home

SIGNALEMENTEN
VAN ARBEIDSPASTORAAT DISK

VAN VERSCHRAALDE NAAR VOLWAARDIGE PARTICIPATIE
Uit het jaarverslag 1996

Elk jaarverslag van de Stichting landelijk bureau DISK opent met een beschouwing, waarin we beeldend en bezinnend omschrijven wat we ontmoeten en hoe we er mee omgaan. Het essay vertolkt een inhoudelijk signalement van het bestuur over actuele ontwikkelingen rond arbeid, zorg en inkomen in dat jaar.

Twee visies op maatschappelijke participatie
Verschraalde participatie
Een verschraald arbeidsbegrip
Verschraalde uitkeringen
Verschraalde tijd
Economie: dienst aan het leven

Tijdens de gymles stelt de leraar voor volleybal te gaan spelen. Twee uitblinkers mogen een team samenstellen. Zij kiezen hun beste vriendjes uit. De overgebleven klasgenoten mogen op de bank plaatsnemen. Het spel begint. Hoe vaker de bal over het net gaat des te enthousiaster worden de spelers. Maar de niet gekozen leerlingen beginnen zich te vervelen en voelen zich niet bij het spel betrokken. De leraar heeft een probleem.

Twee visies op maatschappelijke participatie

In het DISK netwerk zijn veel discussies in 1996 gegaan over dit probleem van de participatie, de deelname van individuele mensen aan het 'spel' dat samenleven wordt genoemd. Maatschappelijke participatie is op zich een complex verschijnsel, waarin allerlei culturele, sociale, economische en politieke aspecten een rol spelen. In het arbeidspastoraat kiezen we voor één specifieke invalshoek, namelijk de vraag: welke betekenis heeft arbeid, in de breedste zin van het woord, voor participatie? (zie o.a. Herman Noordegraaf en Hielke Wolters (red.), Arbeid op de drempel van een nieuwe tijd?, Kok, Kampen, 1997).

De discussie over het verband tussen betaalde arbeid en participatie heeft sinds de publicatie van het rapport Een werkend perspectief van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (1990) veel aandacht gekregen in het publieke debat. De verschillende regeringen hebben het pleidooi van de Raad voor meer betaalde banen in grote lijnen overgenomen. Meer mensen zullen een betaalde baan moeten hebben. Dat is goed voor henzelf en dat is nodig om op termijn de sociale zekerheid overeind te kunnen houden. In het recente rapport Tweedeling in perspectief (1996) trekt de WRR deze lijn door.

Het arbeidspastoraat heeft altijd een dubbele houding gehad tegenover dit pleidooi. Het belang van maatschappelijke participatie, en de (economische) betekenis van betaalde arbeid daarin, zal niemand ontkennen. Maatschappelijke participatie is immers een belangrijk begrip in de oecumenische sociale ethiek. Tijdens en na de Assemblée van de Wereldraad van Kerken in Nairoby (1975) werd aangedrongen op nadere uitwerking van de betekenis van een 'just, participatory and sustainable society' (een rechtvaarige en houdbare samenleving waaraan allen kunnen deelnemen). Vooral vanuit de armere landen en kerken liet men zien hoevelen er uitgesloten zijn van de deelname aan rijkdom, handel, politieke en kerkelijke besluitvorming. Men voelde dat er zonder hen over hen werd beslist. De kerngedachte in het begrip 'participatie' is daarom dat mensen op een volwaardige manier kunnen beslissen over hun eigen ontwikkeling. Oftewel, mensen behoren 'subject te zijn van hun eigen geschiedenis'.

Participatie is een fundamenteel recht dat gebaseerd is op het bijbelse begrip gerechtigheid: een mens behoort overeenkomstig het beeld van de scheppende en zorgende God tot zijn of haar recht te komen. Tegelijkertijd heeft participatie ook een element van plicht en verantwoordelijkheid in zich: elk mens zet zich naar vermogen in voor de gemeenschap en de natuur.

omhoog

Verschraalde participatie

Vanuit deze visie kan het arbeidspastoraat van harte een pleidooi ondersteunen dat ook in Nederland vrouwen en mannen volop moeten kunnen participeren aan de culturele, sociale, economische en politieke processen. Het probleem is echter dat we in het huidige debat te maken hebben met een verschraald begrip van participatie. Die verschraling is op tenminste drie terreinen merkbaar:

  • een verschraald arbeidsbegrip: met arbeid wordt in het algemeen alleen gedoeld op betaalde arbeid
  • verschraalde inkomens: veel uitkeringen verschralen tot op of onder de armoedegrens zoals die in Nederland geldt
  • verschraalde tijd: in een 24-uurs economie bepaalt de betaalde arbeidstijd steeds meer het karakter en de invulling van de overige tijd.

