home

SIGNALEMENTEN
VAN ARBEIDSPASTORAAT DISK

DE SPIRITUALITEIT VAN MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
Uit het jaarverslag 2007

Elk jaarverslag van de Stichting landelijk bureau DISK opent met een beschouwing, waarin we beeldend en bezinnend omschrijven wat we ontmoeten en hoe we er mee omgaan. Het essay vertolkt een inhoudelijk signalement van het bestuur over actuele ontwikkelingen rond arbeid, zorg en inkomen in dat jaar.

Trinus Hoekstra

Inleiding
Wat is MVO?
Veranderingen in de morele infrastructuur
Wat is de spiritualiteit van MVO?
Verantwoording
Evangelische radicaliteit
Sabbat- en Jubeljaar
Gerechtigheid en Economie
Verantwoord burgerschap
Verlangen

Inleiding

In 2007 was het jaarthema van landelijk bureau DISK, kortweg DISK geloof en economie, 'Driemaal duurzaam - Economie, mens en natuur in balans'. Duurzaamheid, het streven naar een samenleving, een wereld met toekomst in economisch, sociaal én ecologisch opzicht, was een terugkerend thema in meerdere onderdelen van het werk in 2007. Naast het materiaal voor viering en gesprek dat onder de titel van het jaarthema verscheen, waren er: de verdere ontwikkeling van de duurzaamheidscan voor lokale kerken; de betrokkenheid bij Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) in onze deelname aan het MVO Platform; de voorbereidingen voor de aansluiting van de Protestantse Kerk in Nederland bij dit MVO Platform. Daarnaast waren we betrokken bij de onderzoeksgroep REA (Religie, Economie en Arbeid) aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Deze onderzoeksgroep van economen en theologen werkt momenteel aan een publicatie over MVO. In dit jaarverslag richten we de inhoud van het essay, waarmee we het jaarverslag traditioneel openen, op een uitdieping van dit jaarthema van 2007.
In het arbeidspastoraat benaderen we de actualiteit op het brede veld van arbeid, zorg en economie vanuit de christelijke traditie. In 2007 werd die actualiteit voor ons bepaald door de thematiek van duurzaamheid en MVO. Hoe nemen we deze thematiek waar en hoe benaderen we haar vanuit onze traditie. We hebben deze waarneming en benadering toegespitst in de vraag 'Wat is de spiritualiteit van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen?' Maar we beginnen met de concrete vraag wat dat nu eigenlijk inhoudt, MVO?

omhoog

Wat is MVO?

'Maatschappelijk verantwoord ondernemen' (MVO) is al een paar jaar een trend in het bedrijfsleven. Tal van ondernemingen maken er tegenwoordig werk van om aan te tonen dat ze maatschappelijk verantwoord te werk gaan. 'Maatschappelijk' wil daarbij zeggen dat het ondernemen in relatie staat tot het geheel van de maatschappij: economisch, ecologisch en sociaal. Het gaat naast economische om ecologische en sociale waarden; de zogenaamde 'triple p-benadering' van profit, planet en people. Het bijvoeglijk naamwoord 'verantwoord' wijst er vervolgens op dat het bij MVO niet slechts om goede bedoelingen gaat, maar om het afleggen van verantwoording: het aantoonbaar en inzichtelijk maken van de praktijk van ondernemen en de bereidheid hierover met de samenleving te communiceren. MVO geeft als maatschappelijk verschijnsel uitdrukking aan het groeiende besef bij ondernemingen, dat het in hun belang is om oog en oor te hebben voor hun context. Daarbij heeft men naast de aandeelhouders (shareholders) een brede kring van andere belanghebbenden (stakeholders) op het oog: werknemers, vakbonden, toeleveranciers, branchegenoten, klanten, consumenten, milieubewegingen, overheden en ook kerken.
Op de achtergrond van MVO als maatschappelijk fenomeen moet de rol van een aantal factoren helder gezien worden. Burgers, zowel consumenten (buiten ondernemingen) als werknemers (binnen ondernemingen) zijn mondiger geworden. Er is sprake van krachtige non gouvernementele organisaties (ngo's) in de samenleving. Daarnaast hoeft de publieke opinie dankzij de moderne communicatiemiddelen en media weinig meer te ontgaan. Deze factoren brengen teweeg dat het imago van een onderneming, het beeld dat de samenleving ervan heeft, van groot belang is. MVO kan ten opzichte van deze factoren dan ook gekarakteriseerd worden als een vorm van strategisch management: het zo voordelig mogelijk positioneren van de onderneming ten opzichte van deze factoren.

