home

SIGNALEMENTEN
VAN ARBEIDSPASTORAAT DISK

COALITIES IN DE NETWERKSAMENLEVING
Uit het jaarverslag 2000

Elk jaarverslag van de Stichting landelijk bureau DISK opent met een beschouwing, waarin we beeldend en bezinnend omschrijven wat we ontmoeten en hoe we er mee omgaan. Het essay vertolkt een inhoudelijk signalement van het bestuur over actuele ontwikkelingen rond arbeid, zorg en inkomen in dat jaar.

Millenniumwisseling
Het decor van de wereld om ons heen
De Nederlandse samenleving verandert mee
Ook kerken veranderen
Arbeidspastoraat verandert mee
Onbalans van economische deelsystemen
Agenda van verlangen
Coalities in de netwerksamenleving

Millenniumwisseling

Het jaar 2000 is het jaar van de millenniumwisseling. Moderne profeten waarschuwen dat er in dit tijdperk van informatie-technologie van alles mis kan gaan, vooral met computers. Oudere profeten hebben gemeld dat mensen aan het einde van een millennium uit hun dak kunnen gaan, omdat de wereld kan vergaan. Wij vragen ons af of we vanwege de erosie van de werkvloer van het arbeidspastoraat het einde van onze werksoort moeten profeteren.

In het jaar 2000 is de wereld blijven bestaan, evenals de kerken. Het arbeidspastoraat gaat voort en is tegelijk in verandering. Wat is óns verhaal in 2000?

omhoog

Het decor van de wereld om ons heen

Een Nederlands kerkelijk leider, de bisschop van Rotterdam Van Luyn geeft in zijn recent verschenen boek 'Solidair en sober' een kort portret van de wereld om ons heen.

"Aan het einde van de negentiende eeuw zette zich in Europa een eerste modernisering door, die heel de maatschappij van aangezicht deed veranderen: technische revolutie en industrialisering, een zich ontwikkelende wereldmarkt en de moderne rationalisering. Het is duidelijk dat met deze ontwikkelingen ook het toenmalige, vooral religieuze levensgevoel van de mensen op drift geraakte. De Moderne Tijd werd ervaren als visioen én bedreiging. Vooruitgangsoptimisme en angst voor verval gingen hand in hand. De socioloog Max Weber sprak van een diepgaand proces van 'onttovering' van de wereld: de in de religie gefundeerde gezamenlijke zingeving en ethiek werden vernietigd door de moderne civilisatie. In deze tijd ontstaat ook het moderne katholieke sociale denken. Op 15 mei 1891 publiceerde paus Leo XIII de encycliek 'Rerum novarum'.

Omstreeks het jaar 2000 is er sprake van een tweede modernisering. De socioloog Manuel Castells spreekt in zijn driedelig werk 'The Information Age' over de opkomst van de netwerksamenleving. Ten gevolge van de nieuwe informatietechnologie, de economische crisis van de jaren tachtig/negentig en de opkomst van nieuwe sociale bewegingen vindt er een omwenteling plaats met ongekende gevolgen op economisch, politiek en cultureel gebied" (pag. 112).

Deze tweede modernisering aan het einde van de twintigste eeuw heeft grote gevolgen op cultureel, sociaal-ethisch en levensbeschouwelijk niveau. De 'onttovering van de wereld' waarover Weber sprak, bereikt nu pas haar volle wasdom. Het grote verhaal van de vrije markteconomie overstemt andere verhalen. De netwerken van de spelers op de wereldmarkt behalen voorsprong op de netwerken van de sociale bewegingen en hun op levensbeschouwing en collectieve ethiek gebaseerde verhalen. Mensen moeten toegang zien te krijgen tot allerlei netwerken om in hun behoeften te kunnen voorzien. Computerkennis en bezit van apparatuur is daartoe steeds meer een voorwaarde. Samenlevingen worden multicultureel, en godsdiensten hebben minder maatschappelijk draagvlak. De economische succesverhalen verdringen de verhalen van mensen, die lijden aan armoede, honger en ander onrecht; verhalen die de kwetsbaarheid van mensen tonen.

