home

SIGNALEMENTEN
VAN ARBEIDSPASTORAAT DISK

DE PIJN VAN DE CRISIS
Uit het jaarverslag 2012

Elk jaarverslag van de Stichting landelijk bureau DISK opent met een beschouwing, waarin we beeldend en bezinnend omschrijven wat we ontmoeten en hoe we er mee omgaan. Het essay vertolkt een inhoudelijk signalement van het bestuur over actuele ontwikkelingen rond arbeid, zorg en inkomen in dat jaar.

Klik hier om onderstaand essay als Word-document te downloaden.

Door Trinus Hoekstra

Jaarverslag DISK 2012

Inleiding

In 2012 stonden de activiteiten van DISK in het teken van het jaarthema ‘Wordt de pijn van de crisis duurzaam verdeeld?’. In de loop van 2012 werd gaandeweg duidelijk dat de huidige economische crisis niet zomaar voorbij zou gaan. Tegelijkertijd werd ook duidelijk dat de regering, in lijn met afspraken in de Europese Unie, in belangrijke mate inzet op terugdringing van de staatsschuld en het begrotingstekort. Dat impliceert zware bezuinigingen. Onder invloed van die bezuinigingen en de slechte vooruitzichten in verband met de economische crisis is de consument voorzichtig met zijn of haar uitgaven. In de loop van 2012 is ook het bedrijfsleven in samenhang met die consumentenbestedingen steeds voorzichtiger geworden met investeren. De afnemende consumptie resulteert zo in een afnemende productie, een afnemende werkgelegenheid en een daarmee samenhangende oplopende werkloosheid. Met het Sociaal Akkoord, dat gesloten werd in het voorjaar van 2013, is geprobeerd een vertrouwen te genereren dat de neergaande lijn van de crisis zou kunnen stuiten.
Met name de oplopende werkloosheid is een belangrijk pijnpunt van de crisis. Hoe sociaal duurzaam wordt deze pijn op het moment verdeeld? Het is sterk de vraag of het realistisch is dat het Sociaal Akkoord de economische groei zal bevorderen en daarmee de oplopende werkloosheid zal kunnen beteugelen. Door het Sociaal Akkoord zijn drastische hervormingen van de arbeidsmarkt in ieder geval uitgesteld. Of uitstel evenwel tot afstel zal leiden is sterk de vraag. Wat was de achtergrond van de hervormingen die op stapel stonden en nog steeds onder druk van de Europese Unie boven de (arbeids)markt hangen? Immers overal wordt aangedrongen op het flexibiliseren van arbeidsmarkten. Dat precies was ook het oogmerk van de versoepeling van het ontslagrecht en de beperking van de Werkloosheidswet (WW) die beoogd werden in 2014 in te gaan. In dit essay een poging om de huidige situatie en het appèl dat ervan uit gaat helder voor ogen te krijgen.

omhoog

Crisis en werkloosheid

De gevolgen van de economische crisis zijn het afgelopen jaar steeds meer zichtbaar geworden. In 2011 hebben bedrijven, in de verwachting dat de economie weer zou aantrekken, tot het uiterste geprobeerd om personeel aan de slag te houden, ondanks de lagere productie en het gebrek aan opdrachten. De crisis duurt echter te lang om dat vol te houden. In de loop van 2012 hebben bedrijven dan ook besloten om werknemers te ontslaan.
In voorgaande periodes van economische malaise kon werkgelegenheid bij de overheid veel problemen opvangen. Nu daalt de werkgelegenheid echter ook bij het openbaar bestuur door bezuinigingen van de rijksoverheid en gemeenten.
Een krappe arbeidsmarkt (waarbij de vraag naar werknemers het aanbod overtreft), waar zes jaar geleden nog mee gerekend werd, is volgens het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) ver uit het zicht verdwenen. Volgens hoogleraar arbeidsmarktverhoudingen Joop Schippers kan het wel tot 2018 of 2019 duren tot er weer banen bijkomen. En ook al trekt de economie aan, dan gebeurt volgens de hoogleraar het omgekeerde van het effect dat nu plaats vindt. Werkgevers zullen dan voorzichtig zijn met het aannemen van nieuwe mensen en zullen het langer uitzingen met de mensen die ze hebben.
In Nederland was er tijdens de eerste jaren van de crisis, tussen 2008 en 2010, sprake van een heel bescheiden toename van de werkloosheid. In februari 2010 piekte de werkloosheid tot 5,8%. Daarna volgde een korte herstelperiode. De werkloosheid is nu na een korte afname tot medio 2011 al anderhalf jaar aan het stijgen. Eind 2012 was 7,2% van de beroepsbevolking werkloos, in februari, de maand waarin Nederland in een derde recessie terecht kwam, 7,5%, eind maart 7,9% en medio april 8,2%. Dat zijn 650.000 mensen.
De WW duurt momenteel maximaal 3 jaar en 2 maanden en bedraagt 70% van het laatstverdiende loon. Volgens de oorspronkelijke kabinetsplannen zou de WW met ingang van 1 juli 2014 twee jaar gaan duren. Het eerste jaar loongerelateerd en in het tweede jaar een uitkering op 70% van het minimumloon, dus bijstandsniveau. De situatie werd voor toekomstige werklozen extra dreigend doordat in diezelfde kabinetsplannen per 1 januari 2014 een forse versoepeling van het ontslagrecht was voorzien. Beide plannen zijn momenteel dankzij het Sociaal Akkoord van de baan, de diepere beweegredenen voor die plannen zijn dat echter allerminst.