Het arbeidspastoraat en het landelijk bureau DISK hebben, vaak in samenwerking met anderen, in het afgelopen jaar rondom deze drie vormen van verschraling bezinning en studie verricht.

omhoog

Een verschraald arbeidsbegrip

Hoe belangrijk betaalde arbeid ook is voor onze individuele en maatschappelijke welvaart, hij leidt nooit tot volwaardige maatschappelijke participatie. De reden is dat het bestaan afhankelijk is van vele vormen van arbeid. Mens en maatschappij kunnen evenmin zonder onbetaalde zorgarbeid, vrijwilligerswerk, culturele, artistieke en religieuze arbeid als betaalde arbeid. Deze brede definiëring van arbeid wordt weliswaar door velen onderstreept. In de praktijk van de economische en politieke beleidsvorming blijkt deze brede visie echter vaak snel te verschralen tot een discussie over de noodzakelijk groei van het aantal betaalde banen (zie o.a. Hub Crijns, 'Opstand in de banen-machinerie', in Gérard Tillo en Leni Jansen (red.), Bloemen voor de macht, Kok, Kampen, 1996).

Er zijn ten minste vier redenen waarom die verschraling ten koste gaat van volwaardige participatie:

  • De eenzijige nadruk op betaalde arbeid betekent in de praktijk nog steeds een ongelijke verdeling van de onbetaalde zorgarbeid tussen mannen en vrouwen. Dit betekent dat zowel mannen als vrouwen worden gehinderd om volwaardig te participeren in het gezinsleven en in de samenleving.
  • De onderwaardering van zowel betaalde als onbetaalde zorgarbeid heeft ook gevolgen voor de financiering ervan. De gezondheidszorg, in het bijzonder de thuiszorg, heeft daarvan ook in 1996, de effecten ondervonden.
  • De kwaliteit van betaalde arbeid wordt uitgehold wanneer het motief van de zorg achterblijft. Dit is niet alleen in de betaalde zorgarbeid het geval. Ook in industriële bedrijven en in de land- en tuinbouw is het uitgangspunt van zorg voor mens en natuur wezenlijk.
  • De werkdruk - niet alleen door te veel werk, maar ook vanwege de onzekerheid over de toekomst, beschikbaarheidseisen, te veel flexibilisering, enz. - in de betaalde arbeid neemt in sommige situaties zodanige vormen aan dat sommige mensen nauwelijks meer toekomen aan andere maatschappelijke taken. De ervaring die mensen hiermee hebben, komt uitgebreid aan de orde in het materiaal voor de zondag van de arbeid 1996, Een vaste baan. Hoelang nog... of nooit meer?

De morele betekenis van zorg voor de plaats en inhoud van arbeid vormde ook het thema van de DISK landdag van 1996 en het materiaal voor de zondag van de arbeid en de biddag voor gewas en arbeid voor 1997.

omhoog

Verschraalde uitkeringen

Het stelsel van sociale zekerheid is in Nederland sterk afhankelijk van het arbeidsbestel. Er is onder beleidsmakers de afgelopen jaren een algemene indruk ontstaan dat de huidige inrichting van het stelsel van sociale zekerheid eerder een belemmering dan een stimulans vormt om opnieuw een betaalde baan op te pakken. In sommige situaties is het inderdaad niet aantrekkelijk om de zekerheid van een uitkering in te leveren voor de onzekerheid van een tijdelijke baan. In sommige gevallen is dat zelfs financieel ongunstig. Toch geeft een algemene uitspraak in deze richting blijk van een geringe kennis van de feitelijke ervaringen van uitkeringsgerechtigden. Velen zouden graag een betaalde baan hebben, maar krijgen ondanks herhaaldelijk solliciteren, daartoe geen kans. De feitelijke situatie is dat een grote groep uitkeringsgerechtigden geen uitzicht meer heeft op betaald werk.

De maatschappij draagt de verantwoordelijkheid dat mensen die geen baan kunnen krijgen toch op een volwaardige wijze kunnen participeren in onze samenleving. Velen doen dat ook via vrijwilligerswerk en onbetaalde zorgarbeid. Een belangrijke groep van hen raakt echter ongewild in een maatschappelijk isolement, omdat hun uitkering door jarenlange bezuinigingen ver is achtergebleven bij de gemiddelde loonontwikkeling, terwijl de kosten zijn gestegen. De armoede in Nederland heeft in 1996 de politieke agenda gehaald. Van een structurele armoedebestrijding is echter nog nauwelijks sprake.

De tragiek van deze situatie is dat de lasten niet gelijk worden verdeeld over de verschillende bevolkingsgroepen. Ouderen met een klein pensioen, alleenstaande ouders, langdurig baanlozen, met name allochtonen worden structureel het hardste getroffen door achterblijvende uitkeringen. Met name als in een huishouden diverse aspecten van armoede zich opstapelen. Er gaat zich een verschijnsel van armoede van generatie op generatie voor doen. Het zal duidelijk zijn dat deze vormen van maatschappelijke uitsluiting haaks staan op het ideaal van volwaardige participatie.

