home

PROJECTEN

VOORJAARSCONFERENTIE
DISK, NETWERK DAK

IN DIACONIE / DIACONAAT GEBEURT KERK
Naar een theologie van het diaconaat!

Klik hier om onderstaand artikel te downloaden als Word-document (32kb)

Door Trinus Hoekstra

Inleiding
Diakonievergessenheit
Diaconaat versus evangelisatie?
Geen oordeel over
Brede visie
Gelovig handelen
Diaconaat als verkondiging
Publieke zaak
In diaconaat gebeurt kerk!

Inleiding

Op 4 februari 2005 was Erik Borgman (toen nog directeur van het Heyendaal Instituut te Nijmegen) te gast op de Diaconale Studiekring om zijn reactie te geven op het boek Barmhartigheid en gerechtigheid: Handboek Diaconiewetenschap (een uitgave van uitgeverij Kok te Kampen en Disk te 's-Hertogenbosch, 2004). In deze reactie pleitte Borgman voor een diepere theologische doordenking van diaconaat. Ik vond deze reactie toen zo intrigerend dat ik er een artikel over schreef (Ophef 2005). In deze bundel nemen we dit artikel ook op, om weer even dat moment te proeven waarop Borgman in relatie tot diaconaat preludeerde op Metamorfosen en een diepere theologische doordenking van diaconaat zich al aankondigde als een diaconale doordenking van kerk en theologie.
In dit artikel geef ik na een tweetal korte inleidende opmerkingen een impressie van Borgmans intrigerende reactie. Vooraf even een korte opmerking over het woordgebruik. Ik gebruik in het artikel de protestantse term 'diaconaat'. In de rooms-katholieke kerk wordt doorgaans de term 'diaconie' gebruikt.

omhoog

Diakonievergessenheit

In de kring van de Diaconale Studiekring werd een paar jaar geleden het initiatief tot het boek Handboek Diaconiewetenschap genomen. Het boek wil volgens redactielid Herman Noordegraaf (in een artikel in Ophef van november 2004) een bijdrage leveren aan het bestrijden van - zoals dat in de Duitse vakliteratuur wordt genoemd - de 'Diakonievergessenheit' in kerk en theologie. Ondanks dat er veel mensen betrokken zijn bij diaconaal werk en er veel kerkelijk geld in omgaat, is het diaconaat volgens Noordegraaf niet een vanzelfsprekende dimensie van kerk-zijn. Bij kerkelijke bezuinigingen ligt de nadruk al snel op het instandhouden van gemeenten en parochies en het binnenkerkelijke werk en veel minder op het diaconale veld van kerk en samenleving. Daarnaast wijst Noordegraaf erop dat het vak diaconaat het minst ontwikkelde vak niet alleen binnen de praktische theologie, maar binnen de gehele theologie is. "Zo is er geen systematische theologie van het diaconaat ontwikkeld en ook geen diaconale ecclesiologie, die gevoed wordt vanuit de systematische, historische en bijbelse vakken."

omhoog

Diaconaat versus evangelisatie?

In de loop van het voorjaar van 2005 kreeg deze 'Diakonievergessenheit' een merkwaardig actuele spits met het tumult in de media rond uitlatingen van predikant At Polhuis, alsof hij gepleit zou hebben voor het afschaffen van diaconaat ten voordele van evangelisatie en gemeenteopbouw. Zelf heb ik uit artikelen van Polhuis begrepen dat hij in de eerste plaats sprak vanuit een achtergrond van grote bezorgdheid over een fatale vergrijzing van zijn gemeente in Rotterdam. Een fataal vergrijzende gemeente kan volgens Polhuis op den duur niet meer aan diaconaat doen. De gemeente moet eerst weer uitgebreid en opgebouwd worden om er als gemeente te kunnen zijn en vervolgens aan diaconaat te kunnen doen. Zo vat ik de redenering van Polhuis maar even samen.
Intrigerend vond ik de indringende vraag die Polhuis in zijn uitlatingen bij het diaconaat stelde. 'Is de kerk in het diaconaat gevlucht uit verlegenheid met het eigen geloof?' Is de kerk met andere woorden, en nu parafraseer ik de woorden van Polhuis maar even met een referentie aan woorden van Hoekendijk, aan 'pantomime van het heil' gaan doen (een woordeloze verkondiging in daden) niet zozeer vanuit een keuze om te zwijgen (terwijl ze dus wel weet wat ze zou kunnen zeggen), maar eerder vanuit een zekere sprakeloosheid ten aanzien van de vraag welk woord ze voor de wereld heeft?

