home

SIGNALEMENTEN
VAN ARBEIDSPASTORAAT DISK

WERKLOOSHEID, DUURZAAMHEID EN GELOOF
Uit het jaarverslag 2009

Elk jaarverslag van de Stichting landelijk bureau DISK opent met een beschouwing, waarin we beeldend en bezinnend omschrijven wat we ontmoeten en hoe we er mee omgaan. Het essay vertolkt een inhoudelijk signalement van het bestuur over actuele ontwikkelingen rond arbeid, zorg en inkomen in dat jaar.

Door Trinus Hoekstra

jaarverslag 2008Inleiding
Werkloosheid
Duurzaamheid
Geloof
Beroep en bezieling

Bijbelse relativering

De ‘werkloosheid’ van de sabbat

Talenten
Werkloosheid, duurzaamheid en geloof

Inleiding

In 2009 stonden de activiteiten van landelijk bureau DISK voor een belangrijk deel in het teken van aandacht voor de doorwerking van de gevolgen van de economische crisis in ons land. Een ingrijpend gevolg van de crisis is voor veel mensen de toename van de werkloosheid geweest. In dit essay schetsen we kort hoe de werkloosheidsituatie zich in 2009 ontwikkeld heeft en wat de vooruitzichten lijken. We gaan daarbij ook in op het fenomeen waarom werkloosheid thans een groter kwaad is geworden dan bij de vorige grote economische crisis in de jaren tachtig van de vorige eeuw.
In onze activiteiten hebben we de gevolgen van de economische crisis niet willen waarnemen of onder woorden brengen zonder het besef te benoemen dat bij velen leeft in verband met de noodzaak van verduurzaming van onze samenleving en economische ordening. Zonder het probleem van de werkloosheid te bagatelliseren kiezen we in het debat de positie van ‘niet ieder werk is goed werk’. Niet alleen omdat niet ieder werk bijdraagt aan verduurzaming, maar ook omdat veel werk aan de onderkant van de arbeidsmarkt in zichzelf de toets van sociale duurzaamheid kwalitatief niet kan doorstaan. Denk aan de discussie over het stukwerk in de postbezorging van quasi zelfstandigen en de recente acties van schoonmakers voor loonsverhoging. Bij deze laatste acties gaat het in feite niet alleen om loonsverhoging, maar ook om een groep mensen, die veelal onzichtbaar aanwezig is, veelal geruisloos zijn werk doet en nu de rug heeft gestrekt en vooral respect vraagt voor het belangrijke werk dat gedaan wordt.
Door velen is begin 2009 geroepen, ook door degenen die toen regeringsverantwoordelijkheid droegen, dat de crisis de gelegenheid biedt om als samenleving fundamentele keuzes te maken voor verduurzaming. De kredietcrisis en economische crisis moesten in samenhang gezien worden met een klimaatcrisis, een grondstoffencrisis, een voedsel- en een energiecrisis. Zien we echter al iets van een omslag naar een meer duurzame samenleving en economische ordening? Duurzaamheid is dan ook het tweede element in dit essay.
Als organisatie die werkt vanuit, namens en ten behoeve van de kerken, hebben we ook de behoefte om de inzet in onze activiteiten te verbinden met en te voeden door een reflectie op de christelijke traditie. Geloof vormt dan ook een belangrijk derde element van dit essay. Zo proberen we in dit essay de drie elementen van werkloosheid, duurzaamheid en geloof nauw op elkaar te betrekken.