omhoog

Veranderingen in de morele infrastructuur

Naast deze factoren die nog een vrij formele en extrinsieke verhouding tot MVO hebben, moeten we ons realiseren dat het ideologische klimaat en de morele infrastructuur, dat wil zeggen de wijze waarop een morele oriëntatie onder burgers tot stand komt, de laatste twee decennia drastisch veranderd is. Na het wegvallen van de tegenstelling tussen het kapitalisme en het communisme van het socialistische Oostblok lijkt er meer ruimte gekomen voor vragen en discussie binnen het kapitalisme zelf. Meer en meer vragen worden er uitgesproken bij financieel-economisch rendement en efficiëntie als hoogste doelen en bij de overheersende rol van economische waarden ten opzichte van ecologische en sociale en waarden. Daar is met name de laatste jaren het streven naar duurzaamheid als actueel thema bijgekomen. Dit streven naar een samenleving, een wereld met toekomst in economisch, sociaal én ecologisch opzicht, resoneert duidelijk in het bedrijfsleven in een fenomeen als MVO.
Deze verandering van het ideologische klimaat raakt aan de verdere verschuiving in de morele infrastructuur van een collectieve naar een meer individuele oriëntatie. 'Hoe God verdween uit Jorwerd' is een spreekwoordelijke aanduiding geworden voor de verdwijning van de kerk als hoedster van de morele orde en de verdamping van de godsdienst als een religieus-moreel kader dat de samenleving overkoepelde. Mensen zijn wat zingeving en politieke oriëntatie betreft uit de grote ideologieën vandaan meer en meer op zichzelf teruggeworpen en zijn op dat gebied ook dolende, getuige de avonturen van Lijst Pim Fortuyn (LPF), Partij Voor de Vrijheid (PVV) en recentelijk Trots op Nederland (TON). Naast deze veranderingen is de rol van de overheid sterk veranderd. Zij heeft zich meer en meer teruggetrokken, waarbij voor de inrichting van de maatschappij meer verantwoordelijkheid is komen te liggen bij het maatschappelijk middenveld, de individuele burgers en, getuige een verschijnsel als MVO bij het bedrijfsleven.

omhoog

Wat is de spiritualiteit van MVO?