In diezelfde wereld is een constant zoeken zichtbaar naar zingeving en gedeelde hoop, een tasten naar spirituele bronnen en doorleefd geloof, een vragen naar solidariteit en liefde metterdaad. Ook in deze menselijke activiteiten worden netwerken zichtbaar van mensen, die op allerlei manieren deze behoeften van antwoorden proberen te voorzien. Tijdens deze zoektochten komen mensen vaak buiten kerken en andere bestaande levensovertuigingen terecht.

omhoog

De Nederlandse samenleving verandert mee

Onze Nederlandse samenleving verandert in de laatste tien jaar in snel tempo. De globalisering van de economie en de technologische vernieuwingen wijzigen de contexten van arbeid, zorg en inkomen. In de afgelopen tien jaar maakt de ontwikkeling van de computertechnologie de herschikking van de economie wereldwijd mogelijk en is onder andere de (electronische) geldhandel steeds groter geworden. Op deze ontwikkelingen gaan we in met onze projecten (zie hoofdstuk 4 en 5).

We vestigen hier speciale aandacht op de betaalde arbeid, die in Nederland van gezicht veranderd is. De intensieve ongeschoolde arbeid in de agrarische en in de industriële sector is sterk afgenomen ten gunste van de arbeid in de dienstverlenende sector, zowel commercieel als niet-commercieel. In deze sector wordt geschoolde kennisarbeid gevraagd, die dankzij de computergestuurde werkomgeving een hoge productiviteit kent, en door haar intensiviteit ook nooit 'af' is. De minder geschoolde betaalde arbeid in de niet-commerciële dienstverlening is in toenemende mate georganiseerd via de gesubsidieerde arbeid. Flexibiliteit is het motto.

Het is opmerkelijk dat zowel de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) als de paus opmerken, dat de betekenis van betaalde arbeid ook veranderd is.

De WRR stelt dat men in de eerste 80 jaar van de vorige eeuw arbeid wilde beschermen tegen de uitwassen van het kapitalisme, onder meer via bescherming van de bestaanszekerheid. Kernbeleving van arbeid was toen vervreemding. In de laatste 20 jaar is de participatie in betaalde arbeid belangrijk geworden als grondslag van het burger-zijn. Als kernbeleving is de ontplooiing in de arbeid steeds toonaangevender geworden. Mensen zijn de ondernemers van hun eigen arbeid en daarmee de ontwerpers van hun leven.

De opvattingen over arbeid uit de pauselijke encyclieken 'Rerum novarum' (1891), 'Laborem exercens' (1981) en 'Centesimus Annus' (1991) vertonen een vergelijkbare ontwikkeling. In 1891 is arbeid met name loon verdienen voor het gezin: een voorwaarde voor bestaanszekerheid. In 1981 wordt arbeid belangrijker dan kapitaal genoemd. De reden komt in 1991 met name naar voren: arbeid is de ontplooiing van de mens. En die ontplooiing is zelfs belangrijker dan het loon of het product dat gemaakt wordt.

Deze visies zeggen dat arbeid persoonlijk en uitdagend is en past binnen de zich ontwikkelende norm van de mondige zelfredzame burger. Ook het maatschappelijk debat rond bedrijfsethiek en maatschappelijk verantwoord ondernemen past hierin. Tegelijk is de vraag te stellen hoe binnen deze visies de ervaring van de niet-zelfredzame burger past. Wat hebben deze visies te bieden aan arbeidsgehandicapte, werkloze of oudere allochtone mensen? Wat betekenen deze visies als hoofdstroom van onze cultuur voor hen die niet meekunnen of buiten gesloten worden? Voor de vrouwen en hun streven naar opheffing van de sekseverschillen? Kan het ook zo zijn, dat het verhaal van een lijdende en kwetsbare mens van betekenis is voor die hoofdstroom?

Kort samengevat: deze netwerkwereld, met haar mondiale dynamiek en onttovering, met een technologie en virtuele realiteit, met één groot verhaal en vele kleine verhalen en met een zoeken naar zingeving, vormt de uitdaging in deze nieuwe eeuw. Ook voor het arbeidspastoraat DISK.

omhoog

Ook kerken veranderen

Tijdens het Oecumenisch Besturenberaad van 22 januari 2000 hebben de besturen en arbeidspastores stil gestaan bij de veranderingen die zich in de kerken voltrekken. De franciscaan Hans van Munster leidde dit beraad in op grond van zijn grote kennis van de kerkelijke bestuurscultuur.

