home

ONDERSTEBOVEN
Tijdschrift van DISK

HOE SOCIAAL IS DIT NOG?
Wordt de pijn van de crisis duurzaam verdeeld?

Klik hier om onderstaand artikel Word-document te downloaden.

Johan Graafland: “Ik vind het onrechtvaardig, dat bepaalde groepen in de financiële sector onaanvaardbaar grote risico’s hebben genomen en dat anderen daar het slachtoffer van worden.”OndersteBOVEN,
26(2012)2

Door Joost Middelhoff

“Op korte termijn kunnen de kerken niet veel aan de crisis doen. Maar ze kunnen wel laten zien dat er een aantal zaken fout gegaan is. Zaken waar ze in het verleden al vaak voor gewaarschuwd hebben.” Een gesprek met theoloog en econoom Johan Graafland over de oorzaken en gevolgen van de financiële crisis en de rol die kerken kunnen vervullen.

Johan Graafland is econoom en theoloog. Vanaf 2000 is hij als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Tilburg (departement Filosofie en sinds 2009 bij Tilburg School of Economics and Management). Hij is gespecialiseerd in filosofie van de economie, economische ethiek, bedrijfsethiek/maatschappelijk verantwoord ondernemen en christelijke visie op economie. Eerder was hij werkzaam voor het Centraal Planbureau. Hij schreef onder meer het boek Het oog van de naald - Over de markt, geluk en solidariteit.

Hebt u de financiële crisis zien aankomen?
“Ik herinner me nog, dat ik in 2005 op een conferentie over het katholiek sociaal denken in Rome was. Daar was ook iemand uit de Verenigde Staten. Hij zei dat het wel eens goed mis zou kunnen gaan met de Amerikaanse huizenmarkt. Toen ik dat hoorde dacht ik: hij zou wel eens gelijk kunnen hebben, ik moet maar een beetje voorzichtig zijn met beleggen in Amerika. Maar ik had het niet voor mogelijk gehouden, dat ons nationaal product door een huizencrisis in de VS met vijf procent zou kunnen dalen. Het heeft me verbaasd hoe ongelooflijk verweven de hele financiële sector is. Wij leven in een wereld waarin alles met elkaar verknoopt is. Als het goed gaat met de financiële sector, dan profiteert daar ook een groot deel van de mensen van. Maar als er ergens in dat geheel een groot probleem ontstaat – in het geval van deze financiële crisis met de Amerikaanse huizenmarkt –, raakt zo’n crisis uiteindelijk alle financiële markten. En dan ondervinden wij daar allemaal de gevolgen van. Die gevolgen zijn het resultaat van een door onszelf gekozen economische orde, die toelaat dat er op het gebied van de marktwerking risico’s genomen worden.”

Worden de gevolgen van de financiële crisis nu niet oneerlijk verdeeld?
“Ik vind het onrechtvaardig, dat bepaalde groepen in de financiële sector onaanvaardbaar grote risico’s hebben genomen en dat anderen daar het slachtoffer van worden. Neem bijvoorbeeld de pensioenfondsen. Zij zijn door een forse koersval en de daling van de rente in de problemen gekomen. De door hen belegde pensioenpremies werden opeens veel minder waard. En uiteindelijk zijn daardoor de pensioenuitkeringen onder druk komen te staan. De schade die de financiële sector veroorzaakt heeft, is in feite op anderen – in dit geval de gepensioneerden – afgewenteld. Zelf hebben investeringsmanagers maar tijdelijk last gehad van de dalende koersen. Even een jaartje geen bonus. Dat is een navrant kenmerk van die bonuscultuur. Je krijgt een forse bonus als de koersen omhoog gaan, maar als het slecht gaat krijg je even niks. Gaan de koersen vervolgens toch weer omhoog, dan krijg je ook weer een bonus. En als de koersen kelderen, dan kunnen ze het beste maar flink naar beneden gaan, want dan kan je daarna weer fikse bonussen opstrijken. Zo werkt het systeem. Het is dus voor dit soort bankiers winstgevend om af en toe een crisis te hebben.”