De vraag naar de spiritualiteit van MVO is tweeledig. Het is de vraag naar de innerlijke en diepere beweegredenen van een fenomeen als MVO, zoals die in het hier voorgaande genoemd zijn. Tegelijk is het een spirituele vraag met het oog óp MVO, namelijk hoe verhoudt het zich tot de christelijke traditie. Deze vraag met het oog op de spiritualiteit van MVO willen we hier stellen vanuit de evangelische radicaliteit, die in het kader van het evangelie naar Mattheüs - precies op het punt van de zorg omtrent het levensonderhoud - klinkt in de oproep: 'je kunt niet God én Mammon dienen!' Daar is ook een belangrijk gegeven uit het Eerste of Oude Testament bij te betrekken, het sabbat- en jubeljaar, dat ten grondslag ligt aan deze evangelische radicaliteit inzake de vraag naar het levensonderhoud.
Hier eerst even een vooropmerking om misverstanden uit de weg te ruimen. We pleiten niet voor het toevoegen van een vierde 'p' aan het grondpatroon van de drie p's van MVO. Vanuit kerkelijke hoek is soms gepleit voor het toevoegen van de vierde 'p' van pneuma, van geest en bezieling, aan de drie p's van profit, planet en people. Het grondpatroon van de drie p's kan volgens ons prima functioneren als het coördinatenstelsel van maatschappelijke belangen, posities en verantwoordelijkheden. Het maakt het veld van economische, ecologische en sociale waarden zichtbaar als een maatschappelijk krachtenveld. Onze samenleving verschijnt in de driehoek van de drie p's als een spanningsveld, waarop drie grote verantwoordelijkheden over drie actoren verdeeld zijn en met het oog op het geheel van de samenleving door deze drie actoren in samenhang gebracht moeten worden. Het bedrijfsleven is in belangrijke mate verantwoordelijk voor de profit-dimensie: het onderhoud en de ontwikkeling van de materiële welvaart. De overheid is in belangrijke mate verantwoordelijk voor de planet-dimensie: het onderhoud en de ontwikkeling van de publieke middelen waartoe ook het natuurlijk leefmilieu hoort. De burgerlijke samenleving tenslotte, de civil society, is in belangrijke mate verantwoordelijk voor de people-dimensie: het onderhoud en de ontwikkeling van de sociale samenhang. In het kader van MVO gaat het erom dat het bedrijfsleven in haar primaire verantwoordelijkheid voor de profit-dimensie de gedeelde verantwoordelijkheid met het oog op het geheel van de samenleving (inzake de samenhang van profit-, planet- en people-dimensie) onderkent. Je ziet het misschien niet even sterk in alle praktijken van MVO terug, maar het behelst in principe de integratie van de aandacht voor ecologische en sociale waarden in de aandacht voor economische waarden.