De grote en kleine kerken veranderen snel. De processen die de veranderingen sturen zijn bekend. Een voortgaande secularisering en profanisering, een geloofsgemeenschap die kleiner wordt en vergrijst, een tekort aan professioneel kader, teruglopende financiën en dure gebouwen. Die processen leiden tot reorganisaties binnen de kerken - elk in een eigen tempo -, waarbij aan nieuw te vormen regionale teams en centra een belangrijke rol wordt toebedeeld. Duidelijk wordt, dat de kerken zich door deze veranderingen concentreren op de kerntaken van de geloofsgemeenschap.

De kerken hebben vooral moeite met de vloeiende beweging, die mensen in hun zoeken naar zingeving maken. Er ontstaan groepen, die om de kerken heen toegangen zoeken tot beelden, woorden, symbolen en verhalen, die antwoorden geven op hun vragen en behoeften. Arbeidspastoraat volgt die beweging: binnen de situaties van betaalde en onbetaalde arbeid, binnen kerken, binnen groepen, in onze samenleving. Ook hier is flexibiliteit het motto.

"Mensen met en zonder betaald werk staan regelmatig voor de keuze welke plaats ze aan betaalde arbeid in hun (samen)leven geven. Ook stuiten ze regelmatig op de grenzen die betaalde arbeid stelt. Het pastoraat kan een plaats zijn waar mensen hun verhalen in verband met betaalde arbeid met elkaar delen. Ook al ligt dat niet direct voor de hand. De huidige culturele situatie brengt met zich mee, dat ook trouwe kerkgangers nog zelden religieuze betekenissen met betaalde arbeid verbinden. De weg die in het pastoraat afgelegd wordt, kan dan ook niet anders beginnen dan bij de verhalen van mensen. En die weg heeft het karakter van een zoektocht. Deze vorm van pastoraat laat zich typeren als heuristisch pastoraat, Heuristiek is de kunst van het zoeken en vinden van de werkelijkheid van het geloof. Betrokken op het verhaal van mensen van vandaag gaat het er om te ontdekken wat het goede leven is en dit te ontsluiten als werkelijkheid van God."

Gerard van Eck, 'Gezocht: het goede leven', Ouderlingenblad, december 2000

De discussies over al deze veranderingen hebben in de laatste jaren geleid tot een matrix van taken, waarlangs de meeste kerken zich (re)organiseren. De kerntaken zijn: verkondiging en liturgie, catechese en toerusting, diaconie en missie, gemeenschapsopbouw. Daarnaast de voorwaardenscheppende taken van bestuur en beheer.

Binnen het kader van deze matrix hebben wij de inhoud van arbeidspastoraat altijd omschreven in missionaire, diaconale en pastorale termen. Volgens de bovenstaande indeling van kerntaken hoort het arbeidspastoraat thuis in de diaconale en missionaire kerntaak. De arbeidspastorale besturen hebben geconcludeerd dat het temidden van al die veranderingen in de kerken zinvol is om zowel organisatorisch als in de profiel- en taakomschrijving vanuit dit uitgangspunt te vertrekken. Dat geeft immers bestaansrecht, van waaruit een meedoen aan en volgen van bewegingen naar zingeving en kerk-zijn onder elkaar mogelijk wordt. Daarbij vragen de besturen extra aandacht voor de rol van de vrijwillig(st)ers en voor de oecumenische samenwerking.

omhoog

Arbeidspastoraat verandert mee

Arbeidspastoraat is een permanente functie van de kerken, gericht op bevorderen van de communicatie rond de verhouding van geloof en arbeid, kerk en bedrijf en economie en geloven. Het werk bestaat enerzijds uit dienstverlening aan mensen binnen de contexten van arbeid, zorg en inkomen. Anderzijds wordt dienstverlening binnen de context van de kerken verleend. In dit profiel, dat het afgelopen jaar veel is besproken (zie hoofdstuk 2) zijn drie werkrichtingen aan te wijzen:

a. Binnen de context van kerk;

b. Binnen de contexten van arbeid, zorg en inkomen;

c. In de wisselwerking tussen beide.