Zijn die bankiers wel eerlijk geweest? Zij hebben financiële producten verkocht die absoluut niet deugden. Dat wisten ze toch?
“Er zijn zeker voorbeelden te noemen van banken die niet integer gehandeld hebben, die informatie hebben achtergehouden die ze hadden moeten communiceren. Maar over de breedte genomen is dat niet de hoofdoorzaak van de crisis geweest. Dat banken als ING, Aegon en Fortis in de problemen gekomen zijn, heeft vooral te maken met het feit dat ze te veel risico’s namen en te weinig kritisch geweest zijn. Maar volgens mij is er geen sprake van bewuste misleiding geweest.”

Hoe verhoudt de financiële crisis zich tot christelijke waarden?
“Het feit dat de financiële crisis zo heeft kunnen toeslaan, heeft met de maatschappelijke context te maken, waarin christelijke waarden en deugden onder druk staan. Daardoor heeft zich eerst in Amerika, maar wat later ook bij ons een economie kunnen ontwikkelen, waarin het maken van schulden vanzelfsprekend is. Christelijke deugden als matigheid zouden een zekere bescherming hebben kunnen bieden. Maar ze zouden niet hebben voorkomen, dat er onaanvaardbaar grote risico’s genomen worden. In een markteconomie blijven ‘animal spirits’ (het instinctieve en door emotie gestuurde gedrag, red.) aan het werk. Dat vermijd je haast niet. Ik sta er zelf versteld van hoezeer je, als je in aandelen handelt, beïnvloed wordt door de waan van de dag en het gedrag van anderen. Je kijkt naar elkaar en doet wat anderen doen. Je laat je vooral leiden door de kans op winst en hebt weinig oog voor de kans op verlies. Dit zichzelf versterkende mechanisme is inherent aan het kapitalisme. Het heeft de Amerikaanse huizenmarkt uiteindelijk de das om gedaan. Iedereen dacht dat de huizenprijzen alleen maar konden blijven stijgen.”

Wat moet er gebeuren om te voorkomen dat dit in de toekomst weer gebeurt?
“Omdat alles in de wereldeconomie zo ongelooflijk sterk met elkaar samenhangt, kun je je afvragen of het niet beter is grenzen te stellen aan economische sectoren die een grote invloed hebben op de rest. De hoeveelheid geld die momenteel in de financiële sector omgaat, is een veelvoud van de hoeveelheid geld die in de reële economie omgaat. Op het moment dat het in de financiële sector misgaat, heeft dat omdat het om zulke grote bedragen gaat, ook een enorme invloed op de reële economie. De politiek wordt dan op sleeptouw genomen – dat zien we nu in Europa – door een deel van de economie, dat ongrijpbaar is. De bankensector zou bijvoorbeeld zo geordend kunnen worden, dat de publieke belangen afgeschermd worden van de meer speculatieve delen. Als banken dan meer risico nemen, prima, maar dan zijn zijzelf degenen die als het misgaat, ook de kosten dragen. Als dat niet gebeurt, dan ligt de volgende crisis alweer op de loer.
Naast dit soort aanpassingen in de institutionele randvoorwaarden zijn echter tegelijk ook aanpassingen op het niveau van de overheidsinstituties, op het niveau van de instituties die het bedrijfsleven sturen en op het niveau van het individu nodig. Op al deze niveaus zijn zodanige aanpassingen nodig, dat de economie meer in overeenstemming met belangrijke christelijke waarden gaat functioneren.”

Hoe kijkt u aan tegen de bezuinigingsmaatregelen die de politiek nu neemt?
“Er bestaat voor de Nederlandse overheid een zekere noodzaak om nu te bezuinigen. De marktcontext is zodanig dat je daar niet aan ontkomt. We hebben binnen Europa afgesproken, dat het overheidstekort maximaal drie procent mag zijn. Als je dat zelf hebt verdedigd, dan moet je dat ook doen. Doe je dat namelijk niet, dan verlies je het vertrouwen van de financiële markten. Maar ik vind het wel schrijnend om te zien hoe de crisis gebruikt wordt om nu maar eens flink af te bouwen. Zo drastisch dat je denkt: hoe sociaal is dit nog?”