omhoog

Een ‘stille arbeidsmarktrevolutie’

Begin september 2012 verscheen het bericht in de media dat Nederland op de jaarlijkse lijst van meest concurrerende landen was doorgedrongen tot de top vijf. Zelfs Duitsland bevond zich onder Nederland op de zesde plaats. Deze positieve uitslag kon echter volgens de toenmalige demissionaire minister van economische zaken Maxime Verhagen geen reden zijn voor Nederland om achterover te leunen. Een zwak element waar Nederland vooral mee achterblijft, was volgens Verhagen de arbeidsmarkt met starre loonverhoudingen en een beperkte vrijheid in het aannemen en ontslaan van personeel.
Volgens hoogleraar economie Esther Mirjam Sent is er al langere tijd sprake van een sluipende maar fundamentele verandering op de punten die Verhagen noemt. Zij schetst deze veranderingen als een ‘stille arbeidsmarktrevolutie’. De afgelopen jaren is het aantal flexwerkers en zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) drastisch toegenomen. Flexwerkers zijn uitzendkrachten, mensen met tijdelijke en nul-urencontracten. Zzp’ers zijn in principe mensen die zich als zelfstandige hebben ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Nederland heeft in Europees opzicht een grote flexibele schil om de arbeidsmarkt. Dat wil zeggen dat er sprake is van een groot bestand van mensen waaruit al naargelang de productieve behoefte van het bedrijfsleven ‘in- en uitgeademd’ kan worden. Handig in crisistijd. De toename van deze flexibele schil is een belangrijk element van de arbeidsmarktrevolutie die volgens Sent momenteel plaats vindt.

omhoog

Adequate hervorming?

De arbeidsmarkthervormingen uit de oorspronkelijke kabinetsplannen haakten deels in op de ‘stille arbeidsmarktrevolutie’ die Sent ontwaart. Een aangrijpingspunt is met name de tweedeling waarmee deze ‘stille arbeidsmarktrevolutie’ gepaard gaat. Aan de ene kant zijn er de ‘insiders’ met een vaste baan, goede sociale regelingen en opbouw van pensioen. Aan de andere kant is er sprake van ‘outsiders’. Hierbij gaat het om de onzekere positie van flexwerkers in het algemeen, maar in het bijzonder om een grote groep met een lage opleiding aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd is er onder zzp’ers sprake van een kwetsbare groep die zich genoodzaakt ziet om zich onder die titel aan te bieden, opdat ze hun oorspronkelijke werk kunnen blijven doen. Denk aan mensen werkzaam in de postbezorging, in de bouw en in de zorg. Mensen die door hun oorspronkelijke werkgever ontslagen worden en tegen een lagere vergoeding en zonder baanzekerheid door diezelfde werkgever als zzp’er weer aangenomen worden. Vooral op de langere termijn zien deskundigen grote problemen, niet alleen voor de betrokken ‘outsiders’ maar ook voor de arbeidsmarkt zelf. De sociale zekerheid van flexwerkers is een stuk kwetsbaarder dan van mensen met een vast contract. Voor de kwetsbare groep van zzp’ers geldt hetzelfde. Zij moeten hun sociale zekerheid zelf regelen en verdienen daarvoor vaak niet genoeg. Het gevolg is dat er op termijn grote risico’s kunnen optreden. Dit zal maatschappelijke kosten met zich mee brengen. Daarnaast zal het onzekere medewerkers met een lage binding aan hun werk opleveren. Het is de vraag of de arbeidsmarkt hiermee gediend is. Het is op dit moment, zeker door de krapte aan banen, tamelijk onduidelijk wat een adequate hervorming van de arbeidsmarkt precies moet inhouden. Het Sociaal Akkoord lijkt een onderkenning van die onduidelijkheid met het min of meer handhaven van de huidige WW en een veel beperktere hervorming van het ontslagrecht in 2016. Daarnaast lijken een aantal maatregelen uit het Sociaal Akkoord de kwetsbare positie van flexwerkers meer te beschermen en te versterken.

