home

PROJECTEN

WMO
WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING

Heeft diaconie een rol en taak bij de Wmo?
Impressie studiedag Kerken en Wmo

Door Hub Crijns

Srudiedag Kerken en WMO

Inleiding

Sinds 2006 is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) in uitvoering. Het doel is om de zorg, het welzijn en het vrijwilligerswerk dichter bij de mensen te brengen, in de maatschappij, gericht op de vraag van mensen en niet gestuurd door het aanbod van organisaties. Komt dat doel ook tot uitdrukking? En hebben kerken, de diaconie of Caritas, een rol en taak bij de uitvoering van de Wmo? Al die vragen kwamen aan de orde op de studiedag Kerken en Wmo, die op 1 februari is gehouden.

ploink

Veel verschillende visies en praktijken

Marja Jager-Vreugdenhil, Foto: Hub CrijnsMarja Jager-Vreugdenhil is onderzoeker aan het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken van de Gereformeerde Hogeschool Zwolle. Zij promoveerde op 27 september op het proefschrift Nederland participatieland? De ambitie van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de praktijk in buurten, zorgrelaties en kerken.
Er blijken verschillende visies in de Wmo gestopt te zijn. Vanuit de nationale overheid is er geredeneerd vanuit een instrumenteel denken, de maakbaarheidsgedachte. Er is een groot vertrouwen in de markt. Verder is men optimistisch over de zorgzaamheid van mensen voor elkaar. Binnen de ontwerpen liggen aannames over de sociale samenhang in de civil society en de manier waarop mensen daaraan bijdragen, die amper in de werkelijkheid getoetst zijn. De gegeven vrijheid aan lokale gemeenten gaat leiden tot heel verschillend beleid in de uitvoering van de Wmo en dus ook heel verschillende mogelijkheden voor burgers.
In het onderzoek heeft Marja Jager-Vreugdenhil onderzocht hoe mensen participeren in de buurt, de mantelzorg en de kerk.
In de Wmo blijken vier beleidsroutes terecht gekomen zijn om het zorgstelsel te behouden. Als eerste wil men meer eigen verantwoordelijkheid neerleggen bij de zorgvragers. Als tweede wil men het recht op zorg voor iedereen veranderen naar beleidsvrijheid voor de burgerlijke gemeenten wat vormgeving betreft voor de begeleiding bij zorgvragen, de thuiszorg en de hulpmiddelen. Ten derde is het beleid gericht op het maken van een efficiëncyslag door een aanpak op lokaal niveau. En tenslotte wil men meer bijdrage van de civil society, zowel in verantwoordelijkheid, uitvoering en kosten.
Er blijken verschillende visies in de Wmo gestopt te zijn. Vanuit de nationale overheid is er geredeneerd vanuit een instrumenteel denken, de maakbaarheidsgedachte. Er is een groot vertrouwen in de markt. Verder is men optimistisch over de zorgzaamheid van mensen voor elkaar. Binnen de ontwerpen liggen aannames over de sociale samenhang in de civil society en de manier waarop mensen daaraan bijdragen, die amper in de werkelijkheid getoetst zijn. De gegeven vrijheid aan lokale gemeenten gaat leiden tot heel verschillend beleid in de uitvoering van de Wmo en dus ook heel verschillende mogelijkheden voor burgers.

ploink

Hoe en waarom participeren mensen in de samenleving?

