te zeggen. Dan valt getoonde verontwaardiging binnen de definitie van moed. Zeuren komt eerder voort uit ongepast zelfmedelijden, gebrek aan sociale betrokkenheid zullen we maar zeggen. Het heeft iets van doen met wat ik eerder overassertiviteit noemde. En dat moeten we maar niet onder de deugden gaan rekenen."

Jij hebt een speurneus voor geschiedenis en je komt soms tot verrassende ontdekkingen. En jij houdt van het fietsen door landen en landschappen. Moet je daarvoor eigenwijs zijn, een vrije geest hebben?

"Mijn liefde voor geschiedenis heeft denk ik met het volgende te maken. Normaal gesproken zeggen wij: 'Dat is geweest, dat is voorbij. Laten we maar kijken wat er nu te doen staat. Wat de toekomst brengt dat zien we wel.' Als het erom gaat het leven op te nemen is dat een goede houding. Ons doen en laten moet zoals de psychologie zegt: 'affectbezet' zijn. We moeten met ons hoofd en hart bezig zijn met de uitdaging van de actualiteit. Anders 'leven' we niet. Daar schuilt moedigheid in.
Maar mensen zijn behept met allerlei gaven en kwaliteiten. En daardoor kunnen we een samenleving vormen waarin ieder het hare of het zijne kan 'halen' en 'brengen'. De kunstenaar, de wetenschapper, de priester, de boer, de arbeider, ieder doet mee om de werkelijkheid te (be)grijpen en te vormen. Persoonlijk ben ik geïnteresseerd niet alleen in wat er nu rondom mij is aan 'samen weten', ik beleef dat ook in de tijd. De generaties voor ons hebben met vragen geworsteld die gelijksoortig zijn. En ze hebben oplossingen gevonden voor problemen waar wij wellicht ook op stuiten. Daar ben ik nieuwsgierig naar, en ik hoop dat ze verhelderend zijn voor waar wij nu mee bezig zijn. Met een zekere stugheid kan ik me daarop richten en daar tijd voor vrij maken.
Als ik vakantie heb, fiets ik inderdaad graag, maar niet in mijn eentje. Ik weet niet of de 'vrije geest' voorafgaat aan zulke ondernemingen. Ik ervaar het ook als andersom: eenmaal op weg, word ik een vrij mens. Er valt wat van me af en dan word ik één met mezelf en met de werkelijkheid. Het is de ervaring van onszelf tegen de achtergrond van de dingen rondom. De meren, de bomen, de beesten, het gras en de bloemen, het zachte suizen van je wielen, en de hemel boven ons. En wij daartussen in."

Wat doet je deugd?

"Ik houd mezelf voor van tijd tot tijd iets te doen wat ik eigenlijk niet durf. En soms slaag ik daarin."

Kardinale deugden

Het themagedeelte van dit nummer van OndersteBoven gaat over de kardinale deugden voorzichtigheid, moed, rechtvaardigheid en gematigdheid. Eerst vertellen vier personen hoe zij in hun leven en werken uitdrukking trachten te geven aan telkens één van deze deugden. Daarna volgt nog een artikel dat de betekenis van kardinale deugden nader verkent.

Klik hier voor het artikel 'De boer wikt en God beschikt'.
Klik hier voor het artikel 'Mensen tot hun recht laten komen'
Klik hier voor het artikel 'Matigheid levert wat op'
Klik hier voor het artikel 'Deugden voor het leven'

omhoog

Naar andere artikelen OndersteBOVEN

home