home

PROJECTEN

ZONDAG VAN DE ARBEID
BIDDAG VOOR GEWAS EN ARBEID
DANKDAG VOOR GEWAS EN ARBEID

IN TWEESTRIJD
Hoe zorg en arbeid te combineren?

Liturgie vieren
Biddag voor gewas en arbeid 12 maart 2008

In tweestrijdOverwegingen voor uitleg en verkondiging
Vertwijfeling
Schat op schat stapelen
Verlangen
Lied voor op biddag
Suggesties voor liederen

Lezingen volgens het Gemeenschappelijk en Oecumenisch leesrooster: Prediker 2,20-27, Psalm 145 en Mattheüs 6,19-23.

Overwegingen voor uitleg en verkondiging

Met de tekst uit Prediker wordt arbeid expliciet gethematiseerd op de biddag. Arbeid wordt hier aangeduid met het hebreeuwse woord amal, dat betekent ‘moeitevolle arbeid’ of  ‘gezwoeg’. Het bijbelse taalveld maakt daarbij geen onderscheid, zoals wij dat gewoon zijn te maken, tussen betaalde en onbetaalde arbeid. Arbeid of gezwoeg heeft de betekenis van met al je inspanningen een bestaan opbouwen. Wij zouden er tegenwoordig ook het hele kluwen van de combinatie van arbeid en zorg mee aan kunnen duiden. Betaald werken om inkomen, carrière en een plek in de samenleving te verwerven én privé de zorg voor huishouden, kinderen, hulpbehoevende familieleden, vrienden of bekenden. In het gezwoeg van die combinatie kunnen we onszelf verliezen. Het kan ons dan voorkomen alsof het bestaan om werken en zorgen draait. Precies in die ervaring van gezwoeg spreekt Prediker ons aan.

omhoog

Vertwijfeling

De perikoop opent met de vertwijfeling die Prediker overvalt, als hij terugkijkt op het resultaat van al zijn gezwoeg. Want hoe goed hij het ook gedaan heeft en hoe druk hij er zich ook over gemaakt heeft, tot en met slapeloze nachten, hij moet het op een gegeven moment loslaten en nalaten aan anderen. Met andere woorden: gezwoeg geeft een mens geen zekerheid. Wie de zin van zijn of haar leven zoekt in gezwoeg komt bedrogen uit en heeft uiteindelijk letterlijk ‘niets’ in handen. Volgens Prediker is het beter dat een mens in zijn of haar gezwoeg ‘zijn ziel het goede laat zien’ door de vruchten ervan te eten en te drinken. De woorden ‘zijn ziel het goede laten zien’ geeft de NBV weer met ‘genieten’. De meer letterlijke hebreeuwse woorden vind ik treffender. Ze lijken duidelijker aan te geven dat de wijsheid, kennis en vreugde uit vers 26 precies daarop slaan, op het tonen van het goede aan de ziel. Wie aan niets anders toekomt dan zich in gezwoeg te verliezen, in vers 26 aangeduid als ‘vergaderen en verzamelen’, betoont zich in de ogen van Prediker dan ook een zondaar.

omhoog

Schat op schat stapelen

In het gedeelte uit het Mattheüs-evangelie komt het woord ‘verzamelen’ weer terug. In het Griekse woord thèsaurizein herkennen we het Nederlandse ‘thesaurier’: schatmeester of schatbewaarder. Het woord thésaurizein betekent op zich al ‘schatten verzamelen’, als dan daarnaast ook nog het woord thèsaurous (‘schatten’) gebruikt wordt, ontstaat het woordspel ‘schat op schat stapelen’. In de context van de verzen 19 tot en met 21 wordt ervan gezegd dat dit schat op schat stapelen op de aarde in een dubbele betekenis ‘niets’ oplevert. In de eerste plaats is deze schat vergankelijk en in de tweede plaats wordt het een doel in zichzelf. De mens verliest er zichzelf (‘zijn hart’) bij. Hiertegenover wordt gepleit voor het stapelen van schat op schat in de hemel. Jezus maakt hier gebruik van een traditionele zegswijze: ‘Wie gerechtigheid doet, verwerft zich schatten in de hemel’. Met ‘hemel’ is niet een hiernamaals bedoeld, maar de aanbrekende heerschappij van God. De gerechtigheid van deze heerschappij van God is de vooronderstelling van het hele onderricht van de Bergrede (Mattheüs 5-8:1).
Het ‘oog’, in de verzen 22 en 23, is het woord voor de morele oriëntatie van een mens. Dit oog zal het leven van een mens als een lamp verlichten wanneer het ‘gezond’ is. In het Grieks staat er haplous, dat betekent ‘enkelvoudig, geheel en al, zonder bijgedachten’. Het gaat hier om het geheel en al gericht zijn op de gerechtigheid van de heerschappij van God.