Een vierde 'p' van geest en bezieling toevoegen aan dit overzichtelijke en inzicht biedende kader van de drie p's werkt versluierend. Beter is het om de vraag te stellen vanuit wat voor verlangen en grondovertuiging en met wat voor bezieling je dit krachtenveld van waarden en spanningsveld van verantwoordelijkheden betreedt en hoe jouw verlangen en bezieling zich verhouden tot de bezieling die je tegen komt in dit krachtenveld. Die vraag maakt ook duidelijk dat er al geest en bezieling aan het werk is in het fenomeen van MVO. Die geest en bezieling is er niet pas en ook niet pas compleet met het benoemen en het toevoegen van een kerkelijke spiritualiteit.

omhoog

Verantwoording

Ondernemen speelt zich vandaag de dag nadrukkelijk af in het krachtenveld van markt, overheid en burgerlijke samenleving. In dit krachtenveld bevindt ook de kerk zich, namelijk in de hoek van de burgerlijke samenleving. Op 10 juni 2008 heeft de Protestantse Kerk in Nederland zich aan bij het MVO Platform aangesloten. In 2007 zijn we met de voorbereidingen voor deze aansluiting concreet van start gegaan. DISK heeft zich al in 2002 bij het MVO Platform aangesloten. Het MVO Platform is een verband van Ngo's die op het terrein van MVO hun krachten en deskundigheden bundelen en zo gezamenlijk het debat voeren met overheid en bedrijfsleven over de kwaliteit van MVO, namelijk als een houding waarbij bedrijven rekenschap afleggen van de sociale en ecologische effecten van hun kernactiviteiten.
Deze aansluiting bij het MVO Platform vindt in de Protestantse Kerk in Nederland plaats in een tijd waarin nog steeds de vraag naklinkt, hoe we zullen antwoorden op de roep van de Wereldbond van Protestantse Kerken (WARC) die ons in de vorm van de Verklaring uit Accra (Ghana, augustus 2004) heeft bereikt. In deze verklaring staat de uitspraak centraal dat de huidige economische wereldorde - die armen uitsluit en de aarde plundert - fundamenteel in strijd is met het christelijk geloof. Volgens de verklaring staat de integriteit van ons geloof op het spel als we als kerken hierover zwijgen. Kort samengevat stelt de Verklaring uit Accra dat de huidige economische wereldorde een claim legt op ons belijden, op ons gelovig beleven, denken en handelen, een claim die de integriteit, de heelheid van ons geloof bedreigt. We zeggen te geloven in en te verlangen naar gerechtigheid en vrede, maar uit onze deelname aan de economie in productie en consumptie komt iets anders naar voren. Met haar aansluiting bij het MVO Platform hoopt de Protestantse Kerk in Nederland te bevorderen dat in haar eigen Nederlandse context MVO een steeds sterkere rol gaat spelen bij de integratie van de aandacht voor ecologische en sociale waarden in de aandacht voor economische waarden. We gaan hier verder niet op de Verklaring uit Accra in, omdat we dat vorig jaar uitvoerig gedaan hebben. Het gaat er hier slechts om dat het stellen van de vraag naar de spiritualiteit van MVO vanuit 'een evangelische radicaliteit' mede is ingegeven door de uitdaging waar de Verklaring uit Accra ons voor stelt en dat het verstaan van deze radicaliteit kan resulteren in kleine maar concrete stappen.

