home

SIGNALEMENTEN
VAN ARBEIDSPASTORAAT DISK

VERVLOGEN SOLIDARITEIT?
Uit het jaarverslag 2005

Elk jaarverslag van de Stichting landelijk bureau DISK opent met een beschouwing, waarin we beeldend en bezinnend omschrijven wat we ontmoeten en hoe we er mee omgaan. Het essay vertolkt een inhoudelijk signalement van het bestuur over actuele ontwikkelingen rond arbeid, zorg en inkomen in dat jaar.

Inleiding
Kentering in opvatting over solidariteit
Solidariteit springlevend
Vervlogen solidariteit uit Den Haag

Uitdaging voor DISK

Inleiding

DISK is bezig met verbindingen tussen geloof en economie, arbeid en zingeving, processen van rijkdom en armoede en de betekenis daarvan voor mensen. We volgen ontwikkelingen in het arbeidsproces en daarbuiten, trends rond de inkomensontwikkeling, de werkelijkheid rond zorg, werk en inkomen. Vanzelf komt dan het geheel van onze samenleving en de manier waarop we die indelen voor elkaar aan de orde. In de analyses en debatten komt heel vaak het woord solidariteit om de hoek kijken. Vanuit een christelijke visie niet vreemd, omdat in deze levensbeschouwing als vanzelf relaties gelegd worden tussen God, mensen en de schepping. Maar ook vanuit andere levensbeschouwelijke stromingen of vanuit seculiere en politieke achtergronden wordt er vaak over solidariteit gesproken.
Lange tijd vormt solidariteit met de medeburger een centrale waarde binnen de discussies over de sociale politiek, en in het verlengde daarvan een elementaire bouwsteen van de moderne verzorgingsstaat. Geen enkele maatschappelijke of politieke stroming kan het alleenrecht op de solidariteit voor zich opeisen. Vertegenwoordigers van de christen-democratische, sociaal-democratische, als ook liberale politiek hebben zich lange tijd in vrijwel gelijkluidende bewoordingen opgeworpen als hoeders van dit kernbegrip van de sociale politiek in de twintigste eeuw.

omhoog

Kentering in opvatting over solidariteit

Vanaf het einde van de vorige eeuw treedt evenwel een kentering op. Verwijzend naar het proces van individualisering en de toenemende globalisering betogen politici, ongeacht hun specifieke kleur, dat solidariteit niet zo maar gegeven, maar verdiend moet worden. Het zijn feitelijk de 'paarse kabinetten' die deze ommekeer inzetten. Waar politici van confessionele huize altijd nog wel oog hebben voor onbetaalde, vrijwillige en zorgactiviteiten, zijn liberalen en sociaal-democraten vrijwel uitsluitend gefocust op het verrichten van betaalde arbeid als grondslag voor maatschappelijke deelname. Alle andere vormen van maatschappelijke ondersteuning worden in steeds sterkere mate binnen het 'werk, werk en nog eens werk'-verhaal ingekaderd. Paars heeft nauwelijks een boodschap aan maatschappelijke cohesie buiten betaald werk om. En met de komst van de centrum-rechtse kabinetten Balkenende lijken de waarden van de sociale politiek welhaast voorgoed herijkt te worden. Solidariteit wordt voor alles een kwestie van 'eigen verantwoordelijkheid' en het 'verdienen van ondersteuning' door zich te onderwerpen aan de wetten van de markt.
Sterker nog, wanneer wij politici moeten geloven, zijn de grondslagen voor solidariteit in zijn meest elementaire vorm als 'steun aan de medemens vanuit saamhorigheid, verbondenheid, dan wel naastenliefde' niet langer voorhanden. Beelden van 'uitgeholde solidariteit' voeren de boventoon. 'Het proces van individualisering zou de solidariteitskaders binnen de moderne verzorgingssamenleving ondergraven. Jong is niet langer bereid voor oud te betalen'. Deze beelden zijn interessant in elk geval, en wel om diverse redenen.