omhoog

Krapte van het arbeidsaanbod?

Tegelijkertijd is er meer aan de hand. Al langere tijd wordt er gesproken over de noodzaak van een hervorming van de arbeidsmarkt met het oog op een naderende krapte van het arbeidsaanbod. Ondanks de stijging van de werkloosheid verwacht men dat een gespannen arbeidsmarkt waarop de vraag het aanbod zal overtreffen met de dag dichterbij komt. Met het oog hierop moeten arbeidsmarkthervormingen meer mensen naar de arbeidsmarkt leiden en tegelijkertijd hun mobiliteit op die markt vergroten. Met de verhoging van de AOW-leeftijd en de pensioengerechtigde leeftijd en de voortgaande maatregelen om mensen met een beperking deel te laten nemen aan de reguliere arbeidsmarkt is die toeleiding naar de arbeidsmarkt voor een deel gerealiseerd. Een verdere bevordering van de arbeidsmobiliteit is op het moment met het Sociaal Akkoord uitgesteld.
De inzet op arbeidsmarkthervormingen met het oog op een naderende krapte op de arbeidsmarkt dateert al uit 2008 en is gebaseerd op het rapport van de commissie Bakker. De kern van dit rapport was de waarschuwing van een dreigende structurele schaarste op de arbeidsmarkt. De babyboomgeneratie gaat met pensioen en door de bevolkingsafname komen er te weinig nieuwe werknemers bij om alle nieuwe vacatures op te vullen. In 2011 zou deze krapte al beginnen en het tekort aan werknemers zou oplopen tot één miljoen in 2040. Gehandicapten, werklozen, mensen in de bijstand, iedereen was volgens het rapport nodig om de huidige welvaart in stand te houden en de pensioenen op peil te houden. De opeenvolgende wetten Werken Naar Vermogen en de Participatiewet, in het kader waarvan mensen met een beperking zoveel mogelijk zouden moeten participeren in reguliere arbeid, waren in feite het resultaat van een reflex die samenhing met deze aanname van een nabije krapte op de arbeidsmarkt.
De aanname, toen het rapport medio 2008 gepubliceerd werd, vlak voor het uitbreken van de kredietcrisis, was dat de economische groei onbeperkt zou doorgaan en werkloosheid vanwege een tekort op de arbeidsmarkt geen probleem zou vormen. Mensen verloren bij arbeidsmarkthervormingen misschien baanzekerheid, maar daar stond werkzekerheid tegenover. De situatie van een dreigend tekort op de arbeidsmarkt is anno 2013 evenwel drastisch gewijzigd. Ten gevolge van de huidige economische crisis dreigt er geen tekort aan werknemers maar vooral aan banen. De inschatting onder economen en arbeidsmarktdeskundigen is, dat er pas vanaf 2020 serieuze arbeidsschaarste zal optreden. Regeringsbeleid blijft er evenwel bij dat er, zij het met een aantal jaren vertraging, een structurele krapte zal komen, en maatregelen derhalve geboden blijven.