Zijn het niet juist de meest kwetsbare groepen die op dit moment verhoudingsgewijs het hardst door de bezuinigingen worden getroffen?
“Ja, dat vind ik ook heel wrang. Wat je ziet is, dat het beleid er helemaal op gericht is om de banken overeind te houden. Maar er wordt, nu het er zo om spant, wel heel erg consequentialistisch, utilistisch gedacht: wat zijn de economische consequenties van een maatregel? Het deontologisch denken, waarin je principes, rechten en plichten respecteert, wordt losgelaten. Eigenlijk zou het rechtvaardig zijn om belasting bij banken te heffen. De mensen die de schade veroorzaakt hebben, betalen dan mee aan de oplossing. Maar dat kan niet – zo is de redenering –, want de consequentie daarvan zal zijn, dat die banken onderuitgaan en dat we dan met zijn allen nog verder van huis zijn. Vanuit die consequentie geredeneerd is de implicatie, dat we dan maar beter niet al te rechtvaardig kunnen handelen. En al is het onrechtvaardig, wordt er gesneden in zaken die mensen treffen die niet primair de oorzaak van de problemen geweest zijn. En het makkelijkst valt te bezuinigingen op groepen die we economisch gezien niet zo hard nodig hebben, dan heeft dit namelijk op de korte termijn minder negatieve gevolgen voor de economie.”

Kan het ook anders?
Johan Graafland: ”Ik vind het schrijnend om te zien hoe de crisis gebruikt wordt om nu maar eens flink af te bouwen.”“Ik ben het met Coen Teulings (directeur Centraal Planbureau, red.) eens, dat Nederland er goed aan doet om niet al te star voor bezuinigingen te kiezen, want dan blijven bestedingseffecten uit. Niet alleen de binnenlandse bestedingen, maar vooral ook de export – daar is ons land sterk van afhankelijk - moeten op peil blijven. Je loopt anders het risico dat de recessie zich alleen maar verdiept. Beter is het om een aantal elkaar versterkende hervormingen door te voeren, die het herstel van de economische groei mogelijk maken. Verder zou de politiek nu al het commitment kunnen uitspreken, dat ze straks, als de economie en de overheidsfinanciën weer hersteld zijn, de groepen die het meest onder de maatregelen hebben geleden, weer recht zal doen. Ja, je kunt je afvragen: wat is een commitment waard? De politiek is altijd erg op de korte termijn gericht. Je moet dus altijd maar zien wat er uiteindelijk van terechtkomt. Maar het nu al aangaan van zo’n commitment is mijns inziens wel verdedigbaar.”

Welke rol kunnen kerken vervullen als het gaat om de financiële crisis?
“Op korte termijn kunnen de kerken niet veel aan de crisis doen. Maar ze kunnen wel laten zien dat er een aantal zaken fout gegaan is. Zaken waar ze in het verleden al vaak voor gewaarschuwd hebben. Zo kun je laten zien dat bepaalde financiële producten als short selling (het verkopen van effecten die men niet in bezit heeft, red.) en naked selling (het verkopen van aandelen zonder deze ook maar te kunnen leveren, red.) daadwerkelijk destabiliserend gewerkt hebben. Op grond van dergelijke constateringen kun je dan als kerken een zeer klemmend beroep op de politiek doen om restricties te stellen aan producten of vormen van handel die destabilisatie teweegbrengen. Met het oog op de toekomst is het heel belangrijk dat dit soort mechanismen doorbroken worden.
Binnen de landelijke Raad van Kerken zijn we hier nu ook mee bezig. Ik ben daar ook bij betrokken. Er is in zeer algemene bewoordingen een aantal stellingen geformuleerd, waarover we met economen, theologen en filosofen in debat zijn. Hoe kijken zij vanuit hun eigen discipline tegen de stellingen aan? Eén stelling gaat bijvoorbeeld over het belang van het afbouwen van schuldposities, omdat die de economie veel kwetsbaarder maken. Daar was iedereen het over eens. Een andere stelling gaat over het beïnvloeden van het gedrag van mensen. Als je dat wilt doen, dan moet je hen niet alleen aanspreken door financiële prikkels, maar ook op hun eigen verantwoordelijkheid, dus op niet-materiële motieven.”