omhoog

Geen oordeel over

De reactie van Borgman op het Handboek Diaconiewetenschap heeft voor mij een verhelderend licht geworpen op de indringende vraag die Polhuis stelt. Tegelijk heeft Borgman me met zijn reactie sterk doordrongen van de fundamentele onjuistheid van het tegen elkaar uitspelen van diaconaat en evangelisatie.
Borgman wil nadrukkelijk geen oordeel uitspreken over het handboek. Het gaat hem meer om een oordeel na dit handboek. Hij waardeert het boek als een momentopname van de reflectie op het terrein van het diaconaat. Het laat volgens hem goed zien hoe we momenteel op dit terrein denken. Bovendien probeert het boek de reflectie over diaconaat op een hoger plan te tillen en signaleert het dat er met name op dit punt nog veel theologisch huiswerk ligt. Borgman vindt het echter een riskante operatie om deze reflectie te isoleren op een terrein als dat wat het boek 'diaconiewetenschap' noemt. Bij een theologie van het diaconaat gaat het om de betrokkenheid op God die bij de samenleving is. Het gaat daarin om de vraag naar het goede samenleven als een theologische vraag, als een vraag naar God in het samenleven. In feite is dat de theologische vraag die in diaconaat schuil gaat, eruit opgediept en benoemd moet worden, wil diaconaat niet een te toevallig en activistisch dienstbetoon blijven. Deze vraag is echter breed in de hele theologie aan de orde en niet alleen in een geïsoleerd hoekje.

omhoog

Brede visie

Borgman begint zijn reactie op het handboek met het aanhalen van de vertaling die Sake Stoppels in het handboek geeft van Mattheüs 10 vers 45: 'De Mensenzoon is niet gekomen om te worden gediakend, maar om te diakenen en zijn leven te geven als een losprijs voor velen.' Het dienen van de Mensenzoon zelf is volgens Borgman de kern van diaconaat. Het diaconaat van de kerk houdt in dat zij de Mensenzoon in dit dienen navolgt en in dit dienen het dienen van de Mensenzoon, van God zelf als Immanuël ('God met ons'), beantwoordt. Diaconaat is navolging van en antwoord op de compassie van God. Dit is de brede zin van diaconaat, waarbinnen alle in smalle zin diaconale activiteiten hun plaats en betekenis krijgen. Tegelijk houdt dit in dat diaconaat altijd een theologische vraag impliceert, want wat betekent het hier en nu te dienen zoals de Mensenzoon dient? Oftewel wat voor navolging en wat voor antwoord wordt er in het hier en nu gevraagd? Het dienen van de Mensenzoon gaat daarbij altijd aan ons vooraf. Het is dan de vraag waar de Mensenzoon wie en hoe dient. De navolging houdt derhalve een zoeken in van een antwoord op de vraag waar de Mensenzoon in het hier en nu aanwezig is. Waar is God en hoe kunnen wij met onze navolging een antwoord op de compassie van God geven?
Diaconaat in deze brede zin is geen handelen vanuit de kerk, maar een wijze van kerk-zijn die het wezen en de oorsprong van de kerk uitmaakt. Een theologische reflectie op diaconaat moet volgens Borgman van deze brede visie erop uitgaan. In deze visie zijn de werken van barmhartigheid geen uitvloeisel van kerk en christendom, maar zijn ze zelf de concrete gestalte van kerk en christendom.
Alleen wanneer een theologische reflectie uitgaat van deze brede visie op diaconaat, heeft het diaconaat volgens Borgman een wezenlijke en onvervreemdbare plek in de theologie en doordesemt het de theologie. Deze brede visie ontbreekt nu nog in het handboek.

omhoog

Gelovig handelen

Voor het handboek betekent dit volgens Borgman ook dat een centralere plaats ingeruimd moet worden voor de vraag in welke zin diaconaat gelovig handelen is. Het leidt tot misvattingen wanneer diaconaal handelen wordt voorgesteld als handelen vanuit een gelovige opdracht of inspiratie. Diaconaal handelen is geen uitvloeisel van geloven, het is zelf gelovig handelen. Het gaat niet om iets dat je vanuit het geloof weet en vervolgens toepast.
Dit heeft ook daarmee te maken dat de overtuiging dat wij verantwoordelijkheid dragen voor het lot van anderen in zichzelf theologische betekenis heeft. Het feit dat wij in onze hulpbehoevendheid met elkaar verbonden zijn, van elkaar afhankelijk zijn, op elkaar aangewezen zijn, verwijst daarnaar dat wij als menselijke gemeenschap bestemd zijn voor het heil van het Rijk Gods. Dit impliceert volgens Borgman dat het heil van de een altijd mede afhangt van dat van de ander, hetgeen de ongelijkheid die in elk diaconaal handelen verborgen zit tegelijkertijd fundamenteel relativeert. Diaconaat is dus ook iets waar jezelf beter van wordt, beter van mag worden, omdat we de gemeenschap maken waarin we gered zullen worden. Het is een diepe verwijzing daarnaar dat we uiteindelijk alleen als gemeenschap vooruit kunnen komen. Ons heil wordt bereikt via de omweg van het heil van de a/Ander(en). In het feitelijke diaconale handelen zelf zit dus een fundamenteel geloofsmoment! Tegelijk geeft diaconaat precies vorm aan de lotsverbondenheid die ons voor Gods aangezicht eigen is. Alleen ook vanuit deze achtergrond valt de presentiebenadering van Andries Baart theologisch te begrijpen (in zijn betrokkenheid op de a/Ander) als vorm van diaconaat.

