home

SIGNALEMENTEN
VAN ARBEIDSPASTORAAT DISK

STRIJD OM SOLIDARITEIT TEGEN UITSLUITING
Uit het jaarverslag 1995

Elk jaarverslag van de Stichting landelijk bureau DISK opent met een beschouwing, waarin we beeldend en bezinnend omschrijven wat we ontmoeten en hoe we er mee omgaan. Het essay vertolkt een inhoudelijk signalement van het bestuur over actuele ontwikkelingen rond arbeid, zorg en inkomen in dat jaar.

Lange termijnontwikkelingen
Arbeid en inkomen veranderen van gezicht
Een rijdende trein ombouwen
Strijd tussen waarden
Meer vragen dan oplossingen

Het werk van het landelijk bureau DISK vindt plaats in directe relatie tot ontwikkelingen in de wereld van de arbeid. De arbeidspastores, die in verschillende plaatselijke en regionale werkeenheden werken, vangen signalen op uit die wereld. Zij zijn betrokken bij werknemers en werkgevers zowel in bedrijven als in zorginstellingen. Zij hebben contacten met mensen die in de land- en tuinbouw hun brood verdienen. Zij ondersteunen waar nodig groepen uitkeringsgerechtigden en zijn betrokken bij mensen die onbetaald zorg- en opvoedingsarbeid en vrijwilligerswerk doen. Zij brengen deze ervaringen in binnen de praktijk van de geloofsgemeenschap.

Deze betrokkenheid bij de vele soorten arbeid maakt duidelijk dat in het DISK netwerk wordt uitgegaan van een arbeidsbegrip, dat breder is dan loonarbeid alleen en een evenwicht zoekt tussen loonarbeid en andere vormen, zoals zorg- en opvoedingsarbeid, huishoudelijk werk, vrijwilligerswerk, of arbeid gericht op communicatie en zingeving. De ervaringen die arbeidspastores daarbij opdoen en de vragen waar zij mee geconfronteerd worden, vormen een belangrijke bron voor het werk van het landelijke bureau DISK.

omhoog

Lange termijnontwikkelingen

Zijn de ontwikkelingen in de wereld van de beroepsarbeid in één of twee woorden samen te vatten? Dat lijkt er niet op. De meeste veranderingen hebben jaren geleden al ingezet. Sommige zijn recent.

De wereld van de beroepsarbeid is sterk veranderd na de crisis eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. De Westerse landen hebben beleidskeuzes gemaakt: ze zijn gaan omwisselen van kapitaalarme en arbeidsintensieve industrieën naar kapitaalrijke en arbeidsarme ondernemingen. Macro-economisch hebben globalisering van de economie (verplaatsing van werk naar lage-lonenlanden), telematica (telecommunicatie en informatica) en technologische vernieuwing hun werk gedaan: veel banen zijn verdwenen. In 1972, in 1982 en in 1992 is het arbeidsvolume ongeveer even groot: 4.400.000. In deze 20 jaar stijgt het aantal werkenden van 4,2 naar 5,2 miljoen mensen. De belangrijkste bijdrage hieraan leveren vrouwen, die zich via vooral deeltijdbanen melden op de arbeidsmarkt: in 1993 werkt 47,0% van de vrouwen en 75,5% van de mannen.

Uit deze cijfers volgen twee conclusies.

1. De feitelijke hoeveelheid arbeidsvolume is per decade even groot gebleven. Tussentijds is er bij economische groei veel tijdelijk en flexibel deeltijdwerk bijgekomen en bij neergang weer verdwenen. Het feitelijk aanwezige betaalde werk is over meer mensen verdeeld, o.a. via deeltijdwerk, dat vooral door vrouwen gedaan wordt.

2. Na iedere crisis aan het begin van een decade is het volume van de structurele werkloosheid groter. Veel mensen krijgen daardoor een 'basisinkomen' via de sociale zekerheid: 'blijvers in de bijstand', maar mogen niet bijverdienen, ondernemen of anderszins economisch actief zijn (uitsluiting in de armoedeval).

omhoog

Arbeid en inkomen veranderen van gezicht

Feitelijk zijn in de afgelopen tien jaar de verhoudingen tussen arbeid en inkomen geleidelijk veranderd. Vergeleken met begin jaren tachtig blijkt, dat deeltijdarbeid, vijf-ploegendienst, verlenging van bedrijfstijd, flexibele pensionering en tijdelijke vrijafregelingen ingevoerd zijn, terwijl de norm voor de voltijdsweek is teruggebracht van 40 naar 38 uur: arbeidsduurverkorting. De CAO's van 1995 onderhandelen over 36 uur. Er is veel flexibel werk ontstaan: oproepcontracten, uitzendwerk, inhuurwerk, lease-werk, tijdelijk werk, enzovoorts. In Nederland is een markt gegroeid van thuiswerk, waarvan een deel zwart of illegaal is. Er wordt gesproken over een 24-uurs economie met loslating van de zondagsrust.