omhoog

Verlangen

Biddag maakt deel uit van de veertig dagen vóór Pasen, van oudsher een vastentijd. In deze tijd staan we stil bij wat ons beweegt, ook in ons alledaagse werken en zorgen, ons ‘gezwoeg’ zoals Prediker zegt. Het is belangrijk om te zien dat Prediker dit zwoegen niet als betekenisloos terzijde schuift. Als ergens in de bijbel noeste arbeid bepleit wordt, dan is het wel in dit boek. Evenzo wordt in Mattheüs het ‘verzamelen van schatten op aarde’ niet volstrekt afgewezen. Werken en zorgen, het voorzien in ons levensonderhoud, het hoort er allemaal bij. Sterker nog: in het genieten van de vruchten ervan toon je je ziel het goede.
Waar de teksten tegen ageren is dat ons gezwoeg, onze zorg omtrent ons levensonderhoud, onder de druk van alledaagse dingen, zo gemakkelijk een doel in zichzelf wordt. We dreigen dan kwijt te raken waar het ook al weer om ging: het verlangen naar gerechtigheid en vrede. Het is goed om ons dat verlangen te binnen te brengen, te vieren en vervolgens ook de vraag stellen hoe we in ons gezwoeg, in ons werken en zorgen, dat verlangen naar gerechtigheid en vrede gestalte geven. Laten we onze en elkaars ziel het goede zien door de vruchten ervan te genieten en de taken rond betaalde arbeid en zorg eerlijk te verdelen? Draagt onze manier van werken en zorgen ertoe bij dat gerechtigheid en vrede in de samenleving toenemen?

omhoog

Lied voor op biddag

De druk van alledaagse dingen

Waar is het eind en het begin?
Ergens weerklinkt een oud verlangen:
Leven met hart en ziel en zin.
Breng ons dan in herinnering
uw adem, geest van het begin.
Omringd door sporen van agressie:
Wereld waarin de angst regeert,
waar onze wens te zijn geborgen,
andermans leven torpedeert.
Breng ons dan in herinnering,
compassie voor de vreemdeling.
Leer ons vanuit jouw woord te leven:
Liefde die niemand tot iets dwingt,
zorg die ons dichter bij elkaar brengt,
vreugde die ons voor altijd bindt.
Breng ons dan in herinnering,
uw zachtheid die de dood bedwingt.

Barbara Leijnse in Zingenderwijs, pp.30-31.

omhoog

Suggesties voor liederen

Psalm 145 “O Heer, mijn God, Gij koning van ’t heelal” (LvK, 6 coupletten)
Gezang 172 “Een mens te zijn op aarde in deze wereldtijd” (LvK, 4 coupletten)
Gezang 490 “Hier is een stad gebouwd overal om ons heen” (LvK, 10 coupletten)
Lied 457,3 “Het brood dat wij duur verdienen, ons lichaam, ons geld, ons goed” (GvL, 5 coupletten)
Lied 145 “Alles wat over ons geschreven is gaat Gij volbrengen in de veertig dagen” (T, 4 coupletten)
Lied 55,2 “Vluchtig en ijl en ongrijpbaar als wind de tijd die raadsel blijft” (EL, 6 coupletten).

omhoog

Naar openingspagina Zondag van de Arbeid 2008

home