Binnen de contexten van arbeid, zorg en inkomen staat arbeidspastoraat voor het opbouwen en begeleiden van een maatschappelijk netwerk op het gebied van sociaal-economische problematieken en thema's. In dit opbouwen is er een nadruk op het present zijn bij mensen en groepen. Het is voor de arbeidspastor van betekenis om een paar concrete plekken te hebben waar hij of zij mensen regelmatig ontmoet op hun werkplek. 'Wat doe je?' is immers het meest ingevulde antwoord op de vraag 'Wie ben je?'. Die plekken kunnen ook gevonden worden in kerkelijke groepen of via kerkbetrokken mensen. En natuurlijk zijn kerken zelf een werkvloer van betaalde en onbetaalde arbeid.

In de matrix van kerntaken van de kerken is arbeidspastoraat binnen de diaconale en missionaire portefeuille actief. Van hieruit kan de arbeidspastor een kerkelijk netwerk opbouwen, waar hij of zij opgedane ervaringen en reflecties op het gebied van arbeid, zorg en inkomen kan presenteren.

"Wij proberen daarbij vooral ontdekkend bezig te zijn, in de zin van met name in de kerken mensen op het spoor te brengen van het belang en de betekenis van ervaringen en vragen op het terrein van economie en geloven. Iedereen heeft immers op de een of andere wijze te maken met arbeid (betaald of onbetaald), geld en economie. Wat voor zin of onzin, hoop of wanhoop, vreugde of verdriet dit voor mensen oplevert, proberen we bespreekbaar te maken."

Trinus Hoekstra in 'Arbeidspastoraat', 'Ophef', april 2000

 

De ervaringen in de presentie opgedaan, zijn niet zonder meer te presenteren binnen kerken of maatschappelijke groepen. Er is de activiteit van reflectie voor nodig: analyseren, theologiseren en vertalen. We ervaren steeds vaker, dat de taalvelden van arbeid en economie geheel anders zijn dan de taalvelden die parochies en gemeenten hanteren. Het vertalen van ervaringen in arbeid en economie naar geloven (en andersom) blijkt een vast deel van ons werk te zijn.

Door snelle veranderingen in de samenleving en de kerken staat het arbeidspastoraat DISK voor de opgave om antwoorden te zoeken op een aantal vragen. Als eerste: hoe omschrijven we arbeid en zorg en hoe verhouden die beide zich tot inkomen? En vervolgens: hoe organiseert men in onze samenleving arbeid, zorg en inkomen? De combinatie tussen arbeid en identiteit leidt tot een volgende vraag. Hoe geven we inhoud aan de vooronderstelling dat de ervaringen die mensen opdoen rond arbeid, zorg en inkomen, wezenlijk raken aan de manieren van geloven en kerk-zijn? Die vraag kan ook in de omgekeerde richting worden gesteld. Hoe geven we inhoud aan de vooronderstelling dat de manieren van geloven en kerk-zijn wezenlijk van betekenis zijn voor de ervaringen die mensen opdoen rond arbeid, zorg en inkomen?

Het afgelopen jaar is door kerkelijke overheden herhaaldelijk verwoord, dat in de diaconale en missionaire kerntaak van de kerk aandacht kan en moét zijn voor ervaringen met arbeid, zorg en inkomen. Met name omdat arbeid, zorg en inkomen voor elke gelovige van betekenis zijn. Daarom dient arbeidspastoraat efficiënter ingekaderd te zijn in de kerkelijke structuur en dienen arbeidspastores zich meer te richten op het toerusten van parochies en gemeenten.

Onze eigen ervaringen en verschillende analyses leren, dat deze ontmoetingen tussen de werelden van betaald en onbetaald werk enerzijds en van kerken of geloven anderzijds steeds minder via de bestaande structuren gebeuren, onder andere door de processen van kerkelijke (re)organisaties, en steeds meer via netwerken, waarin partners telkens wisselen. De aandacht is bij kerken vooral naar binnen gericht op het eigen functioneren en op overleven. Door het op de structuur gericht zijn, ontsnapt de aandacht voor beweging, voor spontane netwerken, voor de signalen dat mensen zoeken naar bronnen en fundamenten, niet alleen willen overleven maar vooral willen leven.

Wil die ontmoeting met enige regelmaat plaatsvinden, dan zal ze op basis van kennis van persoonlijke contacten binnen verschillende netwerken systematisch tot stand gebracht dienen te worden. Arbeidspastoraat bewijst voortdurend hierin ervaring te hebben en haalbare programma's en projecten te kunnen ontwikkelen, zowel landelijk als plaatselijk. De intense aandacht op vooral de betaalde arbeid schept kansen om de religieuze aspecten van arbeid naar voren te halen. Tegelijk kan gewezen worden op de risico's van overaccentuering, waardoor mensen kunnen bezwijken onder de grote verantwoordelijkheid of het werk dat nooit af komt of waardoor mensen die geen betaald werk hebben buitengesloten worden.