Het loongebouw is volledig intact gebleven en tussen hoogste en laagste lonen is een groot verschil gegroeid (denivellering). De produktiviteit stijgt elk jaar. De inkomens raken ongelijker verdeeld. Vijf procent van de huishoudens bezit in 1991 50% van alle vermogens en beschikt over 13,3% van alle besteedbare inkomen. De werkende middengroepen gaan erop vooruit, vooral door het verschijnsel van tweeverdieners. Voor de laagste inkomens en de uitkeringen daalt de koopkracht.

Het recht op arbeid en de plicht tot arbeid is voor jongere generaties verankerd in de '1990-Maatregel'. Arbeid en inkomen blijven sterk gekoppeld, ook in de sociale zekerheid. De ruimte voor experimenten inzake het verrichten van allerlei vormen van arbeid in georganiseerd verband met behoud van uitkering is sterk vergroot (banenpools, JWG-Plan, Melkertbanen, maatschappelijk nuttige taken doen met behoud van uitkering, enz). De muur rond de armoedeval is hoger geworden (geen bijverdiensten meer mogelijk, grotere controles op inkomens- en partnertoetsen, maatschappelijk negatiever beeld).

De uitkeringen zijn over de hele linie verlaagd en sterk achtergebleven ten aanzien van de gemiddelde loonontwikkeling (ontkoppeling). De trajecten ('glijbanen' volgens de betrokkenen) in de uitkeringen naar de hoogte van de bijstandswet (vangnet, volgens sommigen 'hangmat') zijn versneld. Ruim 2 miljoen mensen doen een beroep op sociale zekerheid. Ruim 2 miljoen op ouderdomsuitkeringen. De Raad van Kerken en DISK signaleren sinds 1987 de groei van zowel massale armoede als sterke verrijking.

omhoog

Een rijdende trein ombouwen

De crisis in de jaren negentig lijkt aan het begin van het jaar 1995 tot een einde te zijn gekomen. Voor het eerst in vijf jaar komen er banen bij. De oplevende economische groei daalt in het laatste kwartaal alweer, maar zorgt voor een lichte daling in de werkloosheid: van 460.000 naar 450.000 personen. Jongeren vinden meer flex-werk. De consument houdt de hand op de knip. De lonen stijgen gemiddeld 2%, de uitkeringen met 1%. De bedrijfswinsten stijgen met meer dan 10% en de investeringen met 5%. In 1995 hebben meer dan 6.000 ontruimingen door huurschulden plaatsgevonden. Het aantal faillissementen vermindert, maar op het einde van het jaar wankelt het paradepaard van de nieuwe Nederlandse bedrijvigheid (die kennisrijk, kapitaalintensief en technologisch vernieuwend dient te zijn) Fokker op zijn voetstuk.

De maanden juli en augustus bieden een echte hittegolf. Buiten de boeren en ouderen hebben velen er intens van genoten, mede omdat het vakantietijd is. Voor niets de Middellandse zon rond eigen tuin en balkon: wat een weelde en luxe. In zo'n sfeer wordt zelfs een bar sociaal-economische klimaat mild en verdraagbaar. Mede omdat door de warmte het verstand op soezen gaat staan.

Na het zonnen komen de herfstbuien. September biedt een heel snelle overgang. Betaald werkend Nederland schiet zonder pauze en met versneld schakelen in hyperdrive naar ver boven de toegestane limieten. Wie niet volgen kan, heeft pech gehad, nu een beetje en later nog meer. Jammer, had je maar beter je best moeten doen. Die liberale, de eigen vermogens van de talent- en succesvolle burger ophemelende geluiden zoemen steeds meer rond. Degenen, die opkomen voor de achterhoede, worden wat meewarig in een hokje gezet. De boodschap 'wat doen we met de achterhoede?' wordt omgedraaid met 'zeg boodschapper, waarom luistert niemand naar je berichten? Is je pr-strategie nog up-to-date?'.

Terwijl in de media in het najaar de aandacht voor armgemaakten toeneemt, wordt er in de politiek steeds meer bekeken hoe de sociale rechtsstaat kan worden 'herijkt', wat vaak staat voor decentralisering en privatisering. In het jaar 1995 is de Algemene Bijstandswet drastisch van gedaante veranderd. Het is het jaar waarin de Weduwen- en Wezenwet vervangen wordt door de Algemene Nabestaandenwet. Het is het jaar waarin de Ziektewet geprivatiseerd is, ondanks grote vraagtekens hierover, ook bij politici. En 1996 is het jaar, dat de Verenigde Naties, na een Sociale Top en een Vrouwenconferentie uitgeroepen hebben tot 'Jaar van de uitbanning van armoede'. De Wet Voorzieningen Gehandicapten wordt bijvoorbeeld al enige tijd uitgevoerd door gemeenten en in het bijstandsbeleid krijgen gemeenten ook steeds meer vrijheid. De gemeenten kunnen voor een groot deel doen wat ze goeddunkt bij het uitvoeren van deze wetten. De politieke opschudding over Ziektewet en WAO laten zien dat ook de privatiseringstrein doordendert.