omhoog

Evangelische radicaliteit

In Mattheüs 6 (NBV) klinken in vers 24 de woorden 'Jullie kunnen niet God dienen én de Mammon' en even later in vers 33 luidt het 'Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid'.
Mammon is van oorsprong een Aramees woord dat zoveel betekent als vastigheid of bezit. Het is datgene wat vastigheid suggereert te bieden aan ons bestaan. De toewijding aan de Mammon wordt getekend als het gebruikelijke antwoord op de bezorgdheid over eten, drinken en kleding, kortom het blote levensonderhoud. Dit antwoord behelst het vormen van bezit, het opsparen van vermogen om mogelijke calamiteiten in ons bestaan het hoofd te kunnen bieden. Maar bezit is zelf ook een kwetsbaar vermogen, dat gestolen of beschadigd kan worden en derhalve verzorgd en verzekerd wil worden. De dienst aan Mammon wordt dan ook onder woorden gebracht met het Griekse woord merimnaein, dat betekent zich angstig ergens bezorgd om maken. Het is een destructieve bezorgdheid die kostbare levensenergie verkrampt. Het omgaan met bezit dreigt zo gemakkelijk te verworden tot een afgodendienst, tot het met niets anders meer bezig kunnen zijn dan met bezit. Bezit suggereert misschien onafhankelijkheid, maar in werkelijkheid tendeert het ernaar om in bezit te nemen en afhankelijk te maken.
Tegenover deze angstige bezorgdheid staat de toewijding aan God als het vrijmoedig zoeken van de heerschappij van God en de gerechtigheid die daarbij hoort. Het Griekse werkwoord dat als 'zoeken' vertaald wordt, is épitzètéein. Het betekent zoveel als 'iets met de hele wil nastreven': je bestaan ergens op richten; je levensenergie focussen. Wij zouden tegenwoordig misschien zeggen 'ergens helemaal voor gaan'. Deze dienst aan God staat echter niet simpelweg tegenover de dienst aan Mammon. Er moet weliswaar gekozen worden, maar niet op een manier alsof bezit en levensonderhoud er niet toe doen. Het gaat veeleer om het onderkennen van een toewijding en het stellen van een bewuste prioriteit. Het gaat er om God te dienen en van daaruit met de Mammon om te gaan. We lezen in vers 33 dan ook 'zoekt dan eerst'. Vindt die keuze en prioriteitsstelling niet plaats dan zal het bezit het centrum worden van een individuele bezorgdheid en zal daarmee afleiden van een gemeenschappelijk zoeken van welvaart en welzijn. De Mammon wordt hier getekend als een kracht die mensen afkoppelt van de gemeenschap en hen opsluit in een kortzichtig eigenbelang.
Het gaat in het tekstgedeelte in feite niet om het afzweren van de Mammon. De zorg voor het levensonderhoud mag en hoeft niet veronachtzaamd te worden. Het gaat eerder om de indringende vraag waar de persoonlijke toewijding op gericht is, en hoe vanuit die toewijding wordt omgegaan met God en Mammon. Waar het in het praktische leven van alledag daarom veeleer op aan komt is het subtiele maar beslissende verschil tussen het omgaan met de zorg voor het levensonderhoud en het moment waarop het omgaan met die zorg het karakter krijgt van het dienen van Mammon.
De tekst heeft de spanningsvolle positie van het tegelijkertijd dienen van God én Mammon als uitgangspunt. Staand in die positie wordt de hoorder of lezer van het woord aangesproken. De tekst onderkent daarmee voluit de dubbelzinnige morele en spirituele werkelijkheid van de maatschappelijke situatie waarin mensen zich bevinden tussen het evangelische appèl en de werkelijkheid van alledag, die haar eigen appèl doet gelden op verantwoordelijkheden en keuzes. Tegelijkertijd wordt deze positie getekend als een onhoudbare, niet zozeer omdat ze moreel en spiritueel verwerpelijk is, maar omdat uiteindelijk de toewijding één van beide zal gelden.
De tekst schept ruimte voor het bewust worden van toewijdingen, van spanningsvelden tussen die toewijdingen en de daarmee samenhangende complexiteit bij de keuzes in mensenlevens en de inrichting van samenlevingen. De tekst representeert zou je kunnen zeggen een meditatieoefening, waarin de vraag centraal staat waar je spiritualiteit of bezieling op focust. De toewijding aan God neemt in het tekstgedeelte gestalte aan in het zoeken van de gerechtigheid van het koninkrijk van God. Deze gerechtigheid is in het bijbelse taalveld een gemeenschapsbegrip. De ijkpunten voor dit begrip worden gevonden in de positie van de meest kwetsbaren: de weduwe, de wees en de vreemdeling, wij kunnen daar tegenwoordig het eco-systeem als de letterlijk dragende maar ook kwetsbare grond van ons bestaan aan toevoegen. Je kunt daar ook de dieren als een kwetsbare grondstof voor onze voedselproductie toe rekenen. Wat dat betreft heeft de Partij voor de Dieren zeker een punt, wanneer ze voor het peil van beschaving van de polis uit wil gaan van de vraag hoe het met de positie van dieren is gesteld. In de bijbel zelf vindt die ecologische inclusie ook plaats wanneer de verwachting van de Messiaanse heerschappij ter sprake komt met begrippen als het 'sabbat- en jubeljaar' (in Leviticus 25) en het 'genadejaar van de Heer' (in Jesaja 61 en in Lucas 4).