omhoog

Werkloosheid

De kredietcrisis die in het najaar van 2008 ook in Nederland voelbaar werd, heeft in 2009 de trekken aangenomen van een regelrechte en wereldwijde economische crisis. Ten gevolge van deze crisis is in Nederland de werkloosheid het afgelopen jaar snel gegroeid van 4 procent in het begin van het jaar tot ruim 5 procent aan het eind van het jaar. In het vroege voorjaar van 2010 stond de teller op 5,7 procent van de beroepsbevolking, wat neerkomt op 441.000 personen. In vergelijking met andere landen in Europa valt de hoogte van de werkloosheid nog mee, maar in Nederland is wel sprake van een geleidelijke maar zekere toename van de werkloosheid. In het laatste kwartaal van 2009 en het eerste van 2010 steeg de werkloosheid gemiddeld met 9.000 mensen per maand. Pas in mei van 2010 is door de invloed van seizoensinvloed een lichte daling opgetreden. Over mei melden de uitzendbedrijven ook een toename van de flexibele functies.
Werkloosheid is de afgelopen vijftien jaar een groter kwaad geworden dan in de jaren daarvoor, zeiden we. Dat heeft een drietal redenen.
De eerste twee redenen hangen samen met het gegeven dat arbeid, met name betaalde arbeid, in onze samenleving in twee opzichten belangrijker is geworden. In de eerste plaats is de inhoud van werk belangrijker geworden in relatie tot onze zelfverwerkelijking. We verwachten nogal wat van ons werk. In de tweede plaats is betaald werk een sterk symbool geworden voor deelname aan de samenleving. De keerzijde van deze twee betekenissen van met name betaald werk is dat mensen zonder werk hun bestaan als leeg ervaren en zich buitengesloten voelen.
Dan is er nog een derde reden waarom werkloosheid een groter kwaad is geworden. Uitkeringen zijn verkort en omlaag gegaan. Dat laatste is een gevolg van het beleid van de overheid om mensen sterkere prikkels te geven in de richting van betaalde arbeidsparticipatie.
Ook al krijgen velen in een tijd van economische crisis met onzekerheid te maken, er is een grote diffuse groep te noemen die zich duidelijk in een meer kwetsbare positie bevindt dan anderen. Mensen met tijdelijke contracten, vaak jongeren, en losse werkverbanden, zoals uitzendkrachten en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers), vormen een zeer kwetsbare groep. In veel bedrijven was de zogenaamde flexibele schil in 2008 bijna net zo groot als de vaste kern van medewerkers. Zo is bijvoorbeeld 40 procent van de medewerkers in de bouw zzp’er. In die sector gaat het nu bar slecht. De geleidelijke instelling van de afgelopen jaren in bedrijven van een flexibele schil of van een ‘ademend’ personeelsbestand, leidt er in een tijd van economische crisis toe dat deze mensen worden ‘uitgeademd’ en vaak zonder een stevige financiële buffer en zonder sterke aanspraken op uitkeringen op straat komen te staan.

omhoog

Duurzaamheid

Toen in het najaar van 2008 de gevolgen van de kredietcrisis ook voelbaar werden in Nederland, werd er behalve over de noodzaak van te werken aan het herstel van een solide financiële basis van het economisch systeem dus ook gesproken over de noodzaak van het richten van de productie en consumptie op duurzaamheid. De kredietcrisis werd door velen, ook in kringen van het toenmalige kabinet, in samenhang gezien met een voedsel-, grondstoffen- en klimaatcrisis en werd aangeduid als een kans om te komen tot een meer solidaire en duurzame economie. Een economische orde dus waarin van meet af aan oog is voor de draagkracht van samenleving en ecosysteem. Van die noodzaak tot verduurzaming is echter in de maatregelen van het kabinet weinig terug te vinden. Er is een hele reeks van ambtelijke commissies ingesteld met het oog op de bezuinigingen ter verlaging van het begrotingstekort. Maar dé commissie die zich zal buigen over een heroriëntatie van de economische ordening richting duurzame doelen op langere termijn moet nog steeds ingesteld worden. Financiële doelstellingen overschaduwen het beleid en dringen sociale en ecologische doelen in de coulissen. Vergrijzing en verhoging van de arbeidsparticipatie lijken veel urgenter thema’s dan duurzaamheid.
Het effect van deze beleidsinzet is dat meer mensen, met name ouderen, de arbeidsmarkt op worden gejaagd, terwijl banen ontbreken. Ook een verlengen van de arbeidstijd naar 67 jaar helpt niet echt, als tegelijkertijd de arbeidsmarkt ouderen hardnekkig weert. In sociaal opzicht kan een dergelijk beleid niet duurzaam genoemd worden.
In het vroege voorjaar van 2009 herinnerden de FNV en de Stichting Natuur en Milieu het kabinet ook aan de noodzaak tot verduurzaming in ecologisch opzicht. Onder de titel Green New Deal presenteerden ze een duurzaam investeringsplan voor Nederland. Niet alleen het Rijk, ook andere overheden en instanties zouden moeten bijdragen aan het plan. In het plan hielden de organisaties een pleidooi voor onder andere verlaging van het btw-tarief voor milieuvriendelijke producten, voor stimuleringsregelingen voor investeringen in het energiezuinig maken van huizen en gebouwen, in het openbaar vervoer, elektrische auto’s en windenergie. Investeringen die 100.000 banen op zouden leveren.
Het duurzame investeringsplan werd echter door het Centraal Planbureau (CPB) scherp bekritiseerd. De investeringen uit het plan kwamen volgens het CPB het milieu wel ten goede, maar de economie was er niet mee geholpen. Om verslechtering van de economie te stoppen, kwamen de plannen volgens het CPB te laat.
Gerard Keijzers, hoogleraar duurzaam ondernemen aan Universiteit Nyenrode, bestrijdt deze kritiek. Volgens Keijzers leveren dit soort investeringen niet alleen een bijdrage aan de klimaat- en energiedoelen van het kabinet, maar hebben ze op termijn wel degelijk een mooie spin-off naar de economie en de werkgelegenheid. Investeringen in het isoleren van woningen kunnen volgens Keijzers zelfs op korte termijn al positieve werkgelegenheidseffecten hebben. Het is volgens hem kortzichtig om dergelijke plannen zo snel terzijde te schuiven.
Natuurlijk moet het in dergelijke plannen gaan om bedrijfseconomisch gezonde ondernemingen die banen opleveren. Maar als we een gezond bedrijfseconomisch perspectief kunnen verbinden met oog voor de kwaliteit van de samenleving en het ecosysteem, dan alleen tonen we als samenleving aan iets geleerd te hebben van een kredietcrisis die voortkwam uit het najagen van financieel-economisch rendement op de korte termijn.