omhoog

Solidariteit springlevend

Vrijwel alle onderzoek terzake toont aan dat de solidariteit tussen groepen van burgers, of tussen leeftijdsgroepen niet of nauwelijks is afgenomen. Dat moge blijken uit de opbrengsten voor goede doelen de afgelopen jaren, uit de participatie van burgers aan vrijwilligerswerk en mantelzorg, almede uit onderzoek naar de opvattingen van burgers over solidariteit. Ook het beeld dat ouderen profiteren van jongeren, en jongeren in toenemende mate gedwongen worden door de arrangementen van de verzorgingsstaat om meer en meer mee te betalen aan het ouder worden van de bevolking, klopt niet met de feitelijkheid. Natuurlijk, inzake de gelden die nodig zijn voor het op peil houden van de pensioenen, kan worden vastgesteld dat 'jong' daar meer aan bijdraagt dan 'oud'. Maar geldt dat ook voor andere collectieve verworvenheden en voorzieningen? Wat te denken van onze wegen, ons elektriciteitsnetwerk, van onderwijs, de culturele schatten van de samenleving? Of bijvoorbeeld de verhoudingen binnen de familiesolidariteit, waar 50plussers zowel in termen van advies, geld, als ook zorg beduidend meer aan jongeren geven dan zij omgekeerd van die jongere generaties terugkrijgen. Daarnaast blijkt uit focusgroep onderzoek onder twintigers, vijftigers en burgers van zeventig jaar en ouder dat de opvattingen omtrent solidariteit, alsmede de solidariteit tussen de diverse leeftijdsgroepen nauwelijks verschillen. Dat burgers nog altijd een hoge mate van solidariteit naar elkaar toe kennen.
Opvallend is in dat kader zonder meer het gegeven dat eigenlijk slechts die vormen van solidariteit zijn afgenomen die niet zozeer rusten op het gedrag, dan wel opvattingen van burgers, maar juist primair afhankelijk zijn van de wijze waarop politici solidariteit waarnemen en interpreteren. Dat betreft bijvoorbeeld de sociale zekerheid, de ontwikkelingshulp en de hulp bij asielverlening. Vormen van solidariteit waarbij het in eerste instantie de nationale overheid is die daarvoor centrale verantwoordelijkheid draagt. Het zijn niet zozeer de burgers die minder solidair zijn met hun medeburgers, maar het is de overheid zelve, en vooral degenen die daarop primair zijn aan te spreken, de politici die zich niet langer gebonden achten aan de solidariteit binnen de samenleving, aan de verbondenheid tussen burgers onderling.

omhoog

Vervlogen solidariteit uit Den Haag

De beelden en de discussie over solidariteit is daarmee het terrein geworden van politieke opportuniteit. Van halve waarheden en zelfs leugens om groepen burgers, om generaties van burgers tegen elkaar op te zetten. Eerder met het doel om politieke agenda's in termen van het terugdringen van de overheid overeind te houden, dan dat het een welgemeende reflectie zou zijn op datgene dat binnen de samenleving leeft. De vervlogen solidariteit is een beeld dat ons wordt aangepraat op basis van korte termijnagenda's van de dames en heren politici. Een vergezicht dat niet of nauwelijks rust op ontwikkelingen binnen in de samenleving zelf.

omhoog

Uitdaging voor DISK

Uit het werk dat DISK het afgelopen jaar gedaan heeft, blijken die verschillende beelden van solidariteit. We zien hoe de kabinetten Balkenende nauwelijks een boodschap lijken te hebben aan maatschappelijke cohesie buiten betaald werk om, aan het opbouwende werk dat uitgaat van de collectieve sector, waartoe onderwijs, sociale zekerheid en gezondheidszorg behoren. Conform de eigen missie ligt er voor DISK de opdracht te wijzen dat ieder mens van Godswege is geroepen om met de eigen mogelijkheden te participeren in de economie. In die participatie, betaald en onbetaald, mag er het perspectief zijn van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping, van solidariteit met elkaar.
In een tijd van halve waarheden en korte termijnagenda's is het van belang dat parochies en gemeenten worden toegerust vanuit de bij DISK ontwikkelde expertise in kwesties waarin geloof en economie of geloof en verzorgingsstaat elkaar raken.
Het blijft van belang dat DISK vanuit de ervaringen in kerken contacten met de overheid onderhoudt en kritische signalen blijft afgeven wat de gevolgen zijn van genomen besluiten. Speciaal vanuit de ervaringen van kwetsbare mensen. In de loop van de jaren zijn er hiervoor goede criteria ontwikkeld. Ook het afgelopen jaar zijn er allerlei artikelen en publicaties verschenen rondom arbeidspastoraat, rondom vorming en toerusting voor kerkelijke gemeenten en parochies, rondom verarming en verrijking. We hebben een heel aantal levendige conferenties en kleinere bijeenkomsten georganiseerd. Veel aandacht heeft het Handboek Diaconiewetenschap gekregen. In 2005 is de ontwikkeling van het Handboek Arbeid, zin en geloof sterk gevorderd.
In 2006 wordt enthousiast verder gewerkt aan onze missie; solidariteit met elkaar blijft daarbij ons motief.

Dr. J.M. Roebroek, voorzitter van landelijk bureau DISK

omhoog

Naar andere signalementen

home