home

PROJECTEN

VOORJAARSCONFERENTIE
DISK, NETWERK DAK

IN DIACONIE / DIACONAAT GEBEURT KERK
Korte samenvatting 'Metamorfosen'

Klik hier om onderstaand artikel te downloaden als Word-document (45kb)

Korte samenvatting van de hoofdstukken van het boek 'Metamorfosen - Over religie en moderne cultuur' van Erik Borgman, in 2006 in een tweede druk verschenen bij uitgeverij Klement te Kampen.
Door Trinus Hoekstra.

Inleiding
Deel I - Theoretische verkenningen

Deel II - Maatschappelijke omzwervingen
Deel III - Uitgelokte belijdenissen
Tenslotte

Inleiding

De actuele vraag naar religie en moderne cultuur
Wat is religie bij Borgman? Het lijkt erop dat dit voor hem alles te maken heeft met onzekerheid en het uithouden van die onzekerheid in het geloof en het verlangen dat God hierbij en hierin aanwezig is. Religie lijkt het durven aangaan van de ervaring van onzekerheid in de huidige cultuur, het durven leven van de vraag naar God.

omhoog

Deel I - Theoretische verkenningen

1. De vraag naar religie als al het vaststaande vervluchtigt
Religie is voor Borgman een geleefde verhouding met en verbeelding van de dieptestructuur van de werkelijkheid. Deze dieptestructuur is aan fundamentele veranderingen onderhevig in reactie op de fundamentele veranderingen van de wereld in het kader van 'globalisering'. Religie leek ooit (in de tijd van de overzichtelijke lokale gemeenschap) vooral een collectief fenomeen dat de heersende orde garandeerde. De kern van de zaak lijkt dat religie in de globaliteit vooral een individueel fenomeen is, waarbij en waarin de ervaring en duiding van het geheel een probleem is en onzeker maakt en zonder thematisering van die onzekerheid tot fanatisme en/of relativisme kan leiden.

2. Van religie die in de wereld verdwijnt naar religie die vanuit de wereld opkomt
Hedendaagse mensen weten dat zij zelf hun eigen wereld, leven en identiteit vorm moeten geven. Tegelijkertijd leven ze in het besef dat het realiseren van het 'goede leven' hun eigen macht te boven gaat. Theologie wordt volgens Borgman pas onderdeel van de eigen tijd wanneer dit dubbelzinnige heden uitgangspunt en doel van leven en denken wordt en zich zo verhoudt tot de actuele ervaring van liminaliteit (een grenservaring waarbij een nieuwe mogelijkheid zich aan kan dienen).

3. Religie als gaan in het spoor van de trickster
Borgman legt de hedendaagse gestalte van religie uit met de figuur van de trickster, als degene die de chaotische gedaanteveranderingen van het bestaan viert als vindplaats van het heilige. Tegelijk lijkt deze figuur bij hem model te staan voor de houding die ten opzichte van de hedendaagse religieuze situatie uitkomst lijkt te bieden: verwelkoming van verwarring als beloftevol moment.

4. Het heden in de ruimte van wat komt
De theologische openheid voor religie in de huidige 'liminale' situatie wordt volgens Borgman gericht door het specifieke profiel van de christelijke traditie in de belijdenis dat God zich met de vernedering van mensen verbindt en juist in die verbondenheid laat zien wat in christelijke zin 'God' en goddelijke verhevenheid betekenen. Religie krijgt bij Borgman de betekenis van omgang met de ongerijmdheden van het vernederde menselijke bestaan in de wereld, in de verwachting dat Gods toekomst zich aandient in het verlangen en in het verzet van mensen te midden van deze ongerijmdheden.

omhoog

Deel II - Maatschappelijke omzwervingen

5. Religieus anti-messianisme tegenover cynisch messianisme
De kernparadox van de christelijke traditie is volgens Borgman dat Gods transcendentie niet te vinden is in de verhevenheid en de afstandelijkheid ten opzichte van het concrete, steeds weer moeizame leven, maar juist in een trouwe en geduldige verbondenheid ermee. Dit impliceert een dubbele opdracht. Ten eerste om te kunnen zeggen wat een religieuze en christelijke visie op de werkelijkheid uiteindelijk zijn: het uithouden van de taaie problemen van het bestaan en het verlangen naar een vervulder en verzoender leven. Ten tweede staan we voor de opdracht om het religieuze leven opnieuw uit te vinden, in voor de huidige tijd adequate vormen.

6. Leven van de gemeenschap buiten ons bereik
Een religieuze visie op het politieke bestaat volgens Borgman in het serieus nemen van het feit dat mensen via elkaar worden geschapen en bewaard in het leven en dus leven in fundamentele onderlinge verbondenheid en afhankelijkheid. Het transcendente perspectief dat hiermee samenhangt, de omvattende sociale gemeenschap, is ons als doel tegelijkertijd gegeven als een ruimte waarin wij mogen leven.