Onze voorzitter Joop Roebroek denkt dat actief verspieden van het sociaal-economisch terrein en de netwerken die daar ontstaan kan helpen de kerntaken van de kerk opnieuw te omschrijven.

"In de huidige veranderingen ontdek ik kansen en mogelijkheden. De publieke discussie over een nieuwe verdeling van verantwoordelijkheid tussen staat en markt(partijen) en burgers biedt ook aan arbeidspastoraat en kerken nieuwe kansen. Scherp gezegd: een actief verspieden van de vragen op sociaal-economisch terrein kan tot het herontdekken van één van de kerntaken van de kerken leiden. Het is fascinerend om de vragen rond zingeving en spiritualiteit overal te zien opduiken en daarbij vast te stellen dat het domein van de wederkerigheid herontdekt wordt als een belangrijk domein, naast die van markt en overheid. Het arbeidspastoraat is zo op te vatten als een eigentijdse vorm van missie in onze moderne samenleving.

Actief zijn in het domein van de wederkerigheid biedt het arbeidspastoraat ook de mogelijkheid te ontsnappen aan de beeldtaal van het 'alleen maar bezig zijn met de bedreigden en kwetsbaren'. Elke burger of speler, en elke plek of sector van de samenleving komt langs die weg in beeld. Je kunt daarbij je eigen weg gaan en dus je eigen kracht laten zien. Ik beschouw het als een uitdaging om daar in de komende tijd mee bezig te zijn."

'Ondersteboven', juni 2000

omhoog

Onbalans van economische deelsystemen

In de afgelopen jaren hebben we vaker beschreven, dat er in het economisch handelen drie economische deelsystemen te onderscheiden zijn. Het deelsysteem van de ruil, waarin geld een grote rol speelt, het deelsysteem van de herverdeling, en het deelsysteem van de gift of wederkerigheid, zorg. Deze deelsystemen zijn niet in balans, dat is de kern van het probleem. We merken regelmatig hoe bijvoorbeeld de waarden van het deelsysteem ruilen met geld een grotere rol spelen, dan die van herverdeling en gift.

In het debat over armoede en rijkdom (zie hoofdstuk 4 en 5) hebben we geconstateerd hoe een groeiende rijkdom bij ondernemingen en burgers samengaat met een toenemende verarming van o.a. burgers, scholen en zorginstellingen. Arbeidspastoraat mengt zich in een breed koor van stemmen, dat zich zorgen maakt over de armoede in de publieke sector en dat de onveiligheid in de publieke ruimte signaleert.

In het debat over de 24-uurseconomie en de manieren waarop we onze tijd besteden (zie hoofdstuk 4 en 5) volgen we enerzijds een kritische agenda. Wat dreigt vast te lopen in de economische ordening en wie raken er door bekneld? En waarom? We kijken daarmee niet alleen met de ogen van de winnaars of meelopers, maar ook met de ogen van verliezers en uitvallers. Op grond van die ervaringen ontstaat anderzijds een agenda van verlangen. Wat leren verhalen van vroeger en vandaag ons, als we onze idealen uiten over een betere samenleving? Waartoe leidt het verlangen van mensen?

Om die onbalans tussen de economische deelsytemen en de waarden, die daarin de drijvende krachten vormen te veranderen zijn we ook zelf aan zet, als burgers van deze samenleving, die door middel van onze waarden richting geven in het economisch handelen. Onze arbeidspastorale praktijk (zie hoofdstuk 2) speelt zich met name af in het maatschappelijk middenveld van de kerken en sociale bewegingen. We vinden hen belangrijke spelers in een actief maatschappelijk middenveld, dat overheersende ontwikkelingen van de politieke en economische deelsystemen kán corrigeren. Want het maatschappelijk middenveld is in staat die waarden voort te brengen, zonder welke noch ons politieke systeem noch ons economische systeem optimaal in balans voor allen functioneren.