omhoog

Crisisaanpak

De ‘stille arbeidsmarktrevolutie’ die gaande is, is op het moment getemperd met beschermende maatregelen jegens flexwerkers en zzp’ers en het uitstel van de kabinetsplannen om de arbeidsmarkt drastisch te hervormen. Het is evenwel sterk de vraag of daarmee de crisisaanpak in de kern gewijzigd is. Die aanpak blijft erop gericht om de concurrentiepositie van Nederland op de wereldmarkt te versterken. In de hele Europese Unie is het arbeidsmarktbeleid gericht op het versterken van concurrentieposities. Met arbeidsmarkthervormingen wordt de toename van een minder beschermd arbeidsaanbod op de arbeidsmarkt bevorderd. Die toename heeft een neerdrukkend effect op de hoogte van de lonen, verlaagt zo de productiekosten en versterkt daarmee de concurrentiepositie.
Het veronderstelde belang van lagere lonen voor de bv Nederland kwam begin 2013 scherp tot uitdrukking met de casus van Capgemini. Bij monde van bestuursvoorzitter Jeroen Versteeg maakte het gerenommeerde IT-bedrijf bekend, dat het zijn duurdere, deels oudere, werknemers wil vragen om 10 tot mogelijk 30 % van hun salaris in te leveren. Hun salaris zou in vergelijking met hun marktwaarde scheef gegroeid zijn. Het initiatief van Capgemini heeft een bredere strekking dan de IT-branche en gaat ook verder dan een pleidooi voor demotie (beloning naar beneden bijstellen) van oudere werknemers. Volgens bestuursvoorzitter Versteeg zitten we in Nederland internationaal gezien met te hoge loonkosten. Dat is slecht voor onze concurrentiepositie. We kunnen volgens Versteeg een voorbeeld aan Duitsland nemen, dat ons dankzij lagere lonen qua concurrentiekracht voorbij zal streven.
Nu lijkt Duitsland sowieso een gidsland voor Nederland wat crisisaanpak betreft. Daar lijken ingrijpende hervormingen van de arbeidsmarkt nu vrucht te dragen met een economie die groeit tegen de klippen van een economische crisis op.

omhoog

Het Duitse model

Aan het begin van deze eeuw stond de Duitse economie er slecht voor. De groei stagneerde en de werkloosheid was rond 2005 opgelopen tot bijna 5 miljoen personen. Starre loonverhoudingen en een weinig flexibele arbeidsmarkt werden aangewezen als de oorzaken van de oplopende werkloosheid. Hervormingen gebaseerd op de aanbevelingen van de Hartz-commissie uit 2002 moesten deze oorzaken aanpakken. Peter Hartz, indertijd personeelsdirecteur van Volkswagen, was de voorzitter van de commissie.
De regering van SPD-kanselier Schröder werkte in de jaren 2003-2005 de aanbevelingen in vier wetten uit. De vierde en meest ingrijpende wet kreeg de naam ‘Hartz IV’. Volgens deze wet vervalt na één jaar zonder werk de werkloosheiduitkering. Voor 55-plussers is dat anderhalf jaar. Behalve de duur van de werkloosheiduitkering werd ook de hoogte ervan teruggebracht. Voorheen was de werkloosheiduitkering gerelateerd aan arbeidsverleden en het laatst verdiende loon, nu is het een sociale voorziening die daar los van staat. Na deze werkloosheiduitkering (Arbeitslosengeld) valt men terug op de bijstand genaamd ‘Arbeitslosengeld II’. Om in aanmerking te komen voor deze bijstanduitkering moet men elke dag van de week beschikbaar zijn voor werk. Men mag het district van het arbeidsbureau niet verlaten en men moet bereid zijn elke baan, ongeacht opleiding, en waar dan ook in Duitsland te accepteren. Wanneer de nieuwe baan niet het bijstandniveau biedt, wordt het met een aanvullende uitkering op bijstandsniveau gebracht.
Op het moment behoort Duitsland qua groei en daling van de werkloosheid tot de sterkste economieën van de wereld. Medio 2012 was de werkloosheid gedaald tot iets boven de 2,8 miljoen. Ten opzichte van de top van 2005 is dat een daling van meer dan 2 miljoen.
Het Duitse succesmodel heeft een harde keerzijde. De inkomensongelijkheid en de armoede zijn in Duitsland de afgelopen jaren sneller gestegen dan die in de andere OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling)-landen. Het Duitse groeimodel, dat is gebaseerd op een groeiende export, boekt zijn succes volgens critici ten koste van de eigen werkende bevolking. Met name de hervorming van de arbeidsmarkt in het kader van Hartz IV zou hebben gezorgd voor een explosieve groei van het aantal werkende armen. Deze arbeidsmarkthervormingen hebben de deur wagenwijd opengezet voor allerlei vormen van onderbetaald werk. Intussen werken 8 miljoen Duitsers in onvolwaardige banen.
In het vroege voorjaar van 2013 bleek dat deze schaduwzijde van het Duitse succesmodel, waarschijnlijk met het oog op naderende verkiezingen, voor de SPD reden is om zich te bezinnen op de hervormingen. Ook Schröder trok recentelijk het boetekleed aan. In een interview in het boulevardblad ‘Bild’ gaf hij toe dat de toename van slecht betaald werk een groot probleem is.

omhoog

Duitse toestanden in Nederland?