Marja Jager-Vreugdenhil heeft in haar onderzoek de manieren van participatie onderzocht, zoals mensen die praktiseren. Het blijkt dat mensen niet participeren in ‘de samenleving’, maar in specifieke praktijken. Elke participatiepraktijk kent eigen regels en de regels worden bepaald door het specifiek doel van de sociale verbanden. Zo is het doel van een kerk niet zorg maar vooral geloofsbeleving. Mensen participeren aan een praktijk gebeurt met een specifieke motivatie, die niet zomaar inwisselbaar is naar iets anders. Mensen vullen participeren in met een specifieke rol.
In het onderzoek heeft Marja Jager-Vreugdenhil onderzocht hoe mensen participeren in de buurt, de mantelzorg en de kerk. Uit het onderzoek naar de buurt blijkt dat mensen ‘buurt’ niet beleven als een ‘sociaal verband’, maar als een plek waar eventueel wel sociale verbanden gevonden kunnen worden. Die sociale verbanden zijn niet vanzelfsprekend gericht op zorg. En de vele regels die er zijn beperken het praktiseren van zorg in de buurt. De meeste mensen vinden dat je eerst langs de voorzieningen moet gaat alvorens zelf te gaan zorgen. In de mantelzorgrelatie blijkt zorg bij uitstek gericht te zijn op een persoonlijke relatie, en dus niet op doelen of beleid of allerlei mensen. Mensen beleven die mantelzorg als persoonlijk tussen zorgvrager en zorgverlener. Je kan die mantelzorger dus niet zomaar benoemen tot ‘co-worker’, handige hulpbron of ‘co-client’. De doelen van een geloofsgemeenschap zijn volgens A. Noordegraaf (A. Noordegraaf): Getuigenis, Dienst aan de samenleving en Gemeenschap. Volgens Meys zijn de doelen bij vrijwilligersorganisaties: doelen van vrijwilligersorganisaties (Meijs): Campaining, Service delivery, Mutual interest.

ploink

Kerken en Wmo

Kerken denken blijkens hun documenten heel verschillend over de eigen doelen en over de plek van kerk in samenleving. Bijzonder is dan weer wel dat er sterke overeenkomsten zijn in uitspraken over Wmo. Dat is vermoedelijk te wijten aan een oecumenische opstelling van kerken tijdens de invoering van de Wmo. Kerken erkennen bijna allemaal zorg als een taak van de kerk, maar gaan weer verschillen bij kerk begrepen als instituut of als kerkgemeenschap. Er zijn verschillende antwoorden op de vraag of zorg al dan niet verbonden aan is met getuigenis. En is zorg er nu voor de eigen leden alleen of ook voor anderen?
Burgerlijke gemeenten zien kerken als volgt participeren: ze zijn van belang voor de lokale samenleving als bron van informele zorg, ontmoetingsplaats, locatie voor buurt- of culturele activiteiten, en met een positieve invloed op sociale cohesie. Verder zijn kerken volgens overheden vindplaats voor maatschappelijke participatie door de vele vrijwilligers en mantelzorgers, de deelname van mensen met een beperking, het jeugdwerk en de opvoedingsondersteuning en de vele inloopactiviteiten. Volgens de gemeenten heeft kerkelijkheid als achtergrondkenmerk een positieve invloed op inclusie en participatie, maar ook een negatieve invloed omdat er uitsluiting of discriminatie op grond van geloofsovertuiging bestaat. In de rol van lokale samenwerkingspartner zien burgerlijke gemeenten kerk als belangrijke vrijwilligersorganisatie, als één van de maatschappelijke organisaties die geïnformeerd dient te worden, als informatiekanaal van overheid naar burgers en met een signaleringsfunctie rond het opsporen van o.a. verborgen armoede, overbelaste mantelzorgers, verslavingsproblematiek, opvoedingsvragen en eenzaamheid.
Kerken zien hun taak in de Wmo anders en meer bescheiden. Bijvoorbeeld als vertegenwoordiger van één van de maatschappelijke organisaties (als samenwerkingspartner) in de Wmo Raad. Of als vertegenwoordiger van een grote groep vrijwilligers (als doelgroep, belangengroep). Als motivatie voor deelname aan een Wmo Raad hebben kerken: opkomen voor de belangen van zwakkeren in de samenleving; spreken namens een actieve groep vrijwilligers en stem geven aan ‘wie geen helper heeft’.