omhoog

Geloof

Hoe staan we vanuit een christelijk geloof tegenover de vragen rondom werkloosheid en duurzaamheid? We staan in een traditie waarin de reflectie op werk niet als vanzelfsprekend op de kerkelijke en theologische agenda staat, laat staan de reflectie op werkloosheid. En wanneer het wel over werkloosheid gaat, staat het sterk in de schaduw van werk.

omhoog

Beroep en bezieling

Betaald werk neemt in onze samenleving een zeer belangrijke plaats in. Eerder noemden we al de grote betekenis van betaald werk voor zelfverwerkelijking en voor participatie aan de samenleving. In 2009 hebben we bij landelijk bureau DISK het laatste stadium van een interviewproject rond het thema ‘beroep en bezieling’ bereikt, dat deze grote betekenis van betaald werk op een bijzondere wijze onderstreept. Eén van de conclusies die het interviewproject oplevert, is dat de bezieling die mensen aan hun betaalde werk beleven, vooral met het werk zelf gegeven is. Dit heeft dan te maken met de wijze waarop dit werk bij hun capaciteiten past, in hoeverre het hen in staat stelt om zich te verbinden met andere mensen en welke mogelijkheden het werk biedt om zich verder te ontwikkelen. De aanwezigheid van deze drie elementen in hun werk doet mensen spreken over ‘bezieling’ in hun werk. Het gaat om een ‘bezieling’ die met het werk zelf gegeven is. De deelnemers aan het interviewproject, let wel allen kerkelijk betrokken, hebben geen van allen de behoefte om in de eerste plaats op grond van hun christelijk geloof of betrokkenheid bij de kerk te spreken van ‘bezieling’ in hun werk. Aan het betaalde werk beleven ze zoiets als een seculiere spiritualiteit. Deelname aan het betaalde arbeidsproces draagt in zichzelf bij aan een bezield bestaan, plaatst mensen in een bredere zinsamenhang. Je kunt zo spreken over het ‘sacramentele’ karakter van betaald werk. Door het betaalde werk worden mensen opgenomen in een omvattend sociaal verband en weten ze zich opgenomen in een zingevende humaniteit.
Het is mooi dat betaald werk mensen een dergelijke ‘bezieling’ oplevert. Het maakt mensen echter tegelijk ook erg kwetsbaar, want wat als hun betaalde werk hen ontvalt? Wanneer werk voor mensen zo’n grote zingevende betekenis heeft, hoe groot is dan de klap wanneer mensen dit werk verliezen? Wanneer de bezieling die men ervaart met het werk zelf gegeven is, is men zonder werk dan gedoemd tot een onbezield bestaan?