Vanuit de katholieke sociale ethiek is het dubbelrecht op arbeid en op inkomen een belangrijk uitgangspunt. Daarachter verschijnt de bijbelse visie op de unieke waardigheid van elke mens als 'beeld van God' en als lid van de 'mensenfamilie'. In de encycliek Centesimus Annus (1991) is dit nog eens nadrukkelijk verwoord door paus Joh. Paulus II. Wanneer mensen geen kansen hebben om via een baan in hun eigen levensonderhoud te voorzien, blijft het recht op een uitkering van voldoende niveau overeind staan. Het is dan ook geen wonder dat met name vanuit kerken veel aandacht is gevraagd voor de situatie van uitkeringsgerechtigden. Het landelijk bureau DISK was via de werkgroepen 'De arme kant van Nederland' en 'Economie, Vrouwen en Armoede' (EVA) betrokken bij de grote manifestatie 'Deelnemen en meedelen' op 1 juni in Den Haag. Vanuit de kerken werd via het publieke optreden van mgr Muskens en een brief van de Moderamina van de Generale Synodes van de Samen-op-Weg kerken aan de Regering de zorg over de gegroeide armoedesituatie uitgesproken. Tevens werd de tendens van toenemende verrijking gesignaleerd als 'een teken aan de wand'.

omhoog

Verschraalde tijd

Een derde vorm van verschraalde participatie komt tot uitdrukking in de discussies over de zogenaamde 24-uurseconomie. Hiermee wordt in het algemeen bedoeld dat ter wille van de efficiëntie de standaard werkdag van 8 tot 5 uur plaats moet maken voor flexibele werktijden. Ten dele is deze discussie niet nieuw. Al sinds de industriële revolutie werken mensen in ploegendienst. Tot nu toe ging het echter om uitzonderingen, wanneer dat om technische of maatschappelijke redenen was vereist. Nieuw in deze ontwikkeling is de tendens dat flexibele werktijden normaal worden. Met name de nieuwe wetgeving rondom winkelsluitingstijden heeft een impuls aan het maatschappelijk debat gegeven.

Vanuit het arbeidspastoraat wordt niet elke vorm van flexibele werktijden verworpen. Wel vragen we ons af welke betekenis een 24-uurseconomie heeft voor de maatschappelijke participatie.

  • Wat betekent de nieuwe wetgeving rondom winkelsluitingstijden voor kleine ondernemers, die geen personeel kunnen betalen voor de avonduren en de zondag? Deze groep mannen en vrouwen, die vaak toch al veel uren moeten maken, zal nog meer tijd in hun bedrijf moeten steken.
  • Welke effecten zal verdere flexibilisering van arbeidstijden hebben voor mensen die hun verantwoordelijkheid voor een betaalde baan moeten combineren met zorgtaken? Zal er vanuit de werksituatie voldoende begrip zijn voor deze dubbele verantwoordelijkheid?
  • Welke effecten zal verdere flexibilisering hebben op de samenhang van kleinere (bijv. gezin, familie, vriendenkring) en grotere samenlevingsverbanden? De betekenis van het weekend, als tijd van ontmoeting en bezinning, vraagt opnieuw aandacht.

In het algemeen kan worden gezegd dat verdere flexibilisering van arbeidstijden inhoudt dat de tijd van productie (betaalde arbeid) de tijd van zorg, genieten, rust, verwondering en eerbied gaat overschaduwen. Daardoor komt de kwaliteit en de verscheidenheid van maatschappelijke participatie onder druk te staan. Het is daarom ook geen wonder dat in verschillende kerken, parochies en gemeenten, een intensieve discussie over de 24-uurseconomie is ontstaan. Opnieuw wordt gezocht naar de maatschappelijke betekenis van de sabbat. Vanuit het landelijk bureau wordt hieraan meegedaan, deels via het netwerk arbeidspastores, deels via publicaties (zie o.a. Esther van der Panne, Ik ren dus ik ben. Tijd, arbeid en relaties in een 24-uurseconomie, Boekencentrum, Zoetermeer, 1996.)

omhoog

Economie: dienst aan het leven

Deze drie terreinen waarop een verschraling van de maatschappelijke participatie zich voordoet, staan niet los van elkaar. De gemeenschappelijke context wordt gevormd door een economisch bestel waarin waarden als groei, concurrentiekracht, efficiëntie, besparing van arbeidskosten belangrijk zijn. In het kader van de campagne 'Economie: een zaak van geloven' is er veel nagedacht over de betekenis van deze eenzijdige waardenoriëntatie. De schrijvers van de Open Brief Dienst aan het leven voeren een pleidooi tegen de vereconomisering van de samenleving door ook andere waarden mee te wegen in economische keuzes. Gerechtigheid, verantwoordelijkheid, solidariteit en zorg nodigen uit tot het formuleren van beleidsrichtingen waarin een verschraalde participatie kan veranderen in volwaardige deelname aan het maatschappelijk leven. En daar gaat het uiteindelijk om in het werk van het arbeidspastoraat en het landelijk bureau DISK.

omhoog

Naar andere signalementen

home