ploink

Opvallende conclusies

Kerken hebben zeker een rol op Wmo-terrein, vinden zij zelf en dat vinden burgerlijke gemeenten ook. Er zijn alleen heel diverse visies op die rol en verschillende invullingen over die rol door beide. Er is door al die visies een risico van ‘verdringing van burgerschap’ aanwezig: als verwacht of geëist wordt dat je voor je medemens zorgt, doe je het juist niet. Vrijwilligers of vrijwilligersorganisaties moet je beleidsmatig niet inzetten op andere activiteiten dan waarvoor ze gemotiveerd zijn. Je kan bijvoorbeeld van een kerk geen mantelzorgclub maken. Als kerken zich meer ontwikkelen naar ‘service delivery’, dus meer zorggericht, dan leidt dat tot een andere verhouding tussen vrijwilligers en professionals. Anders gezegd: hoe meer zorggericht hoe meer professionals nodig zijn en de vraag is of de kerken daartoe de financiële middelen hebben.

ploink

Een huis voor mensen met zorgvragen

Hanny de Kruijf, Foto: Hub CrijnsHanny de Kruijf is directeur van het maatschappelijk aktiveringswerk KSA/GSA in Rotterdam. Van oudsher heeft het KSA in Rotterdam een functie gehad in de gezinsverzorging. KSA/GSA heeft sinds 2007 een hele zoektocht ondernomen in het Wmo gebeuren, waarbij het geven van informatie en een project telefonische hulpdienst de voornaamste activiteiten zijn geweest. Recent geeft het centrum vooral begeleiding aan de kerken in hun rol en taak in de deelgemeenten. Verder nadenkend over wat kerken kunnen doen is het project Logeerhuis de Buren in Rotterdam-Noord ontstaan. Het doel is met vrijwilligers begeleiding, aandacht en mantelzorg te bieden voor mensen, die met niet-geïndiceerde zorg ontslagen worden uit het ziekenhuis. Het zijn volwassenen, vaak mannen, die zichzelf goed overeind kunnen houden in werk, relaties en wonen, maar die na zo’n ziekenhuisontslag onvoldoende netwerk blijken te hebben. Gelukkig kwam de Johannieterorde op het pad van KSA/GSA bij het realiseren van dit project. Zij bleek ambitie te hebben om een pand te kopen, waardoor het vrijwilligersproject van start kon gaan. Na veel vijven en zessen en de nodige contacten met verontruste bewoners is er een flat in een groot complex gekocht. Het is een burenhulpproject, waar vrijwilligers op één plek aan vier mensen begeleiding kunnen geven met aandacht, boodschappendoen, koffie drinken, huisdier lopen, maaltijd verzorgen, de was doen, enzovoorts. Voor zorg en schoonmaken wordt professionele hulp gevraagd van thuishulp en verpleegzorg. Mensen kunnen twee maanden in het logeerhuis verblijven. Het Logeerhuis kent een gemeenschappelijke woonkamer, een gezamenlijke badkamer en drie afzonderlijke kamers. Het is geen zorghotel en er blijkt grote behoefte aan dit type mantelzorg. Het KSA is aan het rondkijken naar een groter logeerhuis in Rotterdam-Zuid met 12 plaatsen. De zorgverzekeraar wil niet meedoen. Misschien is bij het ziekenhuis sponsorgeld te halen want die besparen op de ligkosten. De financiering van zo’n groter logeerhotel is op dit moment nog een groot probleem.

Hub Crijns is directeur van landelijk bureau DISK.

omhoog

Powerpointpresentaties en links

De powerpoints van Marja Jager-Vreugdenhil en Hanny de Kruijf die gebruikt zijn op 1 februari zijn hieronder te downloaden:
Powerpoint Nederland participatieland
Powerpoint Logeerhuis De Buren

Het proefschrift van Marja Jager-Vreugdenhil is te downloaden op de site van de Uva: dare.uva.nl/document/451108

Informatie over Legeerhuis De Buren: www.logeerhuisdeburen.nl/algemeen.htm

ploink

Naar beginpagina wmo

home