7. Religie als vorm van actueel waardebesef
In onze situatie is volgens Borgman het uitgaan van een gegeven oorsprong van de samenleving onmogelijk en moet de wereld die ons als gemeenschap bij elkaar houdt, doordat het onze gezamenlijke wereld is, opnieuw gecreëerd worden. Alleen door met elkaar van mening te verschillen over de betekenis van het heden en de vormgeving van de toekomst scheppen we deze gemeenschappelijke wereld.

8. Het religieuze gehalte van hedendaags Europa
De religieuze kern van de democratie ontwaart Borgman in 'zwakheid' als welbewuste kwetsbaarheid, in inzicht dat het tot de menselijke conditie behoort kwetsbaar te zijn en dat het noodzakelijk is daarvoor verantwoordelijkheid te nemen. Vanuit christelijk gezichtspunt weerspiegelt deze 'zwakheid' het beeld van God die zich verbonden heeft met onze geschiedenis van zwakheid en kwetsbaarheid. Deze goddelijke aanwezigheid gaat schuil in een lotsverbondenheid, waarin tegen de verdrukking in geprobeerd wordt iets van het goede leven tot stand te brengen en weerstand wordt geboden aan de verleiding om de geschiedenis met één gewelddadig gebaar ten goede te keren.

9. De islam als 'Europese' religie
Zoeken naar waarheid en gerechtigheid is volgens Borgman de essentie van democratie. Het is tegelijkertijd de essentie van religie in het verwachtende verlangen dat God als heilzame toekomst verbonden blijft met kwetsbare en gekwetste mensenlevens. Religie verbiedt mensen zich als God te gedragen, op grond hiervan kan religie in zichzelf een bron van verzet aanboren tegen een dreigende gewelddadige uitwerking.

omhoog

Deel III - Uitgelokte belijdenissen

10. Christelijk geloof na Auschwitz: vervreemding als identiteit
De dubbele betrokkenheid van de christelijke tradities bij Auschwitz, als schuldig eraan en als erdoor getroffen, vervreemden de christelijke tradities volgens Borgman van zichzelf. Christenen kunnen na Auschwitz dan ook alleen als willens en wetens vervreemd van hun christelijke identiteit geloofwaardig spreken. Volgens Borgman opent zich in die vervreemding religieus een weg om te gaan: christendom en Jodendom op zoek naar en zich beschikbaar houdend voor de God van leven na hetgeen in Auschwitz de definitieve overwinning van de dood lijkt.

11. De religieuze waardigheid van tot sterven geworden leven
Het voor elkaar zorgen om daarin bij te dragen aan een gemeenschap waarin wij zelf thuis zijn en de zorg ontvangen die we nodig hebben, heeft in zichzelf een religieuze dimensie en beantwoordt aan een theologische logica. In het licht van de christelijke verkondiging van Jezus'lijden, dood, verrijzenis en verheerlijking gaat volgens Borgman in het menselijk verlangen en streven naar geluk en vervulling, en juist in de roep om leven en nabijheid in situaties van diepe machteloosheid en verlatenheid, een goddelijke aanwezigheid schuil als ruimte waarin te leven valt.

12. De christelijke traditie als herinnering aan Gods kenotische nabijheid
Religie thematiseert dat er zich in de confrontatie met de bodemloosheid, breekbaarheid en onbeheersbaarheid van het bestaan ruimte aandient om te leven. Christelijk gesproken komt dit voort uit de heilzame nabijheid van de Geest van de God die hemel en aarde geschapen heeft als ruimte voor goed leven en die zich in Jezus'geschiedenis ontledigd heeft en geïncarneerd is in een lichaam dat lijdt onder en sterft aan het feit dat de reëel bestaande wereld vaak helemaal niet zo'n ruimte is, en die daarin en daardoor nieuw leven opent.

13. De erosie van de hiërarchie en de verbinding met het heilig begin
De verwijzing naar een fundament in de werkelijkheid dat deze draagt en omvat is volgens Borgman ongeloofwaardig geworden. Precies deze 'postmoderne' argwaan schept ruimte voor wat als dragende en omvattende presentie (als 'heilig begin') aan het licht wil komen: de menselijke gemeenschap die ons draagt en omvat. Theologie is voor Borgman reflectie op de eigentijdse menselijke situatie en op Gods betrokkenheid ('ontlediging') bij die situatie: de behoefte aan en het verlangen naar een alomvattende menselijke gemeenschap. Dat gelovigen en de kerk verbonden zijn met dat verlangen dat de wereld en de menselijke geschiedenis doortrekt, dat is waar het Borgman om gaat.

omhoog

Tenslotte

Religie als spelen met vuur
Het vuur van religies (beelden, overtuigingen en rituelen) heeft in belangrijke mate betrekking op de samenleving, de cultuur, de wereld en de kosmos. Dit vuur moet volgens Borgman niet geweerd worden uit de publieke ruimte, eerder moeten er vormen gevonden worden om het te laten branden zonder te verteren. In een theologie die dit op het oog heeft gaat het er om dat het feitelijke leven van mensen door het vuur van religieuze tradities ontsloten wordt als de ruimte van een toekomst die niet afgedwongen maar alleen verwacht kan worden.

omhoog

Naar beginpagina voorjaarsconferentie 2008

home