home

PROJECTEN

WMO
WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING

De WMO in het kort

Door Hub Crijns

Inleiding
Meedoen
Uitgangspunten van de WMO
Plaatselijke gemeenten
Implementatiebureau

Inleiding

Het ontwerp van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) is in mei 2005 door de regering naar de Tweede Kamer gestuurd. In februari 2006 is de wet in sterk gewijzigde vorm door de Tweede Kamer aangenomen. De invoeringsdatum van de WMO is 1 januari 2007.
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning vervangt de Welzijnswet, de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) en de niet-medische zorg uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De rechten die mensen hebben in het kader van de WVG en de huishoudelijke verzorging in het kader van de AWBZ blijven op het moment van de invoering van de WMO nog een jaar van kracht.
Bij de wijzigingen in februari 2006 is de zorgplicht in de WMO gehandhaafd, evenals de compensatieplicht. Dit wil zeggen dat niet alleen zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie zijn gedefinieerd, maar ook de tegemoetkoming bij handicaps. Uitvoering met betrekking tot de vaststelling van handicaps en daarmee de behoefte aan voorzieningen wordt verricht met hulp van de ICF (International Classification of Functions Dissabilities and Impainments). Dit internationale kader geeft aan elk handicap een cijfer, waarmee de te compenseren norm wordt vastgesteld. Verder is veranderd dat mensen nu kunnen kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb) bij een beroep op voorzieningen. Gemeenten hebben een verantwoordingsplicht van de uitgaven van het budget WMO.
De WMO is een taakstellende kaderwet aan lokale gemeenten. Gemeenten moeten een kaderregeling voor elk prestatieveld voor vier jaar ontwerpen, waaruit volgen modelverordeningen en gemeentelijke verordeningen, kwaliteitseisen (die weer moeten voldoen aan de Kwaliteitswet Zorginstellingen), prestatieafspraken en criteria voor verslaglegging.

Meedoen

Het doel van de WMO is, kort gezegd: meedoen! Iedere burger moet zelfstandig kunnen leven en actief mee kunnen doen in de samenleving, jong, oud en met welke beperking dan ook. De Wet is er om dat te ondersteunen en mogelijk te maken.
Van de AWBZ gaat eerst de huishoudelijke verzorging naar de WMO. Later volgen nog de activerende en ondersteunende begeleiding. De AWBZ biedt op termijn alleen nog zorg voor de 'zware gevallen' voor wie de noodzakelijke zorg niet is te verzekeren bij een zorgverzekeraar. We hebben het dan over ongeveer 14 procent van de mensen die nu gebruik maken van de AWBZ. Het gaat in feite om verpleegzorg voor ernstig en chronisch zieken, dementerende ouderen, ernstig gehandicapten en chronische psychiatrische patiënten.

Uitgangspunten van de WMO

1. Eerst komt de eigen verantwoordelijkheid van de burger voor zichzelf.
2. Daarna de solidariteit: actieve burgers zijn medeverantwoordelijk voor elkaar en doen dat in de vorm van onder andere mantelzorg, vrijwilligerswerk en verenigingen.
3. De gemeente biedt ondersteuning en regelt algemene voorzieningen om eigen verantwoordelijkheid en solidariteit mogelijk te maken én springt in met specifieke individuele voorzieningen voor kwetsbare burgers.

De WMO maakt een onderverdeling in negen prestatievelden
Alles wat met ondersteuning in zorg en welzijn te maken heeft is in de WMO ingedeeld in negen prestatievelden en komt onder de regie van de gemeente te vallen. Het gaat bijvoorbeeld om de leefbaarheid van de buurt, de deelname aan de samenleving van gehandicapten, de opvang van daklozen en verslaafden, ondersteunen van mantelzorg en vrijwilligerswerk, het regelen van huishoudelijke hulp. Dat zijn onderwerpen waar de kerk (diaconie) en kerkelijke vrijwilligers vaak ook mee bezig zijn. Zie voor het overzicht.hierna in dit boekje.

Plaatselijke gemeenten

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de WMO ligt bij de plaatselijke gemeenten. De financiering loopt via een rijksbijdrage in het Gemeentefonds. De gemeente heeft veel beleidsvrijheid en maakt voor de uitvoering van de WMO op elk van de genoemde prestatievelden elke vier jaar een plan. De gemeente is verplicht dat te doen in samenspraak met de burgers, in het bijzonder de burgers om wie het gaat en hun (belangen)organisaties.

Implementatiebureau

De WMO is ingegaan op 1 januari 2007. Er wordt hard gewerkt om de invoering van het eerste prestatieveld rond zorg mogelijk te maken. Verder moeten de gemeenten in 2007 een beleidskader ontwikkelen. Om de invoering te begeleiden is een implementatiebureau opgericht door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) met ondersteuning van onder andere het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW). Dit bureau ontwikkelt handreikingen en stappenplannen en begeleidt gemeenten die dingen uitproberen. Alle gemeenten zijn bezig met het schrijven van startnotities en het maken van plannen (zie onder meer de website www.invoeringwmo.nl).


Naar beginpagina wmo

home