Maar kerken kunnen toch ook zeggen, dat banken door onvoorzichtig te beleggen, door slechte producten op de markt te brengen verkeerd, bijna onmenselijk gehandeld hebben?
“Dat kan je zeker als bepaalde producten ethisch niet door de beugel kunnen, omdat met het aanbieden ervan mensen misleid of regelrecht gedupeerd zijn. Zelfs als door de handel in deze producten hele gunstige economische effecten verkregen zijn, gaat de waarde van rechtvaardigheid boven de waarde van algemeen nut. Wij willen geen economische orde waarmee we wel rijk worden, maar waarin dat op een onrechtvaardige manier gebeurt. In dat soort gevallen kun je als kerken wel duidelijk spreken. Maar als je gaat zeggen: ‘Dit product zou moeten worden afgeschaft’, dan moet je wel heel goed weten wat de effecten zijn. Daarvoor moet je de markt heel goed kennen. Er zijn dikwijls een heleboel factoren aan te wijzen waardoor de handel in bepaalde producten tot ontsporingen geleid heeft. Achteraf gezien kun je vaak alleen maar zeggen, dat er een constellatie was, waarin een bepaald effect kon optreden. Neem bijvoorbeeld de financiële producten waarbij hypotheken in stukjes werden geknipt en vervolgens werden doorverkocht. Dit had als voordeel dat de risico’s gespreid werden. Dus vanuit een markt- en een algemeen belang viel er wel wat voor te zeggen. Maar juist de combinatie van factoren, dat de risico's niet zichtbaar waren, dat ze ook buiten de balansen gehouden werden, dat het toezicht niet goed functioneerde en dat de internationale verknoping niet duidelijk was, heeft uiteindelijk geleid tot de wereldwijde financiële crisis.”

U bent nogal behoedzaam als het gaat over het spreken van kerken.
Johan Graafland: “Het ligt niet op het bordje van de kerken om heel concreet te worden over het te voeren beleid.”“Mij is vaker verweten dat ik te genuanceerd, niet radicaal genoeg ben. Maar wie ben ik als theoloog om te zeggen wie gelijk heeft. Kerken moeten zeker nadenken over maatschappelijke vraagstukken. Ze moeten ook hun eigen positie in het debat hierover zien te bepalen. Maar ze moeten niet de pretentie hebben dat ze het beter weten dan anderen. Als het om de theologische en ethische kanten van vraagstukken gaat, weten ze het wel beter dan anderen. Maar als het erom gaat hoe de werkelijkheid functioneert, dan moeten ze een zekere behoedzaamheid in acht nemen en gebruikmaken van de kennis die andere disciplines daarover hebben. Doen ze dat niet, dan gaan ze een grens over. Ik heb daar zelf ook mee te maken. Ik ben zowel theoloog als econoom. Als econoom merk ik steeds weer hoe ongelooflijk complex zaken zijn. De kennis die ik over de werking van de economie heb, is maar heel beperkt. Anderen beschikken ook over heel relevante kennis hierover. Ik heb hun kennis nodig om een volledig beeld te krijgen. En als theoloog werk je gewoonlijk in een context, waarin je maar heel weinig te maken hebt met het bedrijfsleven. Aan de ene kant kan dat een voordeel zijn: je kunt zaken van een afstand bekijken, je ziet bepaalde patronen die, als je er middenin zit, niet ziet. Maar aan de andere kant heb je ook wel makkelijk praten. Je bent gewoon van een heleboel feiten en nuances niet op de hoogte. Vandaar dat ik zeg: ‘Schoenmaker blijf bij je leest!’
Het ligt niet op het bordje van de kerken om heel concreet te worden over het te voeren beleid. Je kunt wel meer in zijn algemeenheid zeggen, dat schuldposities afgebouwd moeten worden, maar veel minder hoe dat vertaald moet worden in concreet beleid, bijvoorbeeld hoe de hypotheekrenteaftrek te verminderen. Daar komt nog bij, dat je als theoloog te maken hebt met heel verschillende Bijbelteksten. Christelijke waarden zijn er niet rechtstreeks aan te ontlenen. Ze bieden eerder een spectrum van waarden die richting geven, maar elkaar ook in balans houden. Met elkaar kunnen ze als piketpaaltjes functioneren.”

Joost Middelhoff is freelance journalist.

omhoog

Naar andere artikelen OndersteBOVEN

home