omhoog

Sabbat- en Jubeljaar

In Leviticus 25 wordt gesproken van de instelling van het sabbat- en jubeljaar. Volgens deze instelling zal ieder zevende jaar een sabbatjaar zijn. In dit jaar zal men het land, de planten en de dieren vrij laten en de hand van hen afhouden. De armen van het volk mogen dan eten van wat er vanzelf groeit. Wat overblijft, is voor de dieren van het veld. Het jubeljaar is het jaar waarin na zeven jaarweken op Grote Verzoendag de ramshoorn (de jobel) klinkt. Dit jaar heeft ten opzichte van het sabbatjaar een radicaal karakter, omdat het de lijn van het sabbatjaar tot het uiterste doortrekt. Een ieder krijgt zijn oorspronkelijke bezit en vrijheid terug. Om de zevenmaal zeven jaar moet de oorspronkelijke toestand dus terugkeren, hoe de omstandigheden ook zijn en wie er ook regeert. De productie- en arbeidsverhoudingen zullen steeds weer teruggebracht worden naar een beginsituatie. Daarbij wordt de angst voor bestaansonzekerheid bezworen met de belofte dat de Heer zijn zegen zal gebieden tot overvloed en bestaanszekerheid van het volk. De instelling van sabbat- en jubeljaar prent het volk in dat de materiële bestaansvoorwaarden God toebehoren en vragen om een verdeling en een beheer dat past bij de God die hen bevrijd heeft uit de slavernij in Egypte.
Op meerdere plekken in de bijbel komt het sabbat- en jubeljaar terug als een Messiaans perspectief, een visioen, zo bijvoorbeeld het 'genadejaar van de Heer' uit Jesaja 61. In Lukas 4 wordt deze profetie van Jesaja aan het begin van het optreden van Jezus ter sprake gebracht, met het lezen door Jezus van deze passage in de synagoge. Hij maakt ermee duidelijk dat 'het genadejaar van de Heer', de tijd van het Messiaanse visioen met zijn optreden is aangebroken. In Handelingen 4 vormt dit visioen ook het dragende gegeven achter de woorden met betrekking tot het karakter van het (samen)leven van de eerste gemeente 'en zij hadden alles gemeenschappelijk'.
Waar sabbat- en jubeljaar de nadruk op leggen is dat het land, de dieren en de planten, met andere woorden het materiële fundament van de bestaanszekerheid van het volk, God toebehoort. En zoals het volk voor zijn bestaanszekerheid afhankelijk is van God, zó zal het afhankelijk zijn van elkaar en als gemeenschap aangewezen zijn op elkaar. Daarmee verwijst het gegeven dat de bestaansmiddelen God toebehoren onmiddellijk naar de wijze waarop deze middelen verdeeld en beheerd worden, namelijk op een gemeenschappelijke wijze. Wij zouden tegenwoordig misschien spreken van een maatschappelijk verantwoorde wijze.
In het licht van deze bijbelse begrippen impliceert het herstellen van de gerechtigheid van God niet alleen dat scheef getrokken maatschappelijke verhoudingen recht gezet worden, maar dat ook een uitbuitende omgang met de grond, de planten en de dieren wordt tegen gegaan. Kortom wanneer de sociale en ecologische randvoorwaarden van de heelheid van de mensengemeenschap geschonden worden, dan wordt de gerechtigheid van het koninkrijk van God geschonden.

omhoog

Gerechtigheid en Economie

Vanuit dit gerechtigheidbegrip worden in Mattheüs 6 de Mammon en zijn domein, bezit en behoeftebevrediging, opgevat als een instrumentarium. De gerechtigheid van het koninkrijk van God vormt als het ware het perspectief met het oog waarop de Mammon dienstbaar zal zijn aan de huishouding van de maatschappelijke behoeftebevrediging: de economie. Het bijbelse visioen stelt ons een samenleving voor ogen waarin de economie nadrukkelijk binnen het kader van de gerechtigheid opereert, waarin de economie de wet gesteld wordt en haar plaats gewezen krijgt.
Vandaag de dag echter, en dat is cruciaal, leven wij in een samenleving waarin de huishouding van de maatschappelijke behoeftebevrediging, de economie, overheerst wordt door waarden als financieel-economische efficiëntie en rentabiliteit. De economie vormt met deze waarden in sterke mate zelf de feitelijke morele en spirituele grondslag van onze samenleving.
In een dergelijke samenleving is een bezinning op de verhouding van geloof en economie, of op de verhouding van geloof en consumeren, dan wel geloof en produceren een dubbelzinnige aangelegenheid. Als consumenten en producenten hebben we volop deel hebben aan deze samenleving en ondergaan daarmee volop de invloed van de dominante economische waarden. We kunnen onszelf en onze samenleving, zoals we ons momenteel bevinden in een mondiale kapitalistische maatschappij, niet buiten de invloedssfeer van die dominante economische waarden plaatsen. We zullen ze hoe dan ook tegenkomen in leven en werken, in produceren en consumeren en we zullen ze hoe dan ook het hoofd moeten bieden. Als wij niet bewust met deze economische waarden omgaan, gaan zij met ons om.