Zonder zin voor gerechtigheid, die ontstaat uit het inzicht in menselijke lotsverbondenheid en kwetsbaarheid, zonder de oefening van matigheid en samen delen, zonder de participatie van allen voor het algemeen welzijn, zonder het actief werken aan vrede en belangeloosheid, zonder zorg voor mens en milieu, zonder oog voor de toekomstige generaties, zonder een minimum aan vertrouwen en eerlijkheid raakt de economische orde verstrikt in een structurele crisis.

omhoog

Agenda van verlangen

We hebben in het DISK bestuur gesproken over de dilemma's en paradoxen, die we tegenkomen. Terwijl we verlangen naar veranderingen, die met name voor de kwetsbaren een verbetering inhouden, boeken we met slechts kleine stapjes vooruitgang. Geloof en hoop kunnen ons helpen in het omgaan met ons ongeduld. In onze spiritualiteit zijn structuur, politiek en cultuur met elkaar verbonden. Het verbond tussen gemeenschap van mensen, zorg voor de natuur en band met God leidt tot een wijze van dialectisch handelen, die alles kan veranderen: een omkering (metanoia) van de werkelijkheid. Deze agenda van verlangen vormt een spiegel voor de mensvisie van het moderne rationeel vrij handelend subject, want die visie leidt tot een te beperkt en beperkend leven. Er is daar teveel afwenteling van risico's in aanwezig en te weinig zorg voor het milieu waarin we leven. Er is daar te veel oog voor succes, winst en groei en te weinig voor kwetsbaarheid, verlies en zorg voor leven.

Wat vanuit deze agenda van verlangen op lange termijn gedaan moet worden is onzeker. Op korte termijn zijn wel punten te formuleren, zoals een beleid dat grotere accenten legt bij de economie van gift of wederkerigheid. Ook in het economisch handelen van de ruil zal voorzorg meegenomen moeten worden: de aandacht om bijvoorbeeld uitbuiting van mensen en milieu te voorkomen. En nazorg moet in de prijs ingeteld worden: het helpen bij onbedoelde en negatieve gevolgen. Het bouwen aan een draagvlak voor de economie van herverdeling blijft nodig. Kwetsbaarheid bestrijd je het beste door de vruchten van de arbeid te delen met allen.

omhoog

Coalities in de netwerksamenleving

Herkenbaar of zichtbaar is dat de resultaten van ons werk niet spontaan voor het oprapen liggen. Veel problemen die we tegenkomen, zijn structureel, politiek of cultureel langzaam veranderbaar. We investeren in publiek debat rond sociaal-economische thema's, maken verbindingen met levensbeschouwing, ethiek en theologie en beogen gedragsveranderingen bij mensen, die kunnen leiden tot veranderingen in structuren en/of systemen. We signaleren dat binnen de aanwezige machtsprocessen waarden als medezeggenschap, mondigheid en democratie van betekenis zijn. We dragen alternatieven aan op grond van anders denken en anders doen in het economisch handelen. We zoeken in de netwerksamenleving naar coalities en bondgenootschappen met 'the willing' waarmee we iets kunnen bereiken.

"Een goed voorbeeld van zo'n bondgenootschap op landelijk niveau is de Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid. De Alliantie is een thematisch netwerk. Arbeidspastoraat DISK, de Raad van Kerken in Nederland en hun werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA zijn hierin belangrijke medespelers van de anti-armoedebeweging en andere bondgenoten. In de Alliantie werkt men samen op basis van gezamenlijk geformuleerde programma's. Tegelijk blijven de eigen programma's van organisaties doorgaan. Een winstpunt van dit bondgenootschap is nu al duidelijk. Er komt twee keer per jaar een overleg met het kabinet. Gepraat wordt met beleidsverantwoordelijken van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Binnenlandse Zaken en Grote Stedenbeleid. Dit overleg gaat over werkafspraken en wederzijdse inspanningsverplichtingen."

Trudi Koek in 'Armoede en rijkdom in Nederland', april 2001

In die praktijk gaat het ons niet om een belerende of vermanende inzet, maar vooral om een lerende. We zijn zelf onderdeel van de wereld en leren al doende bij. In ons werk pogen we feiten beter te begrijpen, nieuwe ontwikkelingen te leren verstaan. Als we er als arbeidspastoraat vervolgens in slagen een platform te bieden waar een ieder met zijn of haar vragen terecht kan, kwijten wij ons beter van onze taak ten opzichte van de wereld en de kerken, dan met voorbarige conclusies en vermaningen.

omhoog

Naar andere signalementen

home