Op Prinsjesdag roept de koningin op om "gezamenlijk de sociale uitsluiting en stille armoede in onze samenleving eensgezind en met kracht aan te pakken". De met spanning tegemoet geziene armoedenota 'De andere kant van Nederland' van het kabinet betekent een politieke erkenning van het bestaan van armoede. Maar een analyse van structurele oorzaken ontbreekt. Volgens het kabinet is armoede vooral te wijten aan individueel menselijk gedrag en dus biedt de armoedenota een pover en onvoldoende beleid.

omhoog

Strijd tussen waarden

De strijd om de toekomst van de sociale rechtsstaat bepaalt het huidige tijdsbeeld. Er zijn twee trends waar te nemen, die als volgt te omschrijven zijn.

Na de Tweede Wereldoorlog is gekozen voor de opbouw van een solidariteitssamenleving, waarin de participatie en het delen in gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt vormgegeven.

Eind jaren tachtig en begin jaren negentig verschijnt de optie voor de opbouw van een risicosamenleving, waarin het risico individueel verzekerd kan worden of tegen lage kosten afgewenteld op de staat.

De strijd om de sociale rechtsstaat lijkt zich toe te spitsen op de woorden 'solidariteit/participatie' en 'calculeren/uitsluiten'. In die strijd hebben velen hun stem laten horen: politici, ambtenaren, wetenschappers en opiniemakers. Ook uitkeringsgerechtigden en kerken, vaak bij monde van de Raad van Kerken in Nederland. De kerken zijn er zich van bewust in meerdere rollen verwikkeld te zijn. Ze zijn gesprekspartner én tegenspeler, afzender én geadresseerde, medeverantwoordelijke én actievoerder.

Binnen de aangegeven strijd kiezen de Raad van Kerken en het arbeidspastoraat DISK bewust voor het eerste model, dat van solidariteit en participatie. Herman Bode, vakbondsman en oud-voorzitter van DISK noemde op de manifestatie 'Nederland tegen verarming' van 19 mei 1990 "solidariteit het cement van onze samenleving".

omhoog

Meer vragen dan oplossingen

De strijd om banen, inkomen, solidariteit en op de achtergrond vrede, samenhang in de samenleving, toekomst voor iedereen, kortom gerechtigheid, gaat als vanouds door. De contouren worden grimmiger. Hoe zal de samenleving er na het magische jaar 2000 uit zien? Moeten we het hebben van banen en arbeidsethos of kunnen mensen ook anders, via een of andere vorm van gegarandeerd inkomen, aan de samenleving en andere vormen van arbeid dan loonarbeid meedoen? Hoe ziet zo'n participatief ethos eruit? Draagt werkgelegenheid bij aan bestrijding van armoede? Kan de uitsluiting van een deel van de mensen uit de economie en de samenleving gestopt worden? Kan de politiek economie aan de ene kant en mensen aan de andere nog sturen? Hoe maakbaar is de samenleving? Hebben kerken daarin een rol?

Het arbeidspastoraat heeft die vragen dit jaar uitgebreid op de agenda staan. In het plaatselijk werk en in het landelijk netwerk. Vanuit de geslaagde landdag van 1994 is de Nederlandse inbreng van kerkelijke organisaties voor de VN Sociale Top van Kopenhagen opgesteld. Op 18 maart wisselen tijdens de voorjaarsconferentie de aanwezigen praktijkberichten uit rond arbeid. Vijftig jaar na het einde van Wereldoorlog Twee onderzoekt DISK tijdens de zondag van de arbeid van 30 april de betekenis van vrijheid in de sociaal-economische werkelijkheid van vandaag. Op 10 november gaat de Landdag over de ontwikkeling van een participatieve ethiek. In DISK Cahier 19 komt de vraag naar solidariteit aan de orde. De voorbereiding voor de zondag van de arbeid op 5 mei 1996 draait rond de vraag 'Een vaste baan ...hoe lang nog of nooit weer?'. De discussies in de campagne 'Armoede is onrecht' gaan uit van de samenhang tussen 'deelnemen en meedelen'. In de campagne 'Economie: een zaak van geloven' komen de vragen over de economische ordeningen aan bod.

Op vele manieren komt de aangegeven inhoudelijke agenda terug. De onderdelen vormen bouwsteentjes in het werk van het landelijk bureau en van het plaatselijk arbeidspastoraat met de vele groepen. Samen dragen ze bij aan het ontstaan van een bouwwerk, waarin vele mannen en vrouwen willen en kunnen wonen.

omhoog

Naar andere signalementen

home