omhoog

Verantwoord burgerschap

Ons begrip van burgerschap dat stamt uit de tijd van de Franse revolutie draagt van oudsher deze dubbelzinnigheid met zich mee. Met een verwijzing naar de twee woorden in de Franse taal voor burger, 'citoyen' en 'bourgeois', kan deze dubbelzinnigheid treffend verwoord worden. De citoyen is de burger in zijn toewijding aan de idealen van de republiek: vrijheid, gelijkheid en broederschap. De bourgeois evenwel is de burger in zijn toewijding aan zijn materiële eigenbelang: zijn bezit en maatschappelijke positie. Die twee, de citoyen en de bourgeois, lijken in een soort worsteling steeds met elkaar overhoop te liggen.
Als wij het over burgerschap in de economie hebben, en naar analogie daarvan ook over burgerschap van ondernemingen in de economie, dan willen wij pleiten voor het open leggen, het thematiseren van de dubbelzinnige relatie van ideaal en belang. Het ideaal van de citoyen kan zich in de kapitalistische maatschappij gemakkelijk op gespannen voet verhouden met het belang van de bourgeois. Die spanning te thematiseren en met de tweeslachtigheid om te gaan en te komen tot zoiets als een welbegrepen eigenbelang, lijkt de werkelijke uitdaging van een volwassen en verantwoord burgerschap zowel voor individuele burgers, als voor ondernemingen, als ook voor maatschappelijke organisaties, inclusief kerken.
Dit betekent oog hebben voor hoe de waarden van financiële efficiëntie en rentabiliteit de samenleving de wet stellen en de plaats wijzen aan de zogenaamd 'overige' zaken. In het hedendaagse woordgebruik in het kader van MVO betekent dit, dat, niet zozeer chronologisch als wel systematisch gedacht, de 'p' van profit (van financieel-economisch rendement) voorop gaat en dat de p's van planet en people (van respectievelijk ecologische en sociale waarden) daarop volgen. Het realiseren van profit is de randvoorwaarde voor de aandacht voor planet en people. Zonder profit is immers in ons systeem het bestaan of voortbestaan van een onderneming überhaupt niet denkbaar.
Het wijzen op deze samenhang bedoelt een fenomeen als MVO niet te diskwalificeren. Integendeel. MVO kan gezien worden als een poging om met economische realiteitszin pragmatische oplossingen te zoeken en te vinden wat het bevorderen van ecologische en sociale duurzaamheid betreft. Waar het om gaat is dat een fenomeen als MVO aantoont dat we ons in deze samenleving bevinden in de klem van economie en ethiek, waarbij de enige uitweg lijkt, het zoeken naar haalbare en effectieve verbindingen tussen economie en ethiek.

omhoog

Verlangen

De betekenis van de evangelische radicaliteit uit Mattheüs 6 is, dat het ons oog in spirituele zin scherpt voor dit krachtenveld en de spanningen die het met zich mee brengt. Het brengt ons te binnen dat de ecologische en sociale dimensies van de gerechtigheid op het spel staan. Tegelijkertijd bepaalt het ons bij de zuiverheid van onze toewijding aan de verwachting van het koninkrijk van God en inspireert het ons, om in onze deelname aan de samenleving in productie en consumptie keuzes te maken die ecologische en sociale duurzaamheid bevorderen. Het voor ogen houden van het visioen van een omvattende bijbelse ecologische en sociale gerechtigheid zal ons er daarbij voor behoeden dat we berusten in pragmatische oplossingen. Dat betekent niet dat we ons niet kunnen verheugen over kleine verbeteringen, maar dat we met daadwerkelijk reikhalzend verlangen blijven uitzien naar de uiteindelijke bevrijding van de schepping in het openbaar worden der kinderen Gods (vrij naar Romeinen 8).

omhoog

Naar andere signalementen

home

i