omhoog

Bijbelse relativering

In verband met de nadruk die in onze samenleving ligt op werk in de betekenis van zelfverwerkelijking en participatie aan de samenleving, is het interessant om even een blik te werpen in de Bijbel als de belangrijke bron van onze traditie. Wat gelijk opvalt aan het Bijbelse betekenisveld rondom werk is de buitengewoon nuchtere en daardoor relativerende kijk op werk. Werk heeft in de bijbel de betekenis van een vanzelfsprekende levensnoodzakelijkheid. Werk wordt niet verguisd, maar het wordt ook niet bejubeld. Werk op zichzelf betekent in de bijbel gewoon weinig. De mens heet ook niet obed: naar zijn wezen betrokken op werk; maar adam: naar zijn wezen betrokken op de aarde en de zegen daarvan.
Werk in zichzelf heeft in het Bijbelse taalveld niet de betekenis van deel nemen aan Gods werk in schepping en geschiedenis. Over God als medewerker van de mens in zijn werk kan men op grond van de bijbel met enig recht spreken, maar niet over de werkende mens als medewerker Gods. Het is dus in het Bijbelse taalveld niet zo dat de mens medewerker Gods is, omdat hij of zij werkt. Het naar het beeld van God geschapen te zijn, wordt niet of nauwelijks naar de kant van de menselijke arbeid uitgewerkt. Niet door middel van zijn werk maar via cultus en wetbetrachting dan wel de verwachting van de heerschappij van God wordt de mens in al zijn of haar activiteiten in Gods heilsgeschiedenis betrokken, dus ook in zijn of haar werk, maar het opvallende is dat het niet apart benoemd wordt. Dat valt vooral sterk op vanuit het blikveld van onze samenleving waarin betaald werk in zichzelf zo allesbepalend is en dus ook de participatie daaraan.
Vrijwel alle vragen die in de bijbel met betrekking tot werk worden gesteld, hebben te maken met het onmiddellijke verband tussen werk en wat het oplevert en wat met deze opbrengst gedaan wordt. Zo wordt in het boek Deuteronomium de goddelijke zegen op het werk afhankelijk gemaakt van de vraag of een deel van wat het oplevert ten goede komt aan de maatschappelijk zwaksten. Het gegeven, dat wie niet wil werken niet zal eten, is in de bijbel eerder een bloot ervaringsfeit dan een moraliserende richtlijn. We kennen deze uitspraak met name uit de brief aan de Thessalonisenzen. De apostel Paulus richt zijn woorden daar niet tegen werklozen, maar tegen mensen die zo sterk gericht zijn op de komst van de Messias dat de eigen zorg voor hun levensonderhoud erbij in schiet, met als gevolg dat zij in de geloofsgemeenschap teren op de opbrengst van het werk van anderen. Werkloosheid komt in het Bijbelse betekenisveld vooral naar voren als een tekort aan lonende arbeid. Juist vanwege dat laatste waren allerlei sociale voorschriften ten behoeve van armen en vreemdelingen hard nodig.

omhoog

De ‘werkloosheid’ van de sabbat

Er is in de Bijbel, met name in het Oude Testament, ook sprake van een moment in de tijd, een dag, waarop het werken voor het levensonderhoud even gestaakt wordt: de sabbat. Deze dag vormt een soort van oppositie tegenover het voor het levensonderhoud noodzakelijke werk van alledag. Dit werk wordt op deze dag stop gezet om te rusten in het scheppende werk van God (Deuteronomium 5) en om de roep te horen zich van het leven in vrijheid van de sabbat te keren tot de bevrijding van het leven (Exodus 20). De ‘werkloosheid’ van de sabbat betekent zo ruimte en tijd voor het gedenken van schepping en bevrijding.
In aansluiting op deze ‘werkloosheid’ van de sabbat heeft in de 20e eeuw met name de theoloog Karl Barth zich fel gekeerd tegen de moderne overschatting van betaald werk. Werk is bij Barth een positief gegeven, maar elke verheerlijking en vergoddelijking van betaald werk snijdt hij de pas af. In die lijn spreekt later ook Dorothee Sölle en schreef recentelijk ook Erik Borgman over de betekenis van betaald werk. Dit werk wordt ‘pas’ van betekenis vanuit het gezichtspunt van de vraag welke rol het speelt in het kader van de verwachting van de heerschappij van God.
Barth noemt dit het gezichtspunt van het ‘actieve leven’. Dit actieve leven is het menselijke antwoord op het komen van de heerschappij van God; namelijk het verwachten van Gods heerschappij van gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping. De grondvorm van dit actieve leven is de medewerking aan de vervulling van de taak van de christelijke gemeente, die handen en voeten geeft aan de bede ‘Uw heerschappij kome’.
Het betaalde werk ziet Barth slechts als een onderdeel van dit actieve leven. Een zelfstandige zin van werk kan volgens Barth los van de dienst aan deze heerschappij theologisch niet gefundeerd worden. Hij geeft het ten opzichte van deze dienst het stempel van ‘nevenactiviteit’. Omgekeerd betekent deze ‘lage’ positie van werk, dat de mens in geval van werkloosheid niet van het actieve leven wordt afgekoppeld. In onze tijd kunnen we dan ook zeggen dat niemand ‘werkloos’ staat tegenover het ideaal van een solidaire en duurzame samenleving.