omhoog

Diaconaat als verkondiging

Het handboek suggereert volgens Borgman dat diaconaat een antwoord is op een bijbelse opdracht. Het gaat echter veeleer om een antwoord op de presentie van God bij de wereld. Wat is die wereld eigenlijk en waar moeten we God daar zoeken? In welke zin heeft de nood van de wereld een religieuze dimensie? Met deze vragen probeert het diaconaat de wereld toegankelijk te maken voor een theologische blik. De kerk heeft daarbij een bepaald beeld van wat menselijk heil is, namelijk gemeenschapsvorming en solidariteit. In het diaconale handelen als gelovig handelen wordt de belijdenis van Gods compassie, als compassie met de gemeenschap en de solidariteit waarin wij ons als mensen met elkaar bevinden, concreet gemaakt. In deze zin is de kerk met haar diaconale activiteiten ook geen aanvulling op de seculiere hulpverlening, maar in de eerste plaats en vanuit haar theologisch zelfverstaan verkondiging van Gods heil als de gemeenschap en de solidariteit die wij als mensen nodig hebben.

omhoog

Publieke zaak

Met betrekking tot de samenleving staat hier volgens Borgman de vraag naar de publieke zaak, naar het goede samenleven, op het spel. Rondom deze thematiek klinken momenteel breed in de samenleving vele stemmen. De vraag naar het goede samenleven lijkt de actuele vraag bij uitstek. In het diaconaat gaat het precies om betrokkenheid op deze vraag. Daarbij is het echt niet de bedoeling dat de kerk weet en zegt hoe de samenleving eruit moet zien, maar dat ze zelf door heeft dat het stellen van en zich inlaten met die vraag met de werkelijkheid van God te maken heeft. De kerk moet zich hier vandaan op z'n minst betrokken voelen bij het gesprek in de samenleving over de publieke zaak. Dit betekent dat diaconaat niet een binnenkerkelijk discussieveld met het oog op de samenleving als toepassingsgebied is, maar juist een missionaire betrokkenheid op de samenleving behelst.
Het handboek maakt zichzelf in dit verband wat te klein volgens Borgman, door het voor te doen komen alsof het bij diaconaat vooral om een binnenkerkelijk discussieveld gaat. Het handboek is nu te sterk gericht op het aantonen van de kerkelijke legitimiteit van diaconaat. De reflecties hierbij lijken gevoed te worden door kerkelijke en theologische miskenning. Ten gevolge van deze miskenning laat men zich verleiden om zich juist als belangrijk toepassingsgebied van kerk en geloof te profileren en te weinig theologisch oog te hebben voor het diaconaat zelf als verkondigende en missionaire gestalte van kerk en geloof.
Naar mijn idee vertoont zich hier iets dat elders in de kerk ook al ruimschoots aanwezig is: onzekerheid, een gerichtheid naar binnen toe en tegelijk als antwoord op die innerlijke onzekerheid een behoefte om zichzelf naar buiten toe te profileren. Ondertussen dreigt men de publieke zaak en de eigen betrokkenheid daarbij uit het oog en uit het hart te verliezen.

omhoog

In diaconaat gebeurt kerk!

De angstige kerkelijke beweging naar binnen toe vormt echter nauwelijks het begin van een antwoord op de crisis waarin de kerk en daarmee ook het diaconaat zich bevindt. De indringende vraag van Polhuis 'Hebben wij een woord voor de wereld?' ervaar ik in dit verband als een verademing, omdat ze de blik naar buiten dwingt. De reactie van Borgman op het Handboek Diaconiewetenschap heeft in dit verband voor mij het karakter van een bijzondere doordenking van de vraag van Polhuis. Kort samengevat komt de richting die Borgman wijst op het volgende neer: God is bij de wereld, bij de samenleving. Het komt er vervolgens op aan dat wij de vraag leren stellen waar God bij de wereld en bij de samenleving is en hoe wij daarin bij God en de samenleving kunnen zijn? Deze vraag moet gesteld worden, wil diaconaat niet verzanden in een te toevallig, te activistisch en wellicht te sprakeloos kerkelijk dienstbetoon.
In de loop van zijn reactie heeft Borgman me duidelijk gemaakt dat het tegen elkaar uitspelen van diaconaat en evangelisatie of missie fundamenteel onjuist is. Diaconaat is zelf in haar wezen immers - in haar verkondigende betrokkenheid op God en de samenleving - ecclesio-genese: kerkwording en evangelisatie ineen. In diaconaat gebeurt kerk!

Voor dit artikel heb ik gebruik gemaakt van mijn aantekeningen van de genoemde bijeen-komst van de Diaconale Studiekring op 4 februari 2005, een handout van Borgman bij de reactie die hij toen heeft gegeven en een handout van zijn lezing voor Stem in de Stad (Haarlem, 22 maart 2005).

omhoog

Naar beginpagina voorjaarsconferentie 2008

home