Volgens hoogleraar arbeidsverhoudingen Ton Wilthagen lijkt het er op, dat er bij het opstellen van de oorspronkelijke kabinetsplannen om de Nederlandse arbeidsmarkt te hervormen sterk gekeken is naar het Duitse model. De tendens is uitkeringen en lonen omlaag en iedereen zoveel mogelijk naar de arbeidsmarkt, desnoods verplicht.
In vergelijking met de jaren tachtig van de vorige eeuw is de blikrichting in een paar decennia volstrekt gekanteld. In de jaren ’80 bedroeg de werkloosheid 10%, een percentage waar we ook nu naar toe lijken te kruipen. In die jaren werd alles uit de kast gehaald om de werkloosheid te bestrijden: loonmatiging, arbeidstijdverkorting, de vut, gesubsidieerde banen, deeltijdwerk, vrijwilligerswerk met behoud van uitkering. Nu worden mensen vooral de arbeidsmarkt op gejaagd en moeten ze zichzelf maar zien te redden. Volgens het SCP-rapport Werk in goede banen is het Nederlandse uitkeringssysteem er in de loop der jaren vooral beter in geworden om mensen uit een uitkering te weren. Ze worden niet geholpen en ondersteund om een plek op die arbeidsmarkt te vinden. Waar mensen door gemeenten wel ‘begeleid’ worden richting arbeidsmarkt, worden misstanden gemeld. Zo constateert het ‘Actiecomité Dwangarbeid Nee’ dat gemeenten mensen uit de bijstand aan het werk zetten met behoud van uitkering. De nobele intentie is om ze ervaring te laten opdoen en klaar te stomen voor de echte arbeidsmarkt. Die nobele intentie levert volgens het Actiecomité evenwel lelijke praktijken op. Zo verdwijnt er in Rotterdam werk in de thuiszorg en vullen bijstandgerechtigden de gaten die er vallen. Bij de Hema, de Albert Heijn, in callcenters, bij Post Nl, overal werken mensen voor een uitkering. De intentie om mensen volwaardig aan te nemen wordt niet waar gemaakt en bij protest hangt de dreiging van korting op de uitkering steeds in de lucht.
Volgens Esther Bijlo van ‘Trouw’ is er nog een groot verschil met de jaren tachtig van de vorige eeuw. Anders dan in die jaren wordt werkloosheid nu veel meer gezien wordt als een individueel probleem. Werkloosheid werd in de jaren ’80 gezien als een gevolg van twee oliecrises, een bedrijfsleven dat aan de grond zat en een overheidstekort van 10%. Het was niet de schuld van het individu dat hij of zij geen baan had, er was gewoon geen betaald werk. Tegen die achtergrond werd serieus gediscussieerd over ideeën als een basisinkomen en een arbeidsethos dat zich niet alleen richtte op betaalde arbeid. In de decennia na de jaren ’80, op de golven van opkomend neoliberalisme en economische voorspoed, werd werkloosheid steeds meer gedefinieerd als een individueel probleem. Wie nu geen baan heeft, is niet goed geschoold of niet flexibel genoeg. De oplossingen die nu de ronde doen om de werkloosheid te bestrijden, sluiten daar grotendeels bij aan: scholing en flexibilisering, lage uitkering en dwang.

omhoog

Risico

De huidige situatie brengt een groot risico met zich mee. Mensen worden de arbeidsmarkt opgejaagd terwijl de werkloosheid oploopt. De hervormingen van de arbeidsmarkt zijn dan met het Sociaal Akkoord weliswaar getemperd, voor mensen die werkloos zijn en raken dreigt op termijn alsnog een penibele situatie in een bijstanduitkering. Collectieve maatregelen in de richting van herverdeling van het beschikbare werk worden ‘nog’ niet overwogen. Het risico dreigt van een groeiend leger verarmende werklozen en werkende armen in onvolwaardige banen. Ondertussen wordt werkloosheid in plaats van als een probleem van het collectief gereduceerd tot een individueel probleem. Het individu staat met zijn of haar veronderstelde zelfredzaamheid niet alleen centraal maar ook en vooral alleen.
Mensen worden opgeroepen om zelfredzaam te zijn en niet te leunen op de overheid of op anderen. De onbarmhartigheid en onrechtvaardigheid van een dergelijke oproep tot zelfredzaamheid is de neoliberale toon die er in schuilt van ‘zoek het zelf maar uit’. Misschien is deze harde neoliberale toon wel de keerzijde van een lifestyling waarin een ieder zelf verantwoordelijk wordt geacht voor het eigen succes of falen. Deze lifestyling suggereert volledige maakbaarheid van het persoonlijk bestaan. Zij past de succesvollen als een maatpak en bevestigt ze in hun eigengereide waan. Volgens de psychoanalyticus Paul Verhaeghe, in zijn boek Identiteit (2013), is in deze ‘nieuwste mutatie van het sociaal darwinisme’ de competitie op het niveau van soort, ras of samenleving vervangen door die tussen losstaande individuen.

omhoog

Appèl

Er is een bijbelboek dat deze waan van zelfredzaamheid kristalhelder weerspreekt. Dit boek is weleens weggezet als cynisch, maar is met het oog op tijden van crises diep pastoraal geladen. Het boek Prediker laat zien dat mensen kwetsbaar zijn voor de onontkoombare wisselvalligheden van het bestaan. Te midden van die wisselvalligheden is zelfredzaamheid een kwetsbare status. Het boek Prediker bepaalt de actuele lezer bij het gegeven dat op deze wereld talloze mensen (zeker op de minder welvarende plekken) levens leiden, gebeurtenissen meemaken, die de maakbaarheid van het bestaan tot een illusie maken.
Volgens Prediker rest de mens ‘slechts’ zich te verheugen en goed te doen in zijn/haar leven. De zin van het menselijk leven ligt volgens Prediker in goed doen en in het goed te hebben met elkaar. Elke andere diepere zin is voor de mens verborgen. Dit ‘down to earth’-karakter van Prediker is vaak verward met cynisme. In de Joodse traditie zelf wist men het echter op waarde te schatten door dit boek te koppelen aan Soekkot, het vrolijke Loofhuttenfeest. Oorspronkelijk was dit een inzamelingsfeest, een dankfeest na de oogst, dat geladen wordt met de herinnering aan de bescherming door God tijdens de omzwervingen in de woestijn. De maaltijd wordt gedurende het feest gebruikt in hutten die afgedekt zijn met looftakken. Door dit dak heen kunnen de bewoners de lucht en de sterren zien. God houdt hen letterlijk de hand boven het hoofd. De vrolijkheid van het feest komt daarin tot uitdrukking dat men gezamenlijk geniet van het goede dat het leven/God hen te bieden heeft. Dit goede wordt genoten in het besef dat het mogelijk is om een crisis, letterlijk een woestijnervaring, te boven te komen door het goede gezamenlijk te genieten. In dit ‘gezamenlijke’ zit de crux ten aanzien van het begrip zelfredzaamheid in de christelijke traditie. Tegelijkertijd gaat er een belangrijk appèl van uit. Wij leven en sterven bij de gratie van de aandacht, van de zorg van anderen. In die aandacht en zorg schuilt het geheim van de ander/Ander, van Immanuël – God met ons. Met het negeren van die aandacht en zorg doen we onszelf, elkaar, op een onbarmhartige en onrechtvaardige wijze tekort. Het komt er op aan elkaar niet tot zelfredzaamheid te veroordelen, maar ervoor te zorgen dat we elkaar in staat stellen zelfredzaam te zijn. Dat wil zeggen een zelfredzaamheid die is ingebed in en voorafgegaan wordt door een duurzame solidariteit in kansen.
Op grond van dit appèl, namelijk van een diep besef van een afhankelijkheid van onze zelfredzaamheid van de gezamenlijkheid, wordt de aandacht in en vanuit kerken voor de thematiek van werkloosheid in belangrijke mate getoonzet. Een kerkelijke aanpak van werkloosheid is natuurlijk in de eerste plaats gericht op het verstaan van levensverhalen. Daarnaast kan een kerkelijke aanpak gericht zijn op het ondersteunen van mensen in hun zoektocht naar werk, maar ook zeker op het onderkennen van de situatie dat er op het moment voor velen gewoon geen werk is. Deze onderkenning kan ertoe leiden dat mede door kerken aangedrongen wordt op een oplossing als herverdeling van het beschikbare werk.

omhoog

Naar andere signalementen

home

i