omhoog

Talenten

Een mooie Bijbelse metafoor van het actieve leven waar Barth op doelt, is de gelijkenis van de talenten (Matth. 25:14-30). In dit verhaal staan de talenten voor de gaven van de Messias. In het erop volgende verhaal van het ‘oordeel van de Mensenzoon’ (Matth. 25:31-46) wordt het karakter van deze gaven onthuld. Het gaat om de gaven van geloof, hoop en liefde waarmee trouw en zorgzaam met mensen en de aarde wordt omgegaan. De mensen in dit verhaal zijn verrast, wanneer ze door de Mensenzoon op de voorgrond worden geplaatst als rechtvaardigen die oog en oor hebben voor het kwetsbare. Ze hebben geen andere intentie gehad dan trouw en zorgzaam te zijn. Ze leven als het ware zonder messiaanse pretentie de gaven van geloof, hoop en liefde. Ze dienen zonder dat ze dat zich bewust zijn het komen van de heerschappij van Gods gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping.
In de bronnen van onze traditie gaat met dit soort metaforen een hoopvolle waardering van betaald werk schuil. Betaald werk is in Bijbelse zin in zichzelf niet zaligmakend, maar het is ook niet zo dat het er niet toe doet. De kwaliteit ervan en van de manier waarop het gedaan wordt, ontleent zijn waarde aan iets anders dan aan geld, namelijk aan het trouw en zorgzaam omgaan met mens en aarde. Het waarde hechten aan die kwaliteit maakt betaald werk waardevol. Tegelijkertijd maakt diezelfde kwaliteit onbetaalde zorgarbeid en vrijwilligerswerk waardevol. In het licht hiervan is het een opvallende en hoopvolle ontwikkeling te noemen dat steeds meer mensen waarde hechten aan waar hun bedrijf of organisatie voor staat in termen van duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Met zo’n bedrijf blijken mensen zich graag te identificeren. Hun zelfverwerkelijking valt eigenlijk samen met het in hun betaalde werk een bijdrage kunnen leveren aan een verbetering van de wereld. In zo’n ontwikkeling gaat de betekenis van betaald werk samen met de betekenis ervan voor het werken aan een meer duurzame wereld. Sterker nog vanuit deze waardering van betaald werk, een waardering die zich niet alleen richt op de betaling ervan als wel op de vraag of mensen met dat werk een bijdrage kunnen leveren aan een meer duurzame wereld, is ook waardering mogelijk voor onbetaalde zorgarbeid en vrijwilligerswerk, omdat deze activiteiten bijdragen aan de kwaliteit van de samenleving.

omhoog

Werkloosheid, duurzaamheid en geloof

De gedachten over werkloosheid, duurzaamheid en geloof komen zo samen in het besef, waar de kredietcrisis in samenhang met een economische, voedsel-, energie-, grondstoffen- en klimaatcrisis toe aanzet, dat financiële doestellingen niet adequaat zijn om richting te geven aan ons leven, werken en samenleven. Alleen met financiële doelstellingen is ons leven, werken en samenleven schraal en armetierig. Ons leven, werken en samenleven raakt bezield wanneer we ons verbinden met anderen en trouw zijn aan de aarde.

omhoog

Naar